RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 273809745
zaaknummer: 12015270 BU VERZ 25-2561
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van
3 augustus 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats].
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder een duidelijk zichtbare en geldige gehandicaptenparkeerkaart’, verricht op 14 mei 2025, om 11:30 uur, op de Wendsteinweg, parkeerplaats AH, in Marum, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 389,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 3 augustus 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. M. Reith.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en hij zal de boete matigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene vindt dat de boete vernietigd of gematigd moet worden. Zij was haar ongeneeslijk zieke moeder (longkanker) naar de Albert Heijn aan het brengen. Vanwege de beperkte mobiliteit van haar moeder, die zich in de palliatieve fase van haar ziekte bevond, wilde betrokkene haar zo dicht mogelijk bij de ingang uit de auto laten stappen. Zij dacht dat zij mocht parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats als zij iemand vervoerde met een medische noodzaak. Zij vindt verder verantwoord rijden belangrijk en zij zou ook dit risico niet hebben genomen als zij had geweten dat zij daar niet mocht staan.
4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond verklaard moet worden. Zij begrijpt dat betrokkene onder deze omstandigheden ervoor heeft gekozen om op de parkeerplaats te gaan staan, maar dit betekent niet dat zij gebruik daarvan mocht maken. De parkeerplaats moet openblijven voor mensen die wél een gehandicaptenparkeerkaart hebben.
Overwegingen
Heeft betrokkene voldoende zekerheid gesteld?
5. De kantonrechter stelt vast dat betrokkene een te laag bedrag aan zekerheid heeft betaald: € 225,00. Dit is het minimumbedrag zonder de € 9,00 administratiekosten. De kantonrechter gaat ervan uit dat betrokkene zich heeft vergist en zal de zaak inhoudelijk behandelen.
Zijn er omstandigheden die moeten leiden tot matiging van de boete?
6. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
De kantonrechter zal de boete matigen tot € 199,00 (inclusief administratiekosten). Hij acht het verhaal van betrokkene aannemelijk. Zij heeft met de beste bedoelingen gehandeld. Daar komt bij dat de parkeerplaats verder vol was en dat de andere gehandicaptenparkeerplaatsen nog vrij waren. Tóch had betrokkene ook onder deze omstandigheden daar niet mogen parkeren. Zij had dat kunnen en moeten weten. De kantonrechter ziet daarom geen aanleiding om de boete nog verder te matigen.
Conclusie
De kantonrechter:
Waarvan proces-verbaal,
mr. M. Hidding, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.