RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 augustus 2026 in de zaak tussen
[naam 1] , uit [woonplaats] , verzoeker
Stichting Samenwerkingsverband 22-02 PO, verweerder
Samenvatting
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 26/2452
en
(gemachtigde: mr. K. van den Mosselaar).
1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over een toelaatbaarheidsverklaring speciaal basisonderwijs (tlv-sbo). Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter weegt de belangen van verzoeker die pleiten vóór het treffen van een voorlopige voorziening en de belangen van verweerder die pleiten tegen het treffen daarvan, aan de hand van de gronden van verzoeker als volgt af.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot deze afwijzing uit en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Totstandkoming van het besluit en procesverloop
Deze zaak gaat over het volgen van onderwijs door [naam 2] , de minderjarige dochter van verzoeker. [voornaam] is geboren op 5 april 2017 te Syrië. In september 2023 is zij met het gezin naar Nederland gekomen.
In oktober 2023 is [voornaam] begonnen op het Expertise Centrum Anderstaligen (ECA) te Emmen. In beginsel stromen kinderen na 40 weken uit naar een vervolgschool. De maximale termijn om op een ECA te verblijven is 80 weken. [voornaam] heeft 80 weken op het ECA ingeschreven gestaan.
In januari 2025 heeft het ECA verzoeker bericht dat voor [voornaam] een tlv-sbo zal worden aangevraagd. Verzoeker heeft [voornaam] vervolgens ziekgemeld. Bij brief van 12 juni 2025 heeft het ECA de ouders bericht dat [voornaam] per 1 augustus 2025 niet meer zal zijn ingeschreven op het ECA. Het ECA heeft opgemerkt dat de openbare basisschool De Catamaran de juiste vervolgschool voor [voornaam] is omdat haar daar kan worden geboden wat zij nodig heeft.
In de deskundigenverklaring van 4 juni 2025 heeft orthopedagoog L. Munster het volgende geconcludeerd:
Het ECA geeft aan dat [voornaam] extra hulp, tijd en herhaling nodig heeft om de leerstof eigen te maken. Het regulier basisonderwijs kan dit niet bieden voor [voornaam] . Een setting waarbij gewerkt wordt in kleinere groepen, met meer ondersteuning en een lager leertempo, is helpend voor haar om zich zo goed mogelijk te ontwikkelen. Op het Speciaal Basisonderwijs is meer expertise, ondersteuning en tijd om aan de ondersteuningsbehoeften van [voornaam] te voldoen. Ondanks dat [voornaam] het leren lastig vindt, blijft ze wel gemotiveerd om te werken. Het is helpend voor [voornaam] dat deze leermotivatie blijft en niet omslaat in frustratie. De kans is aanwezig dat op het moment dat [voornaam] wel naar het regulier basisonderwijs gaat, zij overvraagd gaat worden. Hierdoor kan haar motivatie voor het leren verdwijnen en omslaan in frustratie. Het is belangrijk dit ten alle tijden te voorkomen. Het is belangrijk dat [voornaam] leert dat het niet erg is dat ze meer tijd nodig heeft om de leerstof eigen te maken. Hopelijk ziet ze op het SBO meer leerlingen die moeite hebben met het leertempo en ziet ze in dat er meer leerlingen zijn die moeite hebben met eigen maken van de leerstof.
In de deskundigenverklaring van 13 juni 2025 heeft orthopedagoog generalist / GZ-psycholoog M. Oosterman van Cedin Zorg & Onderwijs het volgende geconcludeerd:
Een deel van de leerproblemen van [voornaam] hebben een relatie met taal. Als haar
leerontwikkeling vergeleken wordt met de norm voor nieuwkomers (niet taalverwant, niet
geletterd) is er alsnog een achterstand zichtbaar. Het is aannemelijk dat er andere factoren
dan de factor tweede taalverwerving, een rol spelen in de moeizame leerontwikkeling. Hierbij wordt gedacht aan de factor non-verbale intelligentie en spraak-taalontwikkeling (inclusief gehoorscheck en moedertaalontwikkeling) in brede zin. Echter beide factoren kunnen op dit moment niet onderzocht worden.
Het is daarom op dit moment niet eenduidig uit te sluiten dat een speciaal onderwijs school voor leerlingen met spraak-taalproblematiek passend is voor [voornaam] . Omdat er geen onverbale intelligentie bekend is en omdat ouders weigeren, kan Kentalis niet ingezet worden.
Alles in overweging nemend (met het feit dat zij naar een andere school moet) is op basis van waarneembare ontwikkeling mijns inziens het SBO op dit moment ècht het meest passend. Het SBO zal middels hun cyclische vorm van adaptief onderwijs (bijstellen als doelen ondanks hun specifieke aanpak niet behaald worden) het best kunnen aansluiten bij wat [voornaam] nu nodig heeft om optimaal te kunnen leren en ontwikkelen. Ze heeft baat bij de kleinere klas, de meer intensieve instructie en begeleiding, waarbij leerstof ook visueel gemaakt wordt of waar voordoen en concreet materiaal een expliciete plek heeft in de instructie.
Regulier basisonderwijs is niet passend voor [voornaam] , haar specifieke onderwijsbehoeften
overstijgen de ondersteuning op het regulier onderwijs. Andere vormen van onderwijs zoals
speciaal onderwijs cluster 1, 3 en 4 is niet aan de orde.
In een e-mailbericht van 24 november 2025 aan verweerder heeft kinder- en jeugdpsycholoog Y. Pereira Silva onder meer het volgende geschreven:
Ik heb alles doorgenomen en op basis daarvan kan ik concluderen dat ik volledig achter het advies van Cedin sta. Dit meisje is op basis van haar ondersteuningsbehoeften op school het beste gebaat bij het SBO. Vanuit daar kan zeker gekeken worden of ze op termijn door kan stromen naar het reguliere onderwijs. Het advies van Cedin is uitgebreid onderbouwd en duidelijk toegelicht, waardoor ik op dit moment geen reden zie om de informatie opnieuw samen te vatten en tot dezelfde conclusie te komen.
Bij primair besluit van 2 december 2025 op de aanvraag van het ECA heeft verweerder een tlv-sbo afgegeven. Hiertegen heeft verzoeker bezwaar gemaakt.
Na een hoorzitting op 10 juni 2026 heeft de Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring op 2 juli 2026 aan verweerder advies uitgebracht. Deze commissie overweegt dat [voornaam] een extra ondersteuningsbehoefte heeft, omdat haar ontwikkeling in een lager tempo verloopt dan op grond van leeftijd en onderwijsduur verwacht mag worden. Zij heeft intensieve begeleiding nodig. Er is sprake van een zeer beperkte taalvaardigheid die doorwerkt in het leren en het volgen van onderwijs. Het is nog niet volledig duidelijk waardoor de achterblijvende ontwikkeling kan worden verklaard. Het sbo is op dit moment passend voor haar onderwijsbehoefte. De commissie adviseert de toelaatbaarheidsverklaring te handhaven, maar de geldigheidsduur van de tlv te beperken tot één schooljaar.
Bij besluit op bezwaar van 8 juli 2026 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard, maar met aanpassing van de geldigheidsduur van de tlv-sbo tot 31 juli 2027. Verweerder adviseert verzoeker dringend om [voornaam] aan te melden op SBO De Catamaran.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 20 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, M. Raouf als tolk, namens verweerder de gemachtigde en R. van der Velde en namens het ECA J.G.J. van de Voorn.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. De voorzieningenrechter overweegt dat er sprake is van een spoedeisende situatie, omdat [voornaam] al meer dan een jaar geen onderwijs volgt.
Verzoeker verzoekt de voorzieningenrechter het volgende:
a. de werking van het bestreden besluit te schorsen, althans een zodanige voorziening te treffen als de voorzieningenrechter geraden acht;
b. bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat verweerder, binnen de grenzen van zijn bevoegdheden en in afstemming met het bevoegd gezag, onverwijld concrete stappen zet om te waarborgen dat aan [voornaam] een feitelijk en passend onderwijsaanbod binnen een schoolomgeving wordt gedaan;
c. te voorkomen dat de bestaande situatie — een leerplichtig kind zonder onderwijs
binnen een schoolomgeving — gedurende de procedure voortduurt
Ter zitting heeft verzoeker toegelicht dat verweerder niet de juiste procedure heeft gevolgd, althans niet correct heeft toegepast door hem niet bij de besluitvorming te betrekken, dat zijn dochter ten onrechte als dom wordt aangemerkt en dat verweerder haar ten onrechte naar een gehandicaptenschool wil sturen. Ook heeft verweerder niet het benodigde onderzoek gedaan waarvoor een beëdigde tolk nodig is.
5. De voorzieningenrechter overweegt dat, zoals ter zitting is besproken, voldoende procesbelang aanwezig is om het verzoek te bespreken. Hij overweegt daarbij dat het verzoeker vrijstaat om [voornaam] aan te melden bij de basisschool van zijn keuze. Wel zal die school onderzoeken of het mogelijk is om aan de onderwijsbehoeften van [voornaam] te voldoen. Voor de meeste reguliere basisscholen is dit niet mogelijk. De kans op toelating op een reguliere basisschool zal om die reden ook niet worden vergroot door de schorsing van het besluit tot afgifte van de tlv-sbo (zoals verzoeker onder a verzoekt).
Verzoeker vraagt (onder b) om te waarborgen dat aan [voornaam] een feitelijk en passend onderwijsaanbod binnen een schoolomgeving wordt gedaan.
De voorzieningenrechter overweegt dat verweerder de besluitvorming op de aanvraag van het ECA baseert op het schooldossier, waarin de voortgang van [voornaam] uitgebreid wordt beschreven en geanalyseerd, en op de deskundigenverklaringen waarvan de essentie hierboven onder 2.4., 2.5. en 2.6. is opgenomen. Vervolgens is het dossier bestudeerd door de Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring (2.8.). Deze commissie heeft vervolgens een uitgebreid en inzichtelijk gemotiveerd advies opgesteld.
Naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter is de besluitvorming zorgvuldig geweest. Verweerder heeft alle relevante informatie verzameld, meerdere deskundigen om hun visie gevraagd en duidelijk gemotiveerde besluiten genomen.
Daarnaast heeft verweerder een feitelijk en passend onderwijsaanbod gedaan. Verweerder heeft immers geadviseerd om [voornaam] aan te melden op SBO De Catamaran, een gespecialiseerde school die juist wel kan voorzien in de onderwijsbehoefte van [voornaam] . Zoals verweerder ter zitting heeft toegelicht, kan na aanmelding ook verder onderzocht worden waarom de schoolprestaties van [voornaam] achterblijven bij die van leeftijdsgenoten met een andere moedertaal dan Nederlands. Hierbij kan bijvoorbeeld worden vastgesteld of de oorzaak van de achterstand cognitief of audiologisch (of een combinatie daarvan) is.
Uit het voorgaande volgt dat er geen grond is om een voorlopige voorziening te treffen. Van de kant van het ECA en verweerder zijn alle voorbereidende werkzaamheden gedaan. Het is duidelijk dat het reguliere basisonderwijs niet kan voorzien in de onderwijsbehoefte die [voornaam] nu heeft. Het is nu aan verzoeker om [voornaam] aan te melden op een school die daarvoor wel is toegerust, bijvoorbeeld SBO De Catamaran. In zoverre heeft verzoeker hetgeen hij onder c vraagt, zelf in de hand.
De voorzieningenrechter merkt daarnaast en ten overvloede op dat [voornaam] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd doordat zij al een lange tijd geen onderwijs krijgt. Mocht zij nog steeds niet aangemeld worden op een school die in haar onderwijsbehoefte kan voorzien, dan is het aan de verantwoordelijke autoriteiten om te handelen. Dit betreft in ieder geval de leerplichtambtenaar maar eventueel ook de Raad voor de Kinderbescherming.
Conclusie en gevolgen
7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de toelaatbaarheidsverklaring speciaal basisonderwijs in stand blijft. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. Hulst, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: