RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 273284774
zaaknummer: 12137603 BU VERZ 26-549
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 7 september 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [plaats],
gemachtigde: [gemachtigde].
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R608 – ‘doorrijden bij werkend rood knipperlicht bij weg over het spoor’, verricht op 12 april 2025, om 20:33 uur, op [adres], met een tweewielige bromfiets, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 219,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter het beroep behandeld op de zitting van 7 september 2026. Daarbij was mr. R. Baltus aanwezig als vertegenwoordiger van de officier van justitie.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Standpunten
2. Betrokkene erkent de overtreding maar stelt dat de boete buitenproportioneel is. Op de foto’s is te zien dat de slagbomen bijna omhoog waren toen betrokkene doorreed. De lichten knipperden nog, maar er kwam geen trein meer aan. De overtreding was daarom niet ernstig. Betrokkene verzoekt om matiging van de boete tot een bedrag dat beter in verhouding staat. Er wordt verzocht om proceskostenvergoeding.
3. De vertegenwoordiger stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond is.
Overwegingen
4. Betrokkene erkent de overtreding, die wordt vastgesteld.
5. De kantonrechter ziet geen reden voor aanpassing van de boete. Het criterium is niet of de slagbomen omhoog waren, het gaat om of de lichten nog knipperden. Dat was het geval daarom moest betrokkene wachten. Er kón namelijk nog een trein komen. Dat dit niet gebeurde, maakt niet dat de boete niet in verhouding staat tot de overtreding. De gevaarzetting is namelijk groot en het is niet aan betrokkene om zelf de regels ter zijde te stellen.
6. Het beroep is ongegrond. Daarom komen de proceskosten niet voor vergoeding in aanmerking.
Conclusie
De kantonrechter:
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. F. Sijens, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.