RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 oktober 2026 in de zaak tussen
[naam], uit [woonplaats], eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldambt.
Inleiding
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 26/3022
en
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat het college volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar verzoek om handhaving van 2 september 2026.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Procesverloop
2. Eiseres woont aan de [adres] 3 in [woonplaats] in een nieuwbouwwijk waarvoor op 4 augustus 2022 een omgevingsvergunning is verleend voor de bouw van 14 woningen.
3. Eiseres heeft het college op 2 september 2026 verzocht om handhavend op te treden omdat de centrale ontsluitingsweg van het nieuwbouwproject niet is afgewerkt. Bij neerslag spoelt zand onder de bestrating bij haar woning naar de lager gelegen ontsluitingsweg. Dat leidt tot verzakking van haar bestrating en erfafscheiding. Verder verzoekt zij om handhaving omdat percelen die vergund zijn voor parkeerplaatsen en gemeenschappelijke voorzieningen worden gebruikt voor andere doeleinden.
4. Op 4 september 2026 heeft eiseres vanwege het uitblijven van een besluit op haar verzoek om handhaving een beroep niet tijdig beslissen ingediend en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopig voorziening te treffen. Deze uitspraak gaat over het beroep tegen het niet tijdig beslissen. De uitspraak van de voorzieningenrechter over het verzoek om een voorlopige voorziening wordt apart gedaan en toegestuurd.
Beoordeling door de rechtbank
5. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag (zoals het verzoek van eiseres), kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de beslistermijn zijn verstreken en dient betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.
6. Als de betrokkene geen ingebrekestelling stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Er is dan immers niet voldaan aan het wettelijk vereiste dat het bestuursorgaan eerst in gebreke moet worden gesteld. Dit betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen dan niet inhoudelijk kan beoordelen.
7. De rechtbank is van oordeel dat op 4 september 2026 de termijn om te beslissen op het handhavingsverzoek van 2 september 2026 nog niet was verstreken. Volgens artikel 4:13 van de Awb heeft het college een redelijke termijn om te beslissen op dat verzoek. De rechtbank laat in het midden wat in dit geval een redelijke termijn is, maar in dit geval is een termijn van twee dagen te kort. Het college was dus nog niet in gebreke om tijdig een besluit te nemen.
8. Eiseres heeft daarnaast geen ingebrekestelling verstuurd, terwijl de wet dat wel vereist.
9. Gelet op het voorgaande is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet zal beoordelen.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Ook krijgt eiseres het griffierecht niet terug.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.R. van der Velde, rechter, in aanwezigheid van mr. S.G. Steenbergen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 12 oktober 2026.
(de griffer is verhinderd te tekenen)
Een kopie van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.