ECLI:NL:RBNNE:2026:3595

ECLI:NL:RBNNE:2026:3595

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 20-07-2026
Datum publicatie 24-08-2026
Zaaknummer 2614512
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Assen

Samenvatting

Verlenging moratorium met vier maanden na eerder afgegeven moratorium voor twee maanden. Voldaan aan voorwaarden tussenvonnis. Onduidelijkheid over stabiliteit inkomen.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Nederland

Team Insolventie

Zittingsplaats Assen

Rekestnummer: NL:TZ:2614512:R-RK

Uitspraak van 20 juli 2026

In de zaak van

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] ,

hierna te noemen: [verzoeker] ,

tegen

Stichting Actium,

gevestigd en kantoorhoudende te Assen,

gemachtigde: Flanderijn

correspondentieadres: [adres 2] ,

hierna te noemen: de verhuurder,

tot het treffen van een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b lid 1 Faillissementswet (Fw).

Samenvatting

[verzoeker] heeft verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De rechtbank wijst het verzoek voorlopig toe.

1. De procedure

De procedure bestaat uit:

- het verzoek voorlopige voorziening op grond van artikel 287b lid 1 van de Fw inclusief bijlagen, waaronder het ontruimingsvonnis van 28 april 2026 en het exploot van 21 mei 2026 waarin de ontruiming is aangezegd tegen 17 juni 2026, ingediend samen met een verzoekschrift tot toepassing van de schuldsaneringsregeling;

- het tussenvonnis van de rechtbank van 9 juni 2026, waarbij de aangezegde ontruiming (voorlopig) is verboden onder de voorwaarde dat de lopende verplichtingen door [verzoeker] worden nagekomen;

- de zitting van maandag 13 juli 2026, waarbij aanwezig waren:

- [verzoeker] ;

- [schuldhulpverlener werkzaam bij schuldhulpverleningsbedrijf] ;

- [naam] namens de verhuurder;

- [beschermingsbewindvoerder werkzaam bij bewindvoeringsbedrijf]

De uitspraak is bepaald op vandaag.

2. Het verzoek

[verzoeker] verzoekt de rechtbank om te verbieden over te gaan tot de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis van 28 april 2026.

[verzoeker] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat hij probeert een minnelijke regeling met zijn schuldeisers te treffen dan wel – als dat niet lukt – toelating tot de schuldsaneringsregeling zal verzoeken. De gevraagde voorziening is volgens [verzoeker] noodzakelijk om rust te creëren, zodat de minnelijke schuldregeling kans van slagen heeft.

3. Verslag en standpunt schuldhulpverlener

Op 6 juli 2026 heeft de schuldhulpverlener, die de buitengerechtelijk schuldregeling voor [verzoeker] uitvoert, tussentijds verslag gedaan. Hieruit blijkt dat er een start is gemaakt met de schuldeninventarisatie. Verder is aangegeven dat [verzoeker] samen met zijn partner een v.o.f. heeft, waarbij hij koeriersdienst uitvoert voor grote opdrachtgevers, waaronder Post.nl. Er is niet voldaan aan de voorwaarde in het tussenvonnis van 9 juni 2026 dat een gedeelte van de huur van de maand juni 2026 over de periode van 9 juni 2026 tot 30 juni 2026 binnen 7 dagen na 9 juni 2026 moet worden betaald. De huur van de maand juni 2026 is één dag te laat betaald omdat er beslag was gelegd op de bankrekening van [verzoeker] . Ontruiming van de woning heeft verstrekkende gevolgen voor het gezin. Vanwege de minderjarige kinderen zal door de gemeente Veilig Thuis worden ingeschakeld en zullen de minderjarige kinderen uit huis worden geplaats of op een andere locatie ondergebracht. Er heeft volgens de schuldhulpverlener op 30 juni 2026 een zorgoverleg plaats gehad bij de gemeente Hoogeveen, waar zij, een aantal medewerkers van de gemeente Hoogeveen, een medewerker van Actium en de vrouw en de zoon van [verzoeker] en [verzoeker] telefonisch aanwezig waren. Daarin heeft de verhuurder aangegeven dat zij eventueel bereid is een nieuwe huurovereenkomst onder voorwaarden aan te bieden. Eén van de voorwaarden is beschermingsbewind. Op 7 juli 2026 vindt daarover een afspraak plaats bij [verzoeker] thuis, waar de beoogd beschermingsbewindvoerder aanwezig zal zijn.

Op de zitting heeft de schuldhulpverlener verklaard dat er bij de gemeente Hoogeveen een tweede gesprek heeft plaats gevonden. Daarbij is besproken om de betaling van facturering achteraf van Post.nl naar voren te halen zodat de huur tijdig kan worden betaald. De zoon van [verzoeker] heeft bij deze gespreken gezeten en gaat [verzoeker] helpen bij zijn financiën. Verder gaat [verzoeker] in loondienst treden en stoppen met zijn werkzaamheden als zelfstandige. Verder heeft de schuldhulpverlener ter zitting verklaard dat het lang heeft geduurd voordat er sprake is van een stabiele financiële situatie en dat dit nog steeds niet het geval is. Zo moesten er voor [verzoeker] als zelfstandige nog een aantal zaken geregeld worden zoals het indienen van de belastingaangiften, waardoor de stabilisatiefase lang heeft geduurd. [verzoeker] beseft inmiddels dat hij hulp nodig heeft. [verzoeker] heeft op 10 juli 2026 nog een e-mail ontvangen van de verhuurder, waarin de verhuurder aangeeft dat zij samen met [verzoeker] een oplossing willen vinden om een grotere achterstand te voorkomen.

4. Standpunt [verzoeker]

[verzoeker] heeft ter zitting verklaard dat hij per 1 augustus 2026 in loondienst zal treden. Op 29 juni 2026 is de huur van de maand juli 2026 voldaan. Hij is eerder gestopt met beschermingsbewind omdat zijn toenmalige beschermingsbewindvoerder zijn schuld na 3 jaar heeft laten oplopen van

€ 4.500,00 naar € 12.000,00. Daarvan is aangifte gedaan bij de politie. Hij is na 3 jaar overgegaan naar een andere beschermingsbewindvoerder maar dat is ook gestopt.

5. Standpunt beoogd beschermingsbewindvoerder

Het is duidelijk dat de huur van de maand augustus uiterlijk op 1 augustus 2026 moet worden voldaan. Er is inmiddels een aanvraag schuldenbewind ingediend bij de rechtbank. De verwachting is dat dit op korte termijn door de rechtbank kan worden uitgesproken. Er kan wellicht worden verzocht om de grondslag van beschermingsbewind te wijzigen en deze aan te vragen vanwege de lichamelijke of geestelijke toestand van [verzoeker] .

6. Het verweer

Op 18 juni 2026 heeft de verhuurder de rechtbank bericht dat [verzoeker] zich niet heeft gehouden aan de voorwaarden genoemd in het vonnis van 9 juni 2026. De openstaande huur van juni 2026 over de periode van 9 juni 2026 tot 30 juni 2026 is niet tijdig gedaan. Op 17 juni 2026 is daarover contact gezocht met de schuldhulpverlener. Zij heeft vervolgens contact opgenomen met [verzoeker] . Naar aanleiding daarvan heeft [verzoeker] de huur betaald op 17 juni 2026. Daarmee is naar de mening van de verhuurder het moratorium komen te vervallen en de verhuurder vraagt om de zitting van 13 juli 2026 te annuleren.

De verhuurder stelt zich ter zitting op het standpunt dat het verzoek van [verzoeker] dient te worden afgewezen. De verhuurder voert hiertoe aan geen vertrouwen te hebben dat de huur (tijdig) wordt betaald. Sinds augustus 2025 is mevrouw [schuldhulpverlener werkzaam bij schuldhulpverleningsbedrijf] betrokken bij [verzoeker] en sindsdien is er nog steeds geen enkel betalingsvoorstel gedaan aan de schuldeisers en is de schuld verder opgelopen. De situatie is niet stabiel. De zoon van [verzoeker] heeft eerdere toezeggingen gedaan maar is die niet nagekomen. Verder heeft [verzoeker] een eerder uitgesproken beschermingsbewind getraineerd zodat geen heil wordt gezien in de onderbewindstelling van [verzoeker] . De medewerker van Actium, die bij het zorgoverleg bij de gemeente Hoogeveen aanwezig was, was daarvan niet op de hoogte.

7. De beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat verzoeker er belang bij heeft om in relatieve rust aan de sanering van zijn schulden te gaan werken. De rechtbank acht het daartoe noodzakelijk dat [verzoeker] onder bewind wordt gesteld.

De rechtbank stelt vast dat de huur van de maand juli 2026 tijdig is voldaan en dat de huur vanaf 9 juni 2026 tot en met 30 juni eveneens is voldaan zij het een dag te laat. De rechtbank zal daaraan geen consequenties verbinden nu de oorzaak daarvan is gelegen in bankbeslag, waardoor de te late betaling [verzoeker] niet valt aan te rekenen. Verder laat de rechtbank meewegen dat [verzoeker] direct nadat de schuldhulpverlener op 17 juni 2026 hierover contact met hem heeft opgenomen dezelfde avond de huur van 9 juni 2026 tot en met 30 juni 2026 heeft overgemaakt aan de verhuurder.

Ter zitting is echter ook gebleken dat er op dit moment nog niet bekend is of de financiële situatie voldoende stabiel is. Er is nog geen beschermingsbewind uitgesproken door de rechtbank en [verzoeker] stelt per 1 augustus 2026 in loondienst te treden. Verder is het onzeker in hoeverre de zoon van [verzoeker] de afspraak dat hij bereid is om [verzoeker] financieel te helpen ook gaat nakomen.

De rechtbank ziet daarom aanleiding om het verzoek voorlopig toe te wijzen voor een periode van 4 maanden, te rekenen vanaf 9 juni 2026. De rechtbank stelt [verzoeker] tot 21 september 2026 in de gelegenheid om aan te tonen dat zijn financiële situatie stabiel is door het overleggen van een arbeidscontract en een loonstrook en door aan te tonen dat beschermingsbewind is uitgesproken. De voorgezette behandeling van het verzoek zal plaatsvinden op de hierna in het dictum genoemde datum en tijdstip op de locatie van de rechtbank te Asen.

Door de toewijzing van het verzoek is de verhuurder tot 9 oktober 2026 niet bevoegd om de door [verzoeker] gehuurde woning vanwege de huidige huurachterstand te ontruimen. Wel geldt de uitdrukkelijk voorwaarde dat de huur over augustus 2026 en de daaropvolgende maanden door [verzoeker] steeds tijdig en volledig wordt voldaan. Als [verzoeker] hier niet aan voldoet, kan de verhuurder de ontruiming opnieuw aanzeggen.

8. De beslissing

De rechtbank:

schorst de tenuitvoerlegging van het op 28 april 2026 door de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland gewezen vonnis tot ontruiming van de woning aan het adres [adres 1] voor de duur van deze voorziening en verlengt de huurovereenkomst zoals deze tussen partijen bestaat of bestond voor de duur van deze voorziening;

bepaalt dat deze voorziening slechts geldt onder de voorwaarde dat de periodiek

verschuldigde huurtermijnen tijdig zullen worden voldaan;

bepaalt dat de genoemde voorziening geldt voor de duur van vier maanden, te rekenen vanaf 9 juni 2026;

bepaalt dat de schuldhulpverlener van [verzoeker] uiterlijk 21 september 2026 verslag uitbrengt als bedoeld in artikel 287b lid 6 Fw, waarbij zij de rechtbank informeert over de financiële stabiliteit van verzoeker;

bepaalt de voorgezette behandeling op 28 september 2026 te 09:30 uur,

op de zittingslocatie te Assen, op het adres:

Brinkstraat 4, 9401 HZ Assen

correspondentieadres: Postbus 369, 9700 AJ Groningen

bepaalt dat de voorziening in elk geval vervalt op het moment dat het verzoek tot toepassing van de Wsnp wordt ingetrokken, dan wel een beslissing daarop in kracht van gewijsde is gegaan.

Dit is de beslissing van mr. M.C. Groenewegen, rechter, bijgestaan door de griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.C. Groenewegen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand