RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Privaatrecht
Locatie Groningen
zaak-/rekestnummer: C/18/251005 / FA RK 25-6234
beschikking van de enkelvoudige kamer van 27 augustus 2026
in de zaak van
[naam vrouw] ,
wonende te Groningen,
hierna ook te noemen de vrouw,
advocaat mr. J.F.M. Hanus, kantoorhoudende te Groningen,
en
[naam man] ,
wonende te Groningen,
hierna ook te noemen de man,
advocaat mr. S. de Vaal, kantoorhoudende te Groningen.
1. Het procesverloop
De procedure is ingeleid met een verzoekschrift van de vrouw, dat de rechtbank heeft ontvangen op 17 december 2025.
Op 31 maart 2026 heeft de rechtbank een verweerschrift ontvangen van de man.
Op 27 mei 2026 heeft de rechtbank een brief ontvangen van de vrouw.
De rechter heeft de zaak mondeling behandeld op 4 augustus 2026. De rechter heeft toen gesproken met de vrouw, bijgestaan door haar advocaat, en de man, bijgestaan door zijn advocaat. Voor de vrouw is een tolk aanwezig geweest.
Op 26 augustus 2026 heeft de rechtbank een F9-formulier met daarbij de geboorteakten van [naam kind 2] en [naam kind 3] ontvangen van de vrouw.
De minderjarigen [naam kind 1] , [naam kind 2] en [naam kind 3] zijn in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Zij hebben hiervan geen gebruik gemaakt.
Ten slotte is bepaald dat deze beschikking wordt gegeven.
2. De feiten
De rechter gaat bij de beoordeling van de verzoeken uit van de volgende feiten, die volgen uit de onweersproken gebleven inhoud van de processtukken en dat wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken.
De man heeft in elk geval de Nederlandse nationaliteit. Volgens de Basisregistratie Personen (BRP) staat de man sinds [datum] 2010 ingeschreven op een adres in Nederland. De vrouw heeft in elk geval de Nederlandse nationaliteit. Zij staat, evenals de oudste zeven kinderen van partijen, sinds [datum] 2010 ingeschreven op een adres in Nederland.
In de BRP is opgenomen dat partijen zijn gehuwd. In de BRP van de vrouw staat als huwelijksdatum 00-00-1996 vermeld. In de BRP van de man staat als huwelijksdatum [datum] 1996 vermeld.
De vrouw heeft op [datum] 2010 ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Oisterwijk een verklaring onder ede afgelegd, waarin zij verklaart dat zij met de man is gehuwd. Als datum van het huwelijk is in de verklaring opgenomen 00-00-1996. Als plaats van het huwelijk is opgenomen [plaatsnaam] , Somalië.
Partijen hebben samen negen kinderen van wie er op dit moment drie nog minderjarig zijn, te weten de nu zestienjarige [naam kind 1], geboren op [datum] 2009 in [plaatsnaam] , Somalië, de nu veertienjarige [naam kind 2], geboren op [datum] 2012 in [plaatsnaam] en de nu achtjarige [naam kind 3], geboren op [datum] 2018 in [plaatsnaam] .
Namens de vrouw is op 8 april 2025 aan de gemeente Groningen bericht dat op [datum] 2024 in Somalië tussen partijen de echtscheiding is uitgesproken. De vrouw heeft de gemeente verzocht de BRP hierop aan te passen.
Bij brief van 8 april 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders (hierna: college van B&W) van de gemeente Groningen aan de vrouw verzocht het originele document uit Somalië omtrent de echtscheiding te overleggen, zodat dit document op echtheid kan worden onderzocht door Bureau Documenten van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (hierna: IND). Omdat de vrouw niet aan dit verzoek heeft voldaan, heeft het college van B&W de vrouw bij brief van 11 juni 2025 bericht dat haar verzoek, om de echtscheiding op te nemen in de BRP, niet in behandeling wordt genomen.
3. Het verzoek en verweer
De vrouw verzoekt de rechtbank om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad,
primair
I. voor recht te verklaren dat het huwelijk van partijen op [datum] 2024 is ontbonden;
subsidiair
II. de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;
III. een zorg- en contactregeling vast te leggen in die zin dat de man tweemaal per week in de woning van de vrouw contact heeft met de kinderen, telkens voor de duur van een uur;
meer subsidiair
IV. te verklaren voor recht dat het huwelijk van partijen niet rechtsgeldig is en niet in Nederland kan worden erkend.
De man voert verweer tegen de verzoeken van de vrouw. De man stemt in met dat wat de vrouw primair heeft verzocht. Daarnaast stemt de man in met dat wat de vrouw subsidiair onder II. en III. heeft verzocht. De man stemt niet in met dat wat de vrouw onder IV., meer subsidiair, heeft verzocht.
4. De beoordeling
Internationaal karakter
De vrouw stelt in Somalië met de man te zijn gehuwd. Gelet daarop heeft deze zaak een internationaal karakter. De rechter moet daarom eerst beoordelen of hij bevoegd is kennis te nemen van de verzoeken van de vrouw en, als dat het geval is, welk recht van toepassing is op deze verzoeken.
Ten aanzien van de verzoeken omtrent de echtscheiding
De rechtsmacht en het toepasselijke recht
Aangezien partijen beiden de Nederlandse nationaliteit hebben en zij hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, is de Nederlandse rechter bevoegd kennis te nemen van de verzoeken met betrekking tot de echtscheiding (artikel 3 Verordening (EG) Nr2019/1111 (Brussel II-ter)).
Op de verzoeken is het Nederlands recht van toepassing (artikel 10:56 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW)).
De ontvankelijkheid
Ingevolge artikel 815 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moeten bij de indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding onder andere de volgende stukken worden overgelegd:
een (recent) afschrift of uittreksel van de huwelijksakte (lid 5, sub a);
een afschrift of uittreksel van de akte van geboorte van ieder minderjarig kind van de echtgenoten (lid 5, sub c);
een door beide echtgenoten ondertekend ouderschapsplan (lid 2, sub a).
Door de vrouw zijn voormelde stukken niet overgelegd, met uitzondering van de geboorteaktes van de in [plaatsnaam] geboren kinderen. Dit gebrek kan grond opleveren om het verzoek tot echtscheiding niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat het genoemde stuk redelijkerwijs niet kan worden overgelegd. In dat geval kan worden volstaan met overlegging van andere bewijsstukken of kan op andere wijze daarin worden voorzien, één en ander ter beoordeling van de rechter (artikel 815 lid 6 Rv).
Naar het oordeel van de rechter heeft de vrouw voldoende duidelijk gemaakt waarom zij voormelde stukken niet kan overleggen. Zij heeft aangegeven dat er nooit een officiële huwelijksakte is opgemaakt en dat zij het papier, dat bij de huwelijksvoltrekking door de getuigen is ondertekend, nooit heeft ontvangen. Zij heeft wel een nadere toelichting gegeven over de wijze waarop het huwelijk is gesloten. Verder is voldoende duidelijk geworden dat het voor de vrouw niet mogelijk is om een door beide partijen ondertekend ouderschapsplan te overleggen. De rechter is van oordeel dat de toelichting van de vrouw en de door haar overgelegde stukken voldoende zijn voor de verdere beoordeling van het verzoek. Gelet op het voorgaande acht de rechter de vrouw ontvankelijk in haar echtscheidingsverzoek.
De rechtsgeldigheid van het huwelijk
Voordat de rechter toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het echtscheidingsverzoek zal, gelet op artikel 10:33 BW, de rechter moeten beoordelen of het tussen partijen gesloten huwelijk als rechtsgeldig in Nederland kan worden erkend.
Artikel 10:31 BW bepaalt dat een buiten Nederland gesloten huwelijk dat ingevolge het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden, als zodanig wordt erkend. Omdat het huwelijk in Somalië is gesloten, is het recht van Somalië van toepassing. Op grond van het vierde lid van artikel 10:31 BW wordt het huwelijk van partijen vermoed naar het recht van Somalië rechtsgeldig te zijn gesloten als een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit. De vrouw heeft geen huwelijksakte of andersoortige huwelijksverklaring van een bevoegde autoriteit uit Somalië kunnen overleggen. De rechter kan zijn oordeel over de rechtsgeldigheid van het huwelijk daarom niet baseren op het rechtsvermoeden van lid 4 van artikel 10:31 BW. De rechter zal dan aan de hand van feiten en omstandigheden moeten beoordelen of het in Somalië tussen partijen gesloten huwelijk naar het recht van Somalië rechtsgeldig is (of nadien rechtsgeldig is geworden).
Het standpunt van de vrouw
De vrouw heeft in de stukken en tijdens de mondelinge behandeling over het huwelijk het volgende gesteld. Het huwelijk van partijen betreft een traditioneel huwelijk, volgens de regels van de Sharia. De huwelijksvoltrekking vond plaats in [plaatsnaam] , in het huis van haar broer. De vrouw was op dat moment zestien jaar. Het huwelijk is voltrokken door een sjeik. Dat is een islamitische geleerde die alle huwelijken voltrekt. Beide partijen waren bij de huwelijksvoltrekking aanwezig. Ook de familie van de vrouw en de familie van de man was aanwezig. Een oom en een neef van de vrouw waren haar getuige. De aantekening van het huwelijk hield niet meer in dan een handgeschreven brief met handtekeningen van de getuigen van beide partijen. De vrouw heeft daarvan geen exemplaar ontvangen.
Het standpunt van de man
De man heeft erkend wat de vrouw over het huwelijk heeft verteld. Verder heeft de man toegelicht dat het huwelijk op [datum] 1996 heeft plaatsgevonden. Voor wat betreft de familie van de man was in elk geval de broer van de man (als zijn getuige) bij het huwelijk aanwezig.
De beoordeling van de rechter
Volgens de vrouw is het huwelijk van partijen al op [datum] 2024 ontbonden, door een echtscheiding in Somalië. De rechter komt hier onderstaand nader op terug. Eerst zal beoordeeld moeten worden of het huwelijk rechtsgeldig is gesloten en vervolgens of dit huwelijk in Nederland kan worden erkend. Daarna vindt de beoordeling plaats of het huwelijk van partijen op grond van het Somalische recht al op rechtsgeldige wijze is geëindigd. Ten aanzien van deze punten overweegt de rechter als volgt.
Voor de inhoud van het Somalische recht ten aanzien van de huwelijksvoltrekking heeft de rechter Vind Burgerzaken geraadpleegd. In beginsel geldt voor het sluiten van het huwelijk in Somalië de minimumleeftijd van achttien jaar. De rechtbank kan een uitzondering maken op dit leeftijdsvereiste voor zowel de man als de vrouw. Daarnaast kan een meisje dat de zestienjarige leeftijd heeft bereikt, maar nog geen achttien jaar oud is, met de toestemming van de (huwelijks)voogd een huwelijk aangaan. De rol van de voogd wordt in beginsel uitgeoefend door familie van de vrouw. In de praktijk worden huwelijken ook op jongere leeftijd gesloten. Kinderen worden geacht op hun vijftiende meerderjarig te worden en geacht dan te moeten kunnen huwen. De huwelijksvoltrekking moet plaatsvinden in het bijzijn van twee getuigen en ten overstaan van een bevoegde autoriteit. Hieronder wordt verstaan een rechter, een religieuze autoriteit of iemand met een grondige kennis van het islamitische recht. Een van de echtgenoten kan tijdens de ceremonie afwezig zijn als hij een persoon heeft gemachtigd die de wil om het huwelijk aan te gaan schriftelijk of mondeling zal geven. Een huwelijk is geldig als aan alle huwelijksvereisten is voldaan.
De rechter vindt de verklaring van partijen over (de voltrekking van) het huwelijk voldoende in overeenstemming met voornoemde bekende informatie over de wijze waarop huwelijken rechtsgeldig worden voltrokken in Somalië. Het huwelijk van partijen heeft plaatsgevonden ten overstaan van een religieuze autoriteit en in het bijzijn van partijen en getuigen. Daarnaast was de zestienjarige leeftijd van de vrouw niet ongebruikelijk en vormt haar leeftijd geen wettelijk huwelijksbeletsel, gezien het gebruik in Somalië dat kinderen vanaf hun vijftiende meerderjarig worden beschouwd en dan geacht worden te kunnen huwen. De rechter is daarom van oordeel dat het huwelijk tussen partijen naar Somalisch recht als rechtsgeldig moet worden beschouwd.
De erkenning van het huwelijk in Nederland
Vervolgens moet worden beoordeeld of het Somalische huwelijk in Nederland kan worden erkend. Op grond van artikel 10:32 BW wordt, ongeacht artikel 10:31 BW, aan een buiten Nederland gesloten huwelijk erkenning onthouden, als deze erkenning kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde. Sinds 5 december 2015 is dit artikel uitgebreid met de bepaling onder c dat die erkenning in ieder geval wordt onthouden als een van de echtgenoten op het tijdstip van de sluiting van het huwelijk niet de leeftijd van achttien jaar had bereikt, tenzij de echtgenoten op het moment dat de erkenning van het huwelijk wordt gevraagd, beiden de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt.
De vrouw is in 1997 achttien jaar geworden. De man was al meerderjarig ten tijde van het sluiten van het huwelijk in 1996. De rechter is van oordeel dat de vrouw met de verklaring onder ede, die zij op [datum] 2010 heeft afgelegd, alsmede met de in deze procedure ingediende verzoeken, erkenning van het huwelijk heeft beoogd. Gelet hierop kan naar het oordeel van de rechter het huwelijk in Nederland worden erkend. Dit ongeacht de vraag of de gewijzigde (striktere) erkenningsregeling ook van toepassing is op huwelijken gesloten voor 5 december 2015.
De scheiding in Somalië/Talaq
Zoals onder 4.11 overwogen stelt de vrouw zich op het standpunt dat het huwelijk tussen partijen al in 2024 is geëindigd door het uitspreken van de talaq door de man en de daarop volgende beslissing van de Raad van Regelgeving. De vrouw heeft een document overgelegd dat ogenschijnlijk afkomstig is van de Raad van Regelgeving in [plaatsnaam] , Somalië, gedateerd op [datum] 2024. De vrouw heeft een vertaling van dit document overgelegd. Uit die vertaling volgt dat partijen op [datum] 1996 in [plaatsnaam] , Somalië, met elkaar zijn getrouwd op een wijze die in overeenstemming is met de Islamitische Sharia. Verder volgt uit deze vertaling dat partijen op [datum] 2024 door verstoting zouden zijn gescheiden, doordat de man drie keer de talaq heeft uitgesproken. De vrouw heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat haar broer en de broer van de man in Somalië onderdeel uitmaakten van de Raad van Regelgeving. Er is telefonisch contact geweest met partijen, maar de vrouw is zelf niet gehoord. Vervolgens heeft de broer van de vrouw haar via Whatsapp het overgelegde document toegestuurd. Eén en ander wordt in Somalië niet geregistreerd, zodat de vrouw geen andere (originele) versie kan opvragen.
De man heeft hetgeen de vrouw heeft gesteld over de echtscheiding in Somalië niet betwist. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man verteld dat er een telefoongesprek heeft plaatsgevonden tussen partijen en de leden van de Raad van Regelgeving. De Raad bestond uit vier leden, te weten de broer van de vrouw, de broer van de man en twee andere familieleden van partijen. De leden van de Raad hebben getekend voor de echtscheiding. De man heeft een email ontvangen met het ondertekende document. Er zit geen stempel op het document. De Raad is volgens de man geen officieel orgaan, maar een traditionele familieraad, die beslist over de familie.
De beoordeling van de rechter
Gelet op de stelling van de vrouw dat partijen al in 2024 in Somalië zijn gescheiden, zal de rechter moeten beoordelen of naar Somalisch recht het huwelijk al op rechtsgeldige wijze is geëindigd en of de ontbinding van het huwelijk in Nederland wordt erkend. Hierop zijn de artikelen 10:57 tot en met 10:59 BW van toepassing.
Artikel 10:57 bepaalt dat een in het buitenland na een behoorlijke rechtspleging verkregen ontbinding van het huwelijk in Nederland wordt erkend, als zij tot stand is gekomen door de beslissing van een rechter of andere autoriteit en als aan die rechter of andere autoriteit daartoe rechtsmacht toekwam.
Artikel 10:58 BW bepaalt dat een ontbinding van het huwelijk in het buitenland die uitsluitend door een eenzijdige verklaring van een der echtgenoten tot stand is gekomen, wordt erkend als:
de ontbinding in deze vorm overeenstemt met een nationaal recht van de echtgenoot, die het huwelijk eenzijdig heeft ontbonden;
de ontbinding in de staat waar zij geschiedde rechtsgevolg heeft; en
duidelijk blijkt dat de andere echtgenoot uitdrukkelijk of stilzwijgend met de ontbinding heeft ingestemd dan wel daarin heeft berust.
Voor de beoordeling of het huwelijk is ontbonden via de talaq zijn de hiervoor genoemde voorwaarden van artikel 10:58 BW van belang. Het is de rechter niet bekend wanneer de man de Nederlandse nationaliteit heeft gekregen. Daardoor is niet bekend of de man op het moment van het uitspreken van de talaq de Nederlandse of de Somalische nationaliteit had.
In geval de man op het moment van uitspreken van de talaq de Nederlandse nationaliteit had, dan geldt het Nederlands recht als nationaal recht van de man. Het Nederlandse recht kent de figuur 'verstoting door uitspreken van de talaq' niet. Dit brengt met zich dat het uitspreken van de talaq door de man in Nederland geen rechtsgevolg heeft en er daardoor, naar Nederlands recht, geen echtscheiding tot stand is gekomen.
In geval de man op het moment van het uitspreken van de talaq de Somalische nationaliteit had, geldt het volgende. De talaq moet in overeenstemming zijn met het Somalische recht en in Somalië rechtgevolg hebben. Vind Burgerzaken vermeldt dat Somalië onder meer een onherroepelijke verstoting kent. Dit houdt in dat het huwelijk direct eindigt na de uitspraak van de talaq. De echtgenoot heeft dit recht als de rechtbank hiermee heeft ingestemd. Duidelijk moet zijn dat de vrouw uitdrukkelijk of stilzwijgend met de ontbinding heeft ingestemd dan wel daarin heeft berust. Uit de toelichting op de wet en rechtspraak volgt dat deze voorwaarde streng wordt getoetst. Er zullen stukken moeten zijn, bijvoorbeeld een schriftelijke instemmingsverklaring van de vrouw of een door haar ingediend verzoek om inschrijving van de akte van verstoting.
De rechter kan niet vaststellen dat aan één van de genoemde voorwaarde is voldaan. Partijen hebben gesteld dat de man de talaq heeft uitgesproken. Niet is gebleken van voorafgaande instemming van de Somalische rechtbank. De vrouw heeft een document overgelegd van de Raad van Regelgeving waarin wordt aangegeven dat de talaq door de man is uitgesproken. Het overgelegde document van de Raad van Regelgeving is niet ondertekend en gewaarmerkt en door de rechter niet op echtheid te controleren. Hierbij weegt de rechter ook mee dat het college van B&W van de gemeente Groningen bij brief van 8 april 2025 aan de vrouw heeft verzocht het originele document uit Somalië omtrent de echtscheiding te overleggen, zodat dit document op echtheid kan worden onderzocht door Bureau Documenten van de IND. De vrouw heeft niet aan dit verzoek voldaan. Daarom heeft het college van B&W het verzoek van de vrouw, om de in Somalië uitgesproken echtscheiding op te nemen in de BRP, buiten behandeling gelaten. Verder overweegt de rechter dat geen stukken zijn overgelegd waaruit de instemming van de vrouw kan worden afgeleid.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de rechter niet kan vaststellen dat de door de man gestelde talaq op een naar Somalisch recht rechtsgeldige wijze heeft plaatsgevonden. De gestelde talaq komt daarom niet voor erkenning in Nederland in aanmerking.
Gelet op het voorgaande moet het ervoor worden gehouden dat (nog steeds) sprake is van een huwelijk tussen partijen.
De echtscheiding
De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk tussen partijen duurzaam is ontwricht. De man heeft deze stelling van de vrouw niet betwist. Hij stemt in met de door de vrouw verzochte echtscheiding.
De rechter zal het verzoek van de vrouw, om tussen partijen de echtscheiding uit te spreken, toewijzen als niet weersproken en op de wet gegrond.
Ten aanzien van de zorg- en contactregeling
De rechtsmacht en het toepasselijk recht
Omdat de gewone verblijfplaats van de kinderen ten tijde van het indienen van het verzoek in Nederland is, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht ten aanzien van het verzoek over de zorg- en contactregeling (artikel 7 Brussel II-ter). Op grond van artikel 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 is Nederlands recht van toepassing op het verzoek.
De inhoudelijke beoordeling
De vrouw verzoekt een zorgregeling vast te stelling die inhoudt dat de man tweemaal per week in de woning van de vrouw contact heeft met de kinderen, telkens voor de duur van een uur. Volgens de vrouw geven partijen al jaren uitvoering aan een dergelijke regeling en zijn de kinderen hieraan gewend.
De man stemt in de door de vrouw verzochte zorgregeling.
De rechter zal het verzoek van de vrouw toewijzen, nu niet is gebleken dat de verzochte regeling in strijd is met de belangen van de kinderen.
Een en ander brengt met zich dat de volgende beslissing wordt genomen.
5. De beslissing
De rechtbank:
spreekt tussen partijen, op [datum] 1996 in [plaatsnaam] , Somalië, gehuwd, de echtscheiding uit;
stelt een zorg- en contactregeling vast die inhoudt dat de man tweemaal per week in de woning van de vrouw contact heeft met de kinderen, telkens voor de duur van een uur.
verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, behoudens ten aanzien van de echtscheiding;
wijst af wat anders of meer is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.L. Stuiver, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. B. van der Veen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2026.
Voor zover in deze beschikking een of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, kan tegen deze beschikking hoger beroep worden ingesteld door een advocaat bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:
- door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
fn: BV