ECLI:NL:RBNNE:2026:3391

ECLI:NL:RBNNE:2026:3391

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 04-08-2026
Datum publicatie 11-08-2026
Zaaknummer LEE 25/1071
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Parkeerbelasting. Informatieplicht en onderzoeksplicht. Heffingsambtenaar heeft voldaan aan de informatieplicht. In de verordening is ook geen vrijstelling opgenomen voor parkeren op een laadplek. Parkeerbeleid van andere gemeentes kunnen afwijken. Ongegrond.

Uitspraak

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor, de heffingsambtenaar

(gemachtigde: [naam] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 12 februari 2025.

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende op 7 februari 2025 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd (de naheffingsaanslag).

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de naheffingsaanslag gehandhaafd.

De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 25 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.

Feiten

2. De heffingsambtenaar heeft een naheffingsaanslag aan belanghebbende opgelegd omdat zijn auto met kenteken [kenteken] (de auto) op 25 januari 2025 omstreeks 19:58 uur geparkeerd stond aan de Barkmolenstraat in Groningen, terwijl daarvoor geen parkeerbelasting was betaald.

3. De Barkmolenstraat is gelegen in de wijk Meeuwen/Oosterpoort, welk gebied op grond van de Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2025 van de gemeente Groningen (de Verordening) is aangewezen als zone waar tegen betaling kan worden geparkeerd. Op de datum en het tijdstip waarop belanghebbende de auto aan de Barkmolenstraat in Groningen had geparkeerd, was parkeerbelasting verschuldigd.

4. Op de website van de gemeente Groningen stond, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:

Staat een laadpaal in een gebied met betaald parkeren? Dan moet u een parkeervergunning hebben of parkeergeld betalen, net als bij een gewone parkeerplek.”

Beoordeling door de rechtbank

5. De rechtbank beoordeelt of de naheffingsaanslag terecht aan belanghebbende is opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.

6. De rechtbank is van oordeel dat de naheffingsaanslag terecht aan belanghebbende is opgelegd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Wat vinden partijen?

7. Belanghebbende voert aan dat het onvoldoende kenbaar was dat hij moest betalen voor het parkeren aan de Barkmolenstraat in Groningen. De auto was aangesloten op een laadpaal voor elektrische voertuigen. Volgens belanghebbende ontbreekt iedere vorm van expliciete bebording of aanwijzing waaruit blijkt dat voor het parkeren op een laadplek parkeerbelasting verschuldigd is. Ter onderbouwing verwijst belanghebbende naar een door hem overgelegd videobestand van de aanrijroute. Verder voert belanghebbende aan dat in de gemeenten Utrecht en Amsterdam andere regels gelden voor het parkeren op laadplekken. Hoewel het parkeerbeleid per gemeente kan verschillen, is belanghebbende van mening dat de wet- en regelgeving omtrent laadpalen relatief jong is, zodat het voor de hand ligt dat die regels uniform zijn. Indien wordt afgeweken van de regels die in andere gemeenten gelden, moet dat kenbaar zijn, zodat er geen lappendeken van regels ontstaat. Belanghebbende is van mening dat de heffingsambtenaar niet aan zijn informatieplicht heeft voldaan. Er had bijvoorbeeld door middel van een sticker op de laadpaal aangegeven kunnen worden dat er sprake is van betaald parkeren op de laadplek. De vermelding op de website van de gemeente Groningen (zie 4.) is volgens belanghebbende onvoldoende om aan die informatieplicht te voldoen. Ter zitting heeft belanghebbende zijn verzoek om vergoeding van immateriële schade ingetrokken.

8. De heffingsambtenaar is van mening dat het ter plaatse voldoende kenbaar was dat belanghebbende parkeerbelasting verschuldigd was. Van de parkeerder mag worden verwacht dat hij bij de aanvang van het parkeren voldoende onderzoekt of voor het ter plekke parkeren parkeerbelasting is verschuldigd. De heffingsambtenaar voert aan dat aan de rand van de betaald parkerenzones een parkeerzonebord (zonebord) staat, waar belanghebbende langs is gereden. Belanghebbende is nergens een einde zonebord gepasseerd. Doordat belanghebbende langs een zonebord (aan het Zuiderpark) en minimaal een betaalautomaat is gereden en er binnen drie meter van de laadplek een betaalautomaat aanwezig was, had het betaald parkerenregime voor belanghebbende duidelijk kunnen zijn. De heffingsambtenaar verwijst hiervoor naar het door hem overgelegde fotomateriaal en het videobestand van belanghebbende. Bovendien staat op de website van de gemeente Groningen vermeld dat parkeerbelasting verschuldigd is in het geval dat er een laadpaal staat in een gebied met betaald parkeren (4.). Ten slotte kan de gemeente zelf de inhoud van een parkeervordering vaststellen. Zo kunnen bijvoorbeeld ook parkeertijden en andere parkeerregels verschillen per gemeente, aldus de heffingsambtenaar.

Wat oordeelt de rechtbank?

9. De rechtbank overweegt dat er voor de heffingsambtenaar een informatieplicht geldt en voor belanghebbende een onderzoeksplicht, die nauw met elkaar samenhangen. Het is in eerste instantie aan de heffingsambtenaar om de verschuldigdheid van parkeerbelasting op een zodanige wijze bekend te maken dat over het bestaan ervan redelijkerwijs bij de belastingplichtige geen misverstand kan bestaan. Daarbij geldt een onderzoeksplicht. Van de parkeerder mag worden verwacht dat hij bij de aanvang van het parkeren voldoende onderzoekt of voor het ter plekke parkeren parkeerbelasting is verschuldigd. Dit houdt in dat hij, alvorens te parkeren, oplet of hij een bord ‘betaald parkeren’, dan wel een parkeerautomaat, passeert, en dat hij, nadat hij heeft geparkeerd, zich enige inspanning getroost om te onderzoeken of voor het ter plekke parkeren parkeerbelasting is verschuldigd.

10. De heffingsambtenaar heeft met het overgelegde fotomateriaal aannemelijk gemaakt dat belanghebbende op de aanrijroute tenminste een bord is gepasseerd (aan het Zuiderpark), waarop duidelijk genoeg zichtbaar was aangegeven dat hij een zone waarvoor betaald parkeren geldt, is ingereden. Dat blijkt ook uit het videobestand van belanghebbende. Niet is gebleken dat belanghebbende een bord is gepasseerd waarmee het einde van de betaald parkerenzone wordt aangeduid, zodat het zonebord ook onverkort geldt voor de laadplek in de Barkmolenstraat. Uit het fotomateriaal van de heffingsambtenaar blijkt verder dat er in de nabije omgeving van de Barkmolenstraat nog een zonebord staat (aan de Griffeweg nabij Europaweg) en een herhalingsbord (op het kruispunt Griffeweg/Meeuwerderweg). Gelet op het voorgaande heeft er redelijkerwijs geen misverstand over kunnen bestaan dat belanghebbende zich in een betaald parkerenzone bevond. De rechtbank merkt nog op dat belanghebbende een ambulante functie heeft en veel met de auto onderweg is, zodat hij er rekening mee had kunnen houden dat het parkeerbeleid in Groningen anders is dan in Utrecht of Amsterdam.

11. Het parkeren in een parkeervak met een elektrische laadpaal ontslaat belanghebbende niet van de plicht om parkeerbelasting te betalen als hij heeft geparkeerd in een gebied waar parkeerbelasting is verschuldigd. In de Verordening is geen vrijstelling opgenomen voor het parkeren in een parkeervak met een elektrische laadpaal. Belanghebbende had – gelet op de informatieverstrekking (10.) en de vermelding op de website van de gemeente Groningen (4.) – geen aanleiding om aan te nemen dat er voor de betreffende parkeerplaats niet het regime van betaald parkeren gold. De rechtbank overweegt verder dan niet elke laadplek afzonderlijk voorzien hoeft te worden van bebording of een sticker. Dat andere gemeenten ervoor hebben gekozen om parkeerplaatsen voor elektrische voertuigen niet aan te wijzen als betaald parkerenplaats maakt dat niet anders. Elke gemeente is vrij in die keuze. Anders dan belanghebbende meent, is het parkeerbeleid van de gemeente Groningen daarmee niet in strijd met hoger recht.

12. Voor zover belanghebbende van oordeel is dat er sprake is van een schending van algemene rechtsbeginselen, dan is het ook aan belanghebbende om dit te stellen en – bij betwisting – aannemelijk te maken.

Conclusie en gevolgen

13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de naheffingsaanslag in stand blijft. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.Y.B. Jansen, rechter, in aanwezigheid van mr.E.M. Antonescu, griffier.

Uitgesproken op 4 augustus 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NDFR Nieuws 2026/1299
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand