ECLI:NL:RBNNE:2026:3779

ECLI:NL:RBNNE:2026:3779

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 03-09-2026
Datum publicatie 03-09-2026
Zaaknummer 18/048885-23
Rechtsgebied Strafrecht; Penitentiair strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Assen

Samenvatting

Verlenging van de PIJ-maatregel met 18 maanden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

[veroordeelde] ,

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18/048885-23

beslissing van de meervoudige strafkamer van 3 september 2026 op een vordering van de officier van justitie strekkende tot verlenging van de termijn van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen

in de zaak tegen

geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats] , thans verblijvende in [instelling 1] ,

hierna te noemen: veroordeelde.

Procesverloop

De officier van justitie heeft op 8 juli 2026 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (verder: PIJ-maatregel) van de veroordeelde zal verlengen met achttien maanden.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 20 augustus 2026, waarbij aanwezig waren de veroordeelde, diens raadsman, mr. R.G. Knegt, advocaat te Leeuwarden, de officier van justitie, mr. J. Westerhof,

behandelcoördinator, [naam] , klinisch psycholoog, J. Braak, en slachtoffer [slachtoffer] .

De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken, waaronder met name het door de directeur Opvoeding & Behandeling van de [instelling 1] ondertekende rapport met advies d.d. 2 juli 2026, van het behandelteam van de inrichting waar de veroordeelde is geplaatst en de perspectiefplannen.

Motivering

De opgelegde maatregel

Bij vonnis van 18 juli 2024 heeft deze rechtbank de veroordeelde wegens - kort gezegd - het meermalen plegen van diefstal met geweld in vereniging, afpersing, diefstal door middel van braak in vereniging, mishandeling, bedreiging en het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, onder meer de PIJ-maatregel opgelegd. De maatregel is aangevangen op 24 augustus 2024.

Het advies van de instelling

In het verlengingsadvies wordt geadviseerd de termijn van de PIJ-maatregel te verlengen met achttien maanden. In dit verlengingsadvies is onder meer het volgende aangegeven, zakelijk weergegeven:

Veroordeelde is begonnen in [instelling 2] en is in november 2025, mede op eigen initiatief, overgeplaatst naar de [instelling 1] . Daar is hij vervolgens in mei 2026 gestart met schematherapie. Er moet nog worden gewerkt aan de behandeldoelen en aan het opbouwen van een goede behandelrelatie met de therapeut. Ook is het van belang om zijn daginvulling verder vorm te geven en te werken aan vaardigheden voor het zoeken naar een passende baan en/of het volgen van een opleiding op het gebied van horeca. Daarnaast zal aandacht worden besteed aan het vergroten van een prosociaal netwerk. Door middel van zijn verlofstatus en het gaandeweg toewerken naar een uitbreiding daarvan wordt gepoogd om veroordeelde mogelijkheden te geven om nieuwe ervaringen op te doen, waar hij op kan reflecteren.

Hoogstwaarschijnlijk zullen een aantal risicofactoren aanwezig blijven. Bij veroordeelde is sprake van verschillende historische risicofactoren gekenmerkt door hun statische karakter. Dit houdt in dat deze, ook met de inzet van behandeling, nauwelijks tot moeilijk te bewerken zijn. Vanuit de ontwikkelingsgeschiedenis van veroordeelde wordt duidelijk dat hij veel heeft meegemaakt en zich zelfbepalend en wantrouwend is gaan opstellen. Dit heeft een negatieve invloed gehad op zijn ontwikkeling. Het is van belang om te werken aan het verder vormgeven van beschermende factoren, waarbij de risicos gedegen in acht worden genomen. Hierbij draagt verlof bij aan het opbouwen van beschermende factoren en het leren omgaan met risicofactoren buiten, en wordt behandeling ingezet met als het doel het verder terugdringen van het recidiverisico. Mochten alle kaders nu wegvallen is sprake van een hoog risico op recidive in (gewelds)delicten.

Bij een goed verloop van de behandeling wordt verwacht dat veroordeelde op zijn minst een verlenging nodig heeft van achttien maanden om in aanmerking te komen voor een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel. Momenteel is er een verlofmachtiging voor begeleid verlof. Deze is recentelijk afgegeven en veroordeelde staat hiermee nog aan de start van zijn begeleid verlof, die bij een gunstig verloop een duur zal hebben van zes maanden. Bij een gunstig verloop, een positieve ontwikkeling in de behandeling van de kernproblematiek en behandelbereidheid, behoort het aanvragen van onbegeleid verlof tot de

mogelijkheden. Wanneer wordt gekeken naar de beoogde toekomstige voortgang van het traject van veroordeelde, duurt onbegeleid verlof bij gunstig verloop vervolgens weer minimaal zes maanden, waarna ook nog gekeken kan worden naar een meerdaagse verlofstatus bij een stabiele onderwijs- of werksituatie. Dit betreft de laatste fase van het traject waarin bij een gunstig verloop en goed contact met de reclassering kan worden toegewerkt naar een Scholing en Trainingsprogramma (STP). Een STP zal eveneens een minimale duur hebben van zes maanden. Deze beschrijving is een verwachting van de minimale duur. De daadwerkelijke duur tot aan de start van een STP is nog niet aan te geven, aangezien dit met veel verschillende factoren samenhangt. Gelet op de aard en de omvang van het recidiverisico is het noodzakelijk dat veroordeelde in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling, de komende tijd verder gaat werken aan de genoemde behandeldoelen. Om deze doelen te behalen heeft veroordeelde nog zeker achttien maanden nodig. Daarnaast geeft deze verlenging meer mogelijkheden om een passend traject vorm te geven en een goed STP-plan op te stellen.

De deskundigen hebben tijdens de terechtzitting van 20 augustus 2026 het advies bevestigd en nader toegelicht. Deze toelichting houdt - zakelijk weergegeven - in:

Het traject met veroordeelde gaat op dit moment erg goed. Hij grijpt alle kansen aan die hem worden geboden en is ook zeer actief bezig met zijn behandeling door onder meer vragen te stellen en op vrijwillige basis deel te nemen aan een opleidingstraject van één van de trainers. Daaruit blijkt dat hij intrinsiek gemotiveerd is om te veranderen. Veroordeelde heeft verder ook zijn mbo niveau 2 diploma tot basiskok behaald. Daarnaast is het contact met het pleeggezin verbeterd en zijn zij ook zeer betrokken bij veroordeelde en zijn behandeling. Op dit moment is er nog geen concreet zicht op wanneer een voorwaardelijke beëindiging in beeld kan komen. Wij zien echter gelet op de mate van samenwerking en de groei van veroordeelde, zowel voor wat hemzelf betreft als op de afdeling, geen concrete hobbels die de voortgang van zijn traject nu in de weg zouden kunnen staan.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij haar vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel met achttien maanden.

Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsman

De veroordeelde en zijn raadsman hebben zich niet verzet tegen een verlenging van de PIJ-maatregel maar hebben zich wel op het standpunt gesteld dat de verlenging van de maatregel beperkt moet worden tot zestien maanden. Daartoe heeft de raadsman naar voren gebracht dat veroordeelde voorafgaand aan zijn begeleid verlof steeds heeft gevraagd om een ID-kaart te regelen. Dat is niet gebeurd en daarom heeft het uiteindelijk langer geduurd voordat hij met verlof kon gaan. Verder is de tijd van veroordeelde belangrijk voor zijn ontwikkeling maar bijvoorbeeld ook voor zijn studie. Anders dan de deskundigen acht de verdediging het redelijk om uit te gaan van nog vier maanden begeleid verlof, vervolgens zes maanden onbegeleid verlof en tenslotte zes maanden STP. Een verlenging van de PIJ-maatregel met zestien maanden in plaats van de geadviseerde achttien maanden is gelet op het voorgaande meer in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van veroordeelde.

Het oordeel van de rechtbank

Bij vonnis van 18 juli 2024 heeft de rechtbank aan de jeugdige de PIJ-maatregel opgelegd voor (onder meer) het meermalen plegen van diefstal met geweld in vereniging. Dit is een misdrijf dat gericht is tegen en/of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.

Op grond van de inhoud van voormeld advies, de door de deskundigen gegeven toelichting en hetgeen overigens uit het onderzoek ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen vereist dat de termijn van de PIJ-maatregel wordt verlengd. Het recidiverisico op (gewelds)delicten wordt, zonder de kaders van de PIJ-maatregel, ingeschat als hoog. Verlenging van de PIJ-maatregel is daarnaast in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de veroordeelde.

De rechtbank zal de PIJ-maatregel van de veroordeelde daarom, overeenkomstig de vordering en het verlengingsadvies, met achttien maanden verlengen. Anders dan de veroordeelde en zijn raadsman is de rechtbank van oordeel dat in het verlengingsadvies en ter zitting door de deskundigen duidelijk is gemotiveerd waarom een verlenging met achttien maanden op dit moment noodzakelijk is. Een verlenging met achttien maanden geeft meer mogelijkheden om een passend behandel- en verloftraject vorm te geven waarbij ook ruimte bestaat om bij een mogelijke terugval op een correcte wijze in te grijpen indien dat nodig is. Daarbij komt dat veroordeelde aan de start van zijn begeleid verlof staat, hij vervolgens moet afbouwen van twee begeleiders naar één begeleider, daarna een stap zal zetten naar onbegeleide verloven en tot slot nog een STP zal moeten volgen. De rechtbank volgt de onderbouwing van de deskundigen dat deze stappen minimaal achttien maanden in beslag zullen nemen.

In het verlengde daarvan hecht de rechtbank er wel waarde aan om op te merken dat zij in het verlengingsadvies, de behandelaantekeningen en ter zitting heeft gezien dat veroordeelde een enorme groei heeft doorgemaakt in een zeer korte tijd. De bij veroordeelde betrokken personen zijn vol lof over hem en over de manier waarop hij de afgelopen periode zijn traject heeft doorlopen. Veroordeelde laat zien dat hij intrinsiek gemotiveerd is om te veranderen. Ook op vrijwillige basis werkt hij aan zijn ontwikkeling, zoals blijkt uit het volgen van het Brains4Use-traject. De rechtbank vindt het bewonderenswaardig dat veroordeelde zijn leven op deze wijze heeft weten te draaien en zijn houding schetst een hoopvol beeld voor de toekomst.

De rechtbank heeft gelet op artikel 6:6:31 van het Wetboek van Strafvordering.

Gevolg gevend aan het bepaalde in artikel 6:6:31, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, stelt de rechtbank vast dat, behoudens verdere verlenging, de PIJ-maatregel op 24 februari 2028 onvoorwaardelijk zal eindigen.

Beslissing

De rechtbank verlengt de termijn van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van de veroordeelde met achttien maanden.

Deze beslissing is gegeven door mr. L.M.B. Soppe, voorzitter, en mr. M. Brinksma, kinderrechter, en mr.

H.P. Eckert, rechter, bijgestaan door mr. M.W. ten Brinke, griffier, en uitgesproken ter terechtzitting op 3 september 2026.

Mrs. Brinksma en Eckert zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. L.M.B. Soppe
  • mr. H.P. Eckert

Griffier

  • mr. M.W. ten Brinke

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand