ECLI:NL:RBNNE:2026:4006

ECLI:NL:RBNNE:2026:4006

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 18-09-2026
Datum publicatie 18-09-2026
Zaaknummer LEE 26/2008 en LEE 26/2144
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Voorlopige voorziening+bodemzaak
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Beroep gegrond, vovo afgewezen. Kortsluiting. Omgevingsvergunning voor vellen van negen bomen. De voorzieningenrechter kan het college volgen in het standpunt dat na vaststelling (en publicatie) van het wijzigingsbesluit omgevingsplan de stedenbouwkundige invulling van het gebied (en daarmee de ruimtelijke ontwikkeling in de zin van de APVG) voldoende vaststaat, maar de aan de omgevingsvergunning verbonden voorwaarde houdt geen dan wel onvoldoende rekening met een mogelijke aanpassing van het wijzigingsbesluit waarbij minder of geen bomen hoeven worden gekapt. Uit het bestreden besluit en het daarbij behorende bomenpaspoort blijkt voldoende dat de belangen van het behoud van de bomen betrokken zijn bij de besluitvorming. Van strijd met de APVG is de voorzieningenrechter niet gebleken. De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat het college de omgevingsvergunning voor het vellen van de negen bomen heeft kunnen verlenen, maar zij bepaalt daarbij wel dat de bij de omgevingsvergunning behorende voorwaarde als volgt wordt aangepast: “Een individuele boom mag pas worden geveld nadat een wijzigingsbesluit voor het omgevingsplan is vastgesteld conform een ontwerp dat de betreffende boom niet spaart en nadat het college het wijzigingsbesluit voor het omgevingsplan bekendgemaakt heeft door publicatie in het Gemeenteblad.”

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

[naam],

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummers: LEE 26/2008 en LEE 26/2144

uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 september 2026 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[naam],

[naam],

[naam]

en [naam], alle uit Groningen, verzoekers

en

(gemachtigde: T.M. Senff).

Als derde-partijen nemen aan de zaak deel:

VanWonen Projecten B.V. uit Zwolle, vergunninghouder

(gemachtigde: mr. M.H. Blokvoort)

en Stadshavens B.V. uit Groningen, derde-belanghebbende.

1. Deze uitspraak gaat over de omgevingsvergunning voor het vellen van twee bomen met de potentieel monumentale status en zeven bomen met de monumentale status voor de locatie Balkgat/Betonbos en directe omgeving in Groningen. Verzoekers zijn het hier niet mee eens. Zij hebben daarom beroep ingesteld (LEE 26/2008) en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening (LEE 26/2144).

Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak beslist zij ook op het beroep van verzoekers tegen het bestreden besluit. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden die verzoekers hebben aangevoerd. De voorzieningenrechter komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de omgevingsvergunning voor het vellen van de negen bomen heeft kunnen verlenen, maar zij bepaalt daarbij wel dat de bij de omgevingsvergunning behorende voorwaarde wordt aangepast. Het beroep is gegrond. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het verzoek om een voorlopige voorziening wijst zij af, vanwege de uitspraak op het beroep.

Procesverloop

2. De aanvraag om een omgevingsvergunning ziet op het vellen van negen bomen op de gronden tussen het Balkgat, het Damsterdiep, de kade langs het Eemskanaal en de Eltjo Ruggeweg. Op die gronden is een nieuwe woonwijk voorzien, als onderdeel van het nieuw stadsdeel genaamd Stadshavens. Het gaat om negen (potentieel) monumentale bomen, die in de bij de aanvraag gevoegde, door het college vastgestelde Boom Effect Analyse ‘Ontwikkeling Stadshavens deelplan 1’ van 2 juli 2025 (BEA) zijn aangeduid met nummers 22, 45, 62, 64, 66, 67, 86, 482 en 485. Het betreft een Zwarte Els, vijf Italiaanse populieren, een Rode Esdoorn, een Kraakwilg en een Zomereik.

Het college heeft de omgevingsvergunning op 13 november 2025 verleend. Verzoekers hebben bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

In de uitspraak van 29 januari 2026 heeft de voorzieningenrechter het verzoek toegewezen en de omgevingsvergunning geschorst tot zes weken nadat een besluit op het bezwaar van verzoekers is genomen.

Met het bestreden besluit van 27 mei 2026 op het bezwaar van verzoekers is het college bij de omgevingsvergunning gebleven. Het college heeft aan de omgevingsvergunning de voorwaarde toegevoegd dat de bomen pas mogen worden geveld na publicatie van het wijzigingsbesluit voor het omgevingsplan (het wijzigingsbesluit) in het Gemeenteblad. Verder heeft het college de omgevingsvergunning nader gemotiveerd met een bomenpaspoort, waarin per boom is aangegeven dat en waarom behoud niet mogelijk is, welke alternatieven voor de kap zijn onderzocht en hoe de belangen zijn gewogen van boombehoud enerzijds en woningbouw, mobiliteit, nutsvoorzieningen en waterveiligheid anderzijds. Omdat in de bezwaarfase bleek dat boom 86 al was gekapt, heeft het college in het bestreden besluit ten aanzien van die boom de omschrijving aangepast en vergunninghouder verplicht één extra boom te planten, op een herkenbare locatie in Stadshavens of anders binnen 500 meter van de projectgrens van Stadshavens.

Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Verzoekers hebben ook om een ordemaatregel gevraagd. Namens de voorzieningenrechter is aan verzoekers meegedeeld dat zij geen aanleiding ziet voor het treffen van een ordemaatregel, omdat vergunninghouder verklaard heeft te wachten met vellen tot er uitspraak is gedaan op het verzoek om een voorlopige voorziening.

Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

Verzoekers en vergunninghouder hebben nadere stukken ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 4 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen verzoekers [naam], [naam], [naam] en [naam], de gemachtigde van het college, namens vergunninghouder [naam] en de gemachtigde en namens derde-belanghebbende [naam].

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Omvang van het geding

3. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of het bestreden besluit in stand kan blijven, gelet op het toetsingskader voor het vellen van bomen zoals onder 6. staat beschreven. De structuurvisie Sterke stammen en het beleidsdocument Vitamine G vallen buiten dat toetsingskader. Dat geldt ook voor het ter plaatsende geldende omgevingsplan “Omgevingsplanwijziging 1 gemeente Groningen” en voor ruimtelijke documenten zoals de Milieueffectrapportage (MER). Ook de (mogelijke) aanwezigheid van vleermuizen en steenmarters of andere (beschermde) dieren, de aanwijzing van een ecologische verbindingszone en/of een mogelijke flora- en fauna-activiteit vallen buiten dat toetsingskader. Hetgeen verzoekers daarover hebben aangevoerd valt naar het oordeel van de voorzieningenrechter buiten de omvang van deze procedure en zij zal daar dan ook niet verder op ingaan.

Bezwaarprocedure en procesvertegenwoordiging

4. Verzoekers voeren aan dat de gemachtigde van het college in de beroepsfase tijdens de bezwaarfase lid/secretaris was van de onafhankelijke bezwarencommissie en als zodanig betrokken bij de inhoudelijke advisering aan het college. Zij betwijfelen of er voldoende sprake is van functiescheiding of dat daarentegen sprake is van partijdigheid, en of zij er in deze zaak op mogen vertrouwen dat hun bezwaar zorgvuldig en onafhankelijk is behandeld.

5. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de bezwarencommissie verzoekers bezwaren niet onafhankelijk of niet zorgvuldig zou hebben behandeld, omdat de gemachtigde van het college in de beroepsfase als lid/secretaris van de bezwarencommissie bij de behandeling van het bezwaar betrokken is geweest. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter dat de heroverweging van een besluit in bezwaar aan, in dit geval, het college is. De Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) verzet zich er niet tegen dat het college aan de heroverweging een advies ten grondslag legt dat is uitgebracht door een adviescommissie die, al dan niet in meerderheid, bestaat uit personen die deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van dat bestuursorgaan. Alleen ten aanzien van de voorzitter is bepaald dat hij of zij geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan.

In de gemeente Groningen bestaat de bezwarencommissie uit twee externe leden, waaronder de voorzitter, en een intern lid, namelijk een juridisch adviseur van het Shared Service Center juridisch, die tevens als secretaris van de commissie fungeert. Daarmee is de bezwarencommissie samengesteld overeenkomstig het bepaalde in de Awb. Er is geen rechtsregel die zich ertegen verzet dat de persoon die fungeerde als secretaris, tevens lid van de bezwarencommissie, in de beroepsfase het college vertegenwoordigt. Daarbij is de rechtbank op geen enkele wijze gebleken dat sprake zou zijn (geweest) van partijdigheid. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Toetsingskader

6. Op grond van artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet (Ow) in samenhang met artikel 22.8 van de Ow en artikel 4:9 van de Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2021 (APVG) is een omgevingsvergunning vereist voor het vellen van houtopstanden. Uit artikel 4:11 van de APVG volgt dat het college in beginsel geen vergunning verleent anders dan na een zorgvuldige belangenafweging op basis van minimaal een van de criteria “waardering”, “overlast”, “kwaliteit” en “dringende redenen.” De aanvrager moet daarbij duidelijk maken waarom de vergunning noodzakelijk is. De criteria zijn uitgewerkt in de Beleidsregels APVG Behoud van groen: kap en herplant 2022 (de beleidsregels). Op grond van artikel 2, eerste lid, van de beleidsregels toetst het college een aanvraag om een omgevingsvergunning op het belang voor het behoud van de houtopstand en op het belang voor het verwijderen van de houtopstand. Op grond van artikel 2, zevende lid, aanhef en onder a, van de beleidsregels wordt bij het criterium “dringende reden” onder meer getoetst aan het aspect ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Op grond van artikel 2, negende lid, van de beleidsregels moet bij een ruimtelijke ontwikkeling een vastgestelde BEA bij de aanvraag worden gevoegd. Die BEA geldt als motivering voor het verlenen van de omgevingsvergunning.

Aan de omgevingsvergunning verbonden voorwaarde

7. Verzoekers zijn het er niet mee eens dat de bomen na de bekendmaking van het wijzigingsbesluit mogen worden gekapt, omdat de planologische situatie dan nog onzeker is. Volgens verzoekers is de aan de omgevingsvergunning verbonden voorwaarde niet in lijn met het advies van de bezwarencommissie en wordt door deze voorwaarde hun rechtsbescherming zinledig. Volgens verzoekers is het wijzigingsbesluit een essentieel aspect van de kapvergunning en kan pas worden gekapt wanneer het wijzigingsbesluit onherroepelijk is. Zij stellen dat het voorgestelde wijzigingsbesluit niet in stand kan blijven omdat het niet voldoet aan de kaders van het omgevingsplan voor Stadshavens, onder meer als het gaat om de locatie van de parkeerhub en de ontsluiting van het gemotoriseerd verkeer, en omdat het college niet bevoegd is tot het nemen van het wijzigingsbesluit. Volgens verzoekers is de aan de omgevingsvergunning verbonden voorwaarde in strijd met het zorgvuldigheids- en het evenredigheidsbeginsel en met het strenge toetsingskader voor monumentale bomen.

8. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter hoefde het college bij het verbinden van een voorwaarde over het moment waarop mag worden gekapt niet zover te gaan, dat met het vellen moet worden gewacht tot het wijzigingsbesluit onherroepelijk is. Voor de beoordeling van de omgevingsvergunning voor het vellen is van belang of sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling in de zin van de APVG. De voorzieningenrechter kan het college volgen in het standpunt dat na vaststelling (en publicatie) van het wijzigingsbesluit de stedenbouwkundige invulling van het gebied (en daarmee de ruimtelijke ontwikkeling) voldoende vaststaat. Zij acht de aan de omgevingsvergunning verbonden voorwaarde op dat punt dan ook niet in strijd met het zorgvuldigheids- of het evenredigheidsbeginsel. Hetgeen verzoekers over het wijzigingsbesluit hebben aangevoerd, maakt dat niet anders. Het wijzigingsbesluit is een separaat besluit met een eigen toetsingskader en de houdbaarheid van dat wijzigingsbesluit, als het eenmaal is vastgesteld, kan niet in deze procedure worden betrokken. Dit betoog slaagt niet.

De voorzieningenrechter is het wel met verzoekers eens dat de voorwaarde innerlijke tegenstrijdig is, waar het college aan de ene kant recht heeft willen doen aan de uitspraak van de voorzieningenrechter en het advies van de bezwarencommissie door mogelijkheid van zienswijzen op het ontwerp-wijzigingsbesluit te bieden en pas daarna kap toe te staan terwijl aan de andere kant de kap van de negen bomen mogelijk wordt gemaakt na vaststelling van dat wijzigingsbesluit. De aan de omgevingsvergunning verbonden voorwaarde houdt daarmee naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen dan wel onvoldoende rekening met een mogelijke aanpassing van het wijzigingsbesluit waarbij minder of geen bomen hoeven worden gekapt. De voorwaarde zoals die is geformuleerd in het bestreden besluit zou in die situatie de kap van de negen bomen nog steeds toestaan. Het college heeft ter zitting erkend dat de voorwaarde op dat punt aanpassing behoeft. Op dit punt slaagt deze beroepsgrond.

Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenrechter het bestreden besluit vernietigen voor wat betreft de aan de omgevingsvergunning verbonden voorwaarde. De voorzieningenrechter beslecht de aan haar voorgelegde geschillen zo definitief mogelijk en ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien door de voorwaarde aan te passen. De voorzieningenrechter betrekt daarbij dat zowel het college als derde-partijen ter zitting hebben laten weten dat zij zich kunnen vinden in een aanpassing van de voorwaarde en dat ook overigens geen belemmeringen zijn gebleken die in de weg staan aan het zelf voorzien. De voorzieningenrechter bepaalt daarom dat de voorwaarde bij de omgevingsvergunning voor het vellen van de negen bomen als volgt wordt aangepast: “Een individuele boom mag pas worden geveld nadat een wijzigingsbesluit voor het omgevingsplan is vastgesteld conform een ontwerp dat de betreffende boom niet spaart en nadat het college het wijzigingsbesluit voor het omgevingsplan bekendgemaakt heeft door publicatie in het Gemeenteblad.”

De voorzieningenrechter volgt verzoekers tenslotte niet in het standpunt dat zij als gevolg van de aan de omgevingsvergunning verbonden voorwaarde geen (voldoende) rechtsbescherming zouden hebben. Zij konden bezwaar en beroep indienen en een voorlopige voorziening vragen en zij hebben van die mogelijkheden ook gebruik gemaakt. Zij kunnen nog hoger beroep indienen en (opnieuw) een voorlopige voorziening vragen. Dat de rechtsbescherming niet zover gaat dat daarin de houdbaarheid van het wijzigingsbesluit wordt betrokken, maakt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet dat er geen rechtsbescherming is of dat die zinledig is. Dit betoog slaagt niet.

Bomenpaspoort en alternatievenbeoordeling

9. Verzoekers stellen dat het belang van het behoud van de bomen met het bomenpaspoort nog steeds onvoldoende is gemotiveerd. Daarin ontbreken een individuele waardering per boom, een analyse van de waarde van de bomen voor omwonenden en een beoordeling van aspecten als uitzicht, leefkwaliteit, hittestress, luchtkwaliteit en waterhuishouding. De beeldkwaliteit wordt voor de verschillende bomen bij herhaling in algemene bewoordingen beschreven, terwijl voor verzoekers de beeldkwaliteit per boom wel degelijk verschilt.

Verder stellen verzoekers dat de alternatievenbeoordeling in strijd is met het uitgangspunt van het inpassen van bomen uit de APVG. Bij de alternatievenbeoordeling is meer gewicht toegekend aan het belang van bouwvolumes en publieke voorzieningen dan aan het belang van behoud van de monumentale bomen en is ten onrechte uitgegaan van het ontwerp dat geen rekening houdt met de (potentieel) monumentale bomen. Er is volgens verzoekers niet (voldoende) gekeken naar alternatieven waarin de monumentale bomen wél behouden bleven of als uitgangspunt worden genomen, of naar het (gedeeltelijk) opschuiven van de projectgrens en het wijzigen van de situering van de parkeerhub en de toegangsweg en het college heeft het standpunt dat behoud van de bomen de woningbouwopgave in gevaar brengt niet gemotiveerd.

10. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt uit het bestreden besluit en het daarbij behorende bomenpaspoort voldoende dat de belangen van het behoud van de bomen betrokken zijn bij de besluitvorming. In het bomenpaspoort heeft het college per boom de waarde (wat betreft fysieke gezondheid, ecologisch en beeldkwaliteit) aangegeven, de noodzaak van verwijdering geduid en onderzochte alternatieven beschreven. Het college heeft daarmee naast het algemeen belang van het behoud van de bomen ook op individueel niveau het belang van het behoud van de bomen afgewogen tegenover het belang van het verwijderen van de houtopstand vanwege de ruimtelijke ontwikkeling. Dat het college de beeldkwaliteit in meer algemene en deels in dezelfde bewoordingen heeft beschreven doet daar niet aan af. Anders dan verzoekers kennelijk menen, hoefde het college bij de omschrijving van de beeldkwaliteit niet de perspectieven van verzoekers als uitgangspunt te nemen. Ook bij de beoordeling van de waarde van de bomen hoefde het college gelet op het afwegingskader van de APVG het perspectief van de omwonenden en de door verzoekers genoemde belangen van uitzicht, leefkwaliteit, hittestress, luchtkwaliteit en waterhuishouding niet als uitgangspunt te nemen.

De voorzieningenrechter volgt verzoekers niet in hun standpunt dat de alternatievenbeoordeling in strijd is met het uitgangspunt van het inpassen van bomen uit de APVG, omdat het college meer gewicht heeft toegekend aan het belang van bouwvolumes en publieke voorzieningen dan aan het belang van behoud van de monumentale bomen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter mocht het college uitgaan van de vastgestelde BEA en de Notitie Nadere onderbouwing kap bomen deelplan 1 van 4 november 2025 waarin alternatieven zijn onderzocht en waaruit tevens volgt dat bij het gekozen ontwerp de negen bomen het bouwrijp maken van het terrein ten behoeve van woningbouw en bedrijfsruimten belemmeren. Het college heeft daarmee overeenkomstig de APVG gehandeld, en heeft bij de aanvulling op de BEA en ter zitting toegelicht dat bij de ontwikkeling van het plan Stadshavens een uitgebreide afweging is gemaakt van alle betrokken belangen en dat de door verzoekers voorgestelde alternatieven, zoals het opschuiven van de projectgrens, gelet op het grotere geheel geen reële opties zijn en ook dat het belang van het behoud van de bomen één van de meegewogen belangen is, maar dat voor het college het belang van het verwijderen van de bomen vanwege met name het belang van woningbouw, zwaarder heeft gewogen. In het bomenpaspoort heeft het college de alternatieven bovendien nog per boom toegelicht. Daarbij mocht het college naar het oordeel van de voorzieningenrechter, gelet op het voorgaande, uitgaan van het ontwerp uit de BEA en de aanvulling daarop. Van strijd met de APVG is de voorzieningenrechter niet gebleken. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Herplantplicht

11. Verzoekers zijn het niet eens met de extra herplantplicht die is opgelegd ten aanzien van de reeds gekapte boom nummer 86. Door herplant op een andere dan de bestaande locatie toe te staan, tot binnen 500 meter van de projectgrenzen van Stadshavens, en daarvoor geen termijn te stellen wordt illegale kap volgens verzoekers nauwelijks bestraft. Daarvan kan een precedentwerking uitgaan. Verzoekers vinden dat herplant plaats dient te vinden binnen een jaar na de kap en in hun directe omgeving.

12. Op grond van artikel 5 van de beleidsregels is het college verplicht bij het illegaal vellen van een houtopstand een herplantplicht op te leggen. De voorzieningenrechter stelt vast dat het college bij het opleggen van de extra herplantplicht geen termijn heeft opgenomen, anders dan bij de reguliere herplantplicht die in de omgevingsvergunning voor het vellen van de negen bomen is opgenomen, namelijk binnen een jaar na gereedkomen van de plantlocatie. Hoewel het wellicht in de rede had gelegen om voor de extra herplantplicht eenzelfde termijn op te nemen, was het college daartoe naar het oordeel van de voorzieningenrechter op grond van de APVG niet gehouden. Het college was evenmin gehouden om herplant te verplichten in de directe omgeving van verzoekers en de voorzieningenrechter acht het niet onredelijk dat de extra te planten boom op een herkenbare locatie in Stadshavens, of anders binnen 500 meter van de projectgrens van Stadshavens moet worden geplant. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

13. De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat het college de omgevingsvergunning voor het vellen van de negen bomen heeft kunnen verlenen, maar zij bepaalt daarbij wel dat de bij de omgevingsvergunning behorende voorwaarde wordt aangepast op de wijze zoals is opgenomen in rechtsoverweging 8.2 van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening wijst zij af, vanwege de uitspraak op het beroep.

Uit rechtsoverweging 8.1 volgt dat het beroep gegrond is. Omdat het beroep gegrond is, bepaalt de voorzieningenrechter dat het college het door verzoekers betaalde griffierecht aan hen vergoedt. Verzoekers hebben verder geen proceskosten gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het beroep in zaak LEE 26/2008 gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit voor zover het de aan de omgevingsvergunning verbonden voorwaarde als benoemd onder rechtsoverweging 8.2 betreft;

- bepaalt dat de voorwaarde bij de omgevingsvergunning voor het vellen van de negen bomen als volgt wordt aangepast: “Een individuele boom mag pas worden geveld nadat een wijzigingsbesluit voor het omgevingsplan is vastgesteld conform een ontwerp dat de betreffende boom niet spaart en nadat het college het wijzigingsbesluit voor het omgevingsplan bekendgemaakt heeft door publicatie in het Gemeenteblad.”

- bepaalt dat de in deze uitspraak aangepaste voorwaarde in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;

- bepaalt dat het college het door verzoekers betaalde griffierecht van in totaal € 254,- aan hen vergoedt;

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening in zaak LEE 26/2144 af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Ketelaars-Mast, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Volk, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 18 september 2026.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand