RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 273313141
zaaknummer: 11898222 BU VERZ 25-2015
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van
19 mei 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats].
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’, verricht op 22 april 2025, om 11:07 uur, op de Van Oldenbarneveltlaan in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 19 mei 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordiger van de officier van justitie
mr. M. van der Spek.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Standpunten
2. Betrokkene stelt zich op het standpunt dat de boete vernietigd moet worden, omdat betrokkene wel op de pleeglocatie mocht parkeren. De parkeerverbodszone geldt alleen voor fietsers. Daar komt bij dat het verkeersbord geen geldig verkeersbord is, omdat deze niet geregistreerd of te achterhalen is. Er is voldoende jurisprudentie over dergelijke borden en dat de boete dan geen stand kan houden. Daarnaast ziet de gemeente dit pleintje als een ‘kiss and ride’ na een overleg met de NS. Dit wordt op geen enkele manier duidelijk gemaakt aan bestuurders. Ten slotte heeft betrokkene telefonisch contact gehad met de gemeente. De medewerker van de afdeling parkeren deelde hem mee dat hij in zijn recht stond.
3. De vertegenwoordiger stelt zich op het standpunt dat het beroep gegrond verklaard moet worden. Het parkeerverbod geldt alleen voor de binnenste ring. Betrokkene stond in de buitenste ring, waardoor hij op de pleeglocatie mocht parkeren. De gemeente heeft dit bevestigd.
Beslissing
4. De kantonrechter beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Zij oordeelt dat het beroep gegrond is en zij zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom zij dat doet.
Overwegingen
Kan de verkeersovertreding vastgesteld worden?
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
De kantonrechter ziet aanleiding om de boete te vernietigen, omdat de verkeersovertreding niet vastgesteld kan worden. De vertegenwoordiger heeft op de zitting aangeven dat betrokkene op de pleeglocatie mocht parkeren, omdat het parkeerverbod alleen geldt voor de binnenste ring.
Heeft betrokkene recht op een proceskostenvergoeding?
6. Omdat de kantonrechter het beroep gegrond zal verklaren, moet de officier van justitie de verletkosten van betrokkene betalen. Deze voert aan dat hij € 100,00 aan verletkosten heeft gemaakt voor het bijwonen van de zitting. De kantonrechter vindt deze kosten redelijk. De door betrokkene gevraagde kosten voor het voorbereiden van de zaak worden niet vergoed, omdat het Besluit proceskostenvergoeding bestuursrecht daar geen vergoeding voor toekent.
Conclusie
De kantonrechter:
Waarvan proces-verbaal,
mr. M. Hidding, griffier mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.