RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 271034155
zaaknummer: 12039334 BU VERZ 26-2
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van
3 augustus 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats],
gemachtigde: [naam].
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘met een voertuig parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats die is gereserveerd voor een ander voertuig’, verricht op 7 december 2024, om 16:38 uur, op [adres], met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 499,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft de boete gematigd naar € 254,00 (inclusief administratiekosten) en voor het overige het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 3 augustus 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: gemachtigde en als vertegenwoordigster van de officier van justitie
mr. M. Reith.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en hij zal de boete matigen tot een bedrag van € 0,00. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Gemachtigde (de man van betrokkene) voert aan dat de buren, voor wie de gehandicaptenparkeerplaats was, al twee maanden waren verhuisd. Betrokkene heeft daar geparkeerd omdat parkeerplekken schaars zijn in haar straat en de buren de parkeerplek niet meer gebruikten. Daarnaast heeft zij contact gehad met de gemeente, die daarna het bord heeft verwijderd.
4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond verklaard moet worden. De officier van justitie heeft al rekening gehouden met de omstandigheden. Zij ziet geen aanleiding om de boete nog verder te matigen. Het bord blijft leidend en betrokkene had daar niet mogen parkeren. Betrokkene heeft een risico genomen door daar te parkeren en dat komt voor haar eigen rekening en risico.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
De kantonrechter ziet aanleiding om in dit geval de boete te matigen tot een bedrag van € 0,00. Betrokkene had niet op de parkeerplaats mogen parkeren, maar zij heeft geen schade aangericht door dat wel te doen. De persoon voor wie de parkeerplaats was, woonde immers niet meer op de pleeglocatie waardoor de parkeerplaats voor hem niet meer nodig was. Daar komt bij dat ook andere personen met een gehandicaptenparkeerkaart niet op deze parkeerplaats mochten parkeren, omdat deze gereserveerd was voor een specifiek kenteken.
Conclusie
De kantonrechter:
Waarvan proces-verbaal,
mr. M. Hidding, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.