ECLI:NL:RBNNE:2026:4028

ECLI:NL:RBNNE:2026:4028

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 22-09-2026
Datum publicatie 22-09-2026
Zaaknummer 18.146990.25
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Veroordeling voor mensenhandel, misbruik identificerende persoonsgegevens, computervredebreuk en bedreiging; verwerping betrouwbaarheidsverweer; vrijspraak voor diefstal; ontslag van alle rechtsvervolging voor verduistering door kwalificatieuitsluitingsgrond; deels (on)voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden; contactverbod; dadelijke uitvoerbaarheid.

Uitspraak

verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die ander te weten die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard, (sub 4) en/of

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18.146990.25

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 22 september 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] , wonende te [adres ] ,

thans verblijvende te [instelling] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 8 september 2026.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P.Th. van Jaarsveld en mr. R.G. Hofstra, advocaten te Groningen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. J. Hoekman.

Tenlastelegging

Aan verdachte is na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1

hij (op een of meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2024 tot en met 1 december 2024 in Groningen en/of op een of meerdere (andere) locaties in Nederland,

meerdere malen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meerdere mededaders, althans alleen,

(A)

een ander, te weten (mevrouw) [slachtoffer 1] , (telkens)

- gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar, te weten die [slachtoffer 1] , seksuele handelingen met en/of voor een derde, (sub 9) en/of

(B)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die ander, te weten die [slachtoffer 1] , (sub 6)

immers is/heeft hij, verdachte en/of die mededaders:

- met die [slachtoffer 1] een (liefdes)relatie aangegaan, althans het doen voorkomen dat hij en die [slachtoffer 1] een (liefdes)relatie waren aangegaan,

en/of

gemaakt en/of gehouden, en/of

- meerdere malen, althans eenmaal, (op dwingende en/of aanhoudende en/of dreigende wijze) tegen die [slachtoffer 1] gezegd en/of (anderszins) kenbaar gemaakt dat die [slachtoffer 1] de locatie (van haar telefoon) moest

aanzetten en/of (anderszins) aan verdachte moest laten weten waar die [slachtoffer 1] was en/of thuis moest komen en/of die [slachtoffer 1] (anderszins) moest doen wat verdachte wilde, en/of

- meerdere malen, althans eenmaal, aan die [slachtoffer 1] gevraagd en/of (anderszins) gecontroleerd

waar die [slachtoffer 1] was en/of wat die [slachtoffer 1] deed en/of had gedaan, en/of

(anderszins) te kennen gegeven dat (indien en/of voor zover die [slachtoffer 1] niet deed wat verdachte wilde) verdachte (gore) filmpjes van die [slachtoffer 1] naar de familie van die [slachtoffer 1] zou toesturen en/of de familie

van die [slachtoffer 1] zou contacten en/of (andere) woorden van gelijke (dwingende) aard en/of strekking, en/of

- meerdere malen, althans eenmaal, tegen die [slachtoffer 1] gezegd en/of aan die [slachtoffer 1] kenbaar gemaakt dat:

verdachte die [slachtoffer 1] wilde doden en/of liever dood maakte (dan dat ze nog een stap buiten de deur zou zetten), en/of

verdienen, en/of

- een of meerdere accounts, waaronder bij Snapchat ( [accountnaam] ) en/of de website [website 1] , aangemaakt en/of laten aanmaken en/of ter beschikking gesteld aan die [slachtoffer 1] en/of ten behoeve van die [slachtoffer 1]

beheerd en/of (de berichten en/of de content daarvan) gecontroleerd, en/of

- meerdere malen, althans eenmaal, aan die [slachtoffer 1] laten weten en/of (anderszins) kenbaar gemaakt dat die [slachtoffer 1] , een of meerdere foto's en/of video's (met een seksuele aard en/of strekking) van zichzelf en/of

(met) verdachte moest (blijven) maken en/of die foto's en/of video's aan hem en/of aan een klant, althans een ander, moest (blijven) verkopen en/of (tegen betaling) verstrekken, en/of

- meerdere malen, althans eenmaal, die foto's en/of video's gemaakt en/of door die [slachtoffer 1] laten maken en/of die foto's en/of video's aan een klant tegen betaling aangeboden en/of verstrekt en/of door die

[slachtoffer 1] laten aanbieden en/of verstrekken, en/of

- meerdere malen, althans eenmaal, gesproken en/of (anderszins) gecommuniceerd met die [slachtoffer 1] en/of uitleg en/of opdracht en/of (werk)instructies aan die [slachtoffer 1] gegeven over het maken en/of het

verkopen en/of het verstrekken van die foto's en/of video's, en/of

- meerdere malen, althans eenmaal, (ten behoeve van en/of onder de naam van die [slachtoffer 1] ) met een klant contact opgenomen en/of onderhouden (een praatje gemaakt) en/of (door die [slachtoffer 1] ) contact

laten opnemen en/of laten onderhouden en/of (anderszins) gecommuniceerd, en/of

gehouden en/of door die [slachtoffer 1] laten pinnen en/of aan hem laten afstaan, en/of zulks terwijl die [slachtoffer 1] ,

(aldus) terwijl die [slachtoffer 1] zich in een kwetsbare positie bevond en/of van verdachte afhankelijk was, waaraan die [slachtoffer 1] zich niet heeft kunnen onttrekken en ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] geen weerstand aan verdachte heeft kunnen

bieden;

2.

hij op of omstreeks 3 november 2024, althans (op een tijdstip) in of omstreeks de periode van 3 november tot en met 13 mei 2025 in Groningen, althans (op een locatie) in Nederland, een telefoon (van het merk/type Motorola Moto G24), althans een goed, dat/die geheel of ten dele aan (mevrouw) [slachtoffer 1] en/of een of meerdere anderen (dan verdachte) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 3 november 2024, althans (op een tijdstip) in of omstreeks de periode van 3 november tot en met 13 mei 2025 in Groningen, althans (op een locatie) in Nederland,

een telefoon (van het merk/type Motorola Moto G24), althans een goed, dat/die geheel of ten dele aan (mevrouw) [slachtoffer 1] en/of een of meerdere anderen (dan verdachte) toebehoorde, en welk{e) goed(eren) verdachte anders dan misdrijf onder zich had, te weten als houder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

3.

hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2024, althans van 1 september 2024, in elk geval van 1 december 2024, tot en met 13 mei 2025 in Groningen en/of op een of meerdere (andere)

locaties in Nederland, meerdere malen, althans eenmaal, opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, te weten de (voor- en/of achter)namen/naam en/of het telefoonnummer en/of een of meerdere foto's en/of video's (met een seksuele aard en/of strekking) van (mevrouw) [slachtoffer 1] en/of de (voor- en/of achter)namen/naam en/of het telefoonnummer van [slachtoffer 2] , heeft gebruikt met het oogmerk om zijn, verdachtes, identiteit te verhelen of de identiteit van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] te verhelen of misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kon ontstaan, en welk gebruik erin bestond dat hij, verdachte, deze persoonsgegevens heeft gebruikt voor (chat)contact met meerdere personen, waaronder [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] , en/of het versturen van een of meerdere Tikkies en/of (andere) betaalverzoeken aan die personen/persoon en de ontvangst van een of meerdere betalingen van die personen/persoon;

EN/OF

hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2024, althans van 1 september 2024, in elk geval van 1 december 2024, tot en met 13 mei 2025 in Groningen en/of op een of meerdere (andere) locaties in Nederland,

meerdere malen, althans eenmaal, opzettelijk en wederrechtelijk in (een) geautomatiseerd(e) werk(en) voor opslag of verwerking van gegevens, te weten:

en/of [website 1] en/of een of meerdere andere (social media-)bedrijven, is binnengedrongen, waarbij hij, verdachte, toegang tot die/dat werken heeft verworven:

immers heeft hij, verdachte, gebruik gemaakt van een of meerdere (toegangs)codes en/of gebruikersna(a)m{(en) en/of wachtwoorden, waartoe hij, verdachte, niet gerechtigd was;

4

hij op of omstreeks 11 december 2024 te Groningen en/of Emmen, althans in Nederland, [naam 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [naam 5] met de telefoon en/of het telefoonnummer van [slachtoffer 1] een WhatsApp-bericht te sturen met de inhoud jou maak ik als eerste af, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd voor het onder feit 2 primair ten laste gelegde en veroordeling voor het onder feit 1, 2 subsidiair, 3 en 4 ten laste gelegde.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder feiten 1, 2 primair, en 3 ten laste gelegde. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat de verklaringen van aangeefster onbetrouwbaar moeten worden geacht, omdat zich daarin tegenstrijdigheden bevinden. Bovendien vindt de verklaring geen concrete steun in andere bewijsmiddelen. Verder heeft de raadsman een aantal vragen opgeworpen, waar de rechtbank - ook met een welwillend oor - geen uitdrukkelijk onderbouwde standpunten uit heeft kunnen opmaken.

Oordeel van de rechtbank

Betrouwbaarheid verklaringen aangeefster (feiten 1, 2 en 3)

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de verklaringen van aangeefster voldoende betrouwbaar zijn en overweegt daartoe als volgt.

Aangeefster heeft naar het oordeel van de rechtbank concreet, gedetailleerd en consistent verklaard over de seksuele uitbuiting en de aanloop er naartoe. Zo heeft aangeefster duidelijk uiteengezet hoe ze verdachte heeft leren kennen, dat ze vrij snel bij hem in is gaan wonen en dat ze tijdens haar verblijf bij hem steeds meer (hard)drugs is gaan gebruiken. Ook heeft ze verklaard dat ze zelf al van plan was om volwassen content te gaan maken, maar dat ze daarbij duidelijke grenzen had en dat verdachte haar door middel van bedreiging en mishandeling onder druk heeft gezet om steeds verder te gaan. De verklaringen van aangeefster worden ondersteund door de verklaringen van verdachte en de aangetroffen chatgesprekken. Zo heeft verdachte bekend dat aangeefster in de periode dat ze met hem was veel meer drugs is gaan gebruiken en dat zij volwassen content maakte, waarmee ze hun drugsverslavingen en de boodschappen bekostigde; verder valt uit verdachtes verklaringen op te maken dat hij zich bemoeide met

de productie en de verkoop van de content en dat hij ook klantcontacten onderhield. In de chatgesprekken tussen verdachte en aangeefster is onder meer te lezen dat verdachte zich dreigend en controlerend richting aangeefster uitlaat en dat hij haar onder druk zet om (meer) content te gaan maken.

Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank geen aanleiding om aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster te twijfelen en zal de rechtbank deze dan ook als bewijsmiddel(len) gebruiken.

Vrijspraak feit 2, primair

De rechtbank acht feit 2 primair niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende. Op grond van het dossier kan niet worden vastgesteld dat verdachte een wegnemingshandeling heeft verricht, waardoor hij zich de feitelijke heerschappij over de telefoon heeft verschaft dan wel de telefoon aan de feitelijke heerschappij van aangeefster heeft onttrokken. Uit de verklaringen van zowel aangeefster als verdachte blijkt namelijk dat aangeefster haar telefoon bij verdachte thuis heeft achtergelaten toen ze het huis ontvluchtte op 1 december 2024.

De rechtbank acht feiten 1, 2 subsidiair, 3 en 4 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring.

Feit 4

Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

Deze opgave luidt als volgt:

Feit 1

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 13 mei 2025, opgenomen op pagina 743 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verdachte:

A: Met “ze” bedoel ik [slachtoffer 1] [de rechtbank begrijpt: aangeefster [slachtoffer 1]]. V: Hoe ging het dan toen ze bij je was?

A: Ze deed het zelf. Er zijn ook wel filmpjes met mij erop. V: Wie filmt er dan

A: Voornamelijk ik maar zij heeft ook wel gefilmd. Dat was wel ongeveer fifty-fifty. V: Wat is er dan te zien op de film?

A: Dat we seks hebben. Als ik het film sta ik er over het algemeen niet met mijn gezicht op. Zij wel. Als [slachtoffer 1] filmt dan sta ik er ook niet met mijn gezicht op.

V: Wat gebeurt er met die films A: Die verkocht zij op internet.

V: Heb jij je bemoeid met het verkopen van de films.

A: Ik heb haar wel eens geadviseerd om meer geld te vragen voor de filmpjes. Ik vond dat ze zich te goedkoop aanbood.

V: En andere dingen die je deed?

A: Ik deed ook wel eens typewerk voor haar. Als ze met mannen aan de praat was dan hield ik de mannen bezig.

V: Hoe gaat het met de betaling van die filmpjes

A: Dat wordt op de rekening gestort. Het geld wordt besteed aan haar drugsverslaving. Het was eigenlijk onze drugs. Wij gebruikten beide van de drugs. Zij kocht het.

V: Zij had een drugsverslaving?

A: Voordat ze bij mij kwam, gebruikte ze ook al basecoke. Het is wel verder gaan ontwikkelen in de loop van de tijd. Op een gegeven moment gebruikte ze meer dan ik.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 14 mei 2025, opgenomen op pagina 758 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verdachte:

V: Wat weet je van het leven van [slachtoffer 1] ?

A: Tot op het moment dat ik haar leerde kennen had ze veel rottigheid met vriendjes meegemaakt. Ik kan wel zeggen dat ze al niet heel lekker in het leven stond toen ze bij me kwam. Ze heeft me wel verteld over dingen die in haar leven voorgevallen zijn. Ze is verkracht en aangerand toen ze 15/16 jaar was. De relatie met haar ex liep ook niet lekker.

Misschien manipuleerde ik haar wat.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 4 december 2024, opgenomen op pagina 81 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] :

[bijnaam 1 verdachte] is een bijnaam voor [verdachte] en hij woont in [plaats 1] . In juni hebben wij afgesproken bij [bijnaam 1 verdachte] thuis. Ik ben vanaf toen bij hem gebleven. Ik had mijn eigen huisje ook nog in [plaats 2] en daar ging ik zo nu en dan naartoe. Ik was voornamelijk bij hem. Ik noemde hem [bijnaam 2 verdachte] . Wij kregen een relatie. Voordat ik een relatie met [bijnaam 2 verdachte] kreeg, had ik al langere tijd het plan om het werk van Content Creator te gaan doen. Ik wilde 18+, seksueel getinte filmpjes maken en live Snapchats gaan doen en verkopen. Ik kreeg de uitbetaling alleen niet voor elkaar. Ik vertelde aan [bijnaam 2 verdachte] dat ik dat van plan was en [bijnaam 2 verdachte] heeft mij geholpen om dit voor elkaar te krijgen. Ik ben toen overstapt van [website 2] naar [website 1] . Ik maakte de filmpjes bij [bijnaam 2 verdachte] thuis en verkocht ze. Tijdens onze relatie moest er drugs gekocht worden en ik moest dan altijd het geld pinnen van mijn rekening. In augustus 2024 kregen wij onze eerste heftige ruzie waarbij [bijnaam 2 verdachte] fysiek geweld pleegde. Tijdens de ruzie gaf hij mij opzettelijk met kracht een tik tegen mijn voorhoofd, met de palm van zijn hand. Een aantal weken later kregen wij weer ruzie, omdat de drugs op was. Hij sloeg mij opzettelijk, met kracht met de platte hand tegen mijn hoofd en met zijn gebalde vuist tegen mijn nek. Hij zei dat hij moordneigingen van mij kreeg en dat hij mij zou afmaken. De ruzie ging door totdat er nieuwe drugs was. Ik moest dan het geld regelen, door ergens te pinnen. [bijnaam 2 verdachte] was altijd degene die agressief werd en dan altijd over drugs of over de filmpjes. Hij vond dat ik de filmpjes te goedkoop verkocht. Gaandeweg onze relatie werden de ruzies steeds heftiger en [bijnaam 2 verdachte] werd steeds agressiever. [bijnaam 2 verdachte] sloeg mij dan opzettelijk met kracht tegen mijn hoofd, ik werd door hem tegen mijn hoofd en bovenlijf geschopt, waardoor ik hevige pijn voelde, hij gooide eten over me heen of hij smeerde eten in mijn haren, ik werd

door hem met koude melk overgoten, [bijnaam 2 verdachte] heeft mij ook weleens met een basepijp tegen mijn hoofd getikt. Hij zei dat hij zijn ex-vriendinnen overgoot met heet water. Ik was ook echt bang voor hem. Hij praatte op mij in over hoe slecht mijn familie is en daardoor begon ik geïsoleerd te raken. Ik mocht geen contact hebben met mijn moeder. [bijnaam 2 verdachte] dreigde dat hij mijn familie/naasten wat aan zou doen. Wij gebruikten samen drugs, overdag en 's nachts. Ik sliep eigenlijk nooit. Als ik even wilde slapen, begon [bijnaam 2 verdachte] wel weer tegen mij te schreeuwen dat ik geld moest pinnen voor nieuwe drugs. Hij hield mij wakker en ik was zijn slaaf. Ik denk dat ik wel 50 à 60 keer ben geslagen en geschopt. Ik ben op 1 december bij [bijnaam 2 verdachte] weggevlucht. [bijnaam 2 verdachte] heeft mijn Google-account, Facebook account, alles. Hij heeft alles van mij overgenomen.

4. Een proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever d.d. 18 februari 2025, opgenomen op pagina 185 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] :

A: Het is begonnen op een snapchataccount van [slachtoffer 2] . Hij had al een snapchataccount en daar zaten ook al vieze mensen op zeg maar. Daar heb ik eerst mensen, toenadering gezocht zeg maar, wij samen.

V: Weet je wanneer dat was? Wanneer je ongeveer begon? A: [accountnaam] is in augustus ontstaan. In juni denk ik al. V: Okay, en wanneer ben je online begonnen?

A: ik had een Only fans account wel al daarvoor, een maand of twee daarvoor maar ik kreeg dat niet aan de gang want je moet een creditkaart hebben zeg maar om uit te betalen. Ik ben er best wel lang mee bezig geweest maar ik kreeg het gewoon niet voor elkaar. En toen zei hij: Je moet geen Onlyfans doen, je moet [website 1] doen. Daar heb ik me toen in verdiept.

V: Wat had je daarop willen zetten? Hoe had je dat willen hebben?

A: Wat ik ervoor heb gemaakt en ook heb geplaatst. Dat was gewoon met lingerie aan zeg maar. Gewoon in de spiegel dat de flitser op mijn gezicht zat, dat je niet perse herkenbaar. gewoon mooie foto's.

V: Had je ook filmpjes van jezelf willen posten? A: Nee.

V: Kun je me precies uitleggen waar, als je het zelf had gedaan, Onlyfans he, en je had het aan de loop gekregen wat voor jou de grens was geweest? Hoe ontkleed was je gegaan?

A: Ik had niet mijn kruising [de rechtbank begrijpt: kruis] erop gezet, dat had ik niet gedaan. V: En wie bepaalt dan wat er gefilmd wordt?

A: Ligt aan de afspraak met de klant natuurlijk. Nou ja, als ik zelf een

afspraak maak dan maak ik gewoon dat wat ik heb afgesproken. Maar dan kreeg ik achteraf vaak ook klappen van “Hey je bent niet naakt genoeg, en je filmpje is te kort en je laat veel te weinig zien”, er was altijd commentaar zeg maar. Kreeg ik klappen. Nou ja, hij ging ook meedoen. En dat vond ik op zich niet erg alleen totdat hij dingen verkocht zonder dat ik daar wat van wist. Ik sliep gewoon en hij zei je moet nog even drie filmpjes maken als ik wakker werd. Geld is al op zei die. Zo had ik dat niet voor ogen. En dan waren het ook filmpjes waarvan ik denk “Nee, dat wil ik niet”.

V: Hoe weet hij dat dan dat je te weinig liet zien? A: Hij bekeek die filmpjes gewoon.

V: Hoe komt hij erbij dan?

A: Gewoon, op mijn telefoon. Die pakte hij, als ik sliep, als ik wakker werd, als ik had geslapen zat altijd hij aan mijn telefoon.

V: Okay, hij wist die code daarvan?

A: Ja, hij wist alles, hij kon alles doen. V: Hoe vaak maak je een filmpje dan?

A: Dagelijks meerdere keren gewoon. Ja, de hele dag mee bezig.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever d.d. 25 februari 2025, opgenomen op pagina 193 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] :

V: Moest je nou uit je appartement omdat ie verwaarloosd was of omdat er ook gehandeld werd in drugs?

A: Allebei. Dan belden die dealers gewoon en die kwamen naar [plaats 2] toe. Ik heb er wel een aantal keer geslapen. Dan kwamen dealers gewoon bij mij thuis langs.

V: Na anderhalve week begint ie jou al een beetje te. Ja te claimen. Maar dan ken je hem net. En je

hebt gewoon een eigen appartement. Waarom schop je hem er niet uit en ga je lekker naar je appartement?

A: Toen ik gezegd had van "Ik ga gewoon liever naar huis "dan zei hij “Ik heb liever dat ik je dood maak dan dat je nog een stap buiten de deur zet.”

V: Ja, en op het moment dat je die trammelant krijgt met de verhuurder over je appartementje dan begreep ik van je moeder dat je nog wel een kans zou kunnen krijgen van de verhuurder maar die heb je niet gepakt. Waarom niet?

A: Ik moest dan niet meer die vent bij me thuis laten komen. Dat is [bijnaam 2 verdachte] . Ik wist gewoon eigenlijk al dat gaat me niet lukken. Hij doet waar hij zin aan heeft en ik kan hem niet bij mij thuis weghouden.

V: Dus [naam 6] is overleden, hoeveel later ontstaat het beeld bij jou dat hij iets met de dood van [naam 6] te maken zou hebben?

A: Nou, eigenlijk toen hij het zei al, toen dacht ik van het zou kunnen.

V: En wat had dat voor gevolgen voor jou? Je gedrag tegen hem?

A: Ja, luisteren. Gewoon doen wat hij zegt. Hem niet boos maken in elk geval. V: Maar je ging niet weg. En je kende hem nog maar net.

A: Ja dat had te maken met als je hier de deur nog uitloopt dan euh, eindig je net als [naam 6] . Toen zei ik van maar als ik geen vriendin meer wil zijn dan kan ik toch gewoon naar huis gaan en ieder zijn eigen weg?. “Denk je echt dat je hier nog weg komt?” zei die toen. “Ik maak je liever dood”.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 oktober 2024, opgenomen op pagina 247 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verbalisant:

Via een medewerkster van hulpverleningsorganisatie [organisatie] , ontving Team Mensenhandel & Migratiecriminaliteit (TMM) twee telefoons van [slachtoffer 1] , met daarbij de toestemming van [slachtoffer 1] om deze te onderzoeken. Eén van de toestellen betreft een iPhone.

Op de iPhone was een gesprek gevoerd via WhatsApp met een persoon met nummer [telefoonnummer] die was opgeslagen onder de naam [bijnaam 1 verdachte] . Dit nummer is op 13 juni 2024 nog vastgelegd in politiesystemen als toebehorend aan [verdachte] ( [bijnaam 2 verdachte] ).

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 januari 2025, opgenomen op pagina 268 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verbalisant:

Op 3 december 2024 spraken wij met [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] had aangegeven aangifte te willen doen van hetgeen haar was overkomen. In het gesprek dat volgde gaf ze toestemming om de gegevens van haar telefoon, een iPhone, veilig te stellen. Ik heb de veiliggestelde gegevens op deze telefoon onderzocht op aanwijzingen m.b.t. mogelijke uitbuiting van [slachtoffer 1] . Ik zag onder andere een chat tussen [bijnaam 1 verdachte] en [slachtoffer 1] .

[bijnaam 1 verdachte] 19-10-2024

Om 03.21.18 uur verstuurt [bijnaam 1 verdachte] het volgende WA audiobericht: “ga nou maar pinnen en kom terug en zetje locatie aan, anders is het te laat.”

Om 03.30.18 verstuurt [bijnaam 1 verdachte] het volgende WA audiobericht:

“Je bent Fokziek, laat me niet op de fiets stappen om jou te vinden want ik weet donders goed waar je, er zijn maar twee plaatsen waar je kunt zijn en dat weet jij ook donders goed, zorg nou maar dat je me terugbelt en je locatie aanzet want ik ben hier flauw van.”

Om 03.34.09 verstuurt [bijnaam 1 verdachte] het volgende WA audiobericht:

“We zouden over een uurtje naar bed gaan, het is godverdomme 3 uur, je maakt het elke dag steeds erger, dat snap je toch wel, je gaat nu godverdomme pinnen, waarschijnlijk heb je dat al gedaan en je komt nu naar huis toe, de stad overleef je niet maar euh ik maak wel uit wat je overleeft en wat niet, Ja?"

Om 03.35.05 verstuurt [bijnaam 1 verdachte] het volgende WA audiobericht:

“Ik heb godverdomme .. ovstbr .en de hele reutemeteut en dan flik je me dit nog een keer? Wat ben jij een misselijk misselijk egoïstisch kutwijf, je komt gewoon nu thuis, klaar, anders stuur ik al die gore filmpjes van jou naar je broertje, je opa en je oma, je komt nu gewoon thuis, punt.”

Om 03.41.15 verstuurt [slachtoffer 1] het volgende WA audiobericht:

“ik ben er klaar mee, ik wil geen woord horen en ik wil ook geen klappen. Anders kom ik dus niet thuis.”

Om 03.45.34 verstuurt [bijnaam 1 verdachte] het volgende WA audiobericht:

“Denk dat je wel snapt dat je mij niet tegen je wilt hebben als ik compleet over de zeik ben, zoals je wel eens gehoord zou kunnen hebben ergens. Dus kom nou maar gewoon hier heen en zorg dat het niet nog verder uit de hand loopt, voordat ik helemaal gek word. Ja? Ik zal je niet slaan.”

Om 04.14.38 verstuurt [bijnaam 1 verdachte] het volgende WA audiobericht:

“Zet je locatie aan, dan kom ik je halen en dan gaan we naar bed en dan kijken we morgen wel verder, ik kan hier niet tegen en het is klaar voor vandaag”.

Feit 2 subsidiair en feit 3

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte inclusief bijlage d.d. 11 december 2024, opgenomen op pagina 87 en verder van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2024253703 d.d. 7 oktober 2025, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] :

In mei 2024 heb ik [verdachte] , wonende aan de [adres ] leren

kennen. In juni 2024 ben ik bij hem gaan wonen. Ik noem [verdachte] [bijnaam 2 verdachte] . Ik ben begin december 2024 de woning van [bijnaam 2 verdachte] ontvlucht. Op 3 november 2024 wilde ik mijn telefoon pakken, die ik bij [bijnaam 2 verdachte] in huis had liggen. Ik kon mijn telefoon niet vinden. Ik heb mijn telefoon sinds 3 november niet meer gezien. Het betreft een Motorola, type Moto G24.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 13 mei 2025, opgenomen op pagina 583 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [naam 1] :

V: Hoe kwam je aan de contactgegevens van [slachtoffer 2] ?

A: Ik ken [slachtoffer 2] , ik ken haar omdat ze in een pleeggezin woonde samen met mijn toenmalige vriendin. Dit is al wel 30 jaar geleden. Daarna kwam ik via Facebook met [slachtoffer 2] in contact.

V: Met wie dacht je dat je aan het chatten was?

A: Ik dacht dat ik met [slachtoffer 2] aan het chatten was

V: Hoe heb je [slachtoffer 1] leren kennen?

A. via [slachtoffer 2] , maar wel via de chat, dit was via WhatsApp

V: Wij zien dat er tikkies worden betaald vanaf jouw bankrekening naar de rekening van [slachtoffer 1] en van [naam 7] . Waarvoor zijn die overschrijvingen

A: Ik probeerde beide dames financieel te helpen.

V: Hoeveel filmpjes en/of fotos heb je ontvangen?

A: Rond de 50 fotos en filmpjes, waarvan enkele filmpjes, dit waren geen naakt filmpjes. Van de fotos waren enkele wel deels naakt. Ik heb nog steeds contact met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , ik maak nog steeds geld over naar beide rekeningen. Ik ontvang ook nog steeds foto's en filmpjes van [slachtoffer 1] . Gisteren (12 mei 2025 had ik voor het laatst contact met [slachtoffer 1] .)

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 mei 2025, opgenomen op pagina 599 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verbalisant:

Op dinsdag 13 mei 2025, zocht ik telefonisch contact met de getuige [naam 2] . Ik hoorde de getuige het volgende zeggen:

Ik heb betaald voor wat filmpjes. Ik zie dat ik meerdere keren geld heb overgemaakt naar het rekeningnummer [rekeningnummer 1] op naam van ene [slachtoffer 1] . Ik heb voor het laatst op 30 april 2025 contact gehad en dit was ook de laatste betaling.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 12 juni 2025, opgenomen op pagina 615 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [naam 3] :

A. Ik betaal wel eens wat voor fotos. Ik heb wel eens verschillende apps gebruik op dat gebied. V: Wat zegt de naam [slachtoffer 1] jou?

A: Dat zegt mij wel wat.

O: Getuige kijkt in zijn telefoon.

A: Ik heb haar inderdaad in mijn whatsapp. V: Wanneer was de laatste keer contact?

A: Dit was 18 mei 2025.

V: Naar welke bankrekening heb je geld over gemaakt? A: [rekeningnummer 1] .

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 23 juni 2025, opgenomen op pagina 619 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [naam 4] :

V: Wat kun je ons vertellen over bepaalde seksuele fotos en/of video's die jij tegen betaling hebt ontvangen tussen 20 september 2024 & 28 maart 2025 (of mogelijk zelfs nog later)?

A: Ik denk dat het over [slachtoffer 1] gaat. Die stuurde mij dan plaatjes, en daar betaalde ik dan voor. V: En als je zoekt op het volgende bankrekening nummer?

Rekeningnummer [rekeningnummer 2] Tenaamstelling [verdachte]

A: Ik zie dat ik op 20 september 100 euro, op 21 september 30 euro en op 8 december 100 euro overgemaakt heb. Dit was niet met een tikkie, dit is gewoon een bankoverschrijving.

V: In welke periode heb je geld overgemaakt, A: Vanaf 13 oktober 2024tot 13 mei 2025

V: En als je bijvoorbeeld zoekt op 28 oktober?

A: Ja, ik zie dat ik geld overgemaakt heb naar [slachtoffer 1] . Bankrekening is: [rekeningnummer 1] .

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 mei 2025, opgenomen op pagina 433 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verbalisant:

Op 13 mei 2025 is [verdachte] aangehouden. Er heeft vervolgens een doorzoeking

plaatsgevonden in zijn woning. In de woning van [verdachte] zijn twee bankpassen op naam van [slachtoffer 1] aangetroffen van de BUNQ Bank en de REVOLUT Bank.

REVOLUT Bank:

Bankpas gekoppeld aan bankrekening [rekeningnummer 1] .

Ik zag in de verstrekte gegevens van de REVOLUT Bank dat er transacties zijn geleverd tot aan de datum 3 april 2025. Ik ontving van de REVOLUT Bank de volgende informatie:

De genoemde bankpas is beëindigd op 14 december 2024. De bankpas is van 21 oktober 2024 tot en met 14 december 2024 actief geweest.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 september 2024, opgenomen op pagina 886 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verbalisant:

Op 3 april 2025 zijn bankgegevens gevorderd voor de periode 27 september 2024 tot en met 3 april 2025.

[rekeningnummer 2] betaalrekening:

Bijschrijvingen:

In de periode van 5 januari 2024 tot en met 3 april 2025 zijn er bijschrijvingen geweest voor een totaalbedrag van 23.851,35. Deze bijschrijvingen bestaan uit overboekingen, betaalverzoeken en tikkies.

Op de rekening van [verdachte] staan de volgende namen die ook op de rekening van [slachtoffer 1] voorkomen:

In de periode van 17 juli 2024 tot en met 21 december 2024 wordt er door [naam 2] in totaal 1.090,-overgemaakt naar de rekening.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 14 mei 2025, opgenomen op pagina 758 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verdachte:

V: Wie is [naam 1] en waarom maakt hij of zij geld naar je over?

A: Volgens mij was dat een suikeroompje van [slachtoffer 2] . Blijkbaar bleef deze man geld overmaken. Ik heb mij voorgedaan als [slachtoffer 2] . Ik heb me voorgedaan als [slachtoffer 2] op Facebook volgens mij. Als jij zegt dat er van 30 december tot 2 april geld overgemaakt wordt dan klopt dat wel.

O: Op 13 december wordt er nog content van [slachtoffer 1] verstuurd naar ene [naam 2] [de rechtbank begrijpt: getuige [naam 2]]. [naam 2] stuurt geld naar jouw rekening.

A: Het zal incidenteel voorgekomen kunnen zijn. Volgens mij was het een klant van [slachtoffer 1] .

9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 25 september 2025, opgenomen op pagina 782 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verdachte:

O: We willen je een aantal vragen stellen over jouw gebruik van de Motorola G24. Dat is de telefoon waarvan [slachtoffer 1] [de rechtbank begrijpt: aangeefster [slachtoffer 1] ] aangifte heeft gedaan.

V: Wanneer heb jij deze telefoon van [slachtoffer 1] gekregen?

A: Zij is 1 december weggegaan. Ik heb hem toen in de bank gevonden.

O: Een vraag over de periode dat [slachtoffer 1] al bij jou weg was. We hebben het dus over de periode 01 december '24 en later. [slachtoffer 1] zegt dat jij op die Motorola-telefoon, ingelogd onder haar naam en/of met haar accounts met de telefoon bezig was.

V: Klopt dat?

A: Dat zal misschien wel eens voorgekomen zijn. Na 1 december ben ik er wel eens mee bezig geweest maar ik heb daar nooit veel geld voor gekregen. Misschien heb ik via Snapchat nog eens geld wat gekregen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht de feiten wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij (op een of meerdere tijdstippen) in de periode van 1 juni 2024 tot en met 1 december 2024 in Groningen en op andere locaties in Nederland,

meerdere malen, (A)

een ander, te weten (mevrouw) [slachtoffer 1] , (telkens)

(B)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die ander, te weten die [slachtoffer 1] , (sub 6)

immers heeft/is hij, verdachte:

verdachte die [slachtoffer 1] wilde doden of liever dood maakte (dan dat ze nog een stap buiten de deur zou zetten), en

zulks terwijl die [slachtoffer 1] ,

terwijl die [slachtoffer 1] zich in een kwetsbare positie bevond en/of van verdachte afhankelijk was, waaraan die [slachtoffer 1] zich niet heeft kunnen onttrekken en ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] geen weerstand aan verdachte heeft kunnen bieden.

2.

hij in de periode van 3 november tot en met 13 mei 2025 in Groningen,

een telefoon (van het merk/type Motorola Moto G24), die geheel aan (mevrouw) [slachtoffer 1] toebehoorde, en welk goed verdachte anders dan misdrijf onder zich had, te weten als houder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

3.

hij in de periode van 1 december 2024, tot en met 13 mei 2025 in Groningen, meerdere malen, opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, te weten de (voor- en/of achter)namen en/of het telefoonnummer en/of meerdere foto's en/of video's (met een seksuele aard en/of strekking) van (mevrouw) [slachtoffer 1] en/of de (voor- en/of achter)namen/naam en/of het telefoonnummer van [slachtoffer 2] , heeft gebruikt met het oogmerk om zijn, verdachtes, identiteit te verhelen en/of de identiteit van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] te misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kon ontstaan, en welk gebruik erin bestond dat hij, verdachte, deze persoonsgegevens heeft gebruikt voor (chat)contact met meerdere personen, waaronder [naam 1] en [naam 2] en [naam 3] en [naam 4] , en/of het versturen van een of meerdere Tikkies en/of (andere) betaalverzoeken aan die personen en de ontvangst van meerdere betalingen van die personen;

EN

hij (op meer tijdstippen) in de periode van 1 december 2024, tot en met 13 mei 2025 in Groningen, meerdere malen, opzettelijk en wederrechtelijk in een geautomatiseerd werk voor opslag of verwerking van gegevens, te weten:

immers heeft hij, verdachte, gebruik gemaakt van meerdere (toegangs)codes en/of gebruikersna(a)m(en) en/of wachtwoorden, waartoe hij, verdachte, niet gerechtigd was.

4.

hij op 11 december 2024 te Groningen, [naam 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [naam 5] met de telefoon en het telefoonnummer van [slachtoffer 1] een WhatsApp-bericht te sturen met de inhoud jou maak ik als eerste af.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Ontslag van alle rechtsvervolging feit 2, subsidiair

Ten aanzien van het onder feit 2 subsidiair bewezenverklaarde overweegt de rechtbank dat verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging, nu is verzuimd om het bestanddeel opzettelijk uit de delictsomschrijving van artikel 321 Sr in de tenlastelegging op te nemen. Het bewezen verklaarde kan daarom niet als strafbaar feit gekwalificeerd worden.

Het onder 1, 3 en 4 bewezen verklaarde levert op:

1. mensenhandel.

3. opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en de identiteit van een ander te misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan en computervredebreuk

4. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder feiten 1, 2 subsidiair, 3 en 4 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 984 dagen, waarvan 730 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden zoals deze zijn geadviseerd door de reclassering; met aftrek van het voorarrest. Daarnaast heeft de officier van justitie oplegging van een contactverbod met (het slachtoffer) [slachtoffer 1] gevorderd in de zin van artikel 38v Sr voor de duur van 5 jaren. Tevens heeft hij verzocht dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar wordt verklaard.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de strafmaat.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages van de reclassering, het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 14 augustus 2026, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Aard en ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel, misbruik van identificerende gegevens, computervredebreuk en bedreiging. Het zwaartepunt van deze feiten, de mensenhandel, heeft verdachte gepleegd gedurende een periode van 7 maanden. Verdachte, een 41-jarige man, is in die periode een liefdesrelatie aangegaan met het twintig jaar jongere slachtoffer en heeft haar in zijn huis ondergebracht. Vervolgens is zij verslaafd geraakt en gebleven aan drugs, net als verdachte. Door haar te isoleren, bedreigen en mishandelen heeft verdachte het slachtoffer ertoe gedwongen om volwassen content te maken en te verkopen, waarvan de inhoud veel verder strekte dan zij oorspronkelijk zelf wilde. Zo heeft het slachtoffer onder andere videos moeten maken waarop zij seksuele handelingen bij zichzelf en bij verdachte verrichtte, terwijl haar gezicht herkenbaar in beeld was. Verdachte bepaalde grotendeels wanneer, hoe lang en hoe vaak het slachtoffer moest werken en controleerde vervolgens of de content goed genoeg was. Ook drong hij erop aan dat zij meer geld moest vragen voor de (naakt)fotos en - filmpjes. De opbrengst van deze content werd gezamenlijk gebruikt om hun drugsverslavingen en de boodschappen te betalen. Toen het slachtoffer het huis was ontvlucht, heeft verdachte haar achtergelaten telefoon gebruikt om door te gaan met het verkopen van content in haar naam. Ook heeft hij toen de vader van het slachtoffer bedreigd. Tot slot heeft verdachte zich voorgedaan als een van zijn ex-vriendinnen (het slachtoffer [slachtoffer 2] ) en in die hoedanigheid geldbedragen ontvangen van een oude bekende van haar.

Mensenhandel is een ernstig feit en verdachte heeft hiermee een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Door na het vertrek van het slachtoffer in haar naam de (seksuele) content te blijven verkopen, heeft die inbreuk feitelijk nog langer voortgeduurd. Verdachte heeft daarbij telkens slechts zijn eigen financiële gewin vooropgesteld. Bovendien heeft verdachte geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen, maar het doen voorkomen alsof het slachtoffer een zelfstandige vrouw was die zelf de regie had over de content die zij maakte. Verdachte heeft tot op het onderzoek ter terechtzitting ontkend dat hij het slachtoffer heeft bedreigd, mishandeld of onder druk gezet.

De rechtbank rekent verdachte dit aan.

Persoonlijke omstandigheden

De rechtbank heeft bij de strafbepaling ook rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Zo blijkt het reclasseringsadvies van 13 april 2026 dat de reclassering het risico op recidive hoog inschat. Gelet op de ernstige verslavingsproblematiek van verdachte en het feit dat eerdere ambulante behandelingen niet succesvol zijn geweest, ziet de reclassering geen andere mogelijkheden dan die van een klinische behandeling om het recidiverisico te beperken. In het kader van een schorsing van de voorlopige hechtenis is verdachte sinds 17 augustus 2026 opgenomen in de Piet Roordakliniek te Zutphen. De reclassering adviseert de rechtbank om een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, (voortduring van de) opname in een

zorginstelling, ambulante behandeling, begeleid wonen of maatschappelijke opvang en een contactverbod met de slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven mee te willen werken aan deze voorwaarden. Verder blijkt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Straf

Hoewel de aard en ernst van de feiten een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen, vindt de rechtbank naast vergelding van belang dat verdachte een passende, intensieve behandeling krijgt voor onder andere zijn hardnekkige verslaving, zodat het hoge recidive risico kan worden ingeperkt en wordt voorkomen dat verdachte in de toekomst weer de fout in gaat. Een kale afstraffing acht de rechtbank dan ook niet op zijn plaats.

Gelet op het voorgaande alsmede de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting zal de rechtbank aan verdachte opleggen een gevangenisstraf van 984 dagen, waarvan 730 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden zoals deze zijn geadviseerd door de reclassering.

De rechtbank acht het bovendien noodzakelijk om aan verdachte een contactverbod met het slachtoffer [slachtoffer 1] op te leggen in de vorm van een maatregel in de zin van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr), vanwege de veiligheidsrisicos die zowel uit het dossier als uit het reclasseringsadvies naar voren komen voor het slachtoffer en de maatschappij.

Aangezien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen de onaantastbaarheid van het lichaam en (aldus) opnieuw een strafbaar feit pleegt, zal de rechtbank zowel de op te leggen bijzondere voorwaarden als de 38v-maatregel dadelijk uitvoerbaar verklaren.

Benadeelde partij

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:

Ten aanzien van feit 1

[slachtoffer 1] , tot een bedrag van 25.361,02 ter vergoeding van materiële schade en 43.750,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Ten aanzien van feit 3

[slachtoffer 2] , tot een bedrag van 21.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 1] volledig moet worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De benadeelde partij [slachtoffer 2] moet volgens de officier van justitie niet ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering voor zover deze ziet op de materiële schade. Daartoe is aangevoerd dat het rechtstreekse verband tussen de gedragingen en de opgevoerde schade ontbreekt. Verder heeft de verdediging betoogd dat het gevorderde immateriële schadebedrag van de benadeelde partij [slachtoffer 1] moet worden gematigd, omdat de benadeelde partij voordat de ten laste gelegde feiten plaatsvonden al leed aan een posttraumatische stressstoornis (PTSS) en een rechtstreeks verband tussen de PTSS en het ten laste gelegde aldus niet kan worden vastgesteld. Bovendien moet voor de waardering van dat geestelijk letsel volgens de verdediging worden aangesloten bij categorie C onder hoofdstuk 14.2 (PTSS) van de Rotterdamse Schaal in plaats van bij categorie B.

Daarnaast heeft de verdediging bepleit dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] (feit 1 )

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde materiële schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feit 1 bewezen verklaarde, met uitzondering van de kosten voor het eigen risico voor het afgenomen bloed- en soa-onderzoek in 2024. Gelet op het feit dat de benadeelde partij geen fysiek contact heeft gehad met klanten, is het rechtstreekse verband tussen het onder feit 1 bewezen verklaarde en de kosten voor dit onderzoek onvoldoende duidelijk en evenmin onderbouwd. De gevorderde materiële schade zal daarom gedeeltelijk worden toegewezen, tot een bedrag van 25.175,45.

De benadeelde partij heeft daarnaast vergoeding van immateriële schade gevorderd. Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat voor de beoordeling van het gestelde geestelijke letsel moet worden aangesloten bij categorie B onder hoofdstuk 14.2 (PTSS) van de Rotterdamse Schaal. De rechtbank wijst in dat verband op de verklaring van de psychiater waarin staat dat de benadeelde partij PTSS heeft opgelopen als gevolg van het onder feit 1 bewezen verklaarde (bijlage 8 bij de vordering).

Andere relevante factoren die de rechtbank heeft betrokken bij deze beoordeling zijn de leeftijd van de benadeelde partij ten tijde van het bewezenverklaarde feit, de weerslag die het heeft gehad op haar sociale en werkzame leven en de (aard van de) medische behandeling. De gevorderde immateriële schade zal dan ook volledig worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 december 2024.

Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde

partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 2] (feit 3)

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, omdat de vordering niet is onderbouwd. De vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 38v, 38w, 57, 138ab, 231b, 273f en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 2 primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder feit 2 subsidiair ten laste gelegde bewezen, maar niet te kwalificeren en ontslaat verdachte ten aanzien daarvan van alle rechtsvervolging.

Verklaart het onder feiten 1, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 984 dagen.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 730 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

behandeling zijn dat de veroordeelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt de veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing;

3. dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd laat behandelen door de AFPB van Mesdag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling start zodra de klinische behandeling succesvol is afgerond. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op verslavingsproblematiek, agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de veroordeelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken;

4. dat de veroordeelde gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zodra de klinische behandeling succesvol is afgerond. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde:

Beveelt dat de op grond van artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht gestelde voorwaarden en het hierop uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Legt op de maatregel dat de veroordeelde voor de duur van 5 jaren op geen enkele wijze -direct of indirect- contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] (slachtoffer), geboren op 4 juli 2003 te Emmen.

Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van de vervangende hechtenis bedraagt 14 dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een totale duur van de vervangende hechtenis van maximaal 6 maanden.

Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.

Beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1)

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte om aan [slachtoffer 1] te betalen:

Verklaart [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in haar vordering voor zover deze ziet op de kosten van het eigen risico in 2024. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat te betalen een bedrag van 68.925,45 (zegge: achtenzestigduizend negenhonderdvijfentwintig euro en vijfenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 december 2024 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 25.175,45 aan materiële schade en 43.750,00 aan immateriële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 348 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

Vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 3)

Verklaart [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in haar vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. J.V. van der Nolta, voorzitter, mr. H. van der Werff en mr. H.R. Eising, rechters, bijgestaan door mr. F.C.A. Fierstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 september 2026.

Mr. H.R. Eising is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. drs. J.V. van der Nolta
  • mr. H. van der Werff
  • mr. H.R. Eising

Griffier

  • mr. F.C.A. Fierstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand