ECLI:NL:RBNNE:2026:4008

ECLI:NL:RBNNE:2026:4008

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 11-06-2026
Datum publicatie 18-09-2026
Zaaknummer LEE 25/215
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat dat te laat is ingediend en die termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. De door eiser genoemde feiten en omstandigheden maken niet dat het te laat indienen van beroep verschoonbaar is. De rechtbank betrekt daarbij dat eiser aangeeft tijdens de beroepstermijn kennis te hebben genomen van het bestreden besluit, juridisch advies te hebben ingewonnen over de zaak en zich beseft te hebben dat het instellen van beroep op nader aan te voeren gronden mogelijk was. Eiser had binnen de beroepstermijn pro forma beroep kunnen (laten) indienen. Eiser heeft geen medische stukken ingediend die onderbouwen dat dit toch niet mogelijk was. Ook betrekt de rechtbank dat eiser zich tijdens de aanvraagfase heeft laten bijstaan door een adviseur van Loket Bevingsschade en dat eiser zich tijdens de bezwaarfase heeft laten bijstaan door zijn juridisch geschoolde dochter. Eiser had dus zo nodig rechtskundige bijstand kunnen zoeken ter ondersteuning van het op tijd instellen van beroep. Er zijn in dit geval geen bijzondere omstandigheden die maken dat de termijnoverschrijding niet aan eiser kan worden toegerekend.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 juni 2026 in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser

Instituut Mijnbouwschade Groningen, het Instituut

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 25/215

(gemachtigde: mr. G.P. Wempe),

en

(gemachtigden: mr. B.C. Rots en mr. I. Pijper).

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van het Instituut van 14 november 2024. Dat besluit gaat over de ongegrondverklaring van eisers bezwaar tegen de aan hem toegekende schadevergoeding wegens mijnbouwschade aan het pand [adres]. Eiser is het niet eens met die ongegrondverklaring.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat dat te laat is ingediend en die termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Het Instituut heeft met het besluit van 18 juli 2024 een vergoeding wegens mijnbouwschade aan het pand [adres] van in totaal € 28.584,89 (inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente) aan eiser toegekend. Met het bestreden besluit van 14 november 2024 op het bezwaar van eiser is het Instituut bij die toekenning van schadevergoeding gebleven.

3. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het Instituut heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 4 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers dochter, de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van het Instituut.

Beoordeling door de rechtbank

4. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken. Deze termijn begint op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Dat is in dit soort gevallen de dag na de dag waarop het besluit is toegezonden/gepubliceerd. Een beroepschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn door de rechtbank is ontvangen.

Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verschoonbaar is. Dan laat de rechtbank niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.

5. Vast staat dat het Instituut het bestreden besluit bekend heeft gemaakt op 14 november 2024 door verzending per post. De termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde daarmee op 27 december 2024.

Eiser heeft op 10 januari 2025 beroep ingesteld. Het aangetekende poststuk is op 9 januari 2025 op de post gedaan. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend.

6. Eiser betoogt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Hij heeft zijn beroep vertraagd ingediend vanwege zijn gezondheidssituatie. Hij lijdt aan angst- en stressstoornissen die hem ernstig belemmeren in zijn dagelijks functioneren. Op momenten verlammen die klachten hem zodanig dat hij prioriteiten moet stellen en stressfactoren moet vermijden om zijn mentale gezondheid te beschermen. In de periode van oktober/november 2024 speelden die klachten op. Om rust te nemen en zijn mentale gezondheid te verbeteren, heeft eiser van begin november tot begin december afstand genomen van zijn dagelijkse verantwoordelijkheden en heeft hij geprobeerd in het buitenland te herstellen. Bij terugkomst op 3 december 2024 raakte hij op de hoogte van het bestreden besluit. Echter, begin december ervoer hij opnieuw angsten en stress, waardoor hij tijdelijk zijn activiteiten moest beperken. Volgens eiser heeft hij overwogen om geen beroep in te stellen. Door zijn gebrek aan juridische ervaring en ter voorkoming van een kansloze zaak heeft hij eerst bekenden met juridische kennis geconsulteerd. Nadat hij juridisch advies had ingewonnen kreeg hij vertrouwen in zijn zaak en begreep hij dat het niet noodzakelijk was om meteen een volledige onderbouwing bij de rechtbank in te dienen. Volgens eiser heeft hij sinds begin januari 2025 met ondersteuning van medicijnen en behandelingen zijn mentale gezondheid enigszins onder controle, waardoor hij in staat was om beroep in te dienen. Hij heeft beroep ingesteld op advies van zijn behandelaars en gemotiveerd door zijn gevoel van onrecht. Daarnaast wijst eiser erop dat het Instituut in al zijn dossiers structureel deadlines heeft overschreden, vertraging heeft gecreëerd en soms zelfs niet heeft gereageerd op hoorzittingen. Het voelt daarom onrechtvaardig dat een burger als slachtoffer van aardbevingsschade strakke deadlines wordt opgelegd, aldus eiser.

Op 30 januari 2024 heeft de grote kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) vier uitspraken gedaan over de verschoonbaarheid van een termijnoverschrijding.

Het feit dat eiser niet gedurende de beroepstermijn werden bijgestaan door een rechtsbijstandverlener, maakt dat de rechtbank moet bezien of zich bijzondere omstandigheden voordeden die maken dat de termijnoverschrijding niet aan eiser kan worden toegerekend.

De rechtbank is van oordeel dat de door eiser genoemde feiten en omstandigheden niet maken dat het te laat indienen van beroep verschoonbaar is. De rechtbank betrekt daarbij dat eiser aangeeft tijdens de beroepstermijn kennis te hebben genomen van het bestreden besluit, juridisch advies te hebben ingewonnen over de zaak en zich beseft te hebben dat het instellen van beroep op nader aan te voeren gronden mogelijk was. Eiser had dus zo nodig binnen de beroepstermijn een beroep op nader aan te voeren gronden (pro forma) kunnen (laten) indienen. Eiser heeft geen medische stukken ingediend die onderbouwen dat dit toch niet mogelijk was. Ook betrekt de rechtbank dat eiser zich tijdens de aanvraagfase heeft laten bijstaan door een adviseur van Loket Bevingsschade en dat eiser zich tijdens de bezwaarfase heeft laten bijstaan door zijn juridisch geschoolde dochter. Eiser had dus zo nodig rechtskundige bijstand kunnen zoeken ter ondersteuning van het op tijd instellen van beroep. Eisers betoog dat hem strakke deadlines zijn gesteld terwijl het Instituut zich niet zou houden aan deadlines, leidt niet tot een ander oordeel. De regels over het indienen van een ontvankelijk beroep en daaraan gekoppelde wettelijke termijnen zijn andere regels dan waar het Instituut tijdens de behandeling van aanvragen aan is gehouden. Er zijn in dit geval geen bijzondere omstandigheden die maken dat de termijnoverschrijding niet aan eiser kan worden toegerekend.

7. Aangezien het beroep niet tijdig is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, moet het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit van 14 november 2024 in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Voor toekenning van een schadevergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.R. Gans, rechter, in aanwezigheid van mr.R.A. Schaapsmeerders, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 11 juni 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.R. Gans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand