ECLI:NL:RBNNE:2026:3843

ECLI:NL:RBNNE:2026:3843

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 03-09-2026
Datum publicatie 10-09-2026
Zaaknummer LEE 26/1087
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting niet in geschil enkel de opgelegde verzuimboete. Hoorplicht is niet geschonden. De verzuimboete is terecht opgelegd en de rechtbank acht de hoogte ook passend en geboden. Beroep is ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

[belanghebbende] , uit [plaats] (belanghebbende)

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 26/1087

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 3 september 2026 in de zaak tussen

(gemachtigde: [naam 1] )

en

De inspecteur van de Belastingdienst/Centrale administratieve processen/kantoor Apeldoorn (de inspecteur)

(gemachtigde: [naam 2] ).

1. Deze uitspraak gaat over een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en de daarbij opgelegde boete. Belanghebbende is het niet eens met de boete. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank beoordeelt of de boete terecht en naar het juiste bedrag is opgelegd.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de boete terecht en naar het juiste bedrag is opgelegd. Dit betekent dat de boete in stand blijft. Het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. De inspecteur heeft aan belanghebbende over het tijdvak 6 juni 2025 tot en met 5 september 2025 een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting (MRB) van € 235 opgelegd.

Gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag heeft de inspecteur een verzuimboete van € 67 opgelegd (de boete).

De inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 21 februari 2026 het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. De inspecteur heeft daarbij de naheffingsaanslag en de boete gehandhaafd.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.

De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

Belanghebbende heeft op het verweerschrift gereageerd met een nader stuk.

De inspecteur heeft schriftelijk op het nader stuk van belanghebbende gereageerd.

De rechtbank heeft het beroep op 11 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende, de gemachtigde van belanghebbende en de gemachtigde van inspecteur, bijgestaan door [naam 3] .

Feiten

3. Belanghebbende is volgens de kentekenregistratie van de Dienst Wegverkeer (RDW) vanaf 1 februari 2025 houder van het motorrijtuig van het merk en type Mercedes-Benz Sprinter met kenteken [kenteken] (de camper).

Belanghebbende heeft vanaf 1 februari 2025 drie brieven (rekeningen) ontvangen voor de betaling van MRB. Belanghebbende heeft deze rekeningen MRB niet voor de uiterste betaaldatum voldaan.

Vervolgens zijn drie naheffingsaanslagen MRB aan belanghebbende opgelegd.

#

Tijdvak

MRB

Dagtekening naheffingsaanslag

Kenmerk

1

1 februari 2025-5 maart 2025

€ 91

25 april 2025

[nummer 1]

2

6 maart 2025-5 juni 2025

€ 235

2 mei 2025

[nummer 2]

3

6 juni 2025-5 september 2025

€ 235

30 juli 2025

[nummer 3]

Gelijktijdig met de naheffingsaanslag MRB ten aanzien van het tijdvak 6 juni tot en met 5 september 2025 van € 235, is een boete opgelegd van € 67.

Beoordeling door de rechtbank

4. Tussen partijen is niet in geschil dat de naheffingsaanslag MRB terecht en naar het juiste bedrag is opgelegd. De rechtbank beoordeelt daarom alleen of de boete terecht en naar het juiste bedrag is opgelegd.

Standpunten partijen

5. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de boete ten onrechte en niet naar het juiste bedrag is opgelegd. Belanghebbende voert ook aan dat zij niet is gehoord. Daarnaast voert belanghebbende aan dat er sprake is van één doorlopend betalingsverzuim en dat het herhaaldelijk niet betalen van MRB (als gevolg van het niet/onjuist instellen van een automatische incasso) haar niet te verwijten valt. Belanghebbende stelt namelijk niet op digitale wijze te zijn geïnformeerd dat zij in verzuim was met het betalen van MRB, terwijl zij zich wel voor digitale berichtgeving van de Belastingdienst heeft aangemeld voordat zij 7 maanden op reis ging met de camper.

6. De inspecteur stelt zich op het standpunt dat de boete terecht en naar het juiste bedrag is opgelegd. De inspecteur heeft de standpunten van belanghebbende gemotiveerd weersproken.

Is de hoorplicht geschonden?

7. Belanghebbende stelt dat zij niet is gehoord. In dat kader stelt belanghebbende dat zij geen uitnodiging voor een hoorgesprek heeft ontvangen. Belanghebbende stelt daarnaast dat de inspecteur, na het uitblijven van haar reactie op de uitnodiging, (telefonisch) contact met haar had moeten opnemen voordat hij mocht afzien van horen. Volgens belanghebbende volgt namelijk uit de strekking van haar bezwaarschrift dat zij gehoord wilde worden, en zou het horen ook invloed hebben gehad op de (oplegging/hoogte van de) boete.

8. De rechtbank stelt voorop dat de inspecteur, voordat hij op het bezwaar beslist, een belanghebbende in de gelegenheid moet stellen op zijn verzoek te worden gehoord. Bij zijn verweerschrift heeft de inspecteur een aan belanghebbende gerichte uitnodiging met dagtekening 15 september 2025 overgelegd. De rechtbank volgt belanghebbende niet in haar stelling dat zij geen uitnodiging voor een hoorgesprek heeft ontvangen. Belanghebbende heeft niet weersproken dat andere brieven verzonden door de Belastingdienst, waaronder specifiek de naheffingsaanslagen MRB met kenmerk [nummer 1] en [nummer 2] (zie 3.2) die op dezelfde wijze zijn verzonden als de uitnodiging voor de hoorzitting met dagtekening 15 september 2025, belanghebbende wel hebben bereikt op haar adres. Verder acht de rechtbank het aannemelijk dat de inspecteur de uitnodiging voor de hoorzitting op 8 september 2025 heeft aangeboden per post ter verzending naar het door belanghebbende opgegeven adres ( [adres] ). Dit volgt uit de door de inspecteur opgenomen verzendrapporten en de toelichting op deze verzendrapporten, zoals opgenomen in diens nader ingediende stuk (zie 2.6.). De omstandigheid dat per post verzonden stukken in de regel op het daarop vermelde adres van de geadresseerde worden bezorgd, rechtvaardigt het vermoeden van ontvangst van het poststuk op het adres van belanghebbende. Belanghebbende heeft ook niets concreets aangevoerd dat voorgaand vermoeden tegenspreekt. Bij de verdere beoordeling zal de rechtbank daarom ervan uitgaan dat de inspecteur haar heeft uitgenodigd voor een hoorgesprek.

9. Tussen partijen staat vast dat belanghebbende niet binnen de in de uitnodiging gegeven termijn heeft gereageerd. Hieruit mocht de inspecteur afleiden dat zij (stilzwijgend) afstand deed van het recht om te worden gehoord. De rechtbank constateert dat belanghebbende in haar bezwaarschrift niet heeft verzocht om een hoorgesprek, en ook niet - bijvoorbeeld - heeft aangeboden het bezwaar mondeling toe te lichten. De strekking van een bezwaarschrift waaruit (al dan niet) blijkt dat belanghebbende gehoord wenst te worden, is niet gelijk te stellen met zo’n verzoek om te worden gehoord. De rechtbank volgt belanghebbende om die reden niet in haar stelling dat de inspecteur eerst nog contact met haar had moeten opnemen om een en ander te verifiëren. De rechtbank komt tot de slotsom dat de hoorplicht niet is geschonden.

Is de boete terecht en naar het juiste bedrag opgelegd?

10. Ten aanzien van de boete stelt belanghebbende dat zij voor drie opeenvolgende tijdvakken geen MRB heeft betaald als gevolg van eenzelfde reden(en), namelijk het vergeten een automatische incasso in te stellen voorafgaande aan een reis van 7 maanden. Daardoor is er volgens belanghebbende geen sprake van drie (opeenvolgende) betalingsverzuimen in één jaar. Ook voert belanghebbende aan dat het herhaaldelijk niet betalen van MRB (als gevolg van het niet/onjuist instellen van een automatische incasso) haar niet te verwijten valt. Belanghebbende stelt dat zij, vlak na het aangaan van het houderschap van de camper, op een reis van 7 maanden is gegaan. Daarom heeft zij haar fysieke post niet geopend met als gevolg dat zij niet op de hoogte was dat zij geen MRB betaalde via automatische incasso en ook de rekeningen MRB niet heeft betaald. Belanghebbende meende dat zij haar post ook niet hoefde te (laten) openen, omdat zij verwachtte - ook ten aanzien van de MRB - te worden geïnformeerd met digitale berichten (via Mijnoverheid.nl). Belanghebbende heeft namelijk, voorafgaande aan haar reis, aangevinkt alle communicatie vanuit de Belastingdienst digitaal te willen ontvangen. Zij stelt dat zij bij het aanvragen van deze digitale berichtgeving er niet op is gewezen dat communicatie over de MRB van digitale berichtgeving is uitgezonderd. Volgens belanghebbende is zij met het opleggen van de boete als gevolg van het niet betalen van MRB dan ook onevenredig zwaar geraakt.

11. De rechtbank stelt vast dat belanghebbende drie (opeenvolgende) betaaltermijnen voor de betaling van de MRB - zoals weergegeven op de rekening - heeft laten verstrijken in één jaar, zonder binnen de betaaltermijn MRB te betalen (zie 3.1). De rechtbank overweegt dat een verzuimboete kan worden opgelegd als er twee keer een betaaltermijn, zoals aangegeven op de rekening MRB, verstrijkt binnen hetzelfde jaar (betalingsverzuim). De rechtbank is daarom van oordeel dat de boete ten aanzien van het derde betalingsverzuim terecht aan belanghebbende is opgelegd. De onderliggende reden waarom belanghebbende niet betaald heeft, is - anders dan belanghebbende meent - in beginsel niet van belang voor de vraag of een verzuimboete mag worden opgelegd.

12. Voor het opleggen van een verzuimboete is niet vereist dat sprake is van opzet of grove schuld. Alleen als een belanghebbende alle in redelijkheid van haar te verwachten zorg heeft betracht en haar geen enkel verwijt treft met betrekking tot het niet tijdig betalen van de verschuldigde MRB, dient de boete te worden vernietigd wegens afwezigheid van alle schuld. Van een dergelijke situatie is in dit geval geen sprake. De rechtbank overweegt dat het belanghebbende valt aan te rekenen dat zij is vergeten de automatische incasso voor de MRB (juist) in te stellen. Belanghebbende is immers zelf verantwoordelijk voor een tijdige betaling van de belasting en dient de verschuldigde belasting op eigener beweging te voldoen.

13. De vervolgvraag is of de verzuimboete van € 67 in dit geval passend en geboden is. Er is sprake van drie betalingsverzuimen binnen één jaar, te wijten aan belanghebbende als gevolg van het niet (juist) instellen van een automatische incasso. Er zijn geen bijzondere omstandigheden gebleken rondom het niet (juist) instellen van de automatische incasso door belanghebbende, die aanleiding geven tot het matigen van de boete. De overige omstandigheden die belanghebbende heeft aangedragen (het niet op de hoogte zijn van het betalingsverzuim als gevolg van het uitblijven van digitale berichten vanuit de Belastingdienst), brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel en maken de boete evenmin onevenredig zwaar. Belanghebbende had in ieder geval kunnen zien dat er geen MRB van haar rekening werd afgeschreven. De boete is naar het oordeel van de rechtbank passend en geboden.

14. Gelet op het bovenstaande, is de rechtbank is van oordeel dat de boete terecht en naar het juiste bedrag is opgelegd.

Conclusie en gevolgen

15. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de naheffingsaanslag en de verzuimboete in stand blijven. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.A.M. Geersheuvels, rechter, in aanwezigheid van mr.R. Schultinga, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 3 september 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026091704
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand