RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 270890171
zaaknummer: 12030541 BU VERZ 25-2599
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 14 juli 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘op een kruispunt een andere richting volgen dan de pijl op de voorsorteerstrook aangeeft’, verricht op 9 december 2024, om 10:16 uur, op de N372 Noordholt in Roden, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 309,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 14 juli 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: de betrokkene, zijn partner en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. M. Reith.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Zij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom zij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat hij is uitgeweken voor zijn voorganger om een aanrijding te voorkomen. Hij reed achter een andere auto richting het kruispunt met een snelheid van ongeveer 75 km per uur. De automobilist voor betrokkene remde plotseling krachtig en schakelde zijn richtingaanwijzer aan terwijl hij naar rechts wilde afslaan. Betrokkene schrok hiervan en week, mede vanwege het gewicht van zijn bus, daarom uit naar de linkerbaan zonder daarbij bijzondere of gevaarlijke rembewegingen te maken. Uit de foto’s blijkt volgens betrokkene dat zijn voertuig geen richtingaanwijzer naar links voerde en dat de snelheid te hoog was om met een bus van dit type een bocht naar links te maken. Daarnaast is op de foto’s te zien dat de bus scheef ten opzichte van de belijning staat, wat volgens betrokkene aangeeft dat de uitwijksituatie daadwerkelijk is ingezet.
4. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard omdat betrokkene had moeten anticiperen op de verkeerssituatie.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar stelt dat hij tot de overtreding werd gedreven door het handelen van een andere verkeersdeelnemer. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
6. De kantonrechter ziet in de aangevoerde omstandigheden aanleiding om de boete te matigen met 50% tot € 159,00 (inclusief administratiekosten). Door omstandigheden buiten de wil van betrokkene voelde hij zich genoodzaakt af te wijken van de aangegeven rijroute. Ondanks deze omstandigheid overweegt de kantonrechter dat het uitwijken een gevaarlijke situatie op had kunnen leveren, waardoor het overige deel van de boete in stand wordt gelaten.
Conclusie
De kantonrechter:
Waarvan proces-verbaal,
mr. A.G.Z. Lagerweij, griffier mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.