ECLI:NL:RBNNE:2026:3836

ECLI:NL:RBNNE:2026:3836

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 09-09-2026
Datum publicatie 09-09-2026
Zaaknummer 008257-26
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Raadkamer
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Beroep op grond van artikel 39 WWETGC. Niet-ontvankelijkverklaring. De aangeschreven persoon was op dat moment feitelijk geen erfgenaam van de overleden veroordeelde en kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de betaling van de confiscatiebeslissing.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

[appellante] ,

Strafrecht

Zittingsplaats Leeuwarden

raadkamernummer : 008257-26

cjib-nummer : 3072 5423 0000 0549

Beslissing van de meervoudige raadkamer d.d. 9 september 2026 op het beroep op grond van artikel 39 van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie, ingesteld door

geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] , wonende op het adres [adres] ,

hierna te noemen: appellante.

Procesverloop

Op 11 maart 2026 heeft de rechtbank het beroepschrift van appellante ontvangen.

Het beroep is ingesteld tegen de op 27 november 2025 door de officier van justitie genomen beslissing tot erkenning en tenuitvoerlegging van een op 15 maart 2018 door het Landgericht Aken, Bondsrepubliek Duitsland, aan [erflater], geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats] , opgelegde beslissing tot confiscatie van een bedrag van 123.715,00 waarvan nog een bedrag van 123.075,00 ten uitvoer moet

worden gelegd.

Appellante en de officier van justitie hebben schriftelijk hun standpunten uiteengezet.

De mondelinge behandeling heeft op 26 augustus 2026 plaatsgevonden. Appellante is

- met bericht van verhindering - niet verschenen. Een door appellante ingediend verzoek tot aanhouding van de behandeling is op voorhand door de voorzitter afgewezen.

Het openbaar ministerie werd bij de behandeling vertegenwoordigd door de officier van justitie mr. S.M. von Bartheld.

Motivering

1. Het beroep is ingesteld op grond van artikel 39 van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie (WWETGC).

De rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, is de bevoegde instantie voor de behandeling van het beroep.

2. Het beroep is tijdig en juist ingesteld.

3. De toetsing van het beroep vindt plaats op grond van de op 19 december 2020 in werking getreden Verordening (EU) 2018/1805 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 (hierna ook te noemen: Verordening 2018/1805) en op grond van het op 19 december 2020 in werking getreden artikel 39 van de WWETGC.

4. Appellante heeft in haar beroepschrift gesteld dat de veroordeelde, [erflater] , overleden is op 10 juli 2023 en dat zij, als erfgename, de nalatenschap heeft verworpen.

Appellante heeft een en ander deugdelijk onderbouwd met afschriften van de overlijdensakte, de akte van verwerping nalatenschap en de inschrijving van de verwerping in het boedelregister.

5. De officier van justitie heeft in de eerste plaats gesteld dat de door de officier van justitie genomen beslissing tot erkenning en tenuitvoerlegging in stand kan blijven nu er geen sprake is van een van de weigeringsgronden genoemd in artikel 19 van de Verordening 2018/1805.

De officier van justitie heeft vervolgens gesteld dat de aanschrijving tot betaling was gericht aan de erfgenamen van dhr. [erflater] , [adres] . De aanschrijving was niet specifiek gericht aan appellante. Inmiddels is voldoende duidelijk dat appellante de erfenis heeft verworpen en daarmee niet langer gezien kan worden als erfgename. Daarmee is zij ook geen belanghebbende in de zin van artikel 39 van de WWETGC zodat appellante niet-ontvankelijk in het beroep moet worden verklaard, aldus de officier van justitie.

Tot slot heeft de officier van justitie verklaard dat hij toezegt dat appelante het bedrag in de aan veroordeelde opgelegde beslissing tot confiscatie niet hoeft te betalen, als de rechtbank komt tot een niet-ontvankelijkverklaring van appellante in het ingestelde beroep en dat zij hierover dan ook niet meer aangeschreven zal worden.

6. De rechtbank overweegt als volgt.

7. Appellante heeft in voldoende mate aangetoond dat zij, na het overlijden van veroordeelde, de nalatenschap heeft verworpen. Daarmee staat vast dat appellante niet gehouden is tot betaling van enige schuld of vordering die rust in of op de nalatenschap.

8. De rechtbank volgt de officier van justitie in de stelling dat de aanschrijving tot betaling ten onrechte terecht is gekomen bij appellante nu zij, door de eerdere verwerping van de nalatenschap, op dat moment feitelijk geen erfgenaam van de overleden veroordeelde was. De rechtbank is dan ook van oordeel dat appellante niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de betaling van het bedrag in de opgelegde confiscatiebeslissing. Een en ander heeft tot gevolg dat appellante niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde beroep omdat zij geen belanghebbende is in de zin van artikel 39 van de WWETGC

9. De rechtbank acht het voor appellante uitdrukkelijk van belang om op te merken dat de officier van justitie ter zitting heeft toegezegd dat appellante het bedrag in de aan veroordeelde opgelegde beslissing tot confiscatie niet hoeft te betalen als de rechtbank komt tot een niet-ontvankelijkverklaring van appellante in het ingestelde beroep en dat zij hierover dan ook niet meer aangeschreven zal worden. De rechtbank zal daarom de toezegging van de officier van justitie in het dictum van deze beslissing vermelden.

Beslissing

De rechtbank verklaart appellante niet-ontvankelijk in het ingestelde beroep.

De rechtbank merkt op dat de officier van justitie heeft toegezegd dat appelante het bedrag in de aan veroordeelde opgelegde beslissing tot confiscatie niet hoeft te betalen en dat zij hierover dan ook niet meer aangeschreven zal worden.

Deze beslissing is op 9 september 2026 gegeven door mr. W.S. Sikkema, voorzitter,

mr. M.R. de Vries en mr. G.C. Koelman, rechters, bijgestaan door T.L. Komrij, griffier.

Mr. de Vries is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. W.S. Sikkema
  • mr. M.R. de Vries
  • mr. G.C. Koelman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand