ECLI:NL:RBNNE:2026:3695

ECLI:NL:RBNNE:2026:3695

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 26-08-2026
Datum publicatie 27-08-2026
Zaaknummer C/18/260785
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Kinderbeschermingsmaatregelen naar aanleiding van zorgen of de veiligheid van kinderen in een gezinshuis De rechtbank publiceert samenhangende beschikkingen (ECLI:NL:RBNNE:2026:3695, ECLI:NL:RBNNE:2026:3718 en ECLI:NL:RBNNE:2026:3717) over de kinderen van gezinshuisouders en over kinderen die in het gezinshuis waren geplaatst. Aanleiding zijn ernstige zorgen over de veiligheid en het functioneren van het gezinshuis. Die zorgen zijn ontstaan nadat de gezinshuisvader in 2026 is veroordeeld wegens een ernstig zedendelict tegen een minderjarige en recent een ander meerderjarig lid van het gezin is aangehouden op verdenking van een of meer ernstige zedendelicten waarbij minderjarigen betrokken zouden zijn. De beschikkingen zien enerzijds op de kinderbeschermingsmaatregelen ten aanzien van de minderjarige kinderen die tot het gezin van de gezinshuisouders behoren. Anderzijds betreffen zij verzoeken om de verblijfplaats van in het gezinshuis geplaatste kinderen te wijzigen. In de laatstbedoelde beschikking licht de kinderrechter onder meer toe waarom de gezinshuisouders in die procedure niet als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt en waarom een uitplaatsing uit het gezinshuis onder de gegeven omstandigheden onvermijdelijk is.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Groningen

Zaaknummer: C/18/260785 / JE RK 26-1607

Datum uitspraak: 26 augustus 2026

Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, die hierna "de Raad" wordt genoemd.

die betrekking heeft op

[De minderjarige 1] ,

die is geboren op [geboortedag] [geboortemaand] 2009 in [geboorteplaats] ,

en die hierna " [de minderjarige 1] " wordt genoemd, en

[De minderjarige 2] ,

die is geboren op [geboortedag] [geboortemaand] 2011 in [geboorteplaats] ,

en die hierna " [de minderjarige 2] " wordt genoemd.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[Naam van de moeder] ,

die woont in [woonplaats] ,

en die hierna "de moeder" wordt genoemd,

[Naam van de vader] ,

die verblijft in de PI in [plaatsnaam] ,

en die hierna "de vader" wordt genoemd,

de gecertificeerde instelling

Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering,

die is gevestigd in Leeuwarden,

en die hierna "de GI" wordt genoemd.

1. Het verloop van de procedure

Deze procedure is ingeleid met een mondeling verzoek van de Raad op 26 augustus 2026, waarbij de Raad aan de kinderrechter heeft verzocht om [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voorlopig onder toezicht te stellen van de GI en ten aanzien van hen een machtiging tot uithuisplaatsing gedurende dag en nacht te verlenen voor de duur van vier weken. De Raad heeft verzocht om het verzoek zonder voorafgaande mondelinge behandeling toe te wijzen.

De kinderrechter heeft op diezelfde datum het verzoek van de Raad mondeling toegewezen.

Op 27 augustus 2026 heeft de rechtbank het schriftelijke verzoek van de Raad ontvangen.

Ten slotte is bepaald dat deze beschikking vandaag wordt gegeven.

2. De beoordeling

De kinderrechter heeft het verzoek van de Raad toegewezen. Dat betekent dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voorlopig onder toezicht worden gesteld van de GI en aan de GI een machtiging wordt verleend om [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voor de duur van vier weken uit huis te plaatsen. Er is verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor een langere duur. De beslissing daarop wordt aangehouden.

Deze beslissingen worden genomen vanwege het volgende.

Op grond van de beschikbare informatie komt de kinderrechter tot het oordeel dat de minderjaren ernstig en acuut in hun ontwikkeling worden bedreigd en dat onmiddellijke maatregelen noodzakelijk zijn om hun veiligheid, rust en ruimte voor onderzoek te waarborgen. Er zijn (nieuwe) signalen van seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen hun directe leefomgeving. Daarnaast hebben de minderjarigen verklaard dat zij zich al langere tijd onveilig voelen in de thuissituatie en dat zij zich onvoldoende gehoord, gesteund en beschermd voelen door de verzorgende ouder. Deze signalen wijzen niet alleen op een mogelijk concreet veiligheidsrisico, maar ook op een langdurige emotionele belasting en onvoldoende ervaren veiligheid binnen het gezin.

De minderjarigen hebben aangegeven hun zorgen met de politie te willen bespreken, maar uitsluitend wanneer zij niet naar de thuissituatie hoeven terug te keren. De kinderrechter leidt hieruit af dat zij in de huidige gezinssituatie onvoldoende vrijheid en veiligheid ervaren om onbelemmerd over hun ervaringen te spreken. Voor het voeren van gesprekken met de politie en andere betrokken instanties is het daarom noodzakelijk dat zij tijdelijk in een veilige, neutrale en van de thuissituatie afgeschermde omgeving verblijven. Op die manier kunnen zij tot rust komen, vrijuit verklaren en kan mogelijke (in)directe beïnvloeding worden voorkomen.

Bij voortzetting van het verblijf in de thuissituatie bestaat het risico dat de minderjarigen zich geremd voelen om hun verhaal te doen, dat hun emotionele belasting toeneemt en dat het noodzakelijke onderzoek wordt bemoeilijkt. De acute noodzaak wordt mede bepaald door de op korte termijn geplande gesprekken tussen betrokken gezinsleden en de gelegenheid die de minderjarigen krijgen om met de politie te spreken. Deze omstandigheden kunnen spanning oproepen en de veiligheid en emotionele stabiliteit van de minderjarigen verder onder druk zetten.

Daarnaast bestaan er zorgen over de vraag of de verzorgende ouder op dit moment voldoende in staat is om uitsluitend en onvoorwaardelijk aan te sluiten bij de veiligheids- en ontwikkelingsbehoeften van de minderjarigen. Binnen het gezin komen verschillende, mogelijk tegenstrijdige belangen samen, waaronder de bescherming van andere gezinsleden, het behoud van de bestaande gezinsstructuur en de voortzetting van gezamenlijke activiteiten of voorzieningen. Ook zijn eerder zorgen geuit over de ruimte die de minderjarigen ervaren om met hulpverlenende instanties en de politie te spreken. Dit roept twijfel op of binnen een vrijwillig kader voldoende kan worden gewaarborgd dat zij zonder druk, loyaliteitsconflict of beïnvloeding hun ervaringen kunnen delen en passende bescherming kunnen ontvangen.

De gezinscontext wordt verder belast door een eerdere strafrechtelijke veroordeling van een ouder wegens seksueel misbruik van een van de minderjarigen, terwijl die ouder nog steeds een plaats inneemt in het gezinsleven. Dit vergroot de zorgen over de ruimte binnen het gezin voor de uiteenlopende ervaringen, emoties en beschermingsbehoeften van de kinderen.

Een vrijwillige plaatsing biedt naar het voorlopige oordeel van de kinderrechter onvoldoende waarborgen voor een bestendig en veilig verblijf buiten de thuissituatie. Daarbij bestaat het risico dat de plaatsing voortijdig wordt beëindigd of dat vanuit de thuissituatie alsnog druk of beïnvloeding wordt uitgeoefend. Het vrijwillige kader biedt daarom onvoldoende zekerheid dat de minderjarigen de benodigde rust, bescherming en zelfstandige ruimte krijgen om met de politie en betrokken hulpverlening te spreken.

De kinderrechter acht een voorlopige ondertoezichtstelling daarom noodzakelijk om onmiddellijk regie te kunnen voeren over de veiligheid en ontwikkeling van de minderjarigen en inzet van passende hulpverlening. Ook acht de kinderrechter een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk, zodat de minderjarigen tijdelijk op een neutrale, veilige en afgeschermde plaats kunnen verblijven. Daarmee wordt verdere belasting beperkt, wordt ruimte gecreëerd voor zorgvuldig onderzoek en kan worden vastgesteld welke bescherming en hulpverlening nodig zijn voor een veilige ontwikkeling.

Dit oordeel berust op de informatie die de kinderrechter op dit moment ter beschikking staat en is noodzakelijk gezien het spoedeisende karakter van de situatie. De ouders zijn nog niet in de gelegenheid gesteld hun visie op de feiten, de zorgen en de noodzaak van de verzochte maatregelen aan de kinderrechter kenbaar te maken. De kinderrechter zal de ouders daarom zo spoedig mogelijk horen. Bij die gelegenheid kunnen de ouders hun standpunt naar voren brengen, waaronder hun visie op de veiligheid van de minderjarigen, hun beschermende mogelijkheden en de noodzaak, proportionaliteit en duur van de voorlopige ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing. Ook de minderjarigen zijn nog niet in de gelegenheid gesteld om met de kinderrechter te spreken. De kinderrechter zal hen uitnodigen voor een gesprek.

De kinderrechter zal hierna een datum en tijdstip bepalen waarop de resterende duur van het verzoek mondeling zal worden behandeld. De kinderrechter gelast de griffie om een datum en tijdstip te bepalen waarop [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in de gelegenheid worden gesteld om met de kinderrechter te spreken.

Aan de moeder zal in het kader van de pilot "kosteloze rechtsbijstand" een advocaat worden toegevoegd.

Eén en ander leidt er toe dat de volgende beslissing wordt genomen.

3. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering, gevestigd in Leeuwarden;

verleent aan de GI een machtiging om [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt iedere verdere beslissing op het verzoek aan;

bepaalt een mondelinge behandeling door mr. B.R. Tromp op woensdag 2 september 2026 om 15:00 uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, aan het Guyotplein 1 in Groningen;

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep aan de Raad, de ouders en de GI om bij die mondelinge behandeling aanwezig te zijn;

gelast de griffie om aan de moeder een advocaat toe te voegen;

gelast de griffie om een datum en tijdstip te bepalen waarop [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in de gelegenheid worden gesteld om met de kinderrechter te spreken.

Deze uitspraak is mondeling gegeven door mr. B.R. Tromp, kinderrechter, bijgestaan door M.C. Boskma LLM., griffier, op 26 augustus 2026. De schriftelijke uitwerking van de uitspraak in deze beschikking is vastgesteld en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2026.

Als u het niet eens met de beslissing die de kinderrechter heeft genomen met betrekking tot de machtiging tot uithuisplaatsing kunt u in hoger beroep. U kunt niet in hoger beroep tegen de beslissing over de voorlopige ondertoezichtstelling. Let op! Hoger beroep kunt u niet zelf instellen. U moet daarvoor naar een advocaat. Een advocaat kan voor u hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Belangrijk is dat u snel naar een advocaat gaat. Hoger beroep moet meestal binnen drie maanden na de dag van de uitspraak worden ingesteld.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand