ECLI:NL:RBNNE:2026:4563

ECLI:NL:RBNNE:2026:4563

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 23-10-2026
Datum publicatie 23-10-2026
Zaaknummer C/18/259623 / KG ZA 26-371
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Kort geding tussen chemiebedrijven. Vordering tot nakoming van overeenkomst betreffende levering van utilities. Buitengerechtelijke ontbinding is gerechtvaardigd. Afwijzing.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Groningen

Zaaknummer: C/18/259623 / KG ZA 26-371

Vonnis in kort geding van 23 oktober 2026

in de zaak van

CHEMCOM INDUSTRIES B.V.,

te Groningen,

eisende partij,

hierna te noemen: ChemCom,

advocaat: mr. K.J. Krzeminski, mr. L. Gasseling en mr. L. Zeldenrust,

tegen

BIOMETHANOL CHEMIE NEDERLAND B.V.,

te Farmsum,

gedaagde partij,

hierna te noemen: BioMCN,

advocaat: mr. T.L. Claassens en mr. S.H.P. Koster.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;- de (aanvullende) producties van ChemCom;- de conclusie van antwoord;- de (aanvullende) producties van BioMCN;- de mondelinge behandeling van 14 augustus 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Namens ChemCom zijn verschenen [medewerker eiser 1] ( [functie] ) en [medewerker eiser 2] ( [functie] ), bijgestaan door mr. L. Gasseling en mr. L. Zeldenrust. Namens BioMCN zijn verschenen [medewerker gedaagde 1] ( [functie] ) en [medewerker gedaagde 2] ( [functie] ), bijgestaan door mr. T.L. Claassens, mr. S.H.P. Koster en mr. N.H. Andreas. Van beide zijden is mede het woord gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen, die zijn overgelegd. Ter zitting heeft ChemCom de eis schriftelijk gewijzigd. De zaak is aangehouden tot 30 september 2026 ten behoeve van minnelijk overleg tussen partijen;

- de brief van 29 september 2026 waarin namens ChemCom om vonnis wordt gevraagd.

2. De feiten

ChemCom en BioMCN zijn beide actief op het Chemiepark Delfzijl, een

geïntegreerd industrieterrein in de Oosterhoek van Delfzijl. ChemCom en BioMCN hebben een gezamenlijke voorgeschiedenis. Beide ondernemingen vloeien voort uit een in de jaren ’80 opgesplitste joint venture tussen AkzoNobel en DSM. Zij zijn na hun verzelfstandiging operationeel met elkaar verweven gebleven. Op het Chemiepark Delfzijl zijn naast BioMCN en ChemCom verscheidene andere bedrijven actief die elkaars producten en diensten afnemen en verwerken. Tussen de bedrijven op het Chemiepark Delfzijl bestaan dan ook de nodige onderlinge logistieke verbindingen. Zo maken BioMCN en ChemCom gebruik van dezelfde infrastructuur op het Chemiepark, verlopen leveringen aan ChemCom via het leidingwerk van BioMCN, en worden sommige utility-stromen van BioMCN aangevoerd via leidingwerk dat zich bevindt op het terrein van ChemCom.

Sinds 1 januari 1983 levert BioMCN (indirect) de volgende voorzieningen (utilities) aan ChemCom: (i) lagedruk stoom, (ii) instrumenten- en werklucht, (iii) industriewater, (iv) drinkwater, (v) stikstof en (vi) deminwater. Het deminwater produceert BioMCN zelf en zij levert dit aan ChemCom. Voor de andere utilities geldt al jarenlang de volgende werkwijze. BioMCN neemt deze af van Nobian en Linde Gas en betaalt hen daarvoor rechtstreeks. BioMCN levert deze utilities één-op-één door aan ChemCom, zonder voor het doorleveren enige vergoeding in rekening te brengen. BioMCN factureert maandelijks achteraf de (door-) geleverde utilities aan ChemCom.

ChemCom heeft vijf facturen van BioMCN van in totaal € 1.801.702,74 lange tijd onbetaald gelaten. De facturen hebben betrekking op afgenomen utilities in de maanden december 2024 tot en met maart 2025.

BioMCN heeft in kort geding betaling gevorderd van deze € 1.801.702,74. ChemCom heeft zich op het standpunt gesteld dat de geldvordering van BioMCN is voldaan door verrekening met vorderingen van haar op BioMCN.

De voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, heeft

op 23 mei 2025 het beroep van ChemCom op opschorting gehonoreerd en de vorderingen

van BioMCN afgewezen.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, heeft op 21 april 2026 de vorderingen van BioMCN in kort geding alsnog toegewezen. Het hof overweegt, voor zover van belang:

“3.25

Het hof oordeelt dat de eiswijziging van BioMCN op zichzelf toelaatbaar is, omdat die is gebaseerd op feiten die pas na de eerste memorie van BioMCN zijn opgekomen. Het hof is echter van oordeel dat de hoge lat van onrechtmatig procederen niet gehaald wordt, omdat niet blijkt dat ChemCom bewust onjuistheden heeft gedebiteerd of anderszins op enig punt tegen beter weten in heeft geprocedeerd. Wel is het hof het met BioMCN eens dat ChemCom niet in overeenstemming met artikel 21 Rv heeft gehandeld door pas na memorie van antwoord in hoger beroep onomwonden op te merken dat de facturen van JPB door Methanex werden vergoed/betaald. Dat ChemCom de facturen van JPB noodgedwongen en ter voorkoming van verdere schade heeft voorgeschoten, is in het licht van de betalingen door Methanex weliswaar niet het hele verhaal, maar dat betekent niet dat het hof de vergoeding van volledige proceskosten van BioMCN geraden voorkomt. Het hof constateert dat de discussie tussen partijen meer omvat dan het punt waarop ChemCom niet in lijn met artikel 21 Rv heeft gehandeld, en daarnaast geldt dat het zwaartepunt van de beslissing van het hof in deze zaak ook niet op dit onderwerp ligt. Wel ziet het hof aanleiding om de proceskostenveroordeling ten laste van ChemCom zowel voor de procedure bij de voorzieningenrechter als bij het hof met één punt te verzwaren, omdat het hof het passend oordeelt om de benadeling die BioMCN door de procedeerwijze van ChemCom heeft ondervonden op deze manier tot uitdrukking te brengen.”

Op 23 april 2026 heeft BioMCN aan ChemCom bericht dat zij de overeenkomst tussen partijen die ziet op de doorlevering van utilities primair ontbindt en subsidiair opzegt, en dat de doorlevering eindigt per 31 juli 2026. Later heeft zij bericht dat de doorlevering eindigt per 31 augustus 2026.

Op 7 mei 2026 heeft ChemCom de vijf facturen van € 1.801.702,74 die zien op de utilities onder protest voldaan.

In de bodemprocedure tussen partijen heeft BioMCN onder meer betaling gevorderd van € 1.801.702,74. De rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, heeft deze vordering op 17 juni 2026 toegewezen, indien en voor zover het Gerechtshof Arnhem-

Leeuwarden ChemCom (nog) niet heeft veroordeeld tot betaling. De rechtbank overweegt in haar vonnis van 17 juni 2026, voor zover van belang:

“De proceskosten/advocaatkosten

4.30.

BioMCN heeft, na vermeerdering van eis, haar vorderingen gewijzigd en gevorderd dat ChemCom tevens zal worden veroordeeld tot betaling van haar werkelijke proceskosten. Zij heeft daartoe aangevoerd dat ChemCom artikel 21 Rv heeft geschonden door in de procedure achter te houden dat Methanex eerder al de facturen van JBP - waarop ChemCom zich ter verrekening beroept - heeft voldaan en, zo begrijpt de rechtbank, heeft geveinsd dat zij deze facturen zelf heeft moeten voldoen.

4.31.

De rechtbank is van oordeel dat ChemCom met het bovenstaande de verplichting uit artikel 21 Rv (om de voor de beslissing relevante feiten volledig en naar waarheid aan te voeren) in ernstige mate heeft geschonden. ChemCom heeft een beroep gedaan op verrekening en opschorting terwijl zij op dat moment de aan JPB betaalde kosten al van Methanex vergoed had gekregen. Dit heeft zij niet uit eigener beweging bekendgemaakt aan BioMCN en de rechtbank, maar is pas na het indienen van de Conclusie van Antwoord door BioMCN ontdekt. Uit niet-naleving van deze verplichting kan de rechter de gevolgtrekking maken die hij geraden acht. In dit geval acht de rechtbank het geraden om bij de berekening van de proceskostenveroordeling van ChemCom voor de proceshandelingen tot en met de eiswijziging uit te gaan van de daadwerkelijk door BioMCN gemaakte kosten in plaats van de forfaitaire berekening volgens het liquidatietarief.”

3. Het geschil

ChemCom vordert, na wijziging eis, om BioMCN, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot:

I. levering aan ChemCom van utilities overeenkomstig de tussen partijen bestaande leveringspraktijk en factureringssystematiek, gedurende een opzegtermijn van twee jaar, derhalve tot en met uiterlijk 23 april 2028, op straffe van een dwangsom van € 1.000.000,- voor iedere vertreding van het te geven gebod, te vermeerderen met € 500.000,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de overtreding voortduurt, met een maximum van € 10.000.000,-;

II. betaling van de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

BioMCN voert verweer. BioMCN concludeert, uitvoerbaar bij voorraad:

primair

I. tot niet-ontvankelijkheid van ChemCom dan wel tot afwijzing van de vorderingen van ChemCom;

subsidiair

II. om BioMCN te gebieden de levering van de utilities voort te zetten gedurende hoogstens drie maanden na 31 augustus 2026;

zowel primair als subsidiair

III. tot afwijzing van de dwangsom, althans tot beperking van de omvang;

IV. tot veroordeling in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

4. De beoordeling

BioMCN heeft zich niet verzet tegen de wijziging van eis van ChemCom. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de wijziging van eis niet in strijd met de eisen van een goede procesorde, zodat deze zal worden toegestaan. Voor de beoordeling van het geschil zal derhalve worden uitgegaan van de gewijzigde vordering.

De voorzieningenrechter dient in kort geding eerst te beoordelen of ChemCom een spoedeisend belang heeft. ChemCom heeft aangevoerd dat zij de door BioMCN aangekondigde beëindiging van de utilities-levering per 31 augustus 2026 wil voorkomen en heeft onder meer gewezen op de gevolgen die een beëindiging heeft voor haar bedrijfsvoering. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft ChemCom daarmee voldoende aannemelijk gemaakt dat een spoedeisend belang bestaat bij de gevraagde voorziening.

In dit kort geding moet aan de hand van de door partijen gepresenteerde feiten, zonder nader onderzoek, beoordeeld worden of de vordering van ChemCom in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft, dat vooruitlopend daarop toewijzing reeds nu gerechtvaardigd is. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.

ChemCom vordert nakoming van de tussen partijen bestaande overeenkomst/leveringspraktijk betreffende de doorlevering van utilities. BioMCN heeft zich verweerd door te stellen dat zij de tussen partijen geldende overeenkomst op 23 april 2026 heeft ontbonden (primair) dan wel opgezegd (subsidiair) vanwege betalingsverzuim van ChemCom.

Allereerst zal beoordeeld worden of sprake is van een rechtsgeldige ontbinding. De wet bepaalt dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen, aan de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt (artikel 6:265 lid 1 BW). Uit de rechtspraak volgt dat, kort gezegd, slechts een tekortkoming van voldoende gewicht recht geeft op ontbinding van de overeenkomst. Ten aanzien van de stelplicht en bewijslast geldt dat de schuldeiser (BioMCN) moet stellen en zo nodig bewijzen dat sprake is van een tekortkoming aan de zijde van de schuldenaar (ChemCom) en dat voldaan is aan de eis van art. 6:265 lid 2 BW dat de schuldenaar in verzuim is. Het is vervolgens aan de schuldenaar (ChemCom) om te stellen en zo nodig te bewijzen dat de tekortkoming, gezien de bijzondere aard of geringe betekenis daarvan, de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Bij beantwoording van de vraag of de ontbinding gerechtvaardigd is, kunnen alle omstandigheden van het geval van belang zijn, waaronder de omstandigheden rond de tekortkoming, de gevolgen van de ontbinding en de belangen van partijen bij instandhouding van de overeenkomst respectievelijk ontbinding daarvan. De buitengerechtelijke ontbinding van BioMCN wordt in beginsel beoordeeld naar de omstandigheden ten tijde van de ontbinding van 23 april 2026, dus of BioMCN op basis van de toenmalige omstandigheden van het geval tot ontbinding kon overgaan (ex tunc). Wel kunnen feiten en omstandigheden die zich nadien hebben voorgedaan van belang zijn voor de beoordeling of de ontbinding niet gerechtvaardigd is, als die ‘in de kiem’ al aanwezig waren ten tijde van de ontbinding.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voorshands komen vast te staan dat ten tijde van de ontbindingsverklaring van 23 april 2026 aan de zijde van ChemCom sprake was van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst betreffende de doorlevering van utilities. Gebleken is immers dat ChemCom een vijftal facturen van in totaal € 1.801.702,74 niet tijdig aan BioMCN had betaald terwijl zij die wel verschuldigd was. Dat ChemCom op 7 mei 2026 het volledige bedrag alsnog heeft betaald, maakt niet dat deze tekortkoming nadien is ‘geheeld’. De betaling dateert immers van na de ontbindingsverklaring. Daarnaast is voorshands komen vast te staan dat op 23 april 2026 het verzuim aan de zijde van ChemCom reeds was ingetreden. Zowel het hof in de uitspraak in kort geding van 21 april 2026 als de bodemrechter in het vonnis van 17 juni 2026 hebben geoordeeld dat ChemCom niet bevoegd was om de betaling van de facturen op te schorten of te verrekenen. Dit ongegrond gebleken beroep van Chemcom op opschorting en verrekening brengt mee dat ChemCom terstond in verzuim is komen te verkeren. ChemCom heeft nog aangevoerd dat zij overweegt om in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak van de rechtbank van 17 juni 2026 in de bodemzaak, waarin ChemCom in het ongelijk is gesteld en eveneens is veroordeeld tot betaling van de facturen. Echter, dat neemt niet weg dat er voorshands van moet worden uitgegaan dat ten tijde van de ontbindingsverklaring van 23 april 2026 sprake was van een tekortkoming en verzuim.

ChemCom beroept zich op de ‘tenzij-bepaling’ uit artikel 6:265 BW en stelt dat de ontbinding van 23 april 2026 niet gerechtvaardigd was vanwege de omstandigheden van dit geval. ChemCom voert aan dat:

de tekortkoming beperkt was. Het ging om vier facturen over een periode van vier maanden (december 2024 tot en met maart 2025), terwijl er in de afgelopen veertig jaar niet eerder sprake is geweest van betalingsverzuim. De vier facturen zijn inmiddels voldaan op 7 mei 2026.

de ontbinding grote gevolgen heeft voor ChemCom. Als de doorlevering van utilities abrupt stopt, dan zal ChemCom haar productie moeten stilleggen, met aanzienlijke schade tot gevolg. Een abrupte afsluiting van stikstof brengt daarbij zelfs explosiegevaar mee. Overstappen naar een alternatieve leveringsstructuur is lastig. Ofwel ChemCom zal eigen contracten moeten sluiten met Nobian en Linde Gas, maar ChemCom heeft een afhankelijke positie, wat in de onderhandelingen tot ongunstige leveringsvoorwaarden leidt. Ofwel ChemCom zal zelfvoorzienend moeten worden, maar dat kost tijd vanwege benodigde investeringen, technische aanpassingen en vergunningverleningen.

zwaar gewicht moet worden toegekend aan de aard van de overeenkomst en de historische context daarvan.

de belangen van BioMCN bij ontbinding beperkt zijn, terwijl ChemCom groot belang heeft bij instandhouding van de overeenkomst. De ontbinding is ingegeven door commerciële motieven en levert misbruik van recht op (artikel 3:13 BW).

BioMCN bestrijdt dat de ontbinding van 23 april 2026 niet gerechtvaardigd was. BioMCN voert aan dat:

de tekortkoming ernstig was en dat ChemCom in verzuim verkeerde. Het ging om een groot bedrag van € 1.801.702,74, betreffende vier maanden utilities die BioMCN tegen inkoopprijs en dus zonder winst- of risico-opslag heeft doorgeleverd aan ChemCom. BioMCN heeft de facturen bijna anderhalf jaar onbetaald gelaten.

de tekortkoming voortkomt uit verwijtbaar gedrag van ChemCom, omdat zij de facturen wilde verrekenen met een niet-bestaande tegenvordering waarover zij in strijd met de waarheid heeft verklaard, zoals de rechtbank heeft geoordeeld in het bodemvonnis van 17 juni 2026.

de ontbinding geen grote gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering van ChemCom, want ChemCom kan zelfstandig een leveringscontract sluiten met Nobian en Linde Gas en van ongunstige(re) tarieven is geen sprake. Er is geen sprake van een abrupte beëindiging, want aan ChemCom is een overgangsperiode van enkele maanden gegeven.

BioMCN groot belang heeft bij ontbinding. Zij levert de utilities tegen kostprijs door, zonder financieel voordeel. BioMCN draagt het voorfinancieringsrisico, terwijl BioMCN vanwege de hoge gasprijzen haar activiteiten heeft afgeschaald en in financieel zwaar weer verkeert. Er is geen sprake van misbruik van bevoegdheid.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter was de ontbinding van de leveringsovereenkomst die plaatsvond op 23 april 2026 gerechtvaardigd, gelet op alle omstandigheden van het geval. De voorzieningenrechter overweegt dat sprake was van een forse tekortkoming. Weliswaar is de afgelopen veertig jaar niet eerder sprake geweest van betalingsverzuim, zoals ChemCom heeft aangevoerd, maar de hoogte van de onbetaalde facturen betrof maar liefst € 1.801.702,74 welk bedrag ChemCom al meer dan een jaar onbetaald liet. Deze facturen hadden betrekking op utilities die BioMCN, zoals beide partijen aangeven, zonder prijsopslag tegen inkoopprijs heeft (door-)geleverd aan ChemCom en waar BioMCN zelf niets op verdiende. Dat maakt de tekortkoming van ChemCom des te ernstiger. Daarnaast wegen de omstandigheden waaronder de tekortkoming, de niet-betaling, heeft plaatsgevonden zwaar mee. Voldoende aannemelijk is geworden dat sprake is geweest van een bewuste tekortkoming van ChemCom. Daarover is voorshands komen vast te staan dat ChemCom de facturen van BioMCN (€ 1.801.702,74) niet heeft betaald, omdat ChemCom die facturen heeft willen verrekenen met een tegenvordering (€ 1.843.923,38) die – zoals later bleek – in werkelijkheid voor een groot gedeelte niet (meer) bestond. Volgens ChemCom had zij facturen betaald betreffende onkosten (“JPB-facturen”), die voor rekening van BioMCN hadden moeten komen. Bij conclusie van antwoord van 10 september 2025 in de bodemprocedure deed ChemCom een beroep op verrekening in verband met een tegenvordering vanwege door haar betaalde JPB-facturen die volgens ChemCom voor rekening van BioMCN dienden te komen. In de loop van de gerechtelijke procedures tussen partijen, weergegeven onder de feiten (2.6 en 2.9) is gebleken dat een derde partij (Methanex) al sinds 2022 diezelfde JPB-facturen voor het grootste deel (€ 992.046,98) aan ChemCom had vergoed. ChemCom heeft die relevante informatie lange tijd achtergehouden en aldus een tegenvordering willen verrekenen die in werkelijkheid niet (meer) bestond. Dit valt haar aan te rekenen. De voorzieningenrechter slaat acht op de gevolgen van de ontbinding, die ChemCom heeft uiteengezet en die (deels) door BioMCN zijn betwist. De voorzieningenrechter is daarover voorshands van oordeel dat, zelfs als zou worden aangenomen dat de gevolgen van de ontbinding zo ernstig zijn als ChemCom heeft geschetst, de voornoemde omstandigheden waaronder de niet-betaling heeft plaatsgevonden zwaarder moeten wegen. Daarbij is tevens van belang dat geen sprake is geweest van abrupte beëindiging maar dat ChemCom na de ontbinding enige maanden de tijd heeft gekregen om op de aanstaande beëindiging van de doorlevering te acteren, waardoor zij gelegenheid heeft gekregen om de gevolgen van de ontbinding te beperken en eventuele gevaren het hoofd te bieden. Voorshands is niet gebleken dat de ontbinding slechts is ingegeven door oneigenlijke commerciële motieven, nu ChemCom dit weliswaar heeft gesteld maar niet nader heeft onderbouwd. Onder alle voornoemde omstandigheden, hoe ernstig de gevolgen voor ChemCom ook mogen zijn, mag van BioMCN niet worden verlangd dat zij met een tekortschietende wederpartij als contractspartner verder moet en is de ontbinding van de overeenkomst tussen partijen gerechtvaardigd. Dit betekent dat in dit kort geding voorshands is komen vast te staan dat de overeenkomst tussen partijen door die ontbinding is beëindigd.

De subsidiaire stelling van BioMCN dat de overeenkomst zou zijn opgezegd, en de daaruit voortvloeiende discussie over welk contract geldt en of al dan niet een contractuele opzegtermijn geldt, behoeft gelet hierop geen bespreking meer.

Uit het voorgaande volgt dat naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter de vordering tot nakoming van de overeenkomst van ChemCom in een bodemprocedure niet een zodanige kans van slagen heeft, dat toewijzing van de vordering van ChemCom in dit kort geding gerechtvaardigd is. De vordering zal dan ook worden afgewezen.

Chemcom is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van BioMCN worden begroot op:

- griffierecht

€

735,00

- salaris advocaat

€

1.177,00

- nakosten

€

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

2.101,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

wijst de vorderingen van ChemCom af;

veroordeelt ChemCom in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als ChemCom niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

veroordeelt ChemCom tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. van Gessel en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2026.

873

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand