ECLI:NL:RBNNE:2026:4430

ECLI:NL:RBNNE:2026:4430

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 13-10-2026
Datum publicatie 13-10-2026
Zaaknummer 18/188035-26
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Assen

Samenvatting

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot doodslag (vol opzet) en winkeldiefstal. Gevangenisstraf van 5 jaren met aftrek. Aangever niet-ontvankelijk in vordering benadeelde partij nu niet is gebleken dat de indiener daartoe gemachtigd was.

Uitspraak

2. Onderzoeksmateriaal

4. Interpretatie DNA-resultaten

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

Daderschap

De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen het volgende vast.

Uit de beschrijving van de camerabeelden van de dagopvang van [instelling 2] aan [adres 2] te Emmen en de correctie ten aanzien van het tijdstip van die beelden en de verklaring van verdachte ter terechtzitting volgt dat verdachte daar op 1 juli 2026 rond 17.37 uur aanwezig is en wegfietst. Verdachte heeft verklaard dat hij op dat moment vertrok naar de [locatie] om drugs te halen.

In de vroege avond van 1 juli 2026 wordt aangever [slachtoffer 1] hevig bloedend bij de [locatie] aangetroffen. Op de begane grond van de [locatie] treffen verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] daarna, in de ruimte bij de opslaglocaties, op deuren, muren en de vloer bloedspetters en bloedvlekken aan. Ook in de hal van de flat worden bloedsporen aangetroffen. Uit forensisch-medisch onderzoek blijkt dat aangever naast diverse schaafwonden en bloeduitstortingen een hersenbloeding, een schedelbreuk aan de rechtervoorzijde en de schedelbasis, meerdere breuken van de rechteroogkas en bijholtebotten en een gebroken neus heeft opgelopen.

Hoewel aangever verklaart zich weinig te kunnen herinneren van wat er is gebeurd, weet hij te vertellen dat hij op 1 juli 2026 rond 18.00 uur buiten de flat in gesprek raakte met een lichtgetinte man die iets in zijn hand had, mogelijk drank. De man had geen sleutel van de flat en moest naar de [nummer] etage. Aangever weet niet meer of hij is meegaan naar de [nummer] etage of dat hij beneden is gebleven, maar benoemt dat hij waarschijnlijk beneden in de hal is aangevallen en dat hij zich tegen deze man niet kon verweren.

Getuige [getuige 1] was die avond rond 18.06 uur bij een supermarkt in de buurt van de [locatie] . Zij verklaart dat zij, onderweg naar huis, een hele agressieve man met een donkere huidskleur en met een fles drank in zijn hand tegenkwam die schreeuwde dat hij iedereen dood zou maken. Onderweg zag zij een telefoonhoesje liggen met daarin de ID-kaart van aangever. Aangekomen bij haar woning zag zij aangever op de stoep zitten met een bebloed gezicht, aldus getuige [getuige 1] .

Omstreeks 18.20 uur wordt verdachte op straat, op het terras van snackbar “ [wijk] ”, waargenomen door buitengewoon opsporingsambtenaar [verbalisant] . Verdachte is zichtbaar onder invloed en in zijn hand heeft hij een grote fles. Verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] nemen de situatie over en zien op het lichaam van verdachte op meerdere plaatsen bloedresten. Bij controle van het lichaam van verdachte worden geen verwondingen waargenomen waarbij bloed zou kunnen zijn vrijgekomen. De verbalisanten zien daarnaast bloedresten op de ring die verdachte draagt.

Van de vlekken op de ring van verdachte is een bemonstering genomen. Uit deze bemonstering is een DNA-mengprofiel van minimaal twee donoren verkregen. Uit dit DNA-mengprofiel kon een relatief grote hoeveelheid DNA worden onderscheiden, waaruit een DNA-profiel van één persoon kon worden afgeleid. Het afgeleide DNA-profiel heeft een frequentie van kleiner dan één op één miljard. Het DNA-profiel van aangever komt hiermee overeen. De rechtbank concludeert hieruit, met inachtneming van de rest van het

dossier, dat aangever donor is van een relatief groot deel van het celmateriaal op de ring.

De rechtbank stelt gelet op het voorgaande vast dat sprake is van een samenstel van omstandigheden. Gelet op het tijdspad, verdachtes verklaring dat hij naar de [nummer] etage van de flat moest, aangevers verklaring dat de persoon die hem aanviel naar de [nummer] etage van de flat moest, het door aangever gegeven signalement in relatie tot het signalement van verdachte, de agressieve staat van verdachte kort na het incident, het aantreffen van verdachte in de buurt van de [locatie] kort na het incident, het aantreffen van bloed op het lichaam van verdachte en aantreffen van aangevers DNA op de ring die verdachte droeg maken dat het, in onderling verband en samenhang bezien, niet anders kan zijn dan dat verdachte degene is geweest die het geweld op aangever heeft uitgeoefend.

De door verdachte afgelegde verklaring dat hij op de begane grond in de flat niemand heeft gezien en dat de bloedsporen op zijn lichaam en ring het gevolg moeten zijn van contact met bebloede deurklinken, schuift de rechtbank daarom als ongeloofwaardig terzijde.

Opzet op de dood

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld hoe het handelen van verdachte gekwalificeerd dient te worden.

Zoals benoemd heeft aangever naast diverse schaafwonden en bloeduitstortingen een hersenbloeding, een schedelbreuk aan de rechtervoorzijde en de schedelbasis, meerdere breuken van de rechteroogkas en bijholtebotten en een gebroken neus opgelopen. Het hoofd is een uiterst kwetsbaar onderdeel van het lichaam en vanuit deze letsels beredeneerd kan worden vastgesteld dat verdachte meermalen, zeer fors inwerkend geweld op het hoofd van aangever heeft uitgeoefend, zodanig dat als gevolg daarvan meerdere breuken in de schedel en in het aangezicht en daarbij een hersenbloeding zijn ontstaan. De voor de geconstateerde letsels benodigde handelingen zijn zozeer gericht geweest op de dood, dat het opzet op aangevers dood een gegeven is. De rechtbank acht daarmee vol opzet aanwezig.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot doodslag, zoals hierna bewezenverklaard.

18/209917-26

De rechtbank acht de onder parketnummer 18/209917-26 ten laste gelegde winkeldiefstal wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

Deze opgave luidt als volgt:

1. ​De bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 29 september 2026;

2. ​ ​Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 20 maart 2026, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2026073337 d.d. 9 juli 2026, inhoudend de verklaring van [aangever] .

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder parketnummer 18/188035-26 onder 1 primair en het onder parketnummer 18/209917-26 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

18/188035-26

1. primair

hij op 1 juli 2026 te Emmen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer 1] , van het leven te beroven,

- die [slachtoffer 1] meerdere malen op het hoofd en in het gezicht heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt/getrapt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

18/209917-26

hij op 20 maart 2026 te Emmen blikken alcohol die aan de Lidl ( [adres 1] ) toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

18/188035-26

1. primair poging tot doodslag

18/209917-26

diefstal

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar en 6 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit om in geval van een bewezenverklaring van eenvoudige mishandeling en winkeldiefstal aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Aan een voorwaardelijk strafdeel kunnen de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden verbonden, met uitzondering van de verplichting om mee te werken aan een klinische opname nu verdachte daaraan niet wil meewerken.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en uit het reclasseringsadvies van 14 september 2026, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging tot doodslag door zeer fors geweld uit te oefenen op het hoofd van aangever [slachtoffer 1] . Als gevolg van het handelen van verdachte heeft aangever naast diverse schaafwonden en bloeduitstortingen een hersenbloeding, een schedelbreuk aan de rechtervoorzijde en de schedelbasis, meerdere breuken van de rechteroogkas en bijholtebotten en een gebroken neus opgelopen. Dit is een zeer ernstig feit. Verdachte heeft door zijn handelen een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangever, die hem juist wilde helpen. De rechtbank rekent het verdachte voorts aan dat hij door zijn handelen ook gevoelens van onveiligheid in de samenleving heeft versterkt nu dit geweld heeft plaatsgevonden ten aanzien van een willekeurig persoon, in de openbare ruimte en zonder dat daarvoor een aanwijsbare aanleiding bestond. Naast poging tot doodslag heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal, een hinderlijk feit dat financiële schade en overlast veroorzaakt.

Persoon van verdachte

Uit het reclasseringsadvies blijkt dat de reclassering het recidiverisico inschat als hoog, waarbij specifiek het risico op geweld wordt ingeschat als gemiddeld-hoog. De reclassering licht toe dat bij verdachte sprake is van langdurige middelenproblematiek, een gebrek aan inkomen, dat hij niet beschikt over een structurele dagbesteding en dat, gelet op zijn strafblad, bij verdachte sprake is van een pro-criminele houding. Uit verdiepingsdiagnostiek is gebleken dat sprake is van een stoornis in het gebruik van cocaïne, amfetamine en alcohol. De reclassering adviseert daarom aan een voorwaardelijk strafdeel bijzondere voorwaarden te verbinden, waaronder een klinische opname in de Piet Roordakliniek. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij niet wenst mee te werken aan klinische opname nu hij reeds voldoende gemotiveerd is abstinent te blijven van verdovende middelen.

Straf

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de ernst van de feiten, in het bijzonder de poging tot doodslag, geen andere straf passend is dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

De rechtbank acht, alles afwegende, de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden. Deze straf is lager dan de door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf, omdat de rechtbank niet alle feiten bewezen acht.

Gelet op de duur van de gevangenisstraf die de rechtbank passend en geboden acht, biedt de wet geen mogelijkheid daarvan een deel voorwaardelijk op te leggen zodat daarbij bijzondere voorwaarden kunnen worden opgelegd.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

Benadeelde partij

Ten aanzien van parketnummer 18/188035-26 onder 1 en 2

[slachtoffer 1] en [benadeelde] hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding, ingediend en ondertekend door [slachtoffer 1] echtgenote [benadeelde] .

Ten aanzien van [slachtoffer 1] wordt een bedrag van 737,90 ter vergoeding van materiële schade en 17.500,00 ter vergoeding van immateriële schade gevorderd. Ten aanzien van [benadeelde] wordt een bedrag 17.500,00 ter vergoeding van immateriële schade in de vorm van affectieschade gevorderd.

Verzocht wordt de schadevergoeding te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft met inachtneming van de uitgangspunten van de Rotterdamse schaal geconcludeerd tot toewijzing van een bedrag van 10.000,00 aan [slachtoffer 1] ter vergoeding van immateriële schade, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij dient voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering, reeds nu de schade voor het overige onvoldoende is onderbouwd.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gelet op de bepleite vrijspraak primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering. De raadsman heeft zich ten aanzien van [slachtoffer 1] subsidiair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat niet is gebleken dat zijn echtgenote gemachtigd was de vordering namens hem in te dienen. Meer subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat een aan [slachtoffer 1] toe te

kennen vergoeding wegens immateriële schade aanzienlijk dient te worden gematigd ten opzichte van het gevorderde. De raadsman heeft zich ten slotte op het standpunt gesteld dat de door [benadeelde] gevorderde vergoeding wegens affectieschade dient te worden afgewezen.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van [slachtoffer 1]

De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering voor zover de vordering betrekking heeft op posten ten bate van [slachtoffer 1] . De rechtbank overweegt hiertoe dat de vordering is ingediend door zijn echtgenote [benadeelde] . Uit de vordering blijkt niet dat [slachtoffer 1] haar gemachtigd heeft deze vordering namens hem in te dienen, terwijl dit wel vereist is.

De rechtbank merkt ten overvloede op dat gelet op hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard en het letsel dat aangever [slachtoffer 1] heeft opgelopen, hij in beginsel aanspraak maakt op een vergoeding voor geleden immateriële schade. [slachtoffer 1] heeft echter expliciet aangegeven dat zijn gegevens niet mogen worden gedeeld met Slachtofferhulp Nederland en dat hij voorafgaand aan de behandeling van de strafzaak geen gesprek wenst met de officier van justitie. Daarnaast is [slachtoffer 1] niet ter terechtzitting verschenen. Gelet op deze omstandigheden is er geen gelegenheid geweest om het ontbreken van de machtiging te herstellen. Door de niet-ontvankelijkheidsverklaring heeft [slachtoffer 1] echter nog wel de mogelijkheid om de vordering in te dienen bij de burgerlijke rechter.

Ten aanzien van [benadeelde]

De rechtbank acht het bestaan van affectieschade onvoldoende onderbouwd, zodat de rechtbank de benadeelde partij op dit onderdeel eveneens niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering. De benadeelde partij kan zich voor deze vordering nog wenden tot de burgerlijke rechter.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk vonnis van 3 juni 2026 van de politierechter van de rechtbank Noord-Nederland te Assen (inzake parketnummer 18/147438-26), is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 18 juni 2026. Daarbij is als algemene voorwaarde gesteld dat veroordeelde voor het einde van de proeftijd geen strafbare feiten zal plegen.

De officier van justitie heeft bij vordering van 17 september 2026 de tenuitvoerlegging gevorderd van de voorwaardelijke straf.

Oordeel van de rechtbank

Nu verdachte het onder parketnummer 18/188035-26 onder 1 primair bewezenverklaarde heeft begaan na het ingaan van en voor het einde van de proeftijd, zal de rechtbank de tenuitvoerlegging gelasten van deze voorwaardelijke straf.

Beslag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder verdachte inbeslaggenomen ring aan hem dient te worden teruggegeven.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht de inbeslaggenomen ring terug te geven aan verdachte.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen ring aan verdachte dient te worden teruggegeven, omdat het belang van strafvordering zich daar niet tegen verzet.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 45, 57, 63, 287 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder parketnummer 18/188035-26 onder 2 en 3 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder parketnummer 18/188035-26 onder 1 primair en het onder parketnummer 18/209917-26 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Ten aanzien van parketnummer 18/188035-26 onder 1 en 2

Verklaart de vordering van [slachtoffer 1] en [benadeelde] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Bepaalt dat [slachtoffer 1] en [benadeelde] hun eigen proceskosten dragen.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 18/147438-26:

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 3 juni 2026, te weten: een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

Ten aanzien van parketnummer 18/188035-26

Gelast de teruggave aan veroordeelde van het in beslag genomen voorwerp:

- 1 STK Gouden ring met rode steen (uniek voorwerpnummer: BZBF1190NL).

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M.B. Soppe, voorzitter, mr. R. Baluah en mr. R. Depping, rechters, bijgestaan door mr. R. de Boer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 oktober 2026.

Mr. R. Baluah is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. L.M.B. Soppe
  • mr. R. Baluah
  • mr. R. Depping

Griffier

  • mr. R. de Boer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand