RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 274537757
zaaknummer: 12137556 BU VERZ 26-546
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 7 september 2026
in de zaak van
[bedrijf],
gevestigd in [plaats],
gemachtigde: Appjection B.V..
Inleiding
1. Aan Volkswagen is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: VA011 – ‘11 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom’, verricht op 13 juni 2025, om 10:06 uur, op de N979 Oudestreek in Zevenhuizen, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 134,00 (inclusief administratiekosten).
[bedrijf] heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft [bedrijf] beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter het beroep behandeld op de zitting van 7 september 2026. Daarbij was mr. R. Baltus aanwezig als vertegenwoordiger van de officier van justitie.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van Volkswagen. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is en legt hierna uit waarom dat het geval is.
Standpunten
3. De vermoedelijke leaserijder van de auto heeft verklaard dat binnen één uur tweemaal een boete is opgelegd. Zij was zich van geen kwaad bewust. Zij accepteert dat zij moet betalen, maar kan het geld van twee boetes niet missen. Zij vraagt daarom of het gemiddelde van de boetes genomen kan worden, of dat een van de boetes op nihil gesteld kan worden.
De gemachtigde voert namens [bedrijf] aan dat in het administratief beroepschrift is aangevoerd dat het meetmiddel zijn ijking had verloren en dat daarom getwijfeld moet worden aan de meting. Het dossier bevat geen ijkrapport dat dit weerlegt. De verklaring van de verbalisant is in dit geval onvoldoende om de juiste werking aan te nemen. Er wordt verzocht om proceskostenvergoeding.
4. De vertegenwoordiger geeft aan dat inderdaad twee boetes zijn opgelegd: één om 6:10 uur en nog één om 10:57 uur. Hij stelt dat het om twee afzonderlijke gedragingen gaat, waarbij de bestuurder twee keer de kans had om zich aan de toegestane maximumsnelheid te houden. Verder voert de vertegenwoordiger aan dat het ontbreken van een NMi-verklaring, niet maakt dat getwijfeld moet worden aan de juistheid van de meting.
Overwegingen
5. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
De verbalisant verklaart dat het meetmiddel voor de meting is getest en is goedgekeurd en dat het op de voorgeschreven wijze is gebruikt en dat is in beginsel voldoende om de juistheid van de meting uit te gaan. Dat geen NMI-rapport is verstrekt of in het dossier zit, betekent niet dat getwijfeld moet worden aan de verklaring van de verbalisant. Dat geldt ook voor de enkele stelling dat het meetmiddel zijn ijking heeft verloren. De verkeersovertreding wordt vastgesteld.
6. Er is geen reden voor aanpassing van de boete. De bestuurder is op twee afzonderlijke momenten geflitst. Zoals de vertegenwoordiger aangeeft, heeft de bestuurder twee keer de kans gekregen om zich aan de maximumsnelheid te houden. De andere boete waarover wordt gesproken, maakt geen deel uit van deze procedure en kan de kantonrechter dus niet over oordelen.
7. De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding daarom af.
Conclusie
De kantonrechter:
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. F. Sijens, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.