RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 september 2026 in de zaak tussen
Samenvatting
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 26/2338
[naam 1] en [naam 2] namens hun minderjarig kind [naam 3], uit [woonplaats] , verzoekers
en
het college van bestuur van de Stichting Openbaar Onderwijs Groningen (o2g2), verweerder (gemachtigde: mr. G. Ephrati).
1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het doublurebesluit van verweerder, waardoor het kind van verzoekers (hierna: de leerling) niet bevorderd is naar 4VMBO-KB. Verzoekers zijn het hier niet mee eens. Zij verzoeken daarom om een voorlopige voorziening en voeren daartoe een aantal gronden aan.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af, omdat verweerder de leerling een nieuwe mogelijkheid heeft geboden om toetsen af te leggen. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Procesverloop
2. De leerling volgt onderwijs aan het Montessori Vaklyceum te Groningen. In het schooljaar 2025/2026 heeft hij voor de tweede maal 3VMBO-KB gedaan.
Op 22 juni 2026 heeft de teamleider van het Montessori Vaklyceum aan de leerling en zijn ouders meegedeeld dat de leerling niet bevorderd zou worden naar 4VMBO-KB, omdat sprake was van een onvolledig programma van toetsing en afsluiting (PTA) en omdat de cijferlijst niet volledig was.
Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om de voorlopige voorziening te treffen dat de leerling per direct voorlopig toegelaten zou worden tot 4VMBO-KB voor het schooljaar 2026/2027.
Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 12 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verweerder en A.T. Visser en K.H. van der Heijden namens het Montessori Vaklyceum.
Ter zitting hebben de vertegenwoordigers van het Montessori Vaklyceum toegezegd dat de leerling de gelegenheid zou krijgen om op zo kort mogelijke termijn alsnog toetsen af te leggen voor de nu nog ontbrekende onderdelen van het programma van toetsing en afsluiting van 3VMBO-KB. De uitkomst van deze toetsen zou bepalen of de leerling alsnog bevorderd werd of dat het doublurebesluit in stand bleef. Verzoekers hebben ter zitting toegezegd hun medewerking te verlenen.
De voorzieningenrechter heeft het onderzoek ter zitting geschorst en daarvan proces-verbaal opgemaakt. Nadien hebben partijen meerdere schriftelijke stukken ingediend. Beide partijen hebben te kennen gegeven geen behoefte te hebben aan een nadere behandeling ter zitting. De voorzieningenrechter sluit het onderzoek.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. De voorzieningenrechter overweegt dat verweerder het doublurebesluit van 22 juni 2026 aanmerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht en dat verzoekers hiertegen bezwaar hebben gemaakt.
4. Na de zitting van 12 augustus 2026 heeft het Montessori Vaklyceum de leerling de mogelijkheid geboden om op vrijdagmiddag 21 augustus 2026 de twee ontbrekende toetsen van het vak biologie alsnog af te leggen, met de mededeling dat de leerling contact kon opnemen met een biologiedocent voor begeleiding bij de voorbereiding. Op 21 augustus 2026 is de leerling niet verschenen voor het afleggen van de toetsen. Het Montessori Vaklyceum heeft de leerling vervolgens de mogelijkheid geboden om op vrijdagmiddag 28 augustus 2026 de twee ontbrekende toetsen van het vak biologie alsnog af te leggen. Ook op laatstgenoemde datum is de leerling niet verschenen.
De voorzieningenrechter overweegt dat de leerling niet is bevorderd naar 4VMBO-KB, omdat hij niet alle voorgeschreven toetsen met een voldoende resultaat heeft afgelegd. Dat gegeven is niet in geschil.
Verzoekers hebben, kort gezegd, gesteld dat uit het op 2 juli 2026 uitgereikte rapport volgt dat de leerling bevorderd is naar 4VMBO-BK. Dit standpunt kan in de heroverweging op bezwaar aan de orde komen. Op dit moment acht de voorzieningenrechter het niet afleggen van de toetsen doorslaggevend, los van de vraag wat daarvan de reden is geweest. Voor overgang naar de volgende klas is een volledig PTA nu eenmaal vereist.
In de huidige situatie is de meest verstrekkende voorziening die de voorzieningenrechter zou kunnen treffen, dat de leerling ondanks het feit dat het schooljaar 2025/2026 al was afgesloten, alsnog een kans zou krijgen om de toetsen af te leggen.
Zoals hierboven is besproken, heeft het Montessori Vaklyceum de leerling deze mogelijkheid zelfs tweemaal geboden. Hiermee hebben verzoekers dus bereikt wat zij maximaal in redelijkheid hadden kunnen verkrijgen. De door verzoekers gevraagde voorziening dat de leerling aan 4VMBO-BK zou kunnen beginnen zonder eerst de ontbrekende toetsen af te leggen, acht de voorzieningenrechter geen redelijke en reële voorziening.
Conclusie en gevolgen
6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af omdat verzoekers in deze procedure al het maximale resultaat hebben bereikt dat redelijk is. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. Hulst, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 16 september 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: