ECLI:NL:RBNNE:2026:4136

ECLI:NL:RBNNE:2026:4136

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 30-09-2026
Datum publicatie 30-09-2026
Zaaknummer 18.187152.20
Rechtsgebied Strafrecht; Penitentiair strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

De rechtbank verlengt de PIJ-maatregel met 3 maanden. De rechtbank acht het van belang om binnen een termijn van 3 maanden inzicht te krijgen in de voortgang en duidelijkheid te krijgen over de vraag of sprake is van een realistisch plan voor de aanstaande voorwaardelijke beëindiging van de maatregel.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

[veroordeelde]

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18.187152.20

beslissing van de meervoudige strafkamer d.d. 30 september 2026 in de rechtbank Noord-

Nederland

in de zaak tegen

geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] , thans verblijvende te: [instelling 1] ,

hierna te noemen: veroordeelde.

Procesverloop

De officier van justitie heeft schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (verder: PIJ-maatregel) van de veroordeelde zal verlengen met 6 maanden.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 16 september 2026, waarbij aanwezig waren de veroordeelde, diens raadsvrouw mr. N.J.H. Lina, de officier van justitie mr. J.G.F. van Boven en [naam 1] (hoofd behandelzaken/klinisch psycholoog) en [naam 2] (GZ-psycholoog/behandelcoördinator) als deskundigen.

De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken, waaronder met name het door het hoofd van de inrichting ondertekende rapport met het verlengingsadvies d.d. 30 juli 2026, van het behandelteam van de inrichting waar de veroordeelde is geplaatst en de perspectiefplannen.

Motivering

De opgelegde maatregel

Bij vonnis van 15 april 2021 heeft deze rechtbank veroordeelde wegens een vijftal strafbare feiten, te weten: poging tot afdreiging, een ander door bedreiging met een feitelijkheid dwingen iets te doen, beschikken over een seksuele afbeelding van een persoon terwijl hij weet dat deze door of als gevolg van opzettelijk en wederrechtelijk vervaardigen van een afbeelding van seksuele aard van een persoon is verkregen, poging tot afpersing en verkrachting, meermalen gepleegd, de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen opgelegd.

De maatregel is aangevangen op 30 april 2021 en voor het laatst op 10 oktober 2025 verlengd met 12 maanden.

Het advies van de instelling

In het verlengingsadvies wordt geadviseerd de termijn van de PIJ-maatregel te verlengen met

6 maanden. Bij veroordeelde is sprake van een in aanleg aanwezige aandachtstekortstoornis en cognitieve overvraging, wat leidt tot ernstige gedragsproblemen in het kader van een matige normoverschrijdende-gedragsstoornis met gebrekkige impulscontrole, een gebrekkige emotieregulatie, cannabismisbruik (die nu in gedwongen remissie is) en beperkte hechtingsmogelijkheden. Door het langdurige karakter van bovenstaande aspecten is er inmiddels sprake van een bedreigde ontwikkeling van de persoonlijkheid met antisociale en narcistische kenmerken.

Het recidiverisico wordt in het verlengingsadvies als matig beoordeeld, wanneer niet verder geïntervenieerd wordt op het versterken van en het bouwen aan een positief netwerk, het omgaan met emoties, gevoelens en stress, alsook zijn middelengebruik. Veroordeelde laat in een positieve en veilige omgeving zien dat hij gepaste copingvaardigheden inzet, grenzen adequaat aangeeft, meer deelt wat hij voelt en wat er in hem omgaat en zich afzijdig houdt van negatief gedrag. Tijdens het begeleid verlof laat veroordeelde zien dat hij goed contact maakt met de verlofbegeleiding en zich houdt aan de gemaakte afspraken. Het doel is om ook meerdaags verlof aan te vragen.

In de afgelopen periode is onderzoek gedaan naar plaatsing van veroordeelde in een STP-voorziening. Voorwaarde voor plaatsing is dat veroordeelde beschikt over werk, maar dat is tot op heden niet gelukt. De komende periode zal daarom intensief worden ingezet op het vinden van passend werk en het ondersteunen van veroordeelde bij het behouden hiervan, zodat aan de voorwaarden voor een mogelijke overplaatsing naar een STP kan worden voldaan.

Inmiddels zijn ondersteunende gesprekken bij [instelling 2] opgestart, gericht op het omgaan met frustraties en onzekerheden en het blijven maken van passende keuzes in de fase van uitstroom. Deze begeleiding kan worden voorgezet vanuit [instelling 2] op het moment dat veroordeelde doorstroomt naar een STP.

De reclassering is inmiddels betrokken en in de komende periode zal verder worden toegewerkt naar de overplaatsing naar een STP. Hierbij zal de samenwerking met de reclassering verder worden geïntensiveerd en zal de reclassering een steeds grotere rol krijgen in de voorbereiding op en begeleiding richting de uitstroomfase. Naar verwachting van het behandelteam van de inrichting zijn de resterende zes maanden noodzakelijk om de overgang naar een STP zorgvuldig voor te bereiden en vorm te geven. De verwachting is dat veroordeelde, met behoud van de ingezette begeleiding en aandacht voor de aanwezige risico- en beschermende factoren, de komende periode verdere stappen kan zetten richting resocialisatie en uitstroom. Het is van belang dat veroordeelde verder werkt aan het opbouwen van een stabiele daginvulling, het verkrijgen en behouden van passend werk, het versterken van zijn prosociale netwerk en het verder ontwikkelen van vaardigheden die noodzakelijk zijn om zelfstandig en op een verantwoorde manier te functioneren buiten de inrichting. Het is daarom van belang dat de overgang naar een STP plaatsvindt binnen een gecontroleerd kader, waarbij voldoende begeleiding, toezicht en risicomanagement aanwezig zijn.

De deskundigen hebben tijdens de terechtzitting van 16 september 2026 het advies bevestigd

en nader toegelicht. De deskundigen hebben toegelicht dat binnen enkele weken meer duidelijkheid zal zijn over de termijn waarbinnen veroordeelde eventueel zou kunnen worden geplaatst in een STP-woonvoorziening. Op het moment dat niet binnen afzienbare tijd plek is voor veroordeelde zal moeten worden gekeken naar andere opties.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij zijn vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel met 6 maanden.

Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsvrouw

De veroordeelde en zijn raadsvrouw hebben zich niet verzet tegen een verlenging van de PIJ-maatregel, maar hebben verzocht de maatregel te verlengen met 3 maanden.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de PIJ-maatregel is opgelegd voor misdrijven die gericht zijn tegen en/of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Op grond van de inhoud van voormeld advies, de door de deskundigen gegeven toelichting

en hetgeen overigens uit het onderzoek ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van

oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen vereist

dat de termijn van de PIJ-maatregel wordt verlengd. Verlenging van de PIJ-maatregel is daarnaast in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de veroordeelde.

De rechtbank stelt vast dat de PIJ-maatregel maximaal verlengbaar is tot 15 april 2028 en dat op grond van artikel 6:6:31 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering de maatregel voorwaardelijk eindigt een jaar voordat de maximale duur van de maatregel wordt bereikt. Dit houdt in dat de maatregel in beginsel op 15 april 2027 voorwaardelijk beëindigd zal worden. In de resterende periode van de maatregel moeten onder meer nog stappen worden gezet met betrekking tot het vinden van werk en/of dagbesteding en het vinden van een geschikte STP-woonvoorziening terwijl de uitkomst daarvan nog onzeker is. De verwachting is dat hier op korte termijn meer duidelijkheid over zal ontstaan. Wanneer echter zou blijken dat doorstroming naar een STP op dit moment niet tot de mogelijkheden behoort, zal onderzoek moeten worden gedaan naar alternatieven. De rechtbank acht het daarom van belang om binnen een termijn van 3 maanden inzicht te krijgen in de voortgang en duidelijkheid te krijgen over de vraag of sprake is van een realistisch plan voor de aanstaande voorwaardelijke beëindiging van de maatregel.

De rechtbank zal de PIJ-maatregel van de veroordeelde daarom met 3 maanden verlengen.

De rechtbank heeft gelet op artikel 6:6:31 van het Wetboek van Strafvordering.

Beslissing

De rechtbank verlengt de termijn van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van de veroordeelde met 3 maanden.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.S. van der Kuijl, voorzitter, tevens kinderrechter, en mr. H.H. Kielman en mr. H. de Ruijter, rechters, bijgestaan door mr. E.E. de Vries, griffier, en uitgesproken ter terechtzitting op 30 september 2026.

Mr. H.H. Kielman en de griffier zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.S. van der Kuijl
  • mr. H.H. Kielman
  • mr. H. de Ruijter

Griffier

  • mr. E.E. de Vries

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand