ECLI:NL:RBNNE:2026:3820

ECLI:NL:RBNNE:2026:3820

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 08-09-2026
Datum publicatie 08-09-2026
Zaaknummer 18.242738.25
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Assen

Samenvatting

Veroordeling voor het voorhanden hebben van een revolver met bijbehorende munitie en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en met oplegging van de geadviseerde bijzondere voorwaarden. De revolver en munitie worden onttrokken aan het verkeer.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 25 augustus 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A. Faber, advocaat te Assen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H.J. Veen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1

hij op of omstreeks 14 september 2025 te [plaats 1] , gemeente Hoogeveen, althans in Nederland een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een revolver, type Bulldog, kaliber .320 zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 17 kogelpatronen van het merk Marcel Gaupillat & Co, type Lead Round Nose, kaliber .320 revolver voorhanden heeft gehad;

2

hij op of omstreeks 14 september 2025 te [plaats 2] , gemeente Hoogeveen, althans in Nederland [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "ik ga jullie allemaal vermoorden", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde heeft zij daartoe aangevoerd dat verdachte ontkent dat het wapen van hem was en daarnaast dat hij geen wetenschap had van het wapen in de auto. De raadsvrouw heeft daartoe voorts aangevoerd dat er ook geen DNA van verdachte op het wapen of de munitie is aangetroffen.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw daartoe aangevoerd dat niet aan het bewijsminimum is voldaan, nu de aangifte van [slachtoffer] (hierna: aangever) onvoldoende steun vindt in enig ander bewijsmiddel. Hoewel zowel getuige [getuige] (hierna: [getuige] ) als aangever verklaren dat zij een wapen in de auto van verdachte hebben zien liggen, verklaart alleen aangever over de ten laste gelegde bedreiging. Dat [getuige] verklaart dat verdachte op een ander moment bedreigende uitlatingen heeft gedaan, maakt naar het oordeel van de raadsvrouw nog niet dat deze verklaring kan dienen als steunbewijs voor het onder 2 ten laste gelegde. Bovendien verklaart [getuige] dat zij niet de indruk kreeg dat de bedreigende woorden van verdachte betrekking hadden op aangever.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 14 september 2025, opgenomen op pagina 7 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025250189 d.d. 27 oktober 2025, inhoudend als verklaring van [slachtoffer] :

Op 14 september 2025 rond 13.45 uur reed ik met [verdachte] in de richting van de Vamberg. Hij deed een klepje open van het middenconsole. Ik zag dat er in de console, in een zakje, een voorwerp zat wat de vorm van een pistool had. Ook zag ik dat er een doosje met munitie naast lag. Ik heb de patronen gezien. Hierop hoorde ik [verdachte] vervolgens zeggen dat hij ons allemaal zou vermoorden. Ik ben bang dat [verdachte] mij op komt zoeken om mij te vermoorden.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 15 september 2025, opgenomen op pagina 17 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige] :

Op zondag 14 september 2025 tussen 15.30 en 16.00 uur kwam mijn neef [verdachte] ( [verdachte] ) bij mij thuis. Ik woon in [adres 2] . [verdachte] wilde een stukje met mij in de auto rijden. Ik ben toen in de auto gestapt. Hij had het steeds over zijn broers en zus. Hij zei: [slachtoffer] en [getuige] zijn doodsbang voor mij. Ik zag dat hij de middenconsole van de auto opendeed. Ik zag dat hij er iets uitpakte. Ik zag dat hij een pistool in zijn handen had. Ik hoorde dat hij zei: “Hiermee kan ik ze mooi voor de kop schieten.”. Het wapen was een zwart klein pistooltje met een ronddraaiend magazijn. Hij liet vervolgens nog een zakje zien. In het zakje zat een rond magazijntje met daarin kogels. Ik zag dat hij het wapen weer in de middenconsole deed.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 september 2025, opgenomen op pagina 21 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :

Op 14 september 2025 zag ik het betrokken voertuig, een grijze Lexus voorzien van het kenteken [kenteken] , rijden. Nadat wij gekeerd waren gaf collega [verbalisant] in [plaats 1] de bestuurder een stopteken, waaraan deze voldeed. Bij het controleren van het voertuig werd in de middenconsole een vuurwapen en munitie aangetroffen.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal onderzoek wapen d.d. 14 oktober 2025, opgenomen op pagina 76 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :

Op zondag 14 september 2025 zijn goederen inbeslaggenomen. Na onderzoek van deze goederen is het volgende naar voren gekomen:

Wapenomschrijving 1:

Object: Vuurwapen (Revolver) Merk/type: Onbekend, Bulldog Kaliber: .320 revolver

Het inbeslaggenomen voorwerp is een centraalvuur revolver geschikt om projectielen door een loop af te schieten. De werking van het voorwerp berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing of een andere scheikundige reactie. Derhalve is deze revolver een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie.

Wapenomschrijving 2:

Object: Munitie (Kogelpatroon) Aantal: 17 stuks

Merk/type: Marcel Gaupillat & Co., Lead Round Nose Kaliber: .320 revolver

Het betreft zeventien (17) stuks centraalvuur kogelpatronen van het merk Marcel Gaupillat & Co. (MG&Co) in het kaliber .320 revolver type Lead Roundnose (LRN), geschikt om een projectiel met behulp van een vuurwapen, onder andere de hier beschreven Bulldog revolver, af te schieten. Dit is munitie in de zin van artikel 1 onder 4 gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de Wet wapens en munitie.

Bewijsoverwegingen

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank is van oordeel dat de inhoud van het dossier geen enkele aanwijzing bevat voor de door de verdediging gedane suggestie dat verdachte het vuurwapen en de munitie niet bewust voorhanden heeft gehad. Uit de verklaringen van aangever en [getuige] volgt immers dat verdachte hen een vuurwapen en munitie heeft getoond die hij uit de middenconsole van zijn auto heeft gepakt en weer heeft teruggelegd. De revolver en munitie zijn ook door de politie in de middenconsole van de auto van verdachte aangetroffen. De rechtbank heeft enerzijds geen reden om aan de geloofwaardigheid en juistheid van voornoemde verklaringen te twijfelen en acht anderzijds de verklaring van verdachte, inhoudende dat een ander dan verdachte buiten zijn medeweten het wapen en de munitie in de auto heeft neergelegd, onaannemelijk. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank acht op grond van de inhoud van voornoemde bewijsmiddelen eveneens wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 14 september 2025 aangever, tevens de broer van verdachte, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht. Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat de aangifte steun vindt in de verklaring van [getuige] . Die [getuige] heeft immers verklaard dat verdachte ook haar het vuurwapen en munitie uit de middenconsole van de auto heeft getoond en zij heeft gehoord dat verdachte zich bedreigend uitliet in de richting van zijn broer(s). De rechtbank overweegt daarbij dat de bedreiging van aangever ook past in de gehele context, namelijk dat verdachte boos was op zijn broer terwijl hij gestopt was met het innemen van zijn medicatie. Naar het oordeel van de rechtbank levert de aard van de ten laste gelegde uitingen van verdachte in de gegeven omstandigheden een bedreiging op met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1

hij op 14 september 2025 te [plaats 1] , gemeente Hoogeveen, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een revolver, type Bulldog, kaliber .320, zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver en munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 17 kogelpatronen van het merk Marcel Gaupillat & Co, type Lead Round Nose, kaliber .320 revolver voorhanden heeft gehad;

2

hij op 14 september 2025 in Nederland [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "ik ga jullie allemaal vermoorden".

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

2. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven bericht.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 212 dagen, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan

30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om bij de strafoplegging in strafmatigende zin rekening te houden met psychische kwetsbaarheid van verdachte, de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en het gegeven dat verdachte binnen een vrijwillig kader de zorg krijgt en accepteert die hij nodig heeft. Voorts heeft de raadsvrouw verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte niet in staat is om een taakstraf uit te voeren. De raadsvrouw verzoekt aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, eventueel aangevuld met een voorwaardelijk deel als stok achter de deur. De raadsvrouw heeft voorts bepleit aan een eventueel voorwaardelijk deel van de op te leggen gevangenisstraf geen bijzondere voorwaarden te verbinden. De raadsvrouw heeft hiertoe aangevoerd dat het van groot belang is dat de hulpverlening en behandeling van verdachte niet worden doorkruist door een hulpverleningstraject binnen een forensisch kader.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, de Pro Justitia rapportage van de psychiater, de adviezen van de reclassering, het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 7 juli 2026, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich op 14 september 2025 schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen en bijbehorende munitie en bedreiging. Het ongecontroleerde bezit van (vuur)wapens vormt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen en veroorzaakt bovendien gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Voorts is er een reëel risico dat het bezit van een (vuur)wapen leidt tot het gebruik daarvan, met alle gevolgen van dien. Dit geldt in het onderhavige geval des te meer nu het vuurwapen werd gebruikt om aangever te bedreigen, waarbij verdachte het vuurwapen en bijbehorende munitie toonde. Bij de rechtbank is de indruk ontstaan dat verdachte niet doordrongen is van de ernst hiervan en de gevaren die dit met zich meebrengt. De rechtbank rekent dit verdachte dan ook zwaar aan.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van de Pro Justitia rapportage d.d. 23 juli 2026 van psychiater C.J.F. Kemperman. De psychiater heeft kort gezegd tevergeefs geprobeerd om in het kader van een psychiatrisch onderzoek met verdachte in gesprek te gaan. Verdachte heeft geweigerd zijn medewerking hieraan te verlenen. Omdat verdachte weigerde zijn medewerking te verlenen, kan de psychiater geen goede inschatting maken van het risico op recidive. Op basis van de voorgeschiedenis van verdachte en de inhoud van het dossier zijn er volgens de psychiater sterke aanwijzingen voor een bipolaire stemmingsstoornis dan wel een schizo-affectieve stoornis, ook rond de ten laste gelegde feiten.

De rechtbank heeft verder acht geslagen op het reclasseringsadvies van 20 augustus 2026. De reclassering schrijft dat vanwege de ontkennende houding van verdachte het, naast het toestandsbeeld ten tijde van het ten laste gelegde, moeilijk is om goed zicht te krijgen op de aanloop naar het delict en de belevingswereld van verdachte. De reclassering schrijft voorts dat verdachte in de periode van het ten laste gelegde sinds een half jaar gestopt was met zijn medicatie en hij sinds lagere tijd geen dagbesteding, vaste woon- of verblijfplaats, begeleiding en ambulant behandelcontact meer had. De reclassering schrijft dat verdachte inmiddels probleembesef en ziekte-inzicht laat zien, goed is ingesteld op medicatie en afsprakentrouw is richting zowel de reclassering als de hulpverlening. Een risico op terugval in psychose blijft daarentegen bestaan. De reclassering ziet op dit moment geen meerwaarde om dit met reclasseringstoezicht en bijzondere voorwaarden te bewerkstelligen binnen een forensisch kader. De reclassering adviseert oplegging van een straf zonder bijzondere voorwaarden.

Strafoplegging

De rechtbank is, gelet op de ernst van het feit, van oordeel dat een stevige vergeldende reactie die tegelijkertijd preventief werkt op zijn plaats is. Verdachte heeft geen medewerking verleend aan een psychiatrisch onderzoek. Hoewel de rechtbank oog heeft voor de psychische problematiek van verdachte - en de rechtbank daar ook in strafmatigende zin rekening mee zal houden - is door de weigerachtige houding van verdachte geen zicht verkregen op de mate van toerekenbaarheid. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden volstaan met enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die gelijk is aan de duur van het voorarrest. De rechtbank zal daarom daarnaast ook een deels voorwaardelijke straf opleggen van aanzienlijke duur - meer dan door de officier van justitie geëist om verdachte te motiveren de ingezette hulpverlening door te zetten en als waarschuwing aan verdachte, teneinde te voorkomen dat hij

zich nogmaals schuldig maakt aan (soortgelijke) strafbaar feiten.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, passend en geboden. Gelet op het door de reclassering ingeschatte gemiddelde risico op recidive en de psychische problematiek van verdachte zal de rechtbank aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen gevangenisstraf een proeftijd van 3 jaren verbinden. Omdat verdachte reeds goed is ingebed in de hulpverlening en de reclassering geen meerwaarde ziet in reclasseringstoezicht zal de rechtbank aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen gevangenisstraf geen bijzondere voorwaarden verbinden.

Inbeslaggenomen goederen

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het inbeslaggenomen wapen en de munitie worden onttrokken aan het verkeer.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft geen standpunt ingenomen met betrekking tot de inbeslaggenomen goederen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten de revolver en de munitie, vatbaar voor onttrekking aan het verkeer nu de bewezen verklaarde feiten met betrekking tot deze goederen zijn begaan en zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 57, 285 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 3 (drie) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen goederen:

- 1 STK Revolver (voorwerpnummer: PL0100-2025250135-G1865829);

- 17 STK Patroon (voorwerpnummer: PL0100-2025250135-G1865830).

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Eelsing, voorzitter, mr. J.V. Nolta en mr. H.P. Eckert, rechters, bijgestaan door mr. F.A. Bussman, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 september 2026.

Mr. J.V. Nolta en mr. H.P. Eckert zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. G. Eelsing
  • mr. J.V. Nolta
  • mr. H.P. Eckert

Griffier

  • mr. F.A. Bussman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand