ECLI:NL:RBNNE:2026:4383

ECLI:NL:RBNNE:2026:4383

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 29-05-2026
Datum publicatie 09-10-2026
Zaaknummer LEE 25/1471, 25/1575, 25/1787 en 25/1788
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Einduitspraak na tussenuitspraak. De rechtbank is van oordeel dat het college de in de tussenuitspraak geconstateerde motiveringsgebreken in het besluit hersteld heeft. De rechtbank is van oordeel dat het college met de aanvullende motivering voldoende heeft gemotiveerd waarom het bouwplan ruimtelijk aanvaardbaar is. Daarbij acht de rechtbank van belang dat in de omgeving feitelijk hogere bebouwing aanwezig is, zoals de [adres 2] en [adres 3] . Ook acht de rechtbank van belang dat planologisch hogere bebouwing gerealiseerd kan worden. Het argument van eisers dat bij bepaalde bestemmingen een goothoogte van maximaal 3,5 meter is toegestaan, doet hier niet aan af. Dit betekent namelijk niet dat er geen hoge bebouwing gerealiseerd kan worden. Het argument van eisers dat bij de bestemming ‘Gemengd’ één woning per bouwvlak is toegestaan en dat bij de bestemming ‘Wonen’ als hoofdgebouw alleen woonhuizen mogen worden gebouwd, doet hier ook niet aan af, omdat het college moest motiveren waarom de afwijkende bouwhoogte, in samenhang met vorm en volume, op deze locatie passend was. Dat bepaalde bestemmingen beperkingen opleggen op het punt van (het aantal) woningen, is voor die motivering niet relevant. Het college heeft verder voldoende gemotiveerd dat geen sprake is van een onevenredige ruimtelijke of visuele aantasting door het bouwplan, vanwege de positionering van de (gedeeltelijke) derde bouwlaag. De rechtbank oordeelt dat uit de aanvullende onderbouwing blijkt dat en waarom de welstandscommissie het bouwplan als een bijzondere functie en niet als een reguliere woning heeft beoordeeld. De rechtbank kan deze uitleg volgen. Dat het gebouw voor een groot deel uit woningen zal bestaan, doet hier niet aan af, omdat het hier niet gaat om grondgebonden woningen maar om appartementen in een complex. Er wordt bovendien een kinderopvang gerealiseerd in het complex. Uit de aanvullende onderbouwing blijkt ook waarom de welstandscommissie vindt dat het bouwplan voldoende aansluit op de omgeving. Eisers hebben hier niets tegen ingebracht, omdat zij in hun zienswijze aansluiting zoeken bij de criteria voor woningen en stellen dat het bouwplan daar niet aan voldoet. Omdat de welstandscommissie echter (op goede grond) niet getoetst heeft aan deze criteria, is het niet relevant dat het bouwplan niet aan die criteria zou voldoen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 mei 2026 in de zaken tussen

[eiser 1]

[eiser 6] en [eiseres 4]

[eiser 8]

[eiser 10] en [eiseres 6] , uit [woonplaats] , eisers IV

Bestuursrecht

zaaknummers: LEE 25/1471, 25/1575, 25/1787 en 25/1788

[eiser 2]

[eiseres 1] en [eiser 3]

[eiser 4] en [eiseres 2]

[eiser 5] en [eiseres 3], eisers I

[eiser 7] en [eiseres 5], eisers II

[eiser 9] , eisers III

allen uit [woonplaats] ,

(gemachtigde eisers I t/m III: [gemachtigde] ),

(gemachtigde: mr. B. Benard)

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest-Fryslân, het college

(gemachtigden: E.E. van der Pal en E.M. van der Molen).

Als derde-partij neemt aan de zaken deel: BruZan Ontwikkeling B.V. gevestigd te Leeuwarden, vergunninghouder.

Procesverloop

1. In het besluit van 12 maart 2025 (bestreden besluit) heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor de realisatie van een kinderopvang en zestien appartementen op het perceel [adres 1] te [woonplaats] (het perceel).

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 25 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiser 2] , [eiseres 1] , [eiser 3] , [eiser 4] , [eiseres 2] , [eiser 5] , [eiser 10] en [eiseres 6] en de gemachtigden van eisers, de gemachtigden van het college en vergunninghouder.

In de tussenuitspraak van 4 februari 2026 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank het college in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak de geconstateerde gebreken in het bestreden besluit te herstellen, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen.

Het college heeft in reactie op de tussenuitspraak een aanvullende motivering ingediend. Bij de aanvullende motivering heeft het college een aanvullende onderbouwing van de welstandscommissie Hûs en Hiem (de welstandscommissie) en het voorlopig ontwerp van het bouwplan overgelegd.

Eisers hebben hierop schriftelijke gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.

Overwegingen

2. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist, tenzij hierna uitdrukkelijk anders wordt overwogen. Het staat de rechtbank niet vrij om terug te komen van zonder voorbehoud gegeven oordelen in de tussenuitspraak. Dit is alleen anders in zeer uitzonderlijke gevallen.

3. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank, kort gezegd, overwogen dat het college onvoldoende gemotiveerd heeft dat de afwijkende bouwhoogte, in samenhang met de vorm en het volume van de gebouwen, niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De rechtbank heeft ook overwogen dat het college het standpunt dat het bouwplan voldoet aan de redelijke eisen van welstand niet heeft mogen baseren op het welstandsadvies van de welstandscommissie.

Om de gebreken te herstellen moest het college motiveren waarom de afwijking van de bouwhoogte, in samenhang met de vorm en het volume van het bouwplan, niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Ook moest het college motiveren dat het bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand, dan wel, als het bouwplan daar niet aan zou voldoen, motiveren of en waarom het college toch bereid is medewerking aan het bouwplan te verlenen.

Goede ruimtelijke ordening

4. Het college stelt zich op het standpunt dat het bouwplan ruimtelijk aanvaardbaar is. Volgens het college wordt met het bouwplan aangesloten bij de omliggende planologische mogelijkheden uit het bestemmingsplan, waarbij bouwhoogtes van acht tot tien meter zijn toegestaan. Het college wijst er verder op dat de huidige bebouwing op de locatie ten dienste van een maatschappelijke functie is geplaatst, waarvoor in bestemmingsplannen doorgaans lagere bouwhoogten worden toegestaan dan bij woon- en gemengde functies. De bestaande bouwhoogte van drie meter weerspiegelt daarmee vooral de functionele aard van het voormalige gebruik en niet de stedenbouwkundige opbouw van de omgeving. Het college stelt daarnaast dat de omgeving van de planlocatie zich kenmerkt door een divers bebouwingsbeeld, variërend van één tot twee bouwlagen met of zonder kap tot (grotere) voormalige boerderijen. In de richting van de dorpskern, ten noordwesten van de planlocatie, zijn reeds gebouwen aanwezig met bouwhoogtes tussen de acht en tien meter, waaronder de op korte afstand gelegen [adres 2] en [adres 3] . Het bouwplan past binnen dit stedenbouwkundige beeld en vormt daarmee een logische overgang naar de dorpskern.

De derde bouwlaag wordt slechts toegepast op circa de helft van het bouwvolume en is volgens het college zo gepositioneerd dat de hoogste bouwmassa op ruime afstand van omliggende percelen is geplaatst. Hierdoor is er geen sprake van een onevenredige ruimtelijke of visuele aantasting. De situering van de derde bouwlaag in het midden van het perceel voorkomt bovendien dat de hogere bouwmassa dominant aanwezig is in het straatbeeld of leidt tot een onevenredige aantasting van het ruimtelijk karakter ter plaatse.

Het bouwplan levert tot slot een positieve bijdrage aan de woningbouwopgave en de leefbaarheid in Witmarsum, doordat het kinderdagverblijf op deze locatie behouden blijft, aldus het college.

Eisers stellen voorop dat de omgeving het referentiekader vormt voor de vraag welke bouwwerken passend zijn. Eisers betwisten dat het bouwplan passend is in de omgeving. Het bouwplan bestaat uit een disproportioneel hoog rechthoekig woongebouw dat afwijkt van de grondgebonden woningen in de directe omgeving. Eisers betwisten dat de planlocatie zich bevindt in een overgangsgebied tussen een woonwijk en de dorpskern, dat een divers bebouwingsbeeld laat zien. Verreweg de meeste woningen in de directe omgeving zijn woningen met één bouwlaag en een steile schuine kap.

Volgens eisers sluit het bouwplan ook niet aan bij de planologische mogelijkheden. Volgens de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Gemengd’ zijn weliswaar hogere bouwhoogtes toegestaan, maar er is slechts een goothoogte van 3,5 meter toegestaan. Dit is bepalend voor de vorm en het volume van de bebouwing. Het bouwplan sluit hier niet bij aan. Ook is bij de bestemming ‘Gemengd’ per bouwvlak niet meer dan één woning toegestaan en mogen bij de bestemming ‘Wonen’ als hoofdgebouw uitsluitend woonhuizen worden gebouwd. Op dit punt sluit het bouwplan met appartementen ook niet aan bij de planologische mogelijkheden in de omgeving.

De rechtbank is van oordeel dat het college met de aanvullende motivering voldoende heeft gemotiveerd waarom het bouwplan ruimtelijk aanvaardbaar is. Daarbij acht de rechtbank van belang dat in de omgeving feitelijk hogere bebouwing aanwezig is, zoals de [adres 2] en [adres 3] . Ook acht de rechtbank van belang dat planologisch hogere bebouwing gerealiseerd kan worden. Het argument van eisers dat bij bepaalde bestemmingen een goothoogte van maximaal 3,5 meter is toegestaan, doet hier niet aan af. Dit betekent namelijk niet dat er geen hoge bebouwing gerealiseerd kan worden. Het argument van eisers dat bij de bestemming ‘Gemengd’ één woning per bouwvlak is toegestaan en dat bij de bestemming ‘Wonen’ als hoofdgebouw alleen woonhuizen mogen worden gebouwd, doet hier ook niet aan af, omdat het college moest motiveren waarom de afwijkende bouwhoogte, in samenhang met vorm en volume, op deze locatie passend was. Dat bepaalde bestemmingen beperkingen opleggen op het punt van (het aantal) woningen, is voor die motivering niet relevant.

Het college heeft verder voldoende gemotiveerd dat geen sprake is van een onevenredige ruimtelijke of visuele aantasting door het bouwplan, vanwege de positionering van de (gedeeltelijke) derde bouwlaag.

Redelijke eisen van welstand

5. Het college stelt zich op het standpunt dat het bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand en dat het college het advies van de welstandscommissie hierover kan overnemen, gelet op de aanvullende onderbouwing van de welstandscommissie.

Eisers stellen dat een groot deel van de gebouwen zal bestaan uit woningen en dat dus aan de gebiedsgerichte criteria voor woningen moest worden getoetst. Aan deze criteria voldoet het gebouw niet.

De rechtbank is van oordeel dat het college zich op het welstandsadvies heeft mogen baseren, na aanvulling van de onderbouwing door de welstandscommissie.

Uit de aanvullende onderbouwing blijkt dat de welstandscommissie bij de beoordeling de gebiedsgerichte criteria van ‘Recente woonbuurten’ heeft gehanteerd. Deze criteria omschrijven dat ondersteunende gebouwen en functies (zoals scholen) veelal een andere uitstraling hebben dan de omliggende woningen, maar dat enige samenhang daarbij is gewenst.

Uit de aanvullende onderbouwing volgt verder dat de welstandscommissie het plan, gezien de aard van het plan en de verwachte medewerking aan de afwijkende bouwhoogte door het college, in het vooroverleg heeft beoordeeld op zichzelf en in relatie tot de omgeving als een bijzondere functie in de wijk, waarvoor geen directe relatie geldt met de criteria voor reguliere woningen. Voor gebouwen met een andere functie geldt het criterium: ‘Gebouwen van wijkvoorzieningen of bijzondere functies kennen een eigen beeld, maar dat beeld kan ook worden afgestemd op de omliggende woningen. De gevels van deze gebouwen die naar het openbaar gebied zijn gericht hebben een representatief karakter.’

De welstandscommissie heeft geconcludeerd dat het vooroverlegplan uitzicht bood op een positief advies, waarbij van belang werd geacht dat het bestaande schoolgebouw al een bijzondere vorm en beeldtaal heeft waardoor er ruimte is voor een nieuwe ontwikkeling met een afwijkend uiterlijk, zolang deze voldoende aansluit bij de omgeving. En hoewel de nieuwe volumes qua bouwmassa afwijken van de omliggende reguliere woningen, blijft de maat en schaal volgens de welstandscommissie in verhouding tot de maat van het betreffende perceel en worden de beide bouwblokken visueel verschaald door de verdeling in deels twee en deels drie bouwlagen. Ook qua hoofdvorm geeft de voorgestelde kapvorm volgens de welstandscommissie voldoende balans tussen verbijzonderen (geen standaard zadelkap) en een handreiking naar de omgeving (niet geheel plat afgedekt). Ook met materialisatie in metselwerk wordt aansluiting gezocht bij het omgevingsbeeld.

Uit de aanvullende onderbouwing volgt tot slot dat de welstandscommissie het definitieve plan positief heeft beoordeeld. De bouwblokken hadden een enigszins andere vorm gekregen en waren anders gepositioneerd dan in het ontwerp, maar er was nog steeds sprake van een goede balans tussen verbijzondering en aansluiting op het omgevingsbeeld.

De rechtbank oordeelt dat uit de aanvullende onderbouwing blijkt dat en waarom de welstandscommissie het bouwplan als een bijzondere functie en niet als een reguliere woning heeft beoordeeld. De rechtbank kan deze uitleg volgen. Dat het gebouw voor een groot deel uit woningen zal bestaan, doet hier niet aan af, omdat het hier niet gaat om grondgebonden woningen maar om appartementen in een complex. Er wordt bovendien een kinderopvang gerealiseerd in het complex.

Uit de aanvullende onderbouwing blijkt ook waarom de welstandscommissie vindt dat het bouwplan voldoende aansluit op de omgeving. Eisers hebben hier niets tegen ingebracht, omdat zij in hun zienswijze aansluiting zoeken bij de criteria voor woningen en stellen dat het bouwplan daar niet aan voldoet. Omdat de welstandscommissie echter (op goede grond) niet getoetst heeft aan deze criteria, is het niet relevant dat het bouwplan niet aan die criteria zou voldoen.

Herstel gebreken

6. Gelet op wat hierboven besproken is, is de rechtbank van oordeel dat het college met de aanvullende motivering en bijlagen de gebreken in het bestreden besluit hersteld heeft.

Conclusie en gevolgen

7. Gelet op de in de tussenuitspraak geconstateerde gebreken, is het beroep gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Omdat het college in zijn reactie op de tussenuitspraak de gebreken heeft hersteld, laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand.

Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet het college aan eisers het door hen betaalde griffierecht vergoeden.

Omdat het beroep gegrond is, krijgen eisers een vergoeding voor de proceskosten die zij hebben gemaakt. Het college moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend.

De bijstand door een gemachtigde levert 2 punten op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en 1 punt voor het verschijnen op de zitting met een waarde per punt van € 934,-), met een wegingsfactor 1. Aan eisers IV wordt daarom € 1.868,- toegekend. Aan eisers IV wordt tevens een vergoeding voor de gemaakte reiskosten ten behoeve van het bijwonen van de zitting toegekend. Dit betreft een vergoeding van € 0,28 per kilometer, omdat reizen met het openbaar vervoer in dit geval niet voldoende mogelijk is. Uit de routeplanner blijkt dat de afstand van het woonadres van eisers IV tot aan de rechtbank 91 kilometer is. Aan eisers IV wordt daarom een vergoeding van (0,28 x 91 x 2 =) € 50,96 toegekend. Parkeerkosten worden niet tot de reiskosten gerekend en komen dus niet voor vergoeding in aanmerking.

Aan eisers I wordt ook een reiskostenvergoeding van € 50,96 toegekend. Eisers I hebben gezamenlijk één beroepschrift ingediend, waardoor de reiskosten van één persoon voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;

- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 194,- aan eisers I, II, III en IV te vergoeden;

- veroordeelt het college in de proceskosten van eisers I tot een bedrag van € 50,96;

- veroordeelt het college in de proceskosten van eisers IV tot een bedrag van € 1.918,96.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Lok, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Dijk, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 29 mei 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak/tussenuitspraken, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak/tussenuitspraken. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Op het hoger beroep tegen deze uitspraak is de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit betekent dat in het hogerberoepschrift de gronden van hoger beroep kenbaar moeten worden gemaakt. Na de genoemde termijn van zes weken kunnen geen nieuwe beroepsgronden meer worden aangevoerd. Indien binnen de beroepstermijn geen gronden zijn ingediend, wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand