RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer / rekestnummer: 12271441 \ VZ VERZ 26-28
Beschikking van 21 augustus 2026
in de zaak van
[de man] ,
te [plaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: de man,
procederend in persoon,
tegen
[de vrouw] ,
te [plaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: de vrouw,
die van de griffier nog geen afschrift van het verzoekschrift heeft ontvangen en ook niet voor een mondelinge behandeling is opgeroepen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van 1 mei 2026, ingekomen 9 juni 2026.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2. De feiten
De man en de vrouw hebben op 8 december 1999 een samenlevingsovereenkomst gesloten. In artikel 12 van de samenlevingsovereenkomst is bepaald:1. Alle geschillen welke tussen partijen mochten opkomen betreffende de uitleg van de bepalingen van de bepalingen van deze overeenkomst, zullen worden voorgelegd aan een onpartijdig persoon. Deze zal worden benoemd door partijen in onderling overleg en bij geschil van mening daaromtrent door de kantonrechter, binnen wiens ressort de laatste gemeenschappelijke woonplaats van partijen is gelegen, zulks op verzoek van de meest gerede partij.
2. Partijen zijn verplicht zich te onderwerpen aan het oordeel van de in lid 1 genoemde onpartijdige persoon, wiens oordeel wordt beschouwd als een bindend advies
Aan de affectieve relatie is een einde gekomen en de samenlevingsovereenkomst is begin 2026 ontbonden.
De man en de vrouw zijn het niet eens over de vermogensrechtelijke afwikkeling van hun samenleving. Zij hebben geen overeenstemming bereikt over de benoeming van een bindend adviseur.
3. Het verzoek
[de man] verzoekt de kantonrechter, verkort weergegeven, om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:
een onafhankelijk bindend adviseur te benoemen ter beslechting van het geschil tussen partijen over de vermogensrechtelijke afwikkeling na beëindiging van hun samenleving, op grond van artikel 12 van de samenlevingsovereenkomst,
mr. M. Wouters, notaris bij Wouters Netwerk Notarissen te Veendam, te benoemen tot bindend adviseur,
de opdracht aan de bindend adviseur vast te stellen conform paragraaf 8 van het verzoekschrift,
te bepalen dat partijen gehouden zijn volledige medewerking te verlenen aan het bindend-adviestraject,
te bepalend dat de bindend adviseur een voorschot op zijn/haar kosten mag vaststellen en verlangen,
te bepalen dat als een partij niet of niet tijdig meewerkt, de bindend adviseur bevoegd is de procedure voort te zetten op basis van de beschikbare stukken en aan het uitblijven van informatie of medewerking de gevolgen te verbinden die hij/zij in redelijkheid passend acht.
De man legt hieraan ten grondslag, samengevat, dat partijen van mening verschillen over de vermogensrechtelijke afwikkeling na de beëindiging van hun samenleving en dat hij er belang bij heeft dat dit geschil wordt beslecht door een bindend adviseur zoals dat in artikel 12 van de samenlevingsovereenkomst is omschreven.
4. Het verzoek
Het verzoek van de man is gebaseerd op de samenlevingsovereenkomst. De wet kent echter geen bepaling die de kantonrechter de bevoegdheid geeft een bindend adviseur te benoemen. Omdat een wettelijke grondslag voor het geven van een dergelijke beslissing ontbreekt, is er geen sprake van rechtspraak en is het nakomen van een beslissing niet afdwingbaar.
Onder bijzondere omstandigheden kan de kantonrechter, als een wettelijke grondslag ontbreekt, uit welwillendheid toch een beslissing nemen op een verzoek. De kantonrechter is echter alleen bereid om een welwillendheidsbeslissing te geven als beide partijen die beslissing verlangen. Als zij het er beiden over eens zijn dat de rechter een beslissing neemt en zij bereid zijn om zich aan de uitspraak te conformeren, schept dat de bevoegdheid voor de rechter om een welwillendheidsbeslissing te nemen. Als die overeenstemming er niet is, acht de kantonrechter zich niet vrij om een welwillendheidsbeslissing te nemen.
In dit geval is geen sprake van een gezamenlijk verzoek en uit de stukken blijkt juist dat de vrouw niet instemt met benoeming van een bindend adviseur.
De kantonrechter kan daarom geen welwillendheidsbeslissing nemen en zal zich aanstonds – zonder partijen te horen – onbevoegd verklaren. De man kan met bijstand van een advocaat door middel van een dagvaarding een procedure starten om tot een vermogensrechtelijke afwikkeling te komen.
5. De beslissing
De kantonrechter:
- verklaart zich onbevoegd om van het verzoek van de man kennis te nemen.
361