RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18.088248.26
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.
8 september 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1960 te [geboorteplaats] , thans gedetineerd te [instelling] .
1. Inleiding
Op 25 augustus 2026 is er over deze zaak een openbare strafzitting geweest in de rechtbank in Groningen. [verdachte] was daarbij aanwezig als verdachte met zijn advocaat, mr. E.P. Groot. Namens het openbaar ministerie was mr. S. Broekstra ter zitting aanwezig
Uit de stukken in het dossier en tijdens de zitting is gebleken dat [verdachte] informatie het beste snapt als deze duidelijk en eenvoudig wordt uitgelegd. De rechtbank heeft daar tijdens de zitting zoveel mogelijk rekening mee gehouden. Om die reden is dit vonnis zoveel mogelijk in duidelijke taal geschreven. De
rechtbank sluit (waar mogelijk) aan bij de woorden die [verdachte] zelf tijdens de zitting heeft gebruikt. Zo wil de rechtbank ervoor zorgen dat hij kan begrijpen wat de rechtbank heeft beslist en waarom.
2. De beschuldiging
[verdachte] wordt ervan beschuldigd dat hij twee strafbare feiten heeft gepleegd. Het eerste feit gaat over de periode van januari 2021 tot en met juni 2024. [verdachte] zou in die periode meerdere keren seksuele handelingen hebben gepleegd met zijn toen minderjarige buurjongens [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .
Daarbij zou onder meer sprake zijn geweest van aftrekken, pijpen en kontneuken.
Het tweede feit gaat over de periode van juli 2024 tot en met maart 2026. [verdachte] zou ook in die periode seksuele handelingen hebben gepleegd met [slachtoffer 2] . Daarbij zou weer sprake zijn geweest van aftrekken, pijpen en kontneuken. Deze keer zou [verdachte] daarbij ook dwang of geweld hebben gebruikt of [slachtoffer 2] hebben bedreigd.
De volledige tenlastelegging is opgenomen als bijlage 1 bij dit vonnis.
3. Wat de officier van justitie en de verdediging vinden
De officier van justitie
De officier van justitie vindt dat beide beschuldigingen bewezen kunnen worden. Zij baseert zich daarbij op de bewijsmiddelen in het dossier.
Voor het tweede feit vindt de officier van justitie dat bewezen kan worden dat sprake is geweest van dwang omdat de seksuele handelingen voor [slachtoffer 2] onverwacht (onverhoeds) kwamen.
De advocaat van [verdachte]
De advocaat vindt dat alleen het deel dat [verdachte] zelf heeft bekend, bewezen kan worden.
Voor het tweede feit vindt de advocaat dat niet bewezen kan worden dat sprake is geweest van dwang. De advocaat vindt dat [verdachte] gedeeltelijk moet worden vrijgesproken.
4. De beslissing van de rechtbank
De rechtbank vindt dat de twee feiten waarvan [verdachte] wordt beschuldigd voor een groot deel bewezen kunnen worden. Twee onderdelen vindt de rechtbank niet bewezen. Bij feit 1 gaat het om het verwijt dat [verdachte] , [slachtoffer 1] in zijn kont heeft geneukt. Bij feit 2 gaat het om het verwijt dat [verdachte] dwang of geweld heeft gebruikt of [slachtoffer 2] heeft bedreigd. De rechtbank vindt dat er voor deze onderdelen niet genoeg bewijs is. [verdachte] wordt van deze onderdelen vrijgesproken.
Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot deze beslissingen komt en op welk bewijs zij zich baseert.
5. Het bewijs
De rechtbank zal in de tekst via voetnoten verwijzen naar paginas uit het strafdossier1 of naar wat er tijdens de zitting is gezegd. Zo is terug te vinden wat de rechtbank voor het bewijs gebruikt.
In zedenzaken is het vaak zo dat de verdachte en de slachtoffers iets anders verklaren. De slachtoffers zeggen dat er iets is gebeurd en de verdachte zegt van niet. In deze zaak is dat anders. [verdachte] heeft een groot deel van de beschuldigingen bekend. Zo heeft hij bij de politie verklaard dat het is begonnen toen zijn buurjongens een jaar of 12 of 13 waren.2Hij heeft verklaard dat hij toen eerst met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gefriemeld. Toen de rechtbank hem vroeg wat hij daarmee bedoelde, heeft hij uitgelegd dat zij elkaar over en weer aftrokken. Ook heeft [verdachte] toegegeven dat hij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] vervolgens heeft gepijpt en dat zij dit ook bij hem hebben gedaan. Tot slot heeft hij verklaard dat beide jongens hem in de kont hebben geneukt.3
Wat [verdachte] heeft bekend, komt overeen met wat de buurjongens bij de politie hebben verklaard.4 De rechtbank vindt de verklaringen van de buurjongens betrouwbaar. Zij hebben duidelijk en uitgebreid verklaard en hun verklaringen passen bij elkaar. Daar komt nog bij dat de politie een deel van wat de buurjongens hebben verteld, heeft kunnen controleren. Zo heeft [slachtoffer 1] een gedetailleerde beschrijving gegeven van het bed van [verdachte] ,5 en heeft [slachtoffer 2] een duidelijke beschrijving gegeven van het glijmiddel dat ze gebruikten en in welke kast dit stond.6 Ook de WhatsApp-berichten in het dossier passen bij de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .7 De rechtbank heeft deze berichten gelezen en uit de berichten blijkt dat [verdachte] regelmatig vraagt of [slachtoffer 1] kan komen, dat hij een aantal keer porno stuurt naar [slachtoffer 1] en dat hij vraagt kan ik sex. Ook stuurt [verdachte] foto's van een strip pillen en vraagt of hij alvast een pil moet innemen. Later schrijft hij dat de pil werkt. [verdachte] heeft verklaard dat dit viagrapillen waren.8
Op één belangrijk punt verschillen de verklaringen. [verdachte] ontkent dat hij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in de kont heeft geneukt. Volgens hem kan dit ook niet zijn gebeurd, omdat hij al jaren geen stijve piemel meer kan krijgen. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat het kontneuken bij hem niet is gebeurd, daarom wordt [verdachte] van dit deel vrijgesproken.
Voor [slachtoffer 2] ligt dit anders. Hij heeft verklaard dat [verdachte] hem wel in zijn kont heeft geneukt. De rechtbank gaat ervan uit dat de verklaring van [slachtoffer 2] op dit punt klopt, omdat zijn verklaring voor de rest ook helemaal lijkt te kloppen. De uitleg van [verdachte] , dat hij [slachtoffer 2] niet in de kont kan hebben geneukt omdat hij al jaren geen stijve piemel meer kan krijgen, gelooft de rechtbank niet. Dit past niet bij wat [verdachte] in de WhatsAppberichten schreef. Daarin zei hij namelijk dat hij de viagrapillen gebruikte en ook dat een pil werkte. De rechtbank vindt daarom wel bewezen dat
[verdachte] , [slachtoffer 2] in zijn kont heeft geneukt.
Bij de tweede beschuldiging zegt de officier van justitie dat de seksuele handelingen tussen [verdachte] en [slachtoffer 2] onder dwang, bedreiging of geweld plaatsvonden. Volgens de officier van justitie kwam dat doordat een deel van de seksuele handelingen onverwacht (onverhoeds) plaatsvonden.
De rechtbank gaat daar niet in mee. [slachtoffer 2] heeft inderdaad verklaard dat [verdachte] de eerste keren onverwacht zijn broek naar beneden trok en hem begon te pijpen. Dat zegt hij alleen over de periode van de eerste beschuldiging. De tweede beschuldiging gaat over een latere periode, namelijk vanaf 1 juli 2024. Uit de verklaring van [slachtoffer 2] blijkt niet dat de seksuele handelingen toen ook nog onverwachts plaatsvonden. Ook uit het andere bewijs blijkt dat niet. De rechtbank kan daarom niet zeggen dat bij de tweede beschuldiging sprake was van dwang, geweld of bedreiging. [verdachte] wordt van dit onderdeel vrijgesproken.
De rechtbank beperkt ook de periode waarin de tweede beschuldiging bewezen kan worden. [slachtoffer 2] is op [geboortedatum] 2024 zestien jaar geworden. Vanaf dat moment valt hij dus niet meer binnen de leeftijd die in de tenlastelegging staat. Voor de periode na 15 september 2024 wordt [verdachte] vrijgesproken.
6 Bewezenverklaring
De rechtbank vindt bewezen dat:
1. hij in de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2024 te Musselkanaal, met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2007, en met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2008, die beide de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren hebben bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ,
te weten
2
hij in de periode van 1 juli 2024 tot 15 september 2024 te Musselkanaal met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2008 seksuele handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
7 Strafbaarheid van het feit en de verdachte
Het bewezen verklaarde levert op:
Deze feiten strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. Er zijn geen redenen dat verdachte hiervoor geen straf zou kunnen krijgen.
8 De straf
De officier van justitie
De officier van justitie heeft gevraagd om [verdachte] voor de feiten 1 en 2 een gevangenisstraf van 48 maanden op te leggen. Een deel daarvan, 18 maanden, wil de officier van justitie voorwaardelijk opleggen. Voor dat deel hoeft [verdachte] dus niet de gevangenis in, als hij zich aan bepaalde regels houdt.. De reclassering heeft de rechtbank advies gegeven welke regels dat moeten zijn. De officier van justitie vindt dit een goed advies, maar wil daarvan op twee punten afwijken. Zij vindt dat het locatiegebod (nu nog) niet moet worden opgelegd, omdat nog niet duidelijk is waar [verdachte] na zijn detentie zal verblijven. Ook vindt zij dat het beroepsverbod voor een kortere periode moet gelden. De officier van justitie verzoekt om een proeftijd van drie jaar. Dat betekent dat de regels waar [verdachte] zich aan moet houden drie jaar blijven gelden.
De advocaat van [verdachte]
De advocaat van [verdachte] heeft om een lagere straf dan de officier van justitie gevraagd. De advocaat vindt het daarnaast vooral belangrijk dat [verdachte] hulp en begeleiding krijgt.
De rechtbank
Omdat de rechtbank heeft vastgesteld dat [verdachte] een strafbaar feit heeft gepleegd en hij ook een strafbare dader is, is de vraag welke straf daarop moet volgen. Om dit te kunnen bepalen kijkt de rechtbank naar verschillende omstandigheden, zoals naar welk soort strafbaar feit gepleegd is en de ernst van dat feit. De rechtbank heeft ook gekeken of er zaken uit het persoonlijk leven zijn van [verdachte] die van invloed moeten zijn op de hoogte van de straf.
Ernst van het feit
[verdachte] heeft bijna vier jaar lang meerdere keren seks gehad met zijn minderjarige buurjongens [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Zij waren nog erg jong toen dit begon. Wat [verdachte] heeft gedaan is seksueel misbruik, dat is een heel ernstig feit. Bij seksueel misbruik van minderjarigen, zoals in deze zaak, vindt de rechtbank een gevangenisstraf passend.
Kinderen moeten op een veilige manier en in hun eigen tempo kunnen leren omgaan met seksualiteit. Zij moeten daarbij kunnen vertrouwen op de volwassenen om hen heen. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] waren de buurjongens van [verdachte] . Zij kwamen bij hem thuis om klusjes te doen en hem te helpen. Ze moesten zich bij hem veilig kunnen voelen. [verdachte] heeft het vertrouwen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op ernstige wijze beschadigd. Hij heeft seks met hen gehad en daarbij vooral gedacht aan wat hij zelf wilde. Hij heeft niet gedacht aan de jonge leeftijd van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en aan wat dit met hen heeft gedaan. Dat het misbruik grote gevolgen heeft gehad voor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] blijkt wel uit de aangiften en uit de slachtofferverklaring van [slachtoffer 2] . De rechtbank houdt hier rekening mee bij het bepalen van de straf.
Tijdens de zitting heeft de rechtbank gemerkt dat [verdachte] niet goed begrijpt hoe verkeerd het is geweest wat hij heeft gedaan. Hij heeft wel toegegeven dat hij op verschillende manieren seks met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gehad, maar hij vindt het ook wel hun eigen schuld. Zo heeft hij gezegd dat de jongens het zelf wilden en dat zij hem erin proberen te luizen. De rechtbank heeft in het rapport van de psycholoog gelezen dat deze manier van denken te maken heeft met de verstandelijke beperking van [verdachte] . De rechtbank houdt daar rekening mee, maar dat neemt niet weg dat zijn uitspraken voor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] pijnlijk moeten zijn. De rechtbank wil benadrukken dat zij nog jonge kinderen waren en dat [verdachte] bijna 50 jaar ouder is. Hij had moeten weten dat wat hij deed verkeerd was en mag [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] daar niet de schuld van geven.
De persoon van verdachte
De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van [verdachte] . Daarin staat dat hij ook in 1987 al door de rechtbank is veroordeeld omdat hij seks had met een kind van jonger dan zestien jaar.
Daardoor had hij moeten weten dat hij geen seks mocht hebben met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .
Een psycholoog heeft onderzoek gedaan naar [verdachte] . De psycholoog vindt dat [verdachte] een verstandelijke beperking heeft en stemmings- en traumaklachten. Volgens de psycholoog weet [verdachte] eigenlijk wel dat seks met kinderen strafbaar is, maar door zijn beperking begrijpt en voelt hij niet goed hoe ernstig en schadelijk dat is. Ook denkt hij niet goed na over wat de gevolgen daarvan kunnen zijn. De psycholoog adviseert daarom om [verdachte] verminderd toerekeningsvatbaar te vinden. Dit betekent dat hij door zijn psychische problemen minder goed in staat was om zijn gedrag te bepalen. Daardoor kan hem minder kwalijk worden genomen wat hij heeft gedaan. De rechtbank neemt het advies van de psycholoog over. Dit betekent dat de rechtbank [verdachte] verminderd toerekeningsvatbaar vindt. De rechtbank houdt hiermee rekening bij het bepalen van de straf.
De psycholoog heeft ook gekeken naar de kans dat [verdachte] opnieuw een strafbaar feit pleegt dat met seks te maken heeft. De psycholoog schat deze kans in als gemiddeld. De reclassering vindt dat ook. De rechtbank vindt het daarom belangrijk dat de kans dat [verdachte] opnieuw een seksueel strafbaar feit pleegt zo klein mogelijk wordt. Dat kan hij niet alleen. Daarvoor zijn behandeling en begeleiding nodig. De reclassering heeft daarom geadviseerd om strenge regels te stellen. Als [verdachte] zich niet aan die regels houdt, moet hij langer in de gevangenis blijven. De rechtbank is dat met de reclassering eens en zal die regels aan [verdachte] opleggen.
De hoogte van de straf
De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf gekeken naar straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. Ook heeft de rechtbank gekeken naar de oriëntatiepunten die rechters gebruiken bij het bepalen van een straf. Dat zijn een soort uitgangspunten voor de straf die passend is. Daaruit volgt dat bij deze feiten een gevangenisstraf van 24 maanden per slachtoffer passend is. Omdat er twee slachtoffers zijn, is het uitgangspunt van de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden. De advocaat heeft gevraagd om een lagere gevangenisstraf. De rechtbank gaat daar niet in mee. Daarvoor zijn de feiten te ernstig.
De rechtbank is het met de officier van justitie en de advocaat eens dat [verdachte] hulp en behandeling nodig heeft. Daarom legt de rechtbank, zoals de officier heeft geëist, 18 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf op. Dat betekent dat [verdachte] deze 18 maanden niet in de gevangenis hoeft te zitten als hij zich tijdens de proeftijd van drie jaar aan de regels houdt die de rechtbank voor hem stelt. Deze regels (de rechtbank noemt dat ook wel “bijzondere voorwaarden”) heeft de rechtbank op de zitting met [verdachte] besproken. [verdachte] heeft toen gezegd dat hij zich aan die regels zal houden. De rechtbank zal deze regels later in dit vonnis precies opschrijven.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering. [verdachte] moet deze straf dus uitzitten in de gevangenis, totdat er wordt besloten dat hij eerder onder voorwaarden vrij mag komen.
9. De slachtoffers
[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 43.750,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 18.625,00 ter vergoeding van materiële schade en
43.750,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
De advocaat van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] vindt dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , vanwege hun jonge leeftijd ten tijde van de seksuele handelingen, recht hebben op een hoger basisbedrag aan immateriële schadevergoeding dan zij normaal gesproken zou vorderen (35.000,00). Over dat bedrag heeft zij een verhoging van 25% toegepast, waardoor het totale bedrag aan immateriële schadevergoeding op 43.750,00 uitkomt.
De officier van justitie
De officier van justitie vindt dat de schadevergoeding niet met 25% moet worden verhoogd vanwege de minderjarige leeftijd van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .
Voor [slachtoffer 1] vindt de officier van justitie dat een bedrag van 32.000,00 aan immateriële schade moet worden toegewezen. Voor de rest van de vordering moet [slachtoffer 1] volgens haar niet-ontvankelijk worden verklaard.
Voor [slachtoffer 2] komt de officier van justitie tot een ander bedrag. Zij vindt dat 35.000,00 aan immateriële schade kan worden toegewezen. Daarnaast vindt zij dat de gevorderde schade door studievertraging, een bedrag van 18.500,00, kan worden toegewezen. Voor de rest van de vordering moet ook [slachtoffer 2] volgens de officier van justitie niet-ontvankelijk worden verklaard.
De advocaat
De advocaat van [verdachte] vindt dat de vorderingen onvoldoende zijn onderbouwd. Volgens hem is niet duidelijk genoeg welke schade zij hebben geleden en blijkt onvoldoende dat deze schade het gevolg is van de bewezen feiten. Hij wijst erop dat medische informatie of informatie van de begeleiding ontbreekt. De advocaat vindt een bedrag van 10.000,00 aan smartengeld passend.
De rechtbank
Het materiële deel
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de [slachtoffer 2] de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet voldoende door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf
15 september 2024.
Het immateriële deel
[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] vragen allebei om een vergoeding voor immateriële schade. Dit wordt ook wel smartengeld genoemd. In artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek staat wanneer iemand recht heeft op smartengeld. Als geen sprake is van lichamelijk letsel, kan smartengeld worden toegekend als iemand op een andere manier ernstig in zijn persoon is aangetast. Meestal moet dan kunnen worden vastgesteld dat iemand psychische schade heeft opgelopen.
De Hoge Raad, de hoogste rechter in Nederland, heeft bepaald dat een medische onderbouwing in bijzondere gevallen niet nodig is om smartengeld te kunnen krijgen. Soms is wat iemand is aangedaan zo ernstig dat de schadelijke gevolgen daarvan voor iedereen logisch zijn. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat dit bij bepaalde gevallen van ernstig seksueel misbruik zo kan zijn.
De rechtbank vindt dat [verdachte] met het seksuele misbruik een de lichamelijke en seksuele grenzen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] flink heeft aangetast. Gelet op het soort, de duur en de ernst van het misbruik is duidelijk dat dit schadelijke gevolgen voor hen heeft gehad. Daarvoor is in deze zaak niet nodig dat er stukken van dokters of therapeuten zijn. De rechtbank vindt dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] immateriële schade hebben geleden en recht hebben op smartengeld.
Bij het bepalen van de hoogte van het smartengeld heeft de rechtbank gekeken naar de ernst en de duur van het seksuele misbruik en naar de gevolgen daarvan voor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Ook heeft de rechtbank gekeken naar bedragen die in vergelijkbare zaken worden toegekend. Daarbij heeft de rechtbank gebruikgemaakt van de Rotterdamse Schaal. Deze schaal geeft richtbedragen voor smartengeld. De rechtbank vindt dat het seksuele misbruik in deze zaak valt binnen de meest ernstige categorie (categorie 15.2).
De rechtbank verhoogt het bedrag niet met 25% vanwege de minderjarige leeftijd van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Hun minderjarigheid maakt namelijk al deel uit van de bewezen feiten en is daarmee ook al meegenomen bij het bepalen van de hoogte van de bedragen in de Rotterdamse Schaal.
Voor [slachtoffer 2] vindt de rechtbank een bedrag van 20.000,00 passend, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 15 september 2024. Bij hem is bewezen dat verdachte hem ook in de kont heeft geneukt. De rechtbank vindt dit een zeer ernstige vorm van seksueel misbruik. Voor [slachtoffer 1] vindt de rechtbank een bedrag van 12.500 passend, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 5 juli 2023. Ook wat hem is aangedaan is ernstig. Bij hem is echter niet bewezen dat verdachte hem in de kont heeft geneukt. Daarmee verschilt zijn situatie op een belangrijk punt van die van [slachtoffer 2] . De rechtbank houdt hiermee rekening bij het bepalen van het bedrag.
Voor het overige deel van het gevraagde smartengeld worden [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk verklaard.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 245 (oud) en 248 (nieuw) van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden.
Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 18 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig
gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
1. dat de veroordeelde zich binnen vijf dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland, [adres] of de reclasseringsinstantie in de plaats van de nog te vinden begeleid wonen instelling. De reclassering zal contact met betrokkene opnemen voor de eerste afspraak;
2. dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd of zoveel korter ter beoordeling aan de reclassering onder behandeling zal stellen van een forensisch behandelaar of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling is gericht op zijn psychische problematiek, sociale vaardigheden en het delictgedrag, waarbij rekening wordt gehouden met zijn verstandelijke beperking;
3. dat de veroordeelde gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, zal verblijven in een begeleid wonen instelling of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zodra er een plek voor veroordeelde is gevonden. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;
4. dat de veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze direct of indirect contact zoekt of heeft met:
5. [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2007;
6. [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2008;
5. dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd niet bevindt in de gemeente Musselkanaal;
6. dat veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze contact zoekt met minderjarigen. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt veroordeelde dat volwassen personen hierbij aanwezig zijn;
7. dat veroordeelde gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, geen (vrijwilligers)werk met minderjarigen en/of kwetsbare doelgroepen verricht.
Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde:
ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
Vordering benadeelde partij [slachtoffer 1]
Ten aanzien van 18.088248.26 feit 1
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte om aan [slachtoffer 1] te betalen:
- het bedrag van 12.500,00 (zegge: twaalfduizend vijfhonderd euro);
de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 juli 2023 tot de dag van algehele voldoening;
de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Verklaart de vordering voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat te betalen een bedrag van 12.500,00 (zegge: twaalfduizend vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 juli 2023 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 12.500,00 aan immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 87 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Vordering benadeelde partij [slachtoffer 2]
Ten aanzien van 18.088248.26 feit 1 en 2
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte om aan [slachtoffer 2] te betalen:
het bedrag van 38.625,00 (zegge: achtendertigduizend zeshonderdvijfentwintig euro);
de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 september 2024 tot de dag van algehele voldoening;
de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Verklaart de vordering voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat te betalen een bedrag van 38.625,00 (zegge: achtendertigduizend zeshonderdvijfentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 september 2024 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 18.625,00 aan materiële schade en 20.000,00 aan immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 187 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Zwarts, voorzitter, mr. H. de Ruijter en mr. T.R. Bosker, rechters, bijgestaan door mr. M. Raven, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 september 2026.
Bijlage 1
1
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2024 te Musselkanaal, gemeente Stadskanaal, in elk geval in Nederland, met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2007, en/of met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2008, die (beide) de leeftijd van twaalf jaren maar
nog niet die van zestien jaren hebben bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ,
te weten
het betasten en/of aanraken en/of aftrekken van de piemel van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of
het (laten) betasten en/of aanraken en/of aftrekken van zijn, verdachtes, piemel door die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of
het brengen en/of houden en/of bewegen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of
het (laten) brengen en/of houden en/of bewegen van de penis van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] in zijn, verdachtes, mond en/of
het brengen en/of houden en/of bewegen van zijn, verdachtes, penis in de anus van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of
het (laten) brengen en/of houden en/of bewegen van de penis van die [slachtoffer 1] en /of [slachtoffer 2] in zijn, verdachtes, anus en/of tussen zijn, verdachtes billen;
2
hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 22 maart 2026 te Musselkanaal, gemeente Stadskanaal, in elk geval in Nederland met (een) kind(eren) in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2008
een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
het betasten en/of aanraken en/of aftrekken van de piemel van die [slachtoffer 2] en/of
het (laten) betasten en/of aanraken en/of aftrekken van zijn, verdachtes, piemel door die [slachtoffer 2] en/of
het brengen en/of houden en/of bewegen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer 2] en/of
het (laten) brengen en/of houden en/of bewegen van de penis van die [slachtoffer 2] in zijn, verdachtes, mond en/of
het brengen en/of houden en/of bewegen van zijn, verdachtes, penis in de anus van die [slachtoffer 2] en/of
het (laten) brengen en/of houden en/of bewegen van de penis van die [slachtoffer 2] in zijn, verdachtes, anus en/of tussen zijn, verdachtes billen
en welke verkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door
onverhoeds en/of
die [slachtoffer 2] vast te pakken en/of
die [slachtoffer 2] hun broek naar beneden te doen en/of
die [slachtoffer 2] de woorden toe te voegen "je mag dit tegen niemand zeggen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
door gebruikmaking van uit feitelijk verhouding voortvloeiend overwicht.
1. De processen-verbaal waarnaar wordt verwezen, zijn opgenomen in het dossier van de Politie Noord-
Nederland met nummer 2026074996 d.d. 12 juni 2026. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen,
opgemaakt proces-verbaal.
2 Proces-verbaal van bevindingen, p. 10 e.v.
3 De verklaring van verdachte ter zitting van 25 augustus 2026.
4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 70 e.v. en proces-verbaal van bevindingen, p. 75 e.v.
5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 73 en proces-verbaal van bevindingen, p. 104.
6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 77 en proces-verbaal van bevindingen, p. 102.
7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 21 e.v.
8 De verklaring van verdachte ter zitting van 25 augustus 2026.