ECLI:NL:RBNNE:2026:416

ECLI:NL:RBNNE:2026:416

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 17-02-2026
Datum publicatie 17-02-2026
Zaaknummer 18.172436.25
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Assen

Samenvatting

veroordeling voor poging zware mishandeling, shaken baby.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18.172436.25

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 17 februari 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van

3 februari 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.P.E.M. Pover, advocaat te Meppel. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. I. Kluiter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 3 juni 2025 te Hoogeveen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn kind [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 2025)

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

/deceleratie krachtsinwerking) zonder haar nek/hoofd te ondersteunen en/of

- anderszins (hevig) geweld heeft uitgeoefend op het hoofd en/of lichaam van de [slachtoffer] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde feit.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit bewezen kan worden.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

Deze opgave luidt als volgt:

Bewijsoverweging

Vastgesteld kan worden dat verdachte op 3 juni 2025 zijn zes weken oude dochtertje [slachtoffer] stevig vast heeft gepakt onder haar okseltjes en gedurende een aantal seconden met korte, snelle bewegingen heen en weer heeft geschud waarbij haar hoofdje vaak van achteren naar voren heen en weer bewoog. Verdachte was gefrustreerd omdat [slachtoffer] huilde en schreeuwde naar haar dat ze stil moest zijn.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte door aldus te handelen op zijn minst voorwaardelijk opzet gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. De ten laste gelegde poging tot zware mishandeling kan daarom wettig en overtuigend bewezen worden. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.

Het is een feit van algemene bekendheid dat babys en met name babyhoofdjes extreem kwetsbaar zijn en dat het zeer ernstig tot zelfs dodelijk letsel tot gevolg kan hebben wanneer een babyhoofdje heen en weer

wordt geschud. Als een baby van slechts enkele weken oud, zoals [slachtoffer] , heen en weer wordt geschud op de manier zoals verdachte dat heeft gedaan bestaat er dan ook op zijn minst een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel. Verdachte wist dat ook. Verdachte heeft immers op internet gezocht op zoektermen zoals baby shaken video en wat gebeurd er als je een kind hard schud. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij aldus de gevaren kende van het schudden van een baby.

Door [slachtoffer] desondanks gefrustreerd meerdere seconden heen en weer te schudden heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. Van contra-indicaties is de rechtbank niet gebleken. Aldus is sprake van voorwaardelijk opzet en kan bewezen worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling van zijn zes weken oude dochtertje.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij op 3 juni 2025 te Hoogeveen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn kind [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 2025) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

poging tot zware mishandeling

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich anders dan ter terechtzitting geadviseerd door de reclassering op het standpunt gesteld dat het volwassenenstrafrecht toegepast dient te worden en heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 300 dagen waarvan 256 dagen voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en met een proeftijd van drie jaren en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat toepassing van het volwassenstrafrecht passender is dan het jeugdstrafrecht en heeft gepleit voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest met daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden omdat prioriteit moet liggen bij het bieden van hulp en begeleiding van verdachte.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de over verdachte opgemaakte rapportages, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling van zijn zes weken oude dochtertje [slachtoffer] door haar heen en weer te schudden. Verdachte kon er niet tegen dat [slachtoffer] huilde. Dat maakte hem heel boos en gefrustreerd en dan werd het zwart voor zijn ogen. Verdachte had eerder al eens uitspraken gedaan dat hij [slachtoffer] wel iets aan kon doen als ze zo huilde. Ook had verdachte op zijn telefoon veel gezocht op zoektermen zoals “Een hekel aan babys hebben”, “Babys zijn kanker wezens” en “Boos op baby die veel huilt”. Uiteindelijk trok verdachte het niet meer toen [slachtoffer] op 3 juni 2025 voor de zoveelste keer huilde. Dit heeft ertoe geleid dat verdachte haar heen en weer heeft geschud, in de hoop dat ze op die manier stil zou worden. Verdachte heeft hiermee de gezondheid van zijn dochtertje ernstig in gevaar gebracht, terwijl hij haar als vader zorg, geborgenheid en bescherming had moeten bieden. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Uit de medische gegevens van het Wilhelmina Ziekenhuis komen bij controles geen afwijkingen naar voren. De omstandigheid dat [slachtoffer] geen letsel heeft opgelopen ten gevolge van het handelen van verdachte mag dan ook een wonder genoemd worden. Dat is echter niet te danken aan verdachte, maar aan de moeder van [slachtoffer] die heeft ingegrepen en [slachtoffer] van verdachte heeft afgepakt. Het gebeuren heeft dan ook een grote impact op de moeder van [slachtoffer] , zoals blijkt uit de namens haar ter zitting voorgelezen slachtofferverklaring. Het raakt haar diep dat haar dochtertje als pasgeboren, uiterst kwetsbare baby haar veiligheid is ontnomen. Ook voelt zij zich schuldig dat zij haar dochtertje niet heeft kunnen beschermen en maakt zich ernstig zorgen over de veiligheid, het welzijn en de toekomst van [slachtoffer] . De rechtbank neemt het verdachte zeer kwalijk dat hij dit teweeg heeft gebracht.

In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat hij ter terechtzitting verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen en spijt heeft betuigd, ook richting zijn ex-partner die ter terechtzitting

aanwezig was.

Persoonlijke omstandigheden van verdachte

Uit de over verdachte opgemaakte reclasseringsrapporten volgt dat bij verdachte sprake is van multiproblematiek. Daarbij staat problematiek in het psychosociaal functioneren en verslavingsproblematiek (gokken en gamen) op de voorgrond. Daarnaast kampt hij al jaren met mentale problemen, meer specifiek met gevoelens van depressie, waar hij inmiddels antidepressiva voor slikt.

Voorts is onlangs uit psychologisch onderzoek, uitgevoerd door NL-Psy, gebleken dat bij verdachte sprake is van een autismespectrumstoornis (hierna: ASS).

In de reclasseringsrapporten wordt beschreven dat ten tijde van het delict het psychosociaal functioneren van verdachte in combinatie met spanningen binnen de relatie met zijn toenmalige partner en zijn nieuwe vaderrol voor instabiliteit zorgde. Verdachte raakte sneller overprikkeld door het huilen van zijn pasgeboren dochtertje en een gebrek aan structuur in zijn eigen leven, hetgeen zijn verslavingsgedrag triggerde. Verdachte lijkt, zo schrijft de reclassering, onvoldoende bij machte om dergelijke spanningen te reguleren. Daarnaast wordt in het psychologisch onderzoek van NL-Psy beschreven dat verdachte vanwege zijn ASS gebaat is bij duidelijkheid, voorspelbaarheid, structuur en grenzen. Wanneer dit ontbreekt, kan verdachte onrustig worden en paniek ervaren, aldus NL-Psy.

Gelet op de aard en complexiteit van de hierboven omschreven problematiek en de effecten daarvan op het functioneren en het gedrag van verdachte, kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde door deze problematiek geen volledige controle had over zijn handelen en onvoldoende in staat was om anders met de situatie om te gaan. De rechtbank komt om die reden tot het oordeel dat het bewezenverklaarde in verminderde mate aan verdachte kan worden toegerekend en zal daar in de strafoplegging rekening mee houden in strafmatigende zin.

Verder wordt in de reclasseringsrapporten beschreven dat verdachte sinds zijn aanhouding en de schorsing van zijn voorlopige hechtenis op een positieve manier bezig is met gedragsverandering. Hij is uit eigen beweging naar de huisarts gegaan voor hulp. Vervolgens is verdachte gestart met een behandeling voor zijn ASS en werkt hij daar gemotiveerd aan mee. Ook gaat verdachte binnenkort beginnen met een behandeling voor zijn verslavingsproblematiek, is hij gestopt met gokken en is hij zichzelf een actievere, positievere levensstijl aan het aanleren. Sinds het plegen van het feit heeft verdachte geen contact meer gehad met zijn dochtertje en zijn ex-partner. Hij wil op den duur wel weer graag contact met zijn dochtertje, maar ziet in dat hij eerst aan zichzelf moet werken voordat hij weer op een veilige, verantwoorde manier contact met haar kan hebben. Deze gemotiveerde, zelfbewuste houding heeft de rechtbank ook ter terechtzitting gezien bij verdachte.

Ondanks deze grote mate van motivatie, denkt de reclassering dat verdachte baat kan hebben bij sturing en een stok achter de deur vanuit een forensisch kader. De inschatting is dat verdachte behandeling binnen een dergelijk duidelijk kader beter kan volhouden. De reclassering adviseert dan ook een deels voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarde onder andere een ambulante behandeling, de gedragsinterventie middelengebruik en begeleid wonen. Verdachte erkent zoals hierboven beschreven hulp nodig te hebben en staat er voor open om deze hulp te ontvangen vanuit een dwingend kader.

De straf

De rechtbank heeft zich gelet op de leeftijd van verdachte gebogen over de vraag of het jeugdstrafrecht moet worden toegepast. De rechtbank ziet echter in de persoonlijke omstandigheden van verdachte en in de omstandigheden waaronder het feit is begaan net als de officier van justitie en de raadsman geen aanleiding om het jeugdstrafrecht toe te passen. Het enkele feit dat bij verdachte ASS is gediagnosticeerd en het feit dat verdachte thuiswonend is en steun nodig heeft in het dagelijks leven, zoals aangehaald door de reclasseringswerker ter zitting, is onvoldoende om over te gaan tot toepassing van het jeugdstrafrecht. Kijkend naar de ontwikkeling die verdachte sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis doormaakt, maakt verdachte juist steeds meer een volwassen indruk en krijgt hij steeds meer inzicht in en beschikkingsmacht over zijn eigen leven. Bovendien bevinden de door de reclassering reeds ingezette en geadviseerde interventies zich niet op pedagogisch vlak en is er ook anderszins geen sprake van (een noodzaak tot) pedagogische beïnvloeding. Alles afwegende zal de rechtbank verdachte dan ook berechten volgens het volwassenenstrafrecht.

De rechtbank vindt gelet op de aard en ernst van het feit dat een gevangenisstraf passend is. Gelet op de positieve weg die verdachte is ingeslagen, de hulpverlening die is opgestart, het feit dat verdachte verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn gedrag en gelet op de verminderde toerekenbaarheid, is de rechtbank met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur dan het voorarrest niet passend is. De rechtbank acht het wel aangewezen om een langdurige voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, zowel als stok achter de deur voor de op te leggen behandelingen en andere hulpverleningstrajecten als om te voorkomen dat verdachte opnieuw de fout in gaat. Alles afwegende acht de rechtbank de eis van de officier van justitie passend. De rechtbank zal daarom aan verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 300 dagen waarvan 256 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, met dien verstande dat de rechtbank daaraan als bijzondere voorwaarde zal toevoegen dat eventueel contact met dochtertje [slachtoffer] gedurende de proeftijd dient plaats te vinden onder professionele begeleiding, zodat dit veilig en verantwoord plaatsvindt.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 300 dagen.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 256 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

gedragsinterventie die gericht is op (gok- en/of game-)verslaving. Indien de training geïndiceerd is, bepaalt de reclassering welke training het precies wordt en of en op welk moment deze training wordt ingezet. Veroordeelde houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider;

4. Indien het verblijf bij ouders thuis niet meer geschikt/wenselijk wordt geacht, dient veroordeelde mee te werken aan een verblijf in een instelling voor begeleid of beschermd wonen, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start dan op het moment dat er een geschikte plek gevonden is. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft

opgesteld;

5. Veroordeelde heeft of zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met mevrouw [getuige] , geboren [geboortedatum] 2004 te Groningen, zolang de reclassering dit verbod nodig vindt. Eventueel contact over de (gezamenlijke) opvoeding van dochter [slachtoffer] , verloopt via professionele begeleiding, zoals de reclassering of een casemanager van het Sociale Team van de gemeente. De reclassering beoordeelt of en op welk moment het contactverbod eindigt;

6. Indien weer contact tussen veroordeelde en [slachtoffer] , geboren [geboortedatum] 2025, wordt opgestart, dient dit plaats te vinden onder professionele begeleiding, zoals de reclassering of een casemanager van het Sociale Team van de gemeente. Het contact tussen veroordeelde en [slachtoffer] vindt plaats onder professionele begeleiding zolang de reclassering dit nodig vindt.

Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Baluah, voorzitter, mr. G. Eelsing en mr. L.M.B. Soppe, rechters, bijgestaan door mr. L. Lamers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 februari 2026.

Mrs. Eelsing en Soppe zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. R. Baluah
  • mr. G. Eelsing
  • mr. L.M.B. Soppe

Griffier

  • mr. L. Lamers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?