RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
vonnis van 10 juli 2026
Afdeling Privaatrecht
Locatie: Groningen
zaaknummer: C/18/24/229 RC/18/24/229 R
in de zaak van:
[schuldenaar] ,
geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] ,
hierna te noemen: de schuldenaar,
bewindvoerder: [bewindvoerder] .
PROCESGANG
Bij vonnis van deze rechtbank van 3 juli 2024 is ten aanzien van de schuldenaar de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard. De looptijd van de schuldsaneringsregeling is vastgesteld op 18 maanden.
Op 4 december 2025 heeft een verificatievergadering plaatsgevonden.
Bij vonnis van 9 januari 2026 heeft de rechtbank de beëindiging van de schuldsanerings-regeling geweigerd en de looptijd van de regeling verlengd voor de duur van zes maanden.
De bewindvoerder heeft op 9 juni 2026 schriftelijk verslag gedaan ten aanzien van de beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
De rechter-commissaris heeft de rechtbank voorgedragen de schuldsaneringsregeling te beëindigen zonder aan de schuldenaar een “schone lei” te verlenen.
De zaak is behandeld ter zitting van 3 juli 2024, alwaar de schuldenaar en de bewindvoerder zijn verschenen.
RECHTSOVERWEGINGEN
De rechtbank dient te beoordelen of de schuldenaar toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling. In geval van een toerekenbare tekortkoming zal de rechtbank vervolgens beoordelen of dat tot de beëindiging van de schuldsaneringsregeling moet leiden onder onthouding van “de schone lei”.
Uit de verslagen van de bewindvoerder van 9 en 30 juni 2026 is gebleken dat de schuldenaar de afgelopen periode niet heeft voldaan aan zijn informatieverplichting. Zo is de schuldenaar in april ontslagen, maar heeft hij dit niet aan de bewindvoerder gemeld. Inmiddels heeft de schuldenaar een nieuwe baan, maar heeft de bewindvoerder, ondanks meerdere verzoeken daartoe, nog steeds geen salarisspecificatie of arbeidscontract ontvangen. Het is op dit moment dan ook onduidelijk of de schuldenaar werkt, en zo ja, hoeveel hij werkt en wat zijn inkomen is. Ook is onduidelijk of en welk inkomen de schuldenaar over de maanden mei en juni heeft gehad en of er, nu er in deze maanden niet is afgedragen, een boedelachterstand is ontstaan.
Daarnaast heeft de schuldenaar zich tijdens de schuldsaneringsregeling beziggehouden met online gokken. Daarmee heeft hij onlangs een tweetal bedragen gewonnen ter hoogte van in totaal € 5.270,00. Zonder medewerking en toestemming van de beschermingsbewindvoerder heeft de schuldenaar een bankrekening bij de Nationale-Nederlanden geopend om daarop de gewonnen gelden te kunnen storten. De schuldenaar wilde de gewonnen gelden gebruiken om leningen die hij was aangegaan bij derden voor het kopen van drug af te lossen, en de gelden op die manier buiten het zicht van de beschermingsbewindvoerder houden. Door adequaat optreden van Nationale-Nederlanden en de beschermingsbewindvoerder is het gewonnen bedrag inmiddels overgeboekt naar de boedelrekening.
Tenslotte dient de schuldenaar de teruggave inkomstenbelasting 2025 van de Belastingdienst ten bedrage van € 976,00, ondanks verhaalde verzoeken van de bewindvoerder, nog immer over te maken naar de boedelrekening.
De schuldenaar heeft ter zitting aangegeven dat hij door het gemis van zijn kinderen is teruggevallen in drugsgebruik. Hij krijgt hiervoor nu hulp van VNN in [plaats] en gebruikt sinds een paar weken geen drugs meer. Hij is eerder dit jaar begonnen met online gokken en wilde het gewonnen geld gebruiken om drugschulden af te betalen, maar ook met het online gokken is hij inmiddels gestopt. De schuldenaar heeft verder ter zitting verklaard dat hij onenigheid heeft gekregen met zijn werkgever en vervolgens is ontslagen. In mei is hij weer aan het werk gegaan bij zijn oude werkgever. Hij heeft echter nog geen arbeidscontract getekend of loonspecificaties gekregen. Het geld van de teruggave inkomstenbelasting 2025 is opgegaan en het is niet mogelijk dat aldus op de boedelrekening te storten.
Ter zitting heeft de bewindvoerder verklaard dat ze moeilijk contact met de schuldenaar kan krijgen. Ze heeft, ondanks meerdere verzoeken, geen stukken over zijn nieuwe dienstverband en inkomen ontvangen. Hierdoor kan niet berekend worden hoe hoog de achterstand is over de maanden mei en juni. Volgens de bewindvoerder is er op dit moment onvoldoende saldo om een eventuele achterstand en de belastingteruggave aan de boedel te voldoen.
Beoordeling
Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de schuldenaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen en dat hem dit kan worden toegerekend. De rechtbank betrekt daarbij dat in er december 2025 een eerdere zitting bij deze rechtbank heeft plaatsgevonden, waarbij de schuldenaar indringend op zijn verplichtingen is gewezen, met name op zijn informatie- en sollicitatieverplichting. Desondanks heeft de schuldenaar de bewindvoerder de afgelopen maanden opnieuw onvoldoende geïnformeerd.
De rechtbank rekent het de schuldenaar aan dat hij bewust heeft getracht gewonnen gelden buiten de boedel te houden door zonder medeweten van de bewindvoerder een bankrekening te openen en daarop de gewonnen bedragen te storten. Daarnaast is de schuldenaar in april 2026 ontslagen, hetgeen hij evenmin heeft gemeld. Weliswaar heeft hij in mei meteen nieuw werk gevonden, maar ook ter zitting heeft de schuldenaar geen duidelijkheid kunnen geven over sinds wanneer hij werkt, hoeveel hij werkt en wat zijn inkomen is. Volgens de bewindvoerder is er in mei en juni geen inkomen bij de beschermingsbewindvoerder binnengekomen, waardoor er onvoldoende saldo op de beheerrekening staat om de ontvangen belastingteruggave over 2025 aan de boedel af te dragen.
De schuldenaar heeft ter zitting weliswaar openheid van zaken gegeven over zijn verslaving en heeft hiervoor hulp gezocht bij VNN, maar voor de overige problemen heeft de schuldenaar geen oplossing aangereikt. Ook de ontbrekende en meerdere malen gevraagde informatie heeft de schuldenaar niet ter zitting overgelegd. De rechtbank ziet om die reden geen aanleiding om de tekortkoming buiten beschouwing te laten of de schuldsaneringsregeling nogmaals te verlengen. De rechtbank merkt daarbij nog op dat de schuldenaar in januari 2026 al een tweede kans heeft gekregen, maar dat hij zich nu wederom niet aan de regels heeft weten te houden.
De schuldsaneringsregeling zal daarom eindigen zonder dat aan de schuldenaar “de schone lei” wordt verleend.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder vaststellen. De vergoeding voor de bewindvoerder is berekend op € 4.296,26 (inclusief onkosten en omzetbelasting). Voor zover actief aanwezig is, kan de bewindvoerder de vergoeding als salaris opnemen. Voor zover de kosten van het griffierecht ad € 820,00 voor het deponeren van de slotuitdelingslijst niet uit de boedel kunnen worden voldaan, komen deze ten laste van de Staat.
Ingevolge artikel 356, tweede lid, van de Faillissementswet (Fw) zal de toepassing van de schuldsaneringsregeling geëindigd zijn, zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden. De vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling heeft gewerkt blijven, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, afdwingbaar.
BESLISSING
De rechtbank:
- verstaat dat de schuldsaneringsregeling van rechtswege zal zijn geëindigd zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden;
- stelt vast dat de schuldenaar toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen;
- stelt het salaris voor de bewindvoerder, inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op
€ 4.296,26.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. Beuker, en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.