RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 274274781
zaaknummer: 12128143 BU VERZ 26-504
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 7 september 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [plaats],
gemachtigde: mr. O. van der Meer (Verkeersboete.nl).
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: VA017 – ‘17 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom’, verricht op 22 mei 2025, om 13:23 uur, op [adres], in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 211,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter het beroep behandeld op de zitting van 7 september 2026. Daarbij waren aanwezig: mr. O. van der Meer namens de gemachtigde en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. R. Baltus.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is en legt hierna uit waarom dat het geval is.
Standpunten
3. De gemachtigde betwist namens betrokkene dat die op de rijroute (A28 – afslag 39 Groningen-Zuid – [adres]) een bord H1 is gepasseerd. Op Google Maps staat een bord bij de afrit, maar niet binnen zes maanden voor en na de overtreding. Vanwege de afstand tussen de pleeglocatie en het bord kan de verbalisant het bord niet hebben zien staan en het is ook niet bekend of de bebording voorafgaand aan de controle is nagekeken. De gemachtigde verwijst hierbij naar een uitspraak van deze rechtbank van 6 augustus 2026. Er wordt verzocht om proceskostenvergoeding.
4. De vertegenwoordiger overlegt schouwrapporten, waaruit blijkt dat op 17 maart 2025 en op 11 september 2025 de bebording is gecontroleerd. Daarom verzoekt hij om ongegrondverklaring van het beroep.
5. Naar aanleiding van de overgelegde schouwrapporten, refereert de gemachtigde zich aan het oordeel van de kantonrechter.
Overwegingen
6. De kantonrechter overweegt dat op basis van de overgelegde schouwrapporten vaststaat dat de bebording binnen zes maanden voor en na de pleegdatum is gecontroleerd en aanwezig was. Daarmee is betrokkenes verweer voldoende weerlegd. In hetgeen naar voren is gebracht ziet de kantonrechter geen aanleiding voor twijfel aan de juistheid van de meting. De verkeersovertreding staat vast.
7. Er is geen reden voor aanpassing van de boete. Het beroep is ongegrond en daarom wordt het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Conclusie
De kantonrechter:
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. F. Sijens, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.