RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 271968419
zaaknummer: 12050693 BU VERZ 26-60
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 14 juli 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats].
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘rechts inhalen waar dat verboden is’, verricht op 10 februari 2025, om 07:53 uur, op de Rijksweg (A28) in Assen, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 319,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 14 juli 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. M. Reith.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Zij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom zij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat hij niet is staande gehouden, terwijl er rondom Assen meerdere plekken zijn waar dat wel had gekund, zoals bij tankstations en afritten. De verbalisant gaf aan dat staandehouding niet mogelijk was omdat hij een verdachte in de auto had. Betrokkene stelt dat deze verklaring onvoldoende duidelijk maakt waarom een staandehouding niet mogelijk was. Door het ontbreken van een heldere onderbouwing van de verbalisanten is volgens betrokkene onterecht artikel 5 van de Wahv toegepast, wat in strijd is met de wet. De auto van betrokkene staat op zijn naam in verband met de parkeervergunning, maar wordt ook door collega’s gebruikt. Daarnaast benadrukt betrokkene dat hij niet bewust rechts heeft ingehaald. Zoals ook door de verbalisant is aangegeven, was het op dat moment druk op de weg. Betrokkene geeft aan dat iedereen tijdens de spits probeert zich aan de regels te houden, maar dat er door de drukte onbedoeld kleine snelheidsverschillen tussen de rijstroken ontstaan. Hierdoor kan het gebeuren dat een auto een andere rechts inhaalt zonder dat je het doorhebt.
4. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. De verbalisant was niet in staat om betrokkene staande te houden. Ter onderbouwing overlegt zij nog een e-mailwisseling met verbalisant.
Overwegingen
De staandehouding
5. In principe houdt de verbalisant de bestuurder staande op het moment dat een verkeersovertreding wordt vastgesteld. Dit is alleen anders als er geen reële mogelijkheid is om betrokkene staande te houden en zijn identiteit te controleren. Dan mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd.
De verbalisant geeft in het zaakoverzicht aan dat betrokkene niet is staande gehouden omdat hij met een verdachte in de auto zat. Op woensdag 1 juli 2026 heeft de verbalisant het volgende verklaard: “ik heb uw mail in goede orde ontvangen en kan mij helaas deze situatie niet meer herinneren. Deze zaak is van 1,5 jaar geleden. Het enige wat ik u kan verklaren is dat als wij een verdachte in de auto hebben het niet mogelijk is om een staandehouding uit te voeren. Dit ook in verband met de veiligheid van mijn collega.”
De kantonrechter oordeelt dat onvoldoende blijkt dat er geen reële mogelijkheid bestond om betrokkene staande te houden. De verklaring van de verbalisant ontbreekt aan specifieke onderbouwing over waarom de aanwezigheid van een verdachte in de auto het staande houden onmogelijk maakte. De kantonrechter zal het beroep daarom gegrond verklaren.
Conclusie
De kantonrechter:
Waarvan proces-verbaal,
mr. A.G.Z. Lagerweij, griffier mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.