ECLI:NL:RBNNE:2026:3835

ECLI:NL:RBNNE:2026:3835

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 09-09-2026
Datum publicatie 09-09-2026
Zaaknummer 26-011828
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Raadkamer
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Beroep op grond van artikel 39 WWETGC. Persoonlijke omstandigheden en betalingsonmacht vallen niet onder een weigeringsgrond. De aangevoerde bezwaren tegen de in België gevoerde procedure en gegeven beslissing kunnen niet leiden tot de beslissing dat het vonnis niet in Nederland kan worden erkend en ten uitvoer gelegd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

[veroordeelde] ,

Strafrecht

Zittingsplaats Leeuwarden

raadkamernummer : 26-011828

cjib-nummer : 2072 5423 0000 0536

Beslissing van de meervoudige raadkamer d.d. 9 september 2026 op het beroep op grond van artikel 39 van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie, ingesteld door

geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] , wonende op het adres [adres] ,

hierna te noemen: veroordeelde.

Procesverloop

Op 23 april 2026 is beroep ingesteld tegen de op 3 september 2025 door de officier van justitie genomen beslissing tot erkenning en tenuitvoerlegging van een op 24 januari 2023 door de Rechtbank van Eerste Aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, België, opgelegde beslissing tot confiscatie van een bedrag van 45.000,00 waarvan een bedrag van 44.220,00 nog ten uitvoer moet worden gelegd.

Veroordeelde en de officier van justitie hebben schriftelijk hun standpunten uiteengezet.

De mondelinge behandeling heeft op 26 augustus 2026 plaatsgevonden. Veroordeelde is verschenen. Het openbaar ministerie werd bij de behandeling vertegenwoordigd door de officier van justitie mr. S.M. von Bartheld.

Motivering

1. Het beroep is ingesteld op grond van artikel 39 van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie (WWETGC).

De rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, is de bevoegde instantie voor de behandeling van het beroep.

2. Het beroep is tijdig en juist ingesteld.

3. De toetsing van het beroep vindt plaats op grond van de op 19 december 2020 in werking getreden Verordening (EU) 2018/1805 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 (hierna ook te noemen: Verordening 2018/1805) en op grond van het op 19 december 2020 in werking getreden artikel 39 van de WWETGC.

4. Als uitgangspunten voor de beoordeling van een beroep op grond van artikel 39 van de WWETGC gelden:

de rechtbank moet toetsen of de officier van justitie in redelijkheid tot zijn beslissing tot erkenning heeft kunnen komen;

de officier van justitie mag bij zijn beoordeling niet treden in het in het buitenland gevoerde rechtsgeding en de in het buitenland genomen beslissingen;

de rechtbank mag bij haar beoordeling evenmin treden in het in het buitenland gevoerde rechtsgeding en de in het buitenland genomen beslissingen.

5. Veroordeelde heeft - kort gezegd - schriftelijk aangevoerd dat:

de beslissing tot erkenning summier is gemotiveerd en onvoldoende inzicht geeft in de wijze waarop is getoetst aan de voorwaarden van Verordening (EU) 2018/1805. Veroordeelde betwist dat alle relevante weigeringsgronden zorgvuldig zijn beoordeeld.

betaling van het opgelegde bedrag van 44.220,00 financieel niet haalbaar is en niet in verhouding staat tot zijn huidige situatie. Hij heeft geen vermogen, hij is in loondienst en heeft een minimum inkomen. De tenuitvoerlegging van het opgelegde confiscatiebedrag heeft voor zijn gezin zeer verstrekkende gevolgen.

hij zijn betrokkenheid bij (delen van) de feiten waarop het confiscatiebevel is gebaseerd betwist, dan wel dat hij de omvang van het bedrag betwist. Er is onvoldoende inzichtelijk gemaakt welk vermogensvoordeel hij daadwerkelijk had en waarom hem een voordeel van

45.000,00 werd toegerekend. Hij heeft dit bedrag nooit verdiend. Veroordeelde stelt dat hij onvoldoende de mogelijkheid heeft gehad zich hiertegen effectief te verdedigen.

de rechten van de verdediging onvoldoende zijn gewaarborgd in de oorspronkelijke procedure, met name voor wat betreft de informatievoorziening en de mogelijkheid tot verweer;

hij in de veronderstelling was dat zijn straf, na het ondergaan van de opgelegde gevangenisstraf, klaar was.

6. Bij de behandeling van de zaak heeft veroordeelde nog aangevoerd dat het in België is gebeurd dat hij niet werd opgehaald voor een regiezitting of dat er voor de zitting geen tijd was voor overleg met

de advocaat of voorbereiding van de zitting. Hij heeft verder aangevoerd dat hij onder slechte omstandigheden gedetineerd was in de oudste gevangenis in Vlaanderen. Tot slot heeft veroordeelde gesteld dat hij een brief naar het CJIB heeft gestuurd om een afbetalingsregeling af te spreken en dat de door hem te betalen boete van 45.000,00 naar 3.500,00 is gegaan.

7. De officier van justitie heeft schriftelijk aangevoerd dat de gronden die zien op de vaststelling en toerekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel niet als

één van de weigeringsgronden in artikel 19 Verordening zijn opgenomen. Veroordeelde is persoonlijk verschenen op de terechtzitting, daarbij bijgestaan door zijn advocaat en hij had de mogelijkheid om in hoger beroep en in cassatie te gaan maar heeft daar geen gebruik van gemaakt. Bij de beoordeling of een van de gronden tot weigering van de erkenning of tenuitvoerlegging van toepassing is, kan niet toe worden gekomen aan de beoordeling van de gevoerde procedure in het buitenland en of de materiële gronden voor de in het buitenland genomen beslissing. Er zijn veroordeelde twee verschillende sancties opgelegd, waarbij het ondergaan van de vrijheidsstraf niet tot gevolg heeft dat daarmee ook de bijkomende maatregel is afgedaan.

8. De officier van justitie heeft bij de behandeling van de zaak aangevoerd dat er geen sprake is van verlaging door het CJIB van het te betalen bedrag. Veroordeelde heeft een afbetalingsregeling aangevraagd en dat is hem verleend voor een bedrag van 3.500,00 voor een jaar. Het CJIB gaat na afloop van dat jaar evalueren of deze afbetalingsregeling in stand kan blijven of aangepast moet worden. De laatste informatie is dat er nog een bedrag van

43.800,00 betaald moet worden door veroordeelde, aldus de officier van justitie.

9. De rechtbank overweegt als volgt.

10. Uit de wet of het recht vloeit niet voort dat de officier van justitie is gehouden om inhoudelijk te motiveren waarom er bij de erkenning van de genomen confiscatiebeslissing geen weigeringsgronden van toepassing zijn. De officier van justitie heeft dit getoetst en is tot de conclusie gekomen dat er geen weigeringsgrond van toepassing is. Het is dan aan veroordeelde om (gemotiveerd) aan te voeren dat een bepaalde weigeringsgrond wel zou moeten worden toegepast.

11. De wetgever heeft in artikel 36 van de WWETGC bepaald dat de officier van justitie de erkenning alleen kan weigeren op één van de gronden bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Verordening 2018/1805. De persoonlijke omstandigheden van veroordeelde en de op dit moment bestaande (eventuele) betalingsonmacht, vallen niet onder één van deze gronden en maken niet dat de officier van justitie de in België gegeven beslissing tot confiscatie niet zou kunnen erkennen en tenuitvoerleggen. De wet- en regelgeving bieden de rechtbank geen mogelijkheid om bij haar beslissing in deze beroepsprocedure in enige vorm rekening te houden met de huidige persoonlijke en financiële omstandigheden van veroordeelde.

12. Veroordeelde heeft zich in België kunnen verweren tegen de aanklachten en hij werd daarbij bijgestaan door een advocaat. Hij had tegen het vonnis en daarmee ook tegen de beslissing tot verbeurdverklaring (confiscatie) hoger beroep en eventueel nog beroep in cassatie in kunnen stellen. Veroordeelde heeft er zelf voor gekozen dat niet te doen met als gevolg dat het vonnis in België onherroepelijk is geworden en tenuitvoergelegd kan worden. De Nederlandse rechter is niet bevoegd om een beslissing te geven over de in het buitenland gevoerde procedure of over de materiële gronden voor de genomen beslissing. Daarmee kunnen de door veroordeelde aangevoerde bezwaren tegen de procedure in België of tegen de genomen beslissingen niet leiden tot de beslissing dat het vonnis niet in Nederland mag of kan worden erkend en tenuitvoergelegd. Dat veroordeelde dacht dat hij de gehele straf al had ondergaan, maakt dit niet anders.

13. Dat er sprake zou zijn van verlaging van het te betalen bedrag door het CJIB, is weersproken door de officier van justitie. Daar komt bij dat de rechtbank in het kader van deze procedure niet bevoegd is

te oordelen over de handelswijze van het CJIB met betrekking tot afbetalingsregelingen of andere afspraken die met veroordeelde zouden zijn gemaakt.

14. De rechtbank verwerpt de gevoerde verweren.

15. De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie in redelijkheid heeft kunnen afzien van het gebruikmaken van een van de weigeringsgronden van artikel 19 van Verordening 2018/1805 en dat hij in redelijkheid tot de beslissing tot erkenning en tenuitvoerlegging heeft kunnen komen. De rechtbank zal het ingestelde beroep dan ook ongegrond verklaren.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze beslissing is op 9 september 2026 gegeven door mr. W.S. Sikkema, voorzitter,

mr. M.R. de Vries en mr. G.C. Koelman, rechters, bijgestaan door T.L. Komrij, griffier.

Mr. de Vries is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. W.S. Sikkema
  • mr. M.R. de Vries
  • mr. G.C. Koelman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand