RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer: 12309215 \ VV EXPL 26-59
Vonnis in kort geding van 21 augustus 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van
[eiser] ,
te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. H.L. Thiescheffer,
tegen
LOVE IN A BOX GROUP B.V.,
te Sint Nicolaasga,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Love in a Box,
vertegenwoordigd door: de heer [naam 1] en de heer [naam 2].
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de mondelinge behandeling van 14 augustus 2026.
2. De feiten
[eiser] is op 1 september 2025 in dienst getreden bij Love in a Box op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar, in de functie van Marketing & Business Development Medewerker. Het laatst verdiende salaris van [eiser] is € 2.340,00 bruto per maand exclusief 8 procent vakantietoeslag en overige emolumenten.
Love in a Box heeft het salaris van [eiser] vanaf januari 2026 niet meer betaald.
Per brief van 1 juli 2026 aan Love in a Box heeft [eiser] verzocht om het achterstallige salaris aan haar te betalen. Love in a Box heeft niet aan dit verzoek voldaan.
[eiser] is op 1 augustus 2026 elders in dienst getreden.
3. Het geschil
[eiser] vordert – samengevat en na vermindering van eis – veroordeling van Love in a Box tot betaling van € 15.586,98 netto aan achterstallig salaris inclusief emolumenten over de periode januari tot en met juli 2026 en de wettelijke verhoging van 50 procent over dit bedrag. Ook vordert [eiser] veroorderling van Love in a Box in de proceskosten.
Love in a Box voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Aard van het kort geding
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De kantonrechter moet daarom eerst beoordelen of [eiser] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Als dat het geval is, komt de kantonrechter toe aan een inhoudelijke beoordeling. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Verder moet het belang dat [eiser] heeft bij toewijzing van de eis en de gevolgen hiervan voor Love in a Box als deze uitspraak later wordt teruggedraaid worden meegewogen. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.
Spoedeisend belang
[eiser] heeft onbetwist gesteld dat zij geld van derden heeft moeten lenen om de kosten van levensonderhoud te betalen doordat zij haar salaris niet heeft ontvangen. Hieruit volgt dat [eiser] een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorziening. Daarnaast volgt de spoedeisendheid uit de aard van de vordering.
Het salaris over januari tot en met juli 2026
Love in a Box betwist niet dat [eiser] aanspraak heeft op haar volledige salaris inclusief emolumenten over de periode van januari tot en met juli 2026. Love in a Box heeft aangevoerd dat zij te maken heeft met een aanhoudende liquiditeitsdruk en dat zij nog geen extra financiële ruimte heeft weten te creëren om de achterstallige salarisbetalingen in orde te maken. Love in a Box heeft verder een betalingsregeling voorgesteld.
De kantonrechter wijst de loonvordering toe. Eventuele betalingsonmacht ontslaat de werkgever niet van de verplichting om het salaris te betalen. Love in a Box moet daarom het salaris inclusief emolumenten over de periode januari tot en met juli 2026 aan [eiser] betalen. Partijen zijn het erover eens dat dit een bedrag van € 15.586,98 netto betreft.
De kantonrechter kan geen betalingsregeling opleggen; daarvoor moet Love in a Box zich melden bij (de gemachtigde van) [eiser]. De gemachtigde van [eiser] heeft op de zitting te kennen gegeven dat onder waarborg van een vonnis een betalingsregeling tot de mogelijkheden behoort.
Wettelijke verhoging
Nu Love in a Box het salaris over januari tot en met juli 2026 niet tijdig heeft betaald, is de gevorderde wettelijke verhoging daarover op grond van artikel 7:625 van het Burgerlijk Wetboek (BW) toewijsbaar.
Proceskosten
Love in a Box is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal Love in a Box niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- griffierecht
€
93,00
- salaris gemachtigde
€
865,00
- nakosten
€
144,00
Totaal
€
1.102,00
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt Love in a Box om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 15.586,98 netto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50 procent over dit bedrag op grond van artikel 7:625 BW,
veroordeelt Love in a Box in de proceskosten van € 1.102,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R. Giltay en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
54374