ECLI:NL:RBNNE:2026:3608

ECLI:NL:RBNNE:2026:3608

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 21-08-2026
Datum publicatie 24-08-2026
Zaaknummer 25/3027
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Weigering inzage politieregistraties. 8:29 Awb. De rechtbank oordeelt dat de weigering evenredig en noodzakelijk is. De rechtbank ziet in het belang van eiser om de registraties in te zien vanwege de VOG die is geweigerd, geen aanleiding om anders te oordelen.

Uitspraak

[naam], uit [woonplaats], eiser

(gemachtigde: J.C.M. Houtzagers),

en

de korpschef van politie

(gemachtigde: mr. L.J. de Boer).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van eiser om inzage in de op hem betrekking hebbende politiegegevens op grond van de Wet politiegegevens (Wpg). Eiser is het niet eens met de gedeeltelijke weigering daarvan.

2. De rechtbank oordeelt dat de korpschef inzage in twee politieregistraties mocht weigeren, omdat inzage kan leiden tot ernstige aantasting van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken derden. De korpschef heeft dit belang terecht zwaarder laten wegen dan eisers belang van kennisneming. Ook heeft de korpschef het besluit voldoende gemotiveerd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Verloop van de procedure

3. Eiser heeft op 12 juni 2025 een verzoek gedaan om inzage in zijn politiegegevens. Aanleiding van dit verzoek is dat eiser een verklaring omtrent gedrag (VOG) heeft aangevraagd, die is geweigerd in verband met politiegegevens.

De korpschef heeft de inzage in de politiegegevens met het besluit van 9 juli 2025 (het besluit) deels toegewezen. In twee politieregistraties is inzage geweigerd ter bescherming van de rechten en vrijheden van derden. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit.

De korpschef heeft de stukken waarvan inzage aan eiser is geweigerd onder geheimhouding aan de rechtbank gezonden. De rechtbank heeft beslist dat beperkte kennisneming van de stukken gerechtvaardigd is. Eiser heeft de rechtbank vervolgens toestemming gegeven om deze stukken bij de beoordeling te betrekken.

De korpschef heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 10 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de korpschef.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank beoordeelt of de korpschef het verzoek om inzage terecht gedeeltelijk heeft afgewezen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

Wat is het standpunt van eiser?

5. Eiser stelt dat de korpschef geen belangenafweging heeft gemaakt in lijn met artikel 27, eerste lid, van de Wpg. Hierin is bepaald dat een verzoek wordt afgewezen voor zover dit een noodzakelijke en evenredige maatregel is. Het besluit gaat niet in op het specifieke belang van eiser en onderbouwt niet waarom in dit geval dat belang moet wijken. De korpschef legt daarnaast niet uit waarom minder ingrijpende alternatieven, zoals anonimisering of gedeeltelijke verstrekking niet mogelijk zijn. Eiser heeft een zwaarwegend belang bij het verkrijgen van de geweigerde politieregistraties, omdat hem als gevolg van die registraties een VOG is geweigerd. Hierdoor kan hij zijn beroep niet meer uitoefenen.

Eiser stelt verder dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. Er wordt slechts algemeen verwezen naar de bescherming van derden. De korpschef stelt zonder nadere toelichting dat het belang van derden zwaarder weegt dan het belang van eiser. De motivering is daardoor te abstract en onvoldoende toegespitst op de feiten en omstandigheden van deze zaak.

Wat vindt de korpschef?

6. De korpschef stelt zich op het standpunt dat in het besluit een belangenafweging is gemaakt en dat het besluit voldoende uitlegt waarom eiser geen inzage kan krijgen in de registraties. Inzage zou de privacy van derden onevenredig schaden. Aan dat belang wordt daarom een zwaarder gewicht toegekend. Bovendien zou inzage in de politieregistraties een vertrouwensbreuk tussen de burger en de politie en verminderde aangiftebereidheid tot gevolg kunnen hebben. Daarnaast kan de korpschef de gegevens van derden in de registraties niet anonimiseren, omdat de registraties veel verwijzingen naar die derden bevatten. Het is verder niet mogelijk om een motivering te geven die meer toegespitst is op de feiten en omstandigheden van deze zaak, omdat de privacy van derden daarmee zou worden geschaad. Dit maakt dat de gevolgen voor eiser om geen inzage te krijgen in de politiegegevens, niet onevenredig zijn in verhouding tot het doel dat met de weigering wordt gediend. Het belang dat eiser de registraties moet kunnen inzien nu hem een VOG als gevolg van de meldingen zou zijn geweigerd leidt niet tot een andere beslissing.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

7. De rechtbank heeft kennisgenomen van de gegevens waarvan eiser geen kennis heeft mogen nemen.

Het staat tussen partijen vast dat het gaat om politiegegevens. In beginsel heeft eiser recht op inzage hierin. Dit recht op kennisneming is echter geen absoluut recht. Een verzoek om kennisneming van politiegegevens wordt afgewezen voor zover dit een noodzakelijke en evenredige maatregel is vanwege bepaalde belangen, zoals in deze zaak de bescherming van rechten en vrijheden van derden.

Is de weigering evenredig?

De rechtbank overweegt dat de belangenafweging wordt gevormd door het belang van inzage enerzijds en de rechten en vrijheden van derden anderzijds. De rechtbank constateert dat de korpschef een belangenafweging heeft gemaakt in het bestreden besluit. Op de zitting heeft de korpschef nog toegelicht dat die belangenafweging per registratie en per onderdeel is gemaakt. De rechtbank oordeelt dat de korpschef zich op het standpunt mocht stellen dat inzage in de politieregistraties, die de rechtbank heeft ingezien, ernstig inbreuk zou kunnen maken op de persoonlijke levenssfeer van derden en dat de belangen van derden in dit geval zwaarder wegen dan het belang van eiser. Daarbij heeft de korpschef mogen wijzen op de persoonlijke levenssfeer van deze personen en op het vertrouwen van burgers in de politie. De rechtbank ziet in het belang van eiser om de registraties in te zien vanwege de VOG die is geweigerd, geen aanleiding om anders te oordelen.

Is de weigering noodzakelijk?

Bij de vraag of volledige weigering noodzakelijk is, beoordeelt de rechtbank of minder vergaande maatregelen, zoals anonimisering of gedeeltelijke verstrekking mogelijk zijn. De rechtbank overweegt, na kennisneming van de registraties, dat anonimiseren of gedeeltelijke verstrekking van de registraties in dit geval niet mogelijk is, omdat de registraties veel verwijzingen naar derden bevatten. De rechtbank volgt de korpschef in het standpunt dat als de gegevens van de derden worden geanonimiseerd, zij nog steeds zouden kunnen worden geïdentificeerd. De rechtbank oordeelt daarom dat de weigering noodzakelijk is.

Is het besluit voldoende gemotiveerd?

De rechtbank volgt de korpschef in het standpunt dat een nadere toelichting over de feiten en omstandigheden van de zaak, niet mogelijk is vanwege de privacy van derden. De rechtbank oordeelt dat de korpschef terecht heeft volstaan met een beperkte motivering, omdat anders alsnog informatie bekend wordt die het doel van de weigering zou ondermijnen. Gelet hierop is het bestreden besluit voldoende gemotiveerd.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de korpschef terecht inzage in de twee politieregistraties heeft geweigerd. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Lok, rechter, in aanwezigheid van mr. H.L. Brandes-Boers, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 21 augustus 2026.

De griffier is niet in de gelegenheid

deze uitspraak te ondertekenen

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand