11 11. [belanghebbende] ,
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Assen
Zaaknummer / rekestnummer: 12202011 \ VZ VERZ 26-10
Beschikking van 19 juni 2026
in de zaak van
[verzoeker] ,
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. M. van der Veen,
tegen
[VvE] ,
te Hoogeveen ,
verwerende partij,
hierna te noemen: VvE ,
gemachtigde: mr. R. Rijkeboer-Kollee,
en de navolgende belanghebbenden:
1. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,2.[belanghebbende],
te [woonplaats] ,3.[belanghebbende],
te [woonplaats] ,4. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,5. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,6. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,7. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,8. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,9. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,10. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
te [woonplaats] ,12. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,13. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,14. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,15.[belanghebbende],
te [woonplaats] ,16. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,17. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,18. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,19. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,20. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,21. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,22. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,23. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,24. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,25. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,26. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,27. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,28.[belanghebbende],
te [woonplaats] ,
29. [belanghebbende] ,
te [woonplaats] ,
30. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
31. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
32. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
33. [belanghebbende] ,
te [woonplaats] ,
34. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
35. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
36. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
37. [belanghebbende] ,
te [woonplaats] ,
38. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
39. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
40. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
41. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
42. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
43. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
44. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
45. [belanghebbende] . [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
46. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
47. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
48. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
49. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
50. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
51. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
52. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
53. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
54. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
55. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
56. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
57. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
58. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
59. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
60. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
61. [belanghebbende] ,
te [woonplaats] ,
62. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
63. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
64. [belanghebbende] ,
te [woonplaats] ,
65. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
66. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
67. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
68. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
69. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
70. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
71. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
72. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
73. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
74. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
75. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
76. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
77. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
78. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
79. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
80. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
81. [belanghebbende],
Te [woonplaats] ,
82. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
83. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
84. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
85. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
86. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
87. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
88. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
89. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
90. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
91. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
92. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
93. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
94. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
95. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
96. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
97. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
98. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
99. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
100. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
101. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
102. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
103. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
104. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
105. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
106. [belanghebbende].
te [woonplaats] ,
107. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
108. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
109. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
110. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
111. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
112. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
113. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
114. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
115. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
116. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
117. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
118. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
119. [belanghebbende],
te [woonplaats] ,
120. [verzoeker],
te [woonplaats] ..
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift ex artikel 5:130 BW met producties, ingekomen ter griffie op 23 april 2026,
- de akte van de VvE houdende verzoek spoedbehandeling tevens houdende voorshands kort verweer met producties, ingekomen ter griffie op 19 mei 2026,
- de door de VvE nagezonden productie 3, die eerst ontbrak,
- het verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 10 juni 2026,
- de op 15 juni 2026 door VvE nagezonden productie 15,
- de mondelinge behandeling van het verzoek op 17 juni 2026, die gelijktijdig heeft plaatsgevonden met de mondelinge behandeling van het door de VvE geëntameerde kort geding tegen [verzoeker] met zaaknummer 12226029 VV EXPL 26-35, van welke behandeling aantekeningen zijn gemaakt door de griffier,
- de pleitnota van [verzoeker] ,
- de spreekaantekeningen van de VvE.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2. De feiten
De VvE is een vereniging van eigenaren van het appartementencomplex
[complex] in Hoogeveen . Bij akte van 29 december 1976 is de VvE opgericht en is het pand gesplitst in 164 appartementen. Daarbij is het modelreglement van splitsing van eigendom uit 1973 van toepassing verklaard, met in de splitsingsakte opgenomen wijzigingen en aanvullingen. De splitsingsakte is op 29 januari 1979 gewijzigd.
In het Splitsingsreglement van de VvE (hierna ook: Sr) is onder meer bepaald:
“(…)
D. SCHULDEN EN KOSTEN VOOR REKENING VAN DE GEZAMENLIJKE EIGENAARS.
Artikel 17.
Tot de schulden en kosten als bedoeld in artikel 875 f, eerste lid onder a van het Burgerlijk Wetboek worden gerekend:
a. die welke gemaakt zijn in verband met het normale onderhoud of het normale gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en van de gemeenschappelijke zaken dan wel tot behoud daarvan; schoonmaakwerkzaamheden zijn hieronder niet begrepen;
b. die welke verbandhouden met noodzakelijke herstellingswerkzaamheden en vernieuwingen van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken, voorzoveel die ingevolge het reglement of een rechterlijke beslissing als bedoeld in artikel 875 0 van het Burgerlijk Wetboek niet ten laste komen van bepaalde eigenaars;
(…)
II. Vergadering van eigenaars
Artikel 37.
(…)
5. Besluiten door de vergadering tot het doen van uitgaven die een in de akte te bepalen
bedrag te boven gaan, kunnen slechts worden genomen met een meerderheid van
tenminste twee/derde van het aantal uitgebrachte stemmen in een vergadering, waarin een
aantal eigenaars tegenwoordig of vertegenwoordigd is dat tenminste twee/derde van het
totaal aantal stemmen kan uitbrengen. In een vergadering, waarin minder dan twee/derde
van het in de vorige zin bedoelde maximum aantal stemmen kan worden uitgebracht, kan
geen geldig besluit worden genomen.
(…)
8. Het in lid 5 bepaalde geldt eveneens voor besluiten tot verbouwing of voor besluiten tot het
aanbrengen van nieuwe installaties of tot het wegbreken van bestaande installaties,
voorzover deze niet als een uitvloeisel van het normale beheer zijn te beschouwen.
De eigenaar, die van zodanige maatregel geen voordeel trekt, is niet verplicht in de kosten
hiervan bij te dragen.
(…)
Artikel 38.
1. Tot het aangaan van overeenkomsten, waaruit regelmatig terugkerende verplichtingen
voortvloeien, die zich over een langere periode dan een jaar uitstrekken, kan slechts door de
vergadering worden besloten, voorzover de mogelijkheid hiertoe uit het reglement blijkt.
2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor overeenkomsten die betrekking hebben op het normale beheer van de gemeenschap en de gemeenschappelijke huishouding, waaronder
begrepen het aanstellen van het daarvoor vereiste personeel.
3. Van deze bepaling kan zelfs niet mét algemene stemmen worden afgeweken.
Het appartementencomplex, een ‘serviceflat’, omvat 124 woningen en 40 garages. Alleen de eigenaren van de woningen hebben stemrecht in de ledenvergadering. In artikel 23 Sr is opgenomen in welke breukdelen de eigenaars gerechtigd zijn in de gemeenschap en in de schulden en kosten die voor gemeenschappelijke rekening zijn moeten bijdragen.
[verzoeker] is eigenaar van drie woningen. Deze worden door hem verhuurd.
De VvE onderzoekt al een aantal jaren of het mogelijk is om het gebouw, dat energielabel E heeft, te verduurzamen. Zij wordt daarbij geadviseerd door Next Duurzaam B.V. (hierna: Next Duurzaam). De leden hebben in 2022 gestemd voor het treffen van energiebesparende maatregelen en om daarvoor € 2.500.000 te lenen via het Nationaal Warmtefonds (hierna: het NWF). [verzoeker] heeft de kantonrechter destijds gevraagd om die besluiten te vernietigen. Dat verzoek is bij beschikking van 13 juni 2023 afgewezen. Omdat het aanbod van het NWF door het instellen van die procedure was vervallen, zijn de verduurzamingsplannen waartoe was besloten, niet meer uitgevoerd.
De VvE heeft Next Duurzaam gevraagd om een nieuw verduurzamingsplan op te stellen. Dit plan is op 23 maart 2026 in een bijzondere ledenvergadering (hierna: BALV) aan de leden voorgelegd. De leden hebben voor de vergadering een agenda met stukken ontvangen. In de uitnodiging staat dat het doel van de vergadering is te besluiten over isolerende maatregelen en het aangaan van een VvE Energiebespaarlening bij het NWF.
Op de agenda is vermeld dat de volgende besluiten in stemming zullen worden gebracht.
A. Het toepassen en (laten) uitvoeren van de volgende energiebesparende maatregelen:
1. Vervangen ruiten
2 Isoleren spouwmuur
3 Vervangen voordeuren
4. Isoleren borstwering
5. Isoleren dak
6. Aanbrengen zonnepanelen t.b.v. algemene ruimten
6. Vloer isoleren;
Het aannemen van de projectbegroting voor de energiebesparende maatregelen, als toegelicht in bijlage 1;
Het aangaan van de VvE Energiebespaarlening door de VvE voor een bedrag van € 1.999.829, met een looptijd van 240 maanden tegen 3,63% rente;
Het aannemen van de gewijzigde begroting en de gewijzigde VvE-bijdrage, als toegelicht in bijlage II;
Het aannemen van het gewijzigde (D)MJOP (Meerjarenonderhoudsplan), als toegelicht in bijlage III, met als belangrijkste wijziging het vervangen van de dakbedekking.
Next Duurzaam heeft de voorgestelde werkzaamheden tijdens de BALV toegelicht. Zij is daarbij ook ingegaan op de daarvoor af te sluiten lening bij het NWF en het gevolg voor de maandelijkse ledenbijdrage. [verzoeker] was bij die vergadering aanwezig en heeft hierover verder geen vragen gesteld.
In de BALV zijn 112 geldige stemmen uitgebracht. Meer dan 90% van de leden heeft voor zich voor de hiervoor genoemde besluiten uitgesproken. [verzoeker] heeft tegen alle besluiten gestemd.
[verzoeker] heeft daarna een verzoekschrift ex artikel 5:130 BW ingediend en gevraagd om de door de BALV genomen besluiten nietig te verklaren en/of te vernietigen en om deze te schorsen totdat onherroepelijk op zijn verzoek is beslist.
Het renteaanbod van het NWF voor de lening geldt tot 21 juni 2026. Het NWF heeft de VvE meegedeeld dat zij geen lening verstrekt als er een procedure loopt tegen de genomen besluiten en dat wanneer de lening nu niet doorgaat, er niet weer een traject zal worden gestart omdat de kans aanwezig is dat [verzoeker] bij een volgend besluit opnieuw gaat procederen.
Na overleg heeft het NWF zich bereid verklaard om haar aanbod gestand te doen indien de kantonrechter uiterlijk 21 juni 2026 in het voordeel van de VvE op het verzoek van [verzoeker] heeft beslist of in kort geding een vervangende machtiging heeft uitgesproken.
De VvE heeft in kort geding gevorderd dat de voorzieningenrechter de door [verzoeker] gevraagde schorsing afwijst, althans verklaart dat aan de besluiten gevolg mag worden gegeven en om vervangende machtiging uit te spreken dat daaraan medewerking aan de genomen besluiten. In dat kort geding is vandaag vonnis gewezen.
3. Het verzoek en het verweer
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter, samengevat en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
A. het besluit om de verduurzamingsmaatregelen uit te voeren te schorsen totdat op het onderhavige verzoek onherroepelijk is beslist en dat besluit te vernietigen;
B. het besluit om een lening van € 2.000.000 af te sluiten bij het NMF te schorsen totdat op het onderhavige verzoek is beslist en dat besluit te vernietigen;
C. het besluit om de VvE-bijdrage te verhogen te schorsen totdat op het onderhavige verzoek onherroepelijk is beslist en dat besluit nietig te verklaren althans te vernietigen;
D. het besluit om de begroting van 2026 aan te passen te schorsen totdat op het onderhavige verzoek onherroepelijk is beslist en dat besluit nietig te verklaren althans te vernietigen;
E. het besluit om het Meerjarenonderhoudsplan aan te passen te schorsen totdat op het onderhavige verzoek onherroepelijk is beslist en dat besluit nietig te verklaren althans te vernietigen,
met veroordeling van de VvE in de kosten van dit geding.
[verzoeker] voert aan dat de besluiten in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 lid 1 BW wordt geëist. Hij werpt op dat aanzienlijke bedragen worden besteed aan onderzoeken en adviezen, terwijl het verduurzamingsplan telkens wijzigt en onvoldoende inzichtelijk is welke energiebesparing realistisch mag worden verwacht en of de voorgenomen werkzaamheden binnen het begrote bedrag kunnen worden gerealiseerd. De terugverdientijd van de maatregelen is aldus [verzoeker] ook veel te lang en er moeten mogelijk ook nog kosten worden gemaakt voor brandwerende maatregelen. [verzoeker] meent dat de besluiten gelet op het enorme financiële belang en de gevolgen die deze voor hem hebben, (veel) te lichtvaardig zijn genomen. [verzoeker] berekent dat deze in een periode van twintig jaar een extra verplichting van circa € 52.614,39 voor hem meebrengen.
Het belangrijkste bezwaar van [verzoeker] is dat een onevenredig groot deel van de kosten ten laste worden gebracht van de woningen en dat de garages te weinig moeten bijdragen. Dit is aldus [verzoeker] in strijd met de in artikel 23 Sr bepaalde verdeelsleutel, waarover reeds procedures bij de kantonrechter en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zijn gevoerd. De besluiten over de ledenbijdrage, de begroting en het Meerjarenonderhoudsplan zijn daarom nietig wegens strijd met het Splitsingsreglement. Ter zitting heeft [verzoeker] toegevoegd dat de VvE volgens artikel 38 Sr niet bevoegd is om de 20-jarige NWF-lening aan te gaan.
[verzoeker] stelt dat hij belang bij de gevraagde schorsing, omdat uitvoering van de besluiten onomkeerbare gevolgen kan hebben.
De VvE voert gemotiveerd verweer en vraagt de kantonrechter om de verzoeken van [verzoeker] af te wijzen. Volgens de VvE is er geen grond om de besluiten nietig te verklaren, te vernietigen of te schorsen en heeft [verzoeker] de wijziging in de ledenbijdrage te hoog en de terugverdientijd, die volgens het energierapport gemiddeld 20 jaar en voor de zonnepanelen maar 4 jaar bedraagt, onjuist berekend. De VvE heeft ter zitting meegedeeld dat zij geen tegenverzoek doet.
4. De beoordeling
Ontvankelijkheid
Het verzoekschrift is op 23 april 2026 en daarmee tijdig ter griffie ontvangen. Dat betekent dat [verzoeker] ontvankelijk is.
Geen gelegenheid meer voor een schriftelijke reactie
[verzoeker] heeft ter zitting verzocht om nog schriftelijk op de verweerschriften van de VvE te mogen reageren. De kantonrechter gaat daaraan voorbij. Zij stelt vast dat die verweerschriften meer dan vijf dagen voor de mondelinge behandeling en daarmee binnen de in artikel 1.5.5. van het landelijke procesreglement voor verzoekschriften bij de rechtbanken genoemde termijn, zijn ingekomen.
De verzoeken van [verzoeker]
Nietigheid
Het verzoek van [verzoeker] om de besluiten die zien op het aangaan van de NWF-lening, de verhoging van de VvE-bijdrage, de begroting 2026 en het Meerjarenonderhouds-plan, nietig te verklaren wegens strijd met het Splitsingsreglement, wordt afgewezen. Dit wordt als volgt toegelicht.
Wat betreft het besluit over de NWF-lening: artikel 38 lid 1 Sr bepaalt dat tot het aangaan van overeenkomsten waaruit regelmatig terugkerende verplichtingen voortvloeien over een langere periode dan één jaar, slechts door de vergadering kan worden besloten als de mogelijkheid daartoe uit het reglement blijkt, tenzij het gaat om een overeenkomst die betrekking heeft op het normale beheer van de gemeenschap en de gemeenschappelijke huishouding. Van een lening die betrekking heeft op normaal beheer is – zoals hierna uiteen wordt gezet – naar het oordeel van de kantonrechter in dit geval geen sprake en in het Splitsingsreglement van de VvE worden zo te zien geen andere uitzonderingen genoemd.
Op 1 januari 2018 is echter de Wet verbetering functioneren verenigingen van eigenaars in werking getreden. Vanaf dat moment is een VvE op grond van artikel 5:126 lid 4 BW bevoegd om een overeenkomst van geldlening aan te gaan, tenzij het reglement uitdrukkelijk anders bepaalt. In de Memorie van Toelichting op de Wet verbetering functioneren verenigingen van eigenaars (Tweede Kamer, vergaderjaar 2015-2016, 34479, nr. 3, pag. 24 en 25 is hierover het volgende opgetekend:
“Tegen de achtergrond van de voorgestelde wijziging - het bieden van rechtszekerheid aan zowel VvE’s als geldverstrekkers- zullen in het reglement op te nemen voorwaarden of inperkingen zo expliciet mogelijk moeten worden verwoord. In de Modelreglementen van 1973, 1983 en 1992, is bijvoorbeeld opgenomen dat tot het aangaan van overeenkomsten, waaruit regelmatig terugkerende verplichtingen, die zich over een langere periode dan een jaar uitstrekken, voortvloeien, slechts door de vergadering kan worden besloten, voor zover de mogelijkheid hiertoe uit het reglement blijkt. Een dergelijke regel zal niet voldoende zijn om de expliciete wettelijke regel uit te sluiten. Doorgaans zal een uitsluiting wel bereikt kunnen worden door direct te verwijzen naar de wettelijke bepaling of de term ‘lening’ te gebruiken in de bewuste regeling (“Elke mogelijkheid tot het aangaan van een leenovereenkomst is uitgesloten”).”
De kantonrechter leest in het op het modelreglement 1973 gebaseerde Splitsingsreglement van de VvE, niet een dergelijke uitdrukkelijke uitsluiting. Nu de bepaling in artikel 38 Sr niet voldoende is om de expliciete wettelijke regel uit te sluiten, concludeert zij dat het besluit tot het aangaan van een lening met een looptijd van 20 jaar bij het NWF niet nietig is (zie ook rechtbank Overijssel, 9 april 2019, ECLI:NL:ROVE:2019:1217).
De stelling van [verzoeker] dat de besluiten, die aan de VvE-bijdrage, de begroting 2026 en het Meerjarenonderhoudsplan raken, in strijd zijn met de verdeelsleutel voor onderhoud- en servicekosten in het Splitsingsreglement, omdat de 40 garages onevenredig aan die kosten bijdragen, wordt evenmin gevolgd. De kantonrechter stelt vast dat de besluiten die zijn genomen niet zien op kosten voor het normale onderhoud of normale gebruik van gemeenschappelijke zaken of het behoud daarvan als bedoeld in artikel 17 onder a Sr, maar op een uitgave die moet leiden tot een verduurzaming - betere isolatie - van het gebouw. De (ingrijpende) energiebesparende maatregelen die worden getroffen, strekken ten voordele van de woningen; de garages, die wel meedelen in de kosten van het dak, hebben daarvan geen althans aanmerkelijk minder profijt. In dat geval laten artikel 17 onder b en artikel 37 lid 8 Sr, anders dan in de door de kantonrechter en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden beslechte zaak over de omslag van (algemene) servicekosten, ruimte om af te wijken van de in artikel 23 Sr opgenomen verdeelsleutel (zie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 april 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:2763).
Vernietigbaarheid
De kantonrechter wijst het verzoek van [verzoeker] om de besluiten die de BALV op 23 maart 2026 heeft genomen, te vernietigen wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 lid 1 BW wordt geëist, ook af. De VvE onderzoekt al meerdere jaren of er energiebesparende maatregelen kunnen worden getroffen en vaststaat dat meer dan 90% van de leden zich tijdens die BALV voor de voorgestelde verduurzaming met een lening van het NWF heeft uitgesproken. De VvE heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat het voorstel aan de leden zorgvuldig is voorbereid en dat er voldoende en realistische, want op meerdere offertes en adviezen gebaseerde informatie aan de leden is gegeven, om over de wenselijkheid van de voorgestelde maatregelen en de financiering daarvan een afgewogen beslissing te kunnen nemen. Dat nog niet met zekerheid kan worden vastgesteld hoeveel energiekosten daarmee daadwerkelijk kunnen worden bespaard, is inherent aan het feit dat met prognoses moet worden gewerkt en dat kosten tijdens de uitvoering van een project onverhoopt hoger kunnen uitvallen dan verwacht, is eveneens een bekend gegeven. Dat de VvE nog geen besluit heeft genomen over eventuele brandwerende maatregelen, leidt niet tot een ander oordeel.
Schorsing
Het verzoek van [verzoeker] om de bestreden besluiten te schorsen tot onherroepelijk op zijn verzoek is beslist, wordt niet toegewezen. Dat er mogelijk een onomkeerbare situatie ontstaat als de VvE de besluiten gaat uitvoeren, is geen reden om anders te beslissen. Te minder nu een (over)grote meerderheid van de leden van de VvE er groot belang bij heeft om de verduurzamingsmaatregelen met de lening van het NWF te kunnen realiseren.
Proceskosten
[verzoeker] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten, welke bestaan uit het salaris gemachtigde van € 865,00 en de nakosten van € 144,00, eventueel te vermeerderen met de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van [verzoeker] af,
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van deze procedure, aan de kant van de VvE vastgesteld op € 865,00 voor salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten, te vermeerderen met de kosten van betekening indien [verzoeker] die proceskosten niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de VvE voldoet en deze beschikking daarna wordt betekend.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.E. van Rossum en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026.
608/kw