RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 272500960
zaaknummer: 12077345 BU VERZ 26-164
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van
7 augustus 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [plaats],
gemachtigde: mr. M. Lagas, Appjection B.V.
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘30 kilometer per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom’ verricht op 7 maart 2025, om 13:55 uur, aan de N380 Schoterlandseweg ter hoogte van huisnummer [nummer] te Hoornsterzwaag, gemeente Heerenveen, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 422,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 7 augustus 2026 de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. S. Heling.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Gemachtigde voert namens betrokkene aan dat er getwijfeld dient te worden aan de snelheidsmeting, nu er geen ijkrapport van de ijking in het zaakoverzicht aanwezig is en het ijkrapport tevens niet online vindbaar is. Gemachtigde verwijst hierbij naar jurisprudentie van het hof.
4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat zij het standpunt van de officier van justitie wil handhaven. Zij heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
De gedraging
5. In Wahv zaken biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.
Uit de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht blijkt dat de werkelijke snelheid is vastgesteld met behoeve van een voor de meting geteste, geijkte en op de voorgeschreven wijze gebruikte snelheidsmeter (de MultaRadar CT). De gemeten (afgelezen) snelheid betrof 114 kilometer per uur, de werkelijke (gecorrigeerde) snelheid betrof 110 kilometer per uur en de toegestane snelheid betrof 80 kilometer per uur. Er is daarom sprake van een overschrijding met 30 kilometer per uur.
In hetgeen door gemachtigde namens betrokkene is aangevoerd, ziet de kantonrechter onvoldoende aanleiding te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Het enkele verweer dat er getwijfeld dient te worden aan de snelheidsmeting nu een ijkrapport van het meetmiddel zou ontbreken, is daartoe onvoldoende en treft ook geen doel. In het dossier zit namelijk wel een NMI-verklaring van het meetmiddel dat gebruikt is. Uit deze verklaring blijkt dat de MultaRadar CT op 6 mei 2024 voldeed aan de Regeling meetmiddelen politie 2022 en dat deze verklaring geldig was tot 7 mei 2025. Nu de gedraging op 7 maart 2025 heeft plaatsgevonden, was het snelheidsmiddel ten tijde van de gedraging gelijkt en voldeed het aan de eisen. Gelet op vorenstaande ziet de kantonrechter geen aanleiding te twijfelen aan de gedane snelheidsmeting.
Alles overwegende is de kantonrechter van oordeel dat de boete terecht is opgelegd en ziet in de door gemachtigde namens betrokkene aangevoerde omstandigheden geen aanleiding de boete te matigen dan wel op nihil te stellen. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Voor een proceskotenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.