RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 272902324
zaaknummer: 12015246 BU VERZ 25-2560
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van
3 augustus 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats].
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder van een voertuig rijden terwijl deze niet is voorzien van een over de gehele lengte gasdichte uitlaat’, verricht op 1 april 2025, om 11:11 uur, op de Parkweg in Groningen, met een tweewielige bromfiets, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 269,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 3 augustus 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie
mr. M. Reith.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen tot een bedrag van € 0,00. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat hij onderweg was naar de garage. Daarom had hij ook een nieuwe uitlaat mee. Hij had niet de mogelijkheid om de bromfiets op een andere manier naar de garage te krijgen. Hij heeft geprobeerd om de uitlaat zelf te monteren, maar dat is niet gelukt.
4. De vertegenwoordiger stelt zich op het standpunt dat de boete gematigd moet worden naar € 0,00. Zij vindt het voldoende aannemelijk dat betrokkene onderweg was naar de garage en dat hij er alles aan heeft gedaan om deze boete te vermijden.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
De kantonrechter ziet aanleiding om de boete te matigen tot een bedrag van € 0,00. Betrokkene heeft aannemelijk gemaakt dat hij onderweg was naar de garage om zijn uitlaat te vervangen. Hij heeft dat consistent aangevoerd en hij heeft dat zelfs bij de staandehouding al gezegd. Het is jammer dat daarover in de beslissing van de officier van justitie niets wordt gezegd. Daarnaast kan hij niet op een andere manier zijn voertuig naar de garage krijgen.
Conclusie
De kantonrechter:
Waarvan proces-verbaal,
mr. M. Hidding, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.