ECLI:NL:RBNNE:2026:4004

ECLI:NL:RBNNE:2026:4004

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 04-09-2026
Datum publicatie 18-09-2026
Zaaknummer LEE 25/1187
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Afwijzing handhavingsverzoek dempen van greppel. Dagelijks bestuur heeft in het bestreden besluit (opnieuw) onvoldoende onderzocht en gemotiveerd dat de gedempte greppel geen oppervlaktewaterlichaam is in de zin van de Waterwet en de Keur, omdat de greppel geen functionele rol heeft binnen het oppervlaktewater en er geen ecosysteem aanwezig is. Standpunt gebaseerd op aannames, die niet zijn onderbouwd of onjuist blijken te zijn. Beroep gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 september 2026 in de zaak tussen

[naam] en [naam], uit [plaats], eisers

het dagelijks bestuur van het waterschap Noorderzijlvest, het dagelijks bestuur

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 25/1187

(gemachtigde: mr. R.H. de Kamper),

en

(gemachtigden: M. Harrijvan en M. Geerdsema).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [naam] uit [plaats] (derde-partij)

(gemachtigde: mr. K.D. de Boer).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers handhavingsverzoek over het dempen van een greppel. Eisers zijn het niet eens met de afwijzing. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van het handhavingsverzoek.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is. Eisers krijgen dus gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eisers hebben op 11 maart 2021 een handhavingsverzoek ingediend over het dempen van een greppel op het perceel [adres] te [plaats].

Op 31 mei 2021 heeft het dagelijks bestuur aan derde-partij een last onder dwangsom opgelegd. Op 15 september 2021 heeft het dagelijks bestuur de begunstigingstermijn van de last aangepast. Op 25 februari 2022 heeft het dagelijks bestuur op het bezwaar van eisers besloten om de last in stand te laten met aanpassing van de begunstigingstermijn en de motivering.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar van 25 februari 2022. Het dagelijks bestuur heeft dat besluit vervangen door een nieuw besluit op bezwaar van 9 januari 2023 (gewijzigde formulering van de last).

Op 11 april 2023 heeft de rechtbank het beroep van eisers gegrond verklaard, het besluit op bezwaar en het besluit van 9 januari 2023 vernietigd en het dagelijks bestuur opgedragen om een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eisers.

Op 6 september 2023 heeft het dagelijks bestuur het bezwaar van eisers ongegrond verklaard en het primaire besluit van 31 mei 2021 herzien, in die zin dat het verzoek om handhaving van eisers wordt afgewezen op de grond dat het dagelijks bestuur geen bevoegd gezag is omdat het gedempte deel van de greppel geen oppervlaktewaterlichaam is.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar van 6 september 2023.

Op 24 oktober 2024 heeft de rechtbank het beroep van eisers gegrond verklaard, het besluit op bezwaar van 6 september 2023 vernietigd en het dagelijks bestuur opgedragen om een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eisers.

Op 11 februari 2025 heeft het dagelijks bestuur het bezwaar van eisers opnieuw ongegrond verklaard op de grond dat het dagelijks bestuur geen bevoegd gezag is omdat het gedempte deel van de greppel geen oppervlaktewaterlichaam is. Dit is het bestreden besluit.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 5 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers en hun gemachtigde, de gemachtigden van het college en derde-partij.

Beoordeling door de rechtbank

Wettelijk kader

Overgangsrecht

3. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet (Ow) en de Invoeringswet omgevingsrecht in werking getreden. Omdat het verzoek om handhaving is ingediend voor de inwerkingtreding van de Ow is in deze procedure het oude recht van toepassing, waaronder de Waterwet en de Keur waterschap Noorderzijlvest 2009 (Keur).

Definitie oppervlaktewaterlichaam

In de Waterwet en in de Keur wordt onder oppervlaktewaterlichaam verstaan: een samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende waterbodem, oevers en voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens de Wet, drogere oevergebieden, alsmede flora en fauna.

Uit rechtspraak volgt dat met de omschrijving van een oppervlaktewaterlichaam in de Waterwet aangesloten is bij de invulling van het begrip oppervlaktewater uit de Wet verontreiniging oppervlaktewateren in de jurisprudentie van de Hoge Raad en de Afdeling. Bij de beoordeling of een voor hemelwaterberging bestemde voorziening als een oppervlaktewaterlichaam in de zin van de Waterwet kan worden aangemerkt kunnen de factoren aanwezigheid van een normaal ecosysteem en in verbinding staan met (andere) oppervlaktewaterlichamen in de zin van de Waterwet een rol spelen, maar er is geen sprake van voorwaarden waaraan cumulatief moet zijn voldaan. Uit de definitieomschrijving in de Waterwet en in de Keur volgt dat een samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water in beginsel een (onderdeel van een) oppervlaktewaterlichaam is. Volgens de Afdeling zijn uitzonderingen mogelijk, maar die moeten in het licht van de Kaderrichtlijn Water beperkt worden uitgelegd en toegepast in overeenstemming met de doelen van de Kaderrichtlijn Water. Of sprake is van een situatie waarin zich zo’n uitzondering voordoet moet van geval tot geval worden beoordeeld.

Wat heeft deze rechtbank eerder geoordeeld?

4. In zaak LEE 23/4179 oordeelde de rechtbank, kort samengevat, dat het dagelijks bestuur onvoldoende had gemotiveerd dat hij niet (langer) bevoegd was om handhavend op te treden omdat de gedempte greppel geen oppervlaktewaterlichaam is in de zin van de Waterwet en de Keur. Het dagelijks bestuur had de conclusies dat het gedempte deel van de greppel geen functionele rol heeft binnen het oppervlaktewater en dat er al vele jaren geen ecosysteem aanwezig is niet deugdelijk onderbouwd.

Het bestreden besluit

5. Het dagelijks bestuur blijft bij het standpunt dat hij niet bevoegd is om een besluit te nemen over het gedempte deel van de greppel, omdat dat niet voldoet aan de definitie van oppervlaktewaterlichaam. Volgens het dagelijks bestuur heeft het gedempte deel van de greppel, door de omvang en de ligging, binnen het watersysteem geen functie voor de aan- en afvoer en berging van water. Een oppervlakkige geul net onder het maaiveld kan niet ontwaterend kan werken. In ieder geval is er, 40 jaar na de demping in 1984, een stabiele situatie ontstaan waarbij grond en water in balans zijn gekomen. Ook voor de wateraanvoer had het gedempte gedeelte van de greppel geen betekenis, de watergangen worden enkel gevoed door hemelwater en grondwater. Van een waterbergende functie was geen sprake, omdat overtollig water door de hoge ligging van de percelen wordt afgevoerd naar lager gelegen gebied. Daarnaast was er volgens het dagelijks bestuur, vanwege de zeer geringe omvang van het gedempte deel van de greppel, geen sprake van een normaal functionerend ecosysteem. Tenslotte is ook volgens het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (gerechtshof) geen sprake van een sloot of oppervlaktewaterlichaam.

Wel of geen oppervlaktewaterlichaam?

6. Eisers stellen zich op het standpunt dat het gedempte deel van de greppel (door hen aangeduid als ‘sloot’) voldoet aan de definitie van een oppervlaktewaterlichaam. Eisers stellen dat de sloot, die volgens hen ongeveer 60 centimeter diep is, voor hun perceel een waterbergende functie heeft en dat zij die nodig hebben voor de waterafvoer van hun percelen. De sloot is volgens hen in 2017 gedempt en niet in 1984. Eisers verwijzen ter onderbouwing naar informatie uit 2006 en 2007 op de websites topotijdreis.nl en luchtfototijdreis.nl en voeren verder aan dat het gedempte gedeelte in 2022 nog volledig op de legger stond. Eisers stellen verder dat de conclusie dat geen sprake was van een ecosysteem niet is gebaseerd op ecologisch onderzoek, terwijl vóór de demping sprake was van een doorlopende sloot. Volgens eisers kan uit de uitspraak van het gerechtshof niet worden afgeleid dat geen sprake is van een sloot.

7. Het beroep slaagt. De rechtbank is van oordeel dat het dagelijks bestuur in het bestreden besluit (opnieuw) onvoldoende heeft onderzocht en gemotiveerd dat de gedempte greppel geen oppervlaktewaterlichaam is in de zin van de Waterwet en de Keur, omdat de greppel geen functionele rol heeft binnen het oppervlaktewater en er geen ecosysteem aanwezig is. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.

Functie

Niet in geschil is dat het gedempte deel van de greppel geen functie had in de wateraanvoer. In geschil is of het gedempte deel van de greppel een functie had in de waterberging en/of waterafvoer. Het dagelijks bestuur heeft zijn standpunt daarover gebaseerd op aannames, die niet zijn onderbouwd of onjuist blijken te zijn. In het bestreden besluit is het dagelijks bestuur er ten onrechte vanuit gegaan dat de sloot in 1984 is gedempt en dat door een tijdsverloop van 40 jaar een nieuw evenwicht zou zijn ontstaan. Dat is door de gemachtigde van het dagelijks bestuur ter zitting erkend. Verder heeft het dagelijks bestuur naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende (kenbaar) onderzoek gedaan naar de feitelijke situatie, wat betreft de omvang en de loop van het gedempte deel van de greppel.

Dat het ‘een oppervlakkige geul, net onder maaiveld’ was is niet onderbouwd. Ook de in het besluit genoemde geschatte afmetingen, waaronder een diepte van 30 cm, zijn niet onderbouwd en niet controleerbaar. De gemachtigden van het dagelijks bestuur hebben bovendien ter zitting aangegeven dat zonder nader onderzoek niet is uit te sluiten dat het gedempte gedeelte van de greppel een (door eisers genoemde) diepte van 60 cm heeft gehad. Verder kan de rechtbank het standpunt dat het gedempte gedeelte van de greppel niet verbonden was niet volgen, omdat dat gedeelte het verlengde van een bestaande greppel was. Het besluit is ook op dat punt niet onderbouwd. Omdat de conclusies van het dagelijks bestuur over de waterafvoer en de waterberging zijn gebaseerd op aannames, die niet zijn onderbouwd of onjuist blijken te zijn, kunnen die het bestreden besluit niet dragen.

Op grond van het dossier en hetgeen ter zitting is besproken (dat de watergangen in het gebied door grote verschillen in maaiveldhoogte uitsluitend water afvoeren en geen bergende functie hebben) acht de rechtbank het niet aannemelijk dat het gedempte deel van de greppel een reële functie had voor de waterberging, ook al is (nog) niet duidelijk wat de exacte omvang daarvan is geweest.

Normaal ecosysteem

De rechtbank leest de voorwaarde van aanwezigheid van een normaal ecosysteem zo, dat het moet gaan om een ecosysteem dat verband houdt met en/of relevant is voor een oppervlaktewaterlichaam. Daarbij is naar het oordeel van de rechtbank niet slechts relevant of er steeds sprake is van water aan de oppervlakte in het gedempte deel van de greppel – tussen partijen staat vast dat er niet steeds water aan de oppervlakte was - , maar moet ook de verbinding met het niet-gedempte deel van de greppel (die in het bestreden besluit ‘de ontvangende sloot’ wordt genoemd) worden betrokken, uitgaand van de legger van het Waterschap. De conclusie dat geen sprake was van een normaal ecosysteem, alleen vanwege de zeer geringe omvang van de greppel kan de rechtbank niet volgen, omdat (zoals onder 7.1 is overwogen) die omvang onvoldoende controleerbaar is onderzocht en daarnaast de verbinding met het niet-gedempte deel van de greppel niet kenbaar in het besluit is betrokken. In het vervolg van deze procedure kan een ecologische notitie mogelijk ter onderbouwing dienen.

Uitspraak gerechtshof

Aan de uitspraak van gerechtshof kan naar het oordeel van de rechtbank in deze bestuursrechtelijke procedure geen (doorslaggevende) betekenis worden toegekend, reeds omdat die uitspraak is gedaan in een privaatrechtelijke procedure waarvoor een ander wettelijk kader geldt.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit niet zorgvuldig is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd. Het bestreden besluit is daarom in strijd met 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen ruimte om zelf in de zaak te voorzien. De rechtbank ziet verder geen aanleiding om een bestuurlijke lus toe te passen. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat het college een nieuw besluit op het bezwaarschrift moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.

Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eisers vergoeden en krijgen eisers ook een vergoeding van hun proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgen eisers een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. Dat zijn twee proceshandelingen. De vergoeding bedraagt € 1.868,-.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Ketelaars-Mast, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Volk, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 4 september 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand