RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
beslissing van de meervoudige strafkamer, Noordelijke Fraudekamer,
[veroordeelde]
Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18.103107.24
d.d. 28 september 2026 op een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
in de zaak tegen
veroordeelde,
geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Procesverloop
De officier van justitie heeft d.d. 9 juli 2026 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag zal vaststellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr.), wordt geschat en dat de rechtbank aan voornoemde veroordeelde de
verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag van 450.098,46 ter ontneming van het uit het in de zaak met parketnummer 18.103107.24 voortvloeiende, wederrechtelijk verkregen voordeel.
De behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 24 augustus 2026. De veroordeelde is niet verschenen. Op 14 september 2026 is het onderzoek ter zitting gesloten. De veroordeelde is toen evenmin verschenen.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter zitting naar voren gebracht dat de veroordeelde het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft verdiend met de verkoop van illegale cybermiddelen.
Beoordeling
De rechtbank heeft veroordeelde bij vonnis van 24 augustus 2026 in de zaak met parketnummer 18.103107.24 veroordeeld voor de feiten 2 en 3 ter zake, kort gezegd, het verkopen van illegale software via zijn webshop.
Het dossier bevat als bijlage bij het hoofddossier een rapport waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel is berekend (proces-verbaal [nummer] ). Voor het berekenen van het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft de politie de bankrekeningen van veroordeelde geanalyseerd op bij- en afschrijvingen die betrekking hebben gehad op de verkoop van illegale producten. De politie merkt hierover in het rapport op:
“Het grootste deel van de producten dat veroordeelde via zijn webshop verkocht, bevatte cheats voor computergames. Het gebruik van de cheats zijn op een online gameplatform niet toegestaan en leiden tot uitsluiting, een zogenaamde ban. Een deel van de aangeboden producten bevatten tevens HWID spoofers, die een ban op een online gameplatform konden omzeilen en een speler in de gelegenheid stelden om toch de computergame te kunnen spelen en daarmee in te breken op de gameserver. Daarnaast werden er vanuit de webshop producten met software verkocht, die in staat waren om gameservers te kunnen doen crashen. De aangeboden cheatsoftware bevatte telkens ook ingebouwde HWID spoofers of andere tooling om bans en detectie te omzeilen. Het gros van de aangeboden en verkochte producten bevatten derhalve elementen die strafbaar zijn om te bezitten en verkopen. Voor een deel van de producten, bijvoorbeeld de lifetime spotify-accounts of IPVanish-accounts, geldt dat de wederrechtelijkheid hiervan niet is komen vast te
staan, mede door het gebrek aan effectieve en vlotte opsporingsmogelijkheden. De reeds
uitgevoerde opsporingshandelingen, waaronder het volgen van het geldspoor van het aangekochte IP-Vanish account, maken het echter aannemelijk dat het ook bij deze producten gaat om illegale producten die wederrechtelijk verkocht werden. Voorts blijkt uit Youtube-videos van veroordeelde dat voor het omzeilen van bans verse Steam-accounts en discord-accounts nodig zijn, die via zijn website te koop zijn. Voor de verkoop van dergelijke accounts wordt daarom aangenomen dat deze bedoeld zijn om te gebruiken bij strafbare feiten, te weten het omzeilen van bans om ongeautoriseerd toegang te krijgen tot gameservers. Onduidelijk is gebleven of veroordeelde ook zuiver legale producten heeft verkocht. Doordat veroordeelde geen deugdelijke administratie heeft bijgehouden van de verkopen via zijn webshop en niet te achterhalen is of er ook verkopen hebben plaatsgevonden voor enkel legale producten, kan niet achterhaald worden, welke omzet te relateren is aan welke verkochte producten. Hierdoor is er sprake van vermenging en zijn alle bijschrijvingen afkomstig van Shopify/Stripe en van derden door mij aangemerkt als crimineel verkregen opbrengst.”
Op grond van artikel 36e Sr kan de rechtbank een veroordeelde verplichten om wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te betalen. Het doel van deze maatregel is dat criminele winsten worden afgenomen. Het gaat daarbij om het zo veel mogelijk herstellen van de rechtmatige toestand in financiële zin.
Naar het oordeel van de rechtbank staat niet ter discussie dat veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel uit de verkoop van illegale software heeft genoten.
Uit het vonnis in de hoofdzaak blijkt dat de rechtbank veroordeelde grotendeels heeft vrijgesproken van feit 2, omdat de rechtbank op basis van het dossier niet heeft kunnen vaststellen dat alle tools onder feit 2, tools waren als bedoeld in artikel 350d Sr. Daar komt bij dat de politie heeft geverbaliseerd dat van een deel van de producten die veroordeelde aanbood in zijn webshop niet is komen vast te staan dat deze illegaal waren. Zo is onduidelijk gebleven of veroordeelde ook zuiver legale producten heeft verkocht in zijn webshop.
De politie heeft in het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel de bedragen bij elkaar opgeteld die veroordeelde heeft ontvangen uit alle verkopen van zijn webshop. De berekening is niet uitgesplitst per product en/of productgroep. Hierdoor kan niet achterhaald worden welke omzet te relateren is aan welke verkochte legale of illegale producten.
In deze situatie is het voor de rechtbank niet mogelijk om, ambtshalve, op basis van het onderliggende dossier een berekening van het verkregen voordeel te maken. Hoewel de rechtbank het voordeel mag schatten, dient daar wel een gedegen basis aan ten grondslag te liggen en deze is niet voorhanden.
Belangrijk daarbij is dat het gaat om een herstelmaatregel. Het te ontnemen bedrag mag het daadwerkelijk genoten voordeel niet overtreffen.
Dit alles brengt de rechtbank tot het oordeel dat de vordering onvoldoende onderbouwd is en de rechtbank de vordering tot het ontnemen van wederrechtelijk verkregen voordeel zal afwijzen.
Beslissing
Wijst de vordering van de officier van justitie af.
Deze uitspraak is gegeven door mr. T.M.L. Wolters, voorzitter, mr. W.S. Sikkema en
mr. H.M. Lenting, rechters, bijgestaan door mr. K.E. van Rhijn, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 28 september 2026.
Mr. H.M. Lenting en mr. K.E. van Rhijn zijn buiten staat deze uitspraak te ondertekenen