ECLI:NL:RBNNE:2026:412

ECLI:NL:RBNNE:2026:412

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 17-02-2026
Datum publicatie 16-02-2026
Zaaknummer 18.240294.24
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

veroordeling artikel 246 (oud), feitelijke aanranding. Daarnaast veroordeling voor bedreiging en voor het overtreden van artikel 165 Wegenverkeerswet. Een 25-jarige man is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden en tot betaling van een geldboete van 250 euro. Daarnaast oplegging van een gedragsbeïnvloedende maatregel ex. artikel 38v Sr en gedeeltelijke toewijzing van de vorderingen benadeelde partij.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18.240294.24

ter terechtzitting gevoegd parketnummers 18.053511.25 en 18.256351.24

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 17 februari 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ,

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 3 februari 2026.

Verdachte is niet verschenen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr J. Houwink.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

onder parketnummer 18.240294.24

hij op of omstreeks 13 oktober 2023 te [plaats] , gemeente Pekela, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten door (onverhoeds) een arm om [slachtoffer 1] heen te slaan en/of door haar (vervolgens) te bewegen naar een auto en/of door (vervolgens) [slachtoffer 1] (onverhoeds) tegen een auto aan te duwen en/of door (vervolgens) op korte afstand van die [slachtoffer 1] te gaan en/of te blijven staan

[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, bestaande uit

onder parketnummer 18.053511.25

hij op of omstreeks 10 juli 2024 te [plaats] , gemeente Westerwolde, althans in Nederland

[slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 2] via Facebook Messenger dreigend de woorden toe te voegen

onder parketnummer 18.256351.24

1.

hij, als degene die al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in Veendam op/aan de [adres] ,

op of omstreeks 6 september 2023 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een

ander (te weten [slachtoffer 3] ) schade was toegebracht;

2.

hij in de gemeente Pekela, in elke geval in Nederland, als eigenaar of houder van een motorrijtuig, voorzien van het kenteken [kenteken] , - waarmee op of omstreeks 6 september 2023 te Veendam op/aan de [adres] een bij de Wegenverkeerswet 1994 als misdrijf strafbaar gesteld feit, te weten overtreding van artikel 7 lid 1 ahf/ond a, art 7 lid 1 ahf/ond b van genoemde Wet, werd begaan door een bij ontdekking

van dat feit onbekend gebleven bestuurder - niet heeft voldaan aan de verplichting om op de hem, op 9 februari 2024 schriftelijk gedane vordering van de in artikel 159 van genoemde wet bedoelde pers(o)on(en), binnen de door deze daarin gestelde termijn van tenminste 48 uur, te weten voor 16 februari 2024, de naam en het volledige adres van bovenbedoelde bestuurder bekend te maken, immers had hij op 23 mei 2024, nog niet aan deze verplichting voldaan.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd van alle ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van feit 1, ten laste gelegd onder parketnummer 18.256351.24, heeft hij daartoe in het bijzonder het volgende aangevoerd.

De officier van justitie is van mening dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte op een motor de plaats van ongeval heeft verlaten. De officier van justitie voert aan dat er zijn meerdere meldingen waarbij de naam van verdachte wordt genoemd in verband met de motor. De politie heeft daarnaast de motor van verdachte zien staan met schade en verdachte heeft toen verklaard dat hij de dag daarvoor, zijnde de dag van het ongeluk, op de motor heeft gereden.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak

De rechtbank acht feit 1 ten laste gelegd onder parketnummer 18.256351.24 niet wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank overweegt dat op basis van de inhoud van dit dossier niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte de bestuurder van de motor was en dus degene die de plaats van het ongeval heeft verlaten. Verdachte heeft hierover een ontkennende verklaring afgelegd. Het signalement van de bestuurder, verstrekt door de aangever en een getuige, is van zodanige algemene aard dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat dit verdachte betreft. Hoewel er meerdere meldingen zijn geweest waarin verdachte als bestuurder van de motor werd genoemd, is hij op geen van die momenten daadwerkelijk door de politie herkend. Na beoordeling van de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang kan de rechtbank niet met voldoende zekerheid vaststellen dat verdachte op het moment van het verkeersongeval de bestuurder was. Derhalve wordt verdachte van het ten laste gelegde feit vrijgesproken.

Bewezenverklaring

onder parketnummer 18.256351.24

De rechtbank acht feit 2 ten laste gelegd onder parketnummer 18.256351.24 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

Deze opgave luidt als volgt:

1. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 23 mei 2024, opgenomen op pagina 19 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2023238076 d.d. 24 mei 2024, inhoudend de verklaring van [verdachte] ;

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 mei 2024, opgenomen op pagina 26 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van verbalisant [verbalisant] .

Onder parketnummer 18.240294.24

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden

d.d. 10 november 2023, opgenomen op pagina 8 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2023277870 d.d. 16 juli 2024 inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] :

Op 13 oktober 2023 liep ik met een vriendin. [vriendin slachtoffer 1] , en mijn broertje over [adres]

.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 8 december 2023, opgenomen op pagina 11 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] :

V: Wat is er gebeurd?

A: [vriendin slachtoffer 1] en ik waren aan het afspreken. [verdachte] en een andere jongen kwamen er snel aanrijden. [verdachte] sloot mij in. Toen stapte [verdachte] uit en wilde ik weglopen. [verdachte] deed een hand op mijn schouder en liep met me mee naar zijn auto. Hij duwde mij tegen de auto aan en ging mij kussen op mijn hoofd. Toen ging [verdachte] mij aanraken.

V: Wanneer is dit gebeurd?

A: Volgens mij was het op een vrijdag. [De rechtbank begrijpt: 13 oktober 2023] V: En toen?

A: Ik zei ik wil echt niet mee en toen duwde hij me tegen de auto aan. V: En toen?

A: Daarna gaf hij me een kus op mijn wang. Hij hield me toen nog steeds vast in mijn nek. V: En toen?

A: Hij ging met twee handen van mijn nek en schouder over mijn armen naar beneden. V: En hoe ging het verder, waar stopten zijn handen?

A: Het stopte eigenlijk niet echt. Hij ging gewoon verder. Hij ging met zijn handen toen weer over mij heen, over mijn borsten.

V: Hoe weet je dan dat hij je borsten aanraakte?

A: Ik zag dat hij met zijn handen over mijn borsten ging. Ik zag dat zijn handen een soort van rondgingen over mijn borsten. Met twee handen over mijn beide borsten.

V: Hoe stopte dat het aanraken van je borsten?

A: Hij liet mijn borsten los. Daarna ging hij op twee knieën zitten en toen sloeg hij zijn armen om mijn middel en legde hij zijn hoofd, met de zijkant, tegen mijn buik aan.

V: En toen?

A: Dat duurde toen 2 seconden en toen ging hij met zijn handen naar mijn billen en toen ging hij met zijn handen naar voren.

V: Naar voren met zijn handen hoe bedoel je? A: hier bij mijn knoop.

V: Wat bedoel je dat precies? A: De onderkant van mijn buik.

V: Is het lastig voor je om dat lichaamsdeel te noemen? A: Ja

V: Wat doe je met dat lichaamsdeel? A: plassen.

V: Had hij zijn hand dan letterlijk bij je knoop of bij dat lichaamsdeel? A: Bij dat lichaamsdeel.

V: En dat hij je daar aanraakte dat was over je kleding? A: Ja.

V: Hoe is dit gestopt?

A: [getuige] kwam eraan. [De rechtbank begrijpt: getuige [getuige]]

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 8 maart 2024, opgenomen op pagina 27 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige] :

V: Wij gaan het nu over de zaak hebben. Wat kunt u vertellen wat er gebeurd is?

A: Het was, die bewuste avond, op een vrijdagavond, rond 20.45 uur. Mijn vrouw zag op een gegeven moment een auto met hoge snelheid de straat in rijden. Ik hoorde mijn vrouw zeggen dat er ook twee meiden bij waren. Ik zag die auto schuin op mijn oprit staan. Ik zag dat [verdachte] uitstapte. Hij stond dreigend bij dat meisje hij zei je gaat met mij mee. Mijn indruk was dat [verdachte] haar wilde betastten.

V: Waar was u op het moment dat dit gebeurde?

A: In huis, aan de voorzijde op de bank. Hij stond eigenlijk met de neus in het bloemenperkje van mijn buurvrouw. Wij stonden toen achter het raam en ik zag dat ene meisje weglopen en de dochter van [slachtoffer 1] [de rechtbank begrijpt: aangeefster [slachtoffer 1]] tegen de auto staan. Ik zag dat hij, [verdachte] , haar bij de schouders vasthield. Hij was wat aan haar aan het trekken, wat aan het schudden. Toen ik buiten was, toen zag ik al dat zij er al helemaal af was, Ik zag dat ze huilde. Toen ben ik naar buiten gegaan en hij zei tegen haar: “Je gaat met me mee meisje". Ik zag haar nee schudden, ze was toen al helemaal van slag, ze kon dat al helemaal niet meer zeggen.

V: U vertelde ook iets over betasten?

A: Hij had haar met twee handen bij haar linker- en rechterschouder vast en ik zag dat ze wat schudde, toen stond ik nog binnen. Ik liep naar buiten en toen ik buiten stond, zag ik wel dat zij wat door de knieën was gezakt. Hij was wat gebukt.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 6 januari 2024, opgenomen op pagina 31 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [vriendin slachtoffer 1] :

V: Wij gaan het nu over de zaak hebben. Wat is er gebeurd?

A: [] Onderweg kwamen we [verdachte] en [naam 1] tegen, die parkeerden vlak bij het hek van een huis. [slachtoffer 1] stond vanaf het eerste moment op dezelfde plek. Toen die man [De rechtbank begrijpt: getuige [getuige]] naar buiten kwam, liep [slachtoffer 1] naar die man. [slachtoffer 1] begon te huilen toen ze naar die man liep. Later vertelde ze dat [verdachte] haar had aangeraakt toen [verdachte] met haar stond te praten. Ik had gezien dat [verdachte] op zijn knieën zat toen hij bij [slachtoffer 1] stond. Wij gingen toen in het huis van die man. [slachtoffer 1] ging helemaal huilen en zei niets, ze was helemaal bevroren. [slachtoffer 1] zei alleen dat [verdachte] haar had aangeraakt op een plek wat ze helemaal niet wou. Daarna heeft ze alleen maar gehuild en niets meer gezegd.

V: Weet je waar [verdachte] haar had aangeraakt?

A: Dat vertelde ze een uurtje later ongeveer denk ik. Toen vertelde ze dat [verdachte] haar bij haar vagina had aangeraakt.

Onder parketnummer 18.053511.25

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 29 juli 2024, opgenomen op pagina 9 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2024204444 d.d. 5 februari 2025 inhoudend als verklaring van [slachtoffer 2] :

Op 10 juli 2024 om 20:09 uur kreeg ik via Facebook, Messenger een bericht van [verdachte] . In dat bericht schrijft hij:" Luister jij bent zo'n vies kanker klein ventje. [] ik was je alweer vergeten maar geloof me vriend ik ga jou dood maken ik sta la 2-0 voor en dat wordt heel sen 2-0 want jij kan ja niks klein onderkruipsel."

Daarna een bericht die tegelijk meegestuurd was waarin hij schrijft: "Jij heb echt een kanker groot probleem vriend geloof me."

Hij stuurde dezelfde avond een spraakbericht waarin hij zegt dat hij mij echt dood maakt. Ik hoor dat hij dat drie keer zegt en dat hij weet waar ik werk. Ik wordt ook voor kankerjunk uitgemaakt. Ik schrok hiervan. Ik dacht aan mijn werk. Ik ben bang. Ik ben echt bang dat hij mij dood zal maken. Het beheerst mijn hele leven. Ik heb de berichten die hij mij gestuurd heeft en het spraakbericht van hem. Die voeg ik bij mijn aangifte.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 december 2024 opgenomen op pagina 14 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :

Ik, verbalisant [verbalisant] , zie een schermopname van een mobiele telefoon. Ik zie dat het berichten en een spraakmemo betreffen die via Facebook messenger door een account met de naam [verdachte] zijn verstuurd.

Ik, verbalisant [verbalisant] , luisterde de spraakmemo uit en ik hoorde een mannenstem het volgende zeggen:

"Hé luister, laat me je een ding zeggen hé. Ik ga jou echt doodmaken hé. Geloof mij vriend, ik ga jou echt dood maken hé. Geloof mij hé ik ga jou echt doodmaken vriend. Ik zweer het op alles hé wat mij lief is hé. Laat dit ook maar aan de politie zien. Jij hebt echt een kanker groot probleem. Ik weet waar je werkt hé'. Ja?. Dus geloof mij hé ja. Echt waar laat ze dit maar lezen. Dat is beter. Dat ze mij ook oppakken hé.

Voordat ik jou, voordat ik daar bij die werk van jou sta. Geloof mij dat is niet vanavond of morgen, maar dat is ineens onverwachts wanneer jij er uit komt lopen hé jij kanker klein onderkruipsel en dan klap ik al je kanker tanden er uit jij kanker vieze hoeren junk".

Ik, verbalisant [verbalisant] , zie onder de verzonden spraakmemo de volgende berichten, verzonden door het account [verdachte] , staan:

"Ik sta binnenkort bij je werk wanneer je niet verwacht en dan ga ik filmen wat ik met jou ga doen." en "Geloof mij jij gaat echt zien.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het feit laste gelegd onder parketnummer 18.240294.24, het feit ten laste gelegd onder parketnummer 18.053511.25 en feit 2 ten laste gelegd onder parketnummer 18.256351.24 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

Onder parketnummer 18.240294.24

hij op 13 oktober 2023 te Oude Pekela door een andere feitelijkheid, te weten door onverhoeds een arm om [slachtoffer 1] heen te slaan en door haar vervolgens te bewegen naar een auto en door vervolgens [slachtoffer 1] onverhoeds tegen een auto aan te duwen en door vervolgens op korte afstand van die [slachtoffer 1] te gaan en/ te blijven staan [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en dulden van een of meer ontuchtige handelingen, bestaande uit

Onder parketnummer 18.053511.25

hij op 10 juli 2024 te [plaats] , althans in Nederland [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, door die [slachtoffer 2] via Facebook Messenger dreigend de woorden toe te voegen

Onder parketnummer 18.256351.24

hij in de gemeente Pekela als eigenaar van een motorrijtuig, voorzien van het kenteken [kenteken] , - waarmee op 6 september 2023 te Veendam aan de [adres] een bij de Wegenverkeerswet 1994 als misdrijf strafbaar gesteld feit, te weten overtreding van artikel 7 lid 1 ahf/ond a, art 7 lid 1 ahf/ond b van genoemde Wet, werd begaan door een bij ontdekking van dat feit onbekend gebleven bestuurder - niet heeft voldaan aan de verplichting om op de hem, op 9 februari 2024 schriftelijk gedane vordering van de in artikel 159 van genoemde wet bedoelde personen, binnen de door deze daarin gestelde termijn van tenminste 48 uur, te weten voor 16 februari 2024, de naam en het volledige adres van bovenbedoelde bestuurder bekend te maken, immers had hij op 23 mei 2024, nog niet aan deze verplichting voldaan.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Onder parketnummer 18.240294.24

1. feitelijke aanranding van de eerbaarheid;

Onder parketnummer 18.053511.25

1. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling;

Onder parketnummer 18.256351.24

1. overtreding van artikel 165, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Oplegging van straf en maatregel

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de feiten laste gelegd onder parketnummers 18.240294.24 en 18.053511.25 en voor feit 1 ten laste gelegd onder parketnummer 18.256351.24 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake feit 2 ten laste gelegd onder parketnummer 18.256351.24, nu dit een overtreding betreft, wordt veroordeeld tot een geldboete van 250,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 2 dagen.

Daarnaast wil de officier van justitie dat aan verdachte wordt opgelegd de maatregel ex artikel 38v wetboek van Strafrecht met een middellijk en onmiddellijk contactverbod met aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Indien mogelijk wordt tevens verzocht dit contactverbod uit te breiden tot de familieleden van aangever [slachtoffer 1] . De officier van justitie heeft verzocht om de dadelijke uitvoerbaarheid van de maatregel en telkens twee weken vervangende hechtenis indien verdachte de maatregel overtreedt.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages van de reclassering, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten. Allereerst heeft hij zich op 13 oktober 2023 schuldig gemaakt aan aanranding. Terwijl aangeefster [slachtoffer 1] over straat liep met een vriendin, heeft verdachte haar klemgereden en op verschillende manieren aangeraakt. Hij heeft haar, tegen haar wil, gekust op haar hoofd en haar borsten, billen en vagina aangeraakt. Verdachte heeft hiermee op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van aangeefster. Uit de verklaring van aangeefster die onderdeel uitmaakt van het dossier, blijkt dat zij nog altijd last heeft van de gevolgen van het handelen van de verdachte. Zo is zij nog altijd bang voor de verdachte. Vervolgens is aangever [slachtoffer 2] door de verdachte via Facebookberichten en spraakopnames bedreigd. Hiermee heeft de verdachte gevoelens van angst en onveiligheid bij [slachtoffer 2] teweeggebracht. Uit de verklaring van aangever, ter zitting voorgelezen, blijkt dat ook hij nog altijd last heeft van de gevolgen van het handelen van de verdachte.

De rechtbank rekent verdachte deze feiten zwaar aan. Verdachte heeft met zijn handelen geen enkel respect getoond voor de persoonlijke grenzen en veiligheid van anderen. Daarbij weegt de rechtbank mee dat verdachte geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn gedrag en geen blijk heeft gegeven van inzicht in de ernst en de gevolgen daarvan voor de slachtoffers. De rechtbank weegt dit in strafverzwarende zin mee.

Persoon van verdachte

Uit een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 23 januari 2026 blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Wel is hij meerdere malen veroordeeld voor andere strafbare feiten. Eerdere veroordelingen hebben hem er niet van weerhouden om opnieuw een strafbaar feit te plegen. De rechtbank weegt dit mee in het nadeel van verdachte.

De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsrapportage van 30 januari 2026, waaruit blijkt dat de leefsituatie van verdachte al enige jaren zeer instabiel is. Het ontbreekt hem aan huisvesting en hij verblijft voornamelijk bij een kennis. Het is onduidelijk of hij nog een inkomen ontvangt en hij heeft al jaren geen structurele dagbesteding meer. Verder zijn financiën, psychosociaal functioneren en de houding van verdachte de belangrijkste criminogene factoren. In het verleden is een licht verstandelijke beperking, ADHD en een antisociale persoonlijkheidsstoornis vastgesteld. Ten slotte heeft hij zich in de afgelopen jaren meermaals onttrokken aan de geboden en opgelegde hulpverlening en begeleiding. De reclassering schat de kans op recidive en onttrekking aan de voorwaarden als gemiddeld tot hoog. Gelet op het voorgaande adviseert de reclassering om bij veroordeling een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden.

Strafoplegging

Gelet op het voorgaande en rekening houdende met de strafoplegging in soortgelijke zaken, vindt de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, met aftrek, passend en geboden. De rechtbank zal hierbij geen voorwaardelijk strafdeel bepalen, gelet op het advies van de reclassering.

De rechtbank zal ten aanzien van parketnummer 18.256351.24, nu dit een overtreding betreft, een geldboete opleggen voor een bedrag van 250,00 te vervangen door hechtenis van 2 dagen bij uitblijven van betaling.

Vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v Sr

De rechtbank legt tevens aan verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel in de zin van artikel 38v Sr op. Het doel van deze maatregel is beveiliging van de maatschappij en voorkoming van strafbare feiten. De rechtbank legt de maatregel op omdat zij van oordeel is dat er rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of dat hij zich op een andere manier belastend naar aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] toe zal gedragen. Uit de eerder genoemde rapportages blijkt immers dat het gevaar voor herhaling van een soortgelijk feit groot is. De rechtbank zal deze maatregel dan ook opleggen voor een periode van twee jaar. Om verdachte ertoe te zetten zich aan het contactverbod te houden, zal de rechtbank bepalen dat twee weken hechtenis wordt toegepast voor elke overtreding van het contactverbod, met een maximum van 6 maanden.

Dadelijke uitvoerbaarheid

De rechtbank zal de dadelijke uitvoerbaarheid van deze maatregel bevelen, nu er - gelet op de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten en de persoon van de verdachte ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend jegens aangevers gedraagt.

Benadeelde partijen

Onder parketnummer 18.240294.24

Mevrouw [slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. De benadeelde partij werd ter zitting bijgestaan door mr. A. Smid, advocaat te Winschoten. Gevorderd wordt een bedrag van 3000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Onder parketnummer 18.053511.25

Meneer [slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. De benadeelde partij werd ter zitting bijgestaan door mevrouw [medewerker Slachtofferhulp Nederland] , zittingsvertegenwoordiger namens Slachtofferhulp Nederland. Gevorderd wordt een bedrag van 113,22 ter vergoeding van materiële schade en een bedrag van 500,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Onder parketnummer 18.256351.24

Meneer [slachtoffer 3] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 2359,02 ter vergoeding van materiële schade en een bedrag van 800,00 ter vergoeding van de proceskosten, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] voldoende zijn onderbouwd, dat zij rechtstreekse schade hebben geleden door het strafbare feit. De officier verzoekt de vorderingen integraal toe te wijzen, vermeerderd met de

wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De officier van justitie heeft zich ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] op het standpunt gesteld dat het materiële deel van de vordering voldoende is onderbouwd en dat hij rechtstreekse schade heeft geleden door het strafbare feit. De officier verzoekt dit deel van de vordering toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Volgens de officier van justitie is het deel van de vordering dat betrekking heeft op de proceskosten onvoldoende onderbouwd, daarom verzoekt hij om dit deel van de vordering niet-ontvankelijk te verklaren.

Oordeel van de rechtbank

Onder parketnummer 18.240294.24

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken worden toegekend als schadevergoeding en rekening houdend met de zogenoemde Rotterdamse schaal, specifiek de categorie aanranding onder paragraaf 15.3 (b), oordeelt de rechtbank dat een vergoeding van 3.000,- billijk is. De rechtbank zal de vordering daarom toewijzen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2023.

Onder parketnummer 18.053511.25

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken worden toegekend als schadevergoeding en rekening houdend met de zogenoemde Rotterdamse schaal, specifiek de categorie bedreiging onder paragraaf 19.5, oordeelt de rechtbank dat een vergoeding van

613,22,- billijk is. De rechtbank zal de vordering daarom toewijzen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2024.

Onder parketnummer 18.256351.24

De rechtbank acht het feit niet bewezen waaruit de schade zou zijn ontstaan. De benadeelde partij zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 38v, 38w, 57, 58, 63, 246, 285 van het Wetboek van Strafrecht en de artikel 165 Wegenverkeerswet 1994.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen feit 1 ten laste gelegd onder parketnummer 18.256351.24 en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het feit ten laste gelegd onder parketnummer 18.240294.24, het feit ten laste gelegd onder parketnummer 18.053511.25 en feit 2 ten laste gelegd onder parketnummer 18.256351.24 bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Ten aanzien van parketnummers 18.240294.24 en 18.053511.25

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden;

beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Legt de veroordeelde op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid, inhoudende dat de veroordeelde voor de duur van 2 jaren op geen enkele wijze -direct of indirect- contact zal opnemen, zoeken of hebben met:

beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel

wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 2 weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 maanden;

toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op;

met bevel dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Ten aanzien van parketnummer 18.256351.24, feit 2

Veroordeelt verdachte tot betaling van een geldboete ten bedrage van 250,00 (zegge: tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door 2 dagen hechtenis.

Benadeelde partijen

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat te betalen een bedrag van 3000,00 (zegge: drieduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2023 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 3000,00 euro aan immateriële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 30 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

2. Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte om aan [slachtoffer 2] te betalen:

3. het bedrag van 613,22 (zegge: zeshonderddertien euro en tweeëntwintig cent);

4. de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 juli 2024 tot de dag van algehele voldoening;

5. de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat te betalen een bedrag van 613,22 (zegge: zeshonderddertien euro en tweeëntwintig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2024 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 113,22 aan materiële schade en 500,00aan immateriële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 6 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

3. Verklaart de vordering van [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Schuth, voorzitter, mr. H.H. Kielman en mr. E.P. van Sloten, rechters, bijgestaan door M. Raven, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17

februari 2026.

Mr. E.P. van Sloten en mr. H.H. Kielman zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. H.J. Schuth
  • mr. H.H. Kielman
  • mr. E.P. van Sloten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?