ECLI:NL:RBNNE:2026:4664

ECLI:NL:RBNNE:2026:4664

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 03-11-2026
Datum publicatie 02-11-2026
Zaaknummer 18-077795-25
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Assen

Samenvatting

Verdachte heeft zich op verschillende momenten schuldig gemaakt aan dwang, bedreiging en mishandeling begaan jegens zijn minderjarige dochter, die ten tijde van de bewezenverklaarde feiten 15 en 16 jaar oud was. Verdachte is ook in bezit geweest van een wapen. De rechtbank verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk ten aanzien van het ontuchtfeit. De rechtbank acht een gevangenisstaf voor de duur van 270 dagen, met aftrek van de dagen doorgebracht in voorarrest, waarvan 148 dagen voorwaardelijk, passend en geboden. Aan het voorwaardelijk strafdeel worden bijzondere voorwaarden gekoppeld. Daarnaast wordt aan verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

d.d. 7 juli 2025, inhoudende als de verklaring van [slachtoffer 1] :

Afdeling strafrecht Locatie Assen

parketnummer 18-077795-25

ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18-124815-26

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 3 november 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 6 oktober 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. T. van der Groot, advocaat te Leeuwarden. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H. Mous. Het onderzoek is op 20 oktober 2026 gesloten.

Tenlastelegging

Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor wat betreft de volledige tekst van de tenlastelegging in parketnummer 18-077795-25 en 18-124815-26 verwezen naar bijlage I. De inhoud van die bijlage dient als hier ingelast te worden beschouwd.

Kort gezegd wordt verdachte verweten dat hij

Geldigheid van de dagvaarding

Parketnummer 18-077795-25 feit 2:

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de dagvaarding ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde nietig moet worden verklaard. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de tenlastelegging inhoudt dat de mishandeling gepleegd zou zijn in de periode van 1 januari 2024 tot en met 3 maart 2025. De beschuldiging zoals onder 5 ten laste is gelegd, houdt ook in een mishandeling op 3 maart 2025. De feitelijke gedragingen slaan en duwen komen in beide tenlastegelegde feiten overeen. Nu deze feitelijke gedragingen algemeen geformuleerd zijn en op dezelfde dag zouden zijn gepleegd, is het voor de verdediging niet duidelijk waarop de verweten gedragingen zien.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat als einddatum van de pleegperiode ten aanzien van de onder 2 ten laste gelegde mishandeling, 2 maart 2025 in plaats van 3 maart 2025 is bedoeld.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de einddatum van de pleegperiode van het onder 2 ten laste gelegde een kennelijke verschrijving betreft en gaat er dan ook van uit dat die mishandeling is ten laste gelegd tot en met 2 maart 2025. Het is evident dat de mishandeling op 3 maart 2025, zoals onder 5 ten laste is gelegd, een eigen feitencomplex kent. De dagvaarding is geldig en voldoet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv).

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Parketnummer 18-077795-25 feit 1:

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat door vervolging van het onder 1 ten laste gelegde de beginselen van een behoorlijke procesorde zijn geschonden. De officier van justitie heeft op de raadkamerzitting van 3 juni 2026 medegedeeld dat het seksueel misbruik niet vervolgd ging worden. Verdachte mocht aan die mededeling een gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat die vervolging niet zou gaan plaatsvinden. Door toch vervolging in te stellen voor ontucht, handelt het Openbaar Ministerie in strijd met het vertrouwensbeginsel en dient zij om die reden niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vervolging.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Wel heeft hij opgemerkt dat de woorden in het proces-verbaal van 3 juni 2026 ook anders kunnen worden uitgelegd. De officier van justitie heeft daar geen nadere toelichting bij gegeven.

Het oordeel van de rechtbank

In het proces-verbaal van de raadkamer gevangenhouding van 3 juni 2026 staat vermeld dat de officier van justitie ter terechtzitting het volgende heeft medegedeeld: “Het seksueel misbruik wordt niet vervolgd”. De rechtbank is van oordeel dat verdachte aan deze mededeling het gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen dat hij niet voor ontuchtige handelingen zou worden vervolgd. Derhalve verklaart de rechtbank het Openbaar Ministerie, ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde, niet-ontvankelijk in de strafvervolging.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

Parketnummer 18-077795-25 feit 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8:

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde. Hij heeft daartoe onder meer het volgende aangevoerd. Het onder 2 ten laste gelegde is wettig en overtuigend te bewijzen op basis van de verklaringen van [slachtoffer 1] . Zij heeft verklaard dat haar vader haar mishandelde als hij boos werd. Dat gebeurde overal op het lichaam behalve in haar gezicht, want dat zou zichtbaar zijn voor anderen. De verklaring van [slachtoffer 1] wordt ondersteund door meerdere getuigenverklaringen in het dossier. Getuigen [getuige 1] en [getuige 2] hebben verklaard dat zij blauwe plekken op het lichaam van [slachtoffer 1] hebben waargenomen. Daarnaast heeft het zusje van [slachtoffer 1] , [naam] , verklaard dat haar vader [slachtoffer 1] een paar keer pijn heeft gedaan.

De bedreiging van [slachtoffer 2] , zoals onder 7 ten laste is gelegd, kan wettig en overtuigend worden bewezen. Op de camerabeelden in het dossier is te zien dat verdachte in zijn confrontatie met [slachtoffer 2] een voorwerp pakt en daarmee probeert of dreigt te gooien. Daarnaast heeft hij gedreigd [slachtoffer 2] te schoppen. De eigen verklaring van verdachte bij de politie waarin hij heeft verklaard dat de aangifte in grote lijnen klopt, ondersteunt de verklaring van aangeefster. De officier van justitie voert aan dat hetgeen zich heeft voorgedaan van een gelijke dreigende aard of strekking is als het tenlastegelegde verwijt.

Parketnummer 18-124815-26:

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde.

Standpunt van de verdediging

Parketnummer 18-077795-25 - feit 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8:

De raadsman heeft bepleit dat verdachte van een groot deel van de feiten moet worden vrijgesproken en heeft daartoe het volgende aangevoerd.

De onder 3 ten laste gelegde dwang kan niet wettig en overtuigend worden bewezen, nu de verweten handelingen met betrekking tot het controleren en volgen van [slachtoffer 1] niet als wederrechtelijk aangemerkt kunnen worden. Het is de vrijheid van ouders om naar eigen goeddunken hun opvoedtaak te vervullen. Ook de verbale uitingen leveren geen wederrechtelijke dwang op, nu verdachte kennelijk op deze manier communiceert. Daar zitten geen kwade intenties in, zodat het vereiste opzet ontbreekt.

De onder 4 ten laste gelegde bewoordingen kloppen feitelijk, maar leveren geen strafbare bedreiging op. Daarbij is het van belang dat de uitingen van verdachte moeten worden geplaatst in de context van een langdurig opgebouwd gevoel van onmacht en frustratie. Ook is het de vraag of bij [slachtoffer 1] de redelijke vrees is ontstaan dat zij daadwerkelijk het leven zou laten of zwaar zou worden mishandeld.

Daarnaast bevat de tenlastelegging ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde op punten innerlijke tegenstrijdigheden, nu het dreigen met blauwe plekken geen bedreiging in de zin van artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) oplevert. Dat leidt tot partiële nietigheid van de dagvaarding, dan wel tot vrijspraak.

Ten aanzien van de mishandeling van [slachtoffer 1] , zoals onder 5 ten laste is gelegd, heeft de raadsman aangevoerd dat zowel de verklaringen van [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] met de nodige terughoudendheid moeten worden beoordeeld. [slachtoffer 1] heeft kennelijk niet spontaan verklaard dat zij is geslagen en aan haar haren is getrokken in de nacht van 3 maart 2025. Zij heeft bij getuige [getuige 3] de volgende dag ontkend dat zij is geslagen. [slachtoffer 2] had volgens verdachte en medeverdachte [medeverdachte] vanaf de plek waar zij stond geen duidelijk zicht op het incident dat zich heeft afgespeeld, zodat haar verklaring niet kan kloppen. De raadsman heeft daarnaast aangevoerd dat het duwen van [slachtoffer 1] tegen de deur door verdachte een vergissing was. Op de camerabeelden is volgens de raadsman niet te zien dat verdachte [slachtoffer 1] aan de haren is getrokken. Verder heeft verdachte betwist dat hij [slachtoffer 1] heeft geslagen en op basis van de camerabeelden is niet uit te sluiten dat hij op de tafel sloeg. Gelet op het voorgaande heeft de raadsman bepleit om verdachte vrij te spreken.

De raadsman heeft ook vrijspraak bepleit ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde, omdat de wederrechtelijkheid van het handelen van verdachte ontbreekt. Een ouder mag tegen zijn of haar kind zeggen dat het kind zich moet ontdoen van vieze kleding, omdat dit valt binnen de grenzen van de opvoedtaak van ouders.

De raadsman heeft zich ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Parketnummer 18-124815-26:

De raadsman heeft bepleit dat verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Volgens verdachte hadden de uitlatingen een andere betekenis dan door de officier van justitie wordt aangenomen. Bovendien moeten ook deze uitlatingen weer worden bezien in de context van een staat van onmacht en frustratie.

Oordeel van de rechtbank

Parketnummer 18-077795-25

Bewijsmiddelen

De rechtbank past de, in bijlage II bij dit vonnis opgenomen en zakelijk weergegeven, bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten.

Vrijspraak feit 2

De rechtbank acht het onder 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen wegens het ontbreken van voldoende wettig bewijs. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

Na de start van het onderzoek heeft [slachtoffer 1] op 4 en 7 maart 2025 verklaringen afgelegd bij de politie. Zij verklaarde, samengevat, dat haar beide ouders zich schuldig hebben gemaakt aan onder meer fysieke mishandeling. Het bewijs dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, kan echter volgens het tweede lid van artikel 342 Sv door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op basis van de verklaring van één persoon (bijvoorbeeld degene die aangifte heeft gedaan). Daarom dient de vraag te worden beantwoord of de overige bewijsmiddelen in het dossier de verklaring van [slachtoffer 1]

voldoende ondersteunen. In het dossier bevinden zich heldere verklaringen van vriendinnen van [slachtoffer 1] die verklaren blauwe plekken bij haar te hebben gezien. Toch voldoen de verklaringen van deze getuigen niet aan de vereisten van steunbewijs. Op basis van deze verklaringen kan de rechtbank niet vaststellen in welke periode en waar blauwe plekken bij [slachtoffer 1] zijn waargenomen. Ook het oorzakelijk verband tussen de blauwe plekken en de vermeende mishandelingen kan op basis van het dossier niet worden vastgesteld. Aangezien het dossier geen bewijs bevat die de aangifte voldoende ondersteunt, zal verdachte van dit feit worden vrijgesproken.

Vrijspraak feit 7

De rechtbank acht daarnaast het onder 7 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

Bij de beantwoording van vraag of het tenlastegelegde tot een bewezenverklaring kan leiden, neemt de rechtbank als uitgangspunt dat voor een veroordeling ter zake van bedreiging met zware mishandeling onder meer is vereist dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat zij zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen. Verdachte heeft ontkend dat hij de tenlastegelegde bedreiging “als je nu niet echt weggaat, dan steek ik je neer” heeft geuit. De rechtbank overweegt dat deze uiting ook niet te horen is op de camerabeelden die zijn gemaakt van het incident. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij wel heeft gezegd “anders skop ik je in de pense” (de rechtbank begrijpt: anders schop ik je in de buik), hetgeen overeenkomt met wat te horen is op de (geluidsopnames bij de) camerabeelden. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze woorden, net als het mogelijk gooien met een voorwerp, echter niet van gelijke dreigende aard of strekking als de woordelijke bedreiging zoals die ten laste is gelegd. Het feit kan daarom niet wettig en overtuigend worden bewezen.

Feit 3

De rechtbank acht het onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Met betrekking tot de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen overweegt de rechtbank het volgende.

Verdachte wordt kort gezegd verweten dat hij [slachtoffer 1] heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden. De concrete verweten gedragingen waarmee deze dwang zou zijn uitgeoefend, te weten de agressieve en vernederende verbale uitingen en het controleren van [slachtoffer 1] door middel van cameras en trackers, heeft verdachte bij de politie niet ontkend. Verdachte heeft ter terechtzitting echter verklaard dat hij ten aanzien van [slachtoffer 1] geen gebruik heeft gemaakt van trackers en dat zijn verklaring bij de politie niet klopt. De rechtbank gaat uit van de verklaring van verdachte bij de politie, nu hij daar spontaan en gedetailleerd over het gebruik van de trackers heeft verklaard. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat de cameras in zijn huis niet ter controle van zijn dochter [slachtoffer 1] waren, maar om eventuele onterechte aantijgingen te kunnen weerspreken. De rechtbank ziet dat anders. Het continu filmen van de leefruimtes waar [slachtoffer 1] zich bevond, maakt een ernstige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer. Nu verdachte heeft verklaard dat zijn dochter te vaak zijn regels overtrad en dat hij daar grip op wilde houden, neemt de rechtbank aan dat hij de cameras wel degelijk gebruikte om ook zijn dochter te controleren. De rechtbank wordt gesterkt in dit oordeel, daar verdachte op 3 maart 2025 ook cameras heeft opgehangen in de slaapkamer van [slachtoffer 1] .

De rechtbank is anders dan de raadsman van oordeel dat de ten laste gelegde gedragingen strafbare dwang opleveren. Van belang daarbij is dat alle gedragingen moeten worden bezien in onderlinge samenhang. Er werd voortdurend geschreeuwd en ook gedreigd tegen [slachtoffer 1] . Verdachte heeft gedurende een langere periode zijn dochter op intensieve en vernederende wijze opgedragen zich aan zijn regels te houden. Hij heeft zijn dochter gedwongen te dulden dat zij werd gecontroleerd en daarmee in haar privacy werd aangetast. Dat gaat ver buiten alle grenzen die de opvoedtaak van ouders toekomt.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan dwang in de periode van 1 januari 2024 tot en met 3 maart 2025.

Feit 4

De rechtbank acht het onder 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Met betrekking tot de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen overweegt de rechtbank het volgende.

Verdachte heeft de ten laste gelegde bewoordingen niet stelling ontkend. Naar eigen zeggen waren de gebruikte bewoordingen niet goed. Een groot deel van de uitlatingen staat op geluidsopnames en er bevinden zich beschrijvingen daarvan in het dossier. De rechtbank is anders dan de raadsman van oordeel dat de woorden wel degelijk strafbare bedreigingen opleveren. Daar waar de raadsman de uitlatingen plaatst in een context van oplopende emoties, frustraties en een gevoel van onmacht en deze context volgens hem de strafbaarheid zou beïnvloeden, ziet de rechtbank niets anders dan dat verdachte zelf heeft gezorgd voor een onveilige en agressieve sfeer met deze uitlatingen. De rechtbank benadrukt daarbij dat verdachte, gelet op de grote hoeveelheid aan bedreigingen in een relatief korte periode, veel te ver ging. De rechtbank is van oordeel dat de uitlatingen concrete dreigende taal bevatten waarbij met fors geweld en de dood wordt gedreigd, waarmee, geobjectiveerd, bij [slachtoffer 1] de redelijke vrees voor verwerkelijking daarvan kon worden opgewekt. Daarbij stelt de rechtbank bovendien vast dat de bedreigingen zijn gedaan in de periode waarin verdachte daadwerkelijk fysiek is geworden richting [slachtoffer 1] , zodat het alleen daarom al buiten kijf staat dat zij de redelijke vrees kon hebben dat verdachte zijn bedreigingen in de praktijk zou brengen.

Feit 5

De rechtbank acht het onder 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring.

Verdachte heeft de feitelijke handelingen ter terechtzitting stellig ontkend. De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen, waarvoor wordt verwezen naar bijlage II, echter vast dat verdachte in de nacht van 3 maart 2025 zijn dochter [slachtoffer 1] heeft geduwd, haar ter hoogte van haar borst heeft vastgepakt en haar heen en weer heeft gerammeld. Ook heeft verdachte [slachtoffer 1] bij haar hoofd gepakt en vervolgens op tafel gegooid. De rechtbank is (mede) op basis van haar eigen waarneming van de camerabeelden in het dossier van oordeel dat verdachte [slachtoffer 1] kort na dat moment in ieder geval eenmaal in het gezicht heeft geslagen. Op de camerabeelden heeft de rechtbank waargenomen dat het gezicht van [slachtoffer 1] geraakt wordt, nu het gezicht van [slachtoffer 1] na de slaande beweging door verdachte beweegt. Enkele momenten later heeft verdachte een deur tegen het hoofd en het lichaam van [slachtoffer 1] gegooid.

Tezamen en in vereniging

De rechtbank stelt vast dat er ten aanzien van de mishandeling van [slachtoffer 1] op 3 maart 2025 sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] . Het betrof een duidelijk samenspel waarin de ouders in elkaars aanwezigheid optraden en daarbij beiden geweld gebruikten tegen hun dochter. Verdachte heeft weliswaar meer geweldshandelingen verricht dan medeverdachte [medeverdachte] , maar ook deze medeverdachte heeft duidelijk een actieve bijdrage aan de mishandeling geleverd. Behalve dat medeverdachte, als zijnde moeder, niet heeft ingegrepen, heeft zij ook nog eens [slachtoffer 1] bij haar hoofd gepakt en aan haar haren getrokken. Verdachten hebben de mishandeling tegen hun dochter aldus tezamen en in vereniging gepleegd.

Feit 6

De rechtbank acht het onder 6 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Met betrekking tot de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen overweegt de rechtbank het volgende.

Verdachte heeft duidelijk en ondubbelzinnig bekend dat hij [slachtoffer 1] heeft opgedragen zichzelf uit te kleden. De rechtbank is anders dan de raadsman van oordeel dat dit geen normale opvoedsituatie betreft, maar strafbare dwang oplevert. Door haar samen met medeverdachte [medeverdachte] op deze manier te dwingen zich uit te kleden is verdachte tezamen met de medeverdachte buiten de grenzen van zijn opvoedtaak als ouder getreden. Van belang daarbij is de context waarbinnen het ten laste gelegde plaatsvindt. [slachtoffer 1] is kort daarvoor mishandeld door haar ouders en bovendien wordt alles vastgelegd door de door verdachte geïnstalleerde cameras. De opnames, de voorafgaande mishandeling en het blijven schreeuwen en schelden in het gezicht van [slachtoffer 1] waren in onderlinge samenhang buitengewoon vernederend. Het levert de tenlastegelegde feitelijkheid op. Bovendien heeft de medeverdachte [medeverdachte] hierbij ook gedreigd met geweld.

Feit 8

De rechtbank acht het onder 8 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen en verwijst daarbij naar bijlage II.

Parketnummer 18-124815-26

Bewijsmiddelen

De rechtbank past de in bijlage III bij dit vonnis opgenomen en zakelijk weergegeven bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten.

Bewijsoverweging

De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende. Verdachte heeft ter terechtzitting ontkend dat zijn uitlatingen richting zijn dochter bedreigingen waren. Met de woorden “Dit wordt Weiteveen 2.0” en “Jullie mogen een mooi glazen kistje voor haar bestellen” zou hij onschuldige bedoelingen hebben gehad. De rechtbank gaat daar niet in mee en acht de verklaring van verdachte, gelet op de aard van de uitlatingen, ongeloofwaardig.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde onder 3, 4, 5, 6 en 8 in parketnummer 18-077795-25 en het ten laste gelegde in parketnummer 18-124815-26 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

Parketnummer 18-077795-25:

3

hij in de periode van 1 januari 2024 tot en met 3 maart 2025 te [plaats] , gemeente Borger-Odoorn, een ander, te weten [slachtoffer 1] door enige andere feitelijkheid en door bedreiging met geweld gericht tegen die [slachtoffer 1] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen en te dulden, door

4

hij in of omstreeks de periode van 3 maart 2025 tot en met 26 maart 2025 te [plaats] , gemeente Borger-Odoorn, [slachtoffer 1] , heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen

5

hij op 3 maart 2025 te [plaats] , gemeente Borger-Odoorn, tezamen en in vereniging met een ander, [slachtoffer 1] , heeft mishandeld door

terwijl hij dit misdrijf beging tegen zijn kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin;

6

hij op 3 maart 2025 te [plaats] , gemeente Borger-Odoorn, tezamen en in vereniging met een ander, een ander, te weten [slachtoffer 1] , door bedreiging met geweld en bedreiging met enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 1] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, door die [slachtoffer 1] dwingend op te dragen zichzelf uit te kleden;

8

hij in de periode van 4 juni 2023 tot en met 3 maart 2025 te [plaats] , gemeente Borger-Odoorn, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een gaspistool, van het merk Umarex, type Walther P99 Commando, kaliber 9mm PAK zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten negen stuks centraalvuur pepper-flash patronen, van het merk Wadie, kaliber 9mm Pistol Automatic Pepper voorhanden heeft gehad en

heeft overgedragen.

Parketnummer 18-124815-26:

hij op 23 april 2026 te Assen, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Parketnummer 18-077795-25:

3. een ander door een feitelijkheid en bedreiging met geweld, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen en te dulden, meermalen gepleegd;

4. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en zware mishandeling, meermalen gepleegd;

5. medeplegen van mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn kind;

6. medeplegen van een ander door bedreiging met geweld en bedreiging met een feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen;

8. handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot vuurwapens en munitie van categorie III.

Parketnummer 18-124815-26:

1. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van de dagen die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Daarnaast heeft de officier van justitie een vrijheidsbeperkende maatregel, als bedoeld in artikel 38v Sr, inhoudende een contactverbod met [slachtoffer 1] , gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, omdat de gevolgen van de strafzaak al enorm groot voor verdachte zijn geweest. Sinds maart 2025 mag hij niet meer in zijn eigen woning wonen en zijn jongste dochter niet meer zien.

Daarnaast heeft verdachte als gevolg van zijn verblijf in voorlopige hechtenis verschillende bedrijven moeten sluiten en heeft hij inmiddels een behoorlijke reputatieschade opgelopen. Bij voortzetting van het locatieverbod ten aanzien van het gebied Emmen, zal verdachte het faillissement van zijn overige bedrijven moeten aanvragen. Uit de Pro Justitia-rapportage van 22 juli 2026 blijkt dat er sprake is van een lage recidivekans, zodat een stok achter de deur in de vorm van een voorwaardelijke straf niet nodig is. De raadsman heeft verzocht het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich op verschillende momenten schuldig gemaakt aan dwang, bedreiging en mishandeling begaan jegens zijn minderjarige dochter [slachtoffer 1] , die ten tijde van de bewezenverklaarde feiten 15 en 16 jaar oud was. In de nacht van 2 op 3 maart 2025 heeft hij haar onder meer vastgepakt, op tafel gegooid, in het gezicht geslagen en een deur tegen haar hoofd en lichaam gegooid. Ook verbaal had [slachtoffer 1] het zwaar te verduren. Verdachte bleef naar haar schreeuwen en schold haar continu uit, terwijl [slachtoffer 1] zich ook nog onder die omstandigheden, en terwijl een beveiligingscamera alles filmde, gedwongen werd zich uit te kleden. De aanleiding hiervoor was dat zijn dochter twee uur later dan afgesproken thuiskwam. Zijn dochter zou zich al langere tijd niet aan zijn regels houden.

Naast de mishandeling op 3 maart 2025, heeft verdachte zich gedurende een periode van meer dan een jaar schuldig gemaakt aan dwang. In deze periode controleerde hij zijn dochter met cameras in huis die 24 uur per dag opnamen, bekeek hij haar telefoon en volgde hij haar locatie als zij buitenshuis was met daartoe bestemde apparaten die hij onder andere in haar jas en tas stopte. De periode ging gepaard met veelvuldig uitschelden, schreeuwen, kleineren, negeren en vernederen van en tegen zijn dochter.

Verdachte ging in de periode na 3 maart 2025 verbaal nog een stap verder en heeft haar in drie weken tijd, dertien keer met de dood of met zware mishandeling bedreigd. Zelfs in de rechtszaal tijdens een kort geding, dat meer dan een jaar na de mishandeling op 3 maart 2025 heeft plaatsgevonden, heeft verdachte zijn dochter meerdere keren in niet mis te verstane bewoordingen bedreigd met de dood.

Verdachte, en overigens ook zijn medeverdachte (de moeder van zijn dochter), heeft geprobeerd een excuus voor de bewezenverklaarde feiten te vinden in het vervelende pubergedrag van hun dochter. Behalve dat de rechtbank geen uitzonderlijk vervelend gedrag heeft gehoord, staat het buiten kijf dat dit in welke situatie dan ook geen rechtvaardiging is voor de strafbare feiten die verdachte heeft begaan tegen zijn minderjarige dochter. Juist pubers experimenteren en zoeken de grenzen op in de zoektocht naar hun identiteit. Het behoort tot de opvoedtaak van ouders om kinderen daarin te begrenzen en te begeleiden of daarbij hulp in te schakelen. De rechtbank ziet in de opstelling van verdachte geen enkele blijk van schuldbesef en neemt hem dat kwalijk.

Verdachte heeft niet alleen een onveilige thuissituatie gecreëerd, hij heeft door zijn handelen de psychische en lichamelijke integriteit van zijn dochter in ernstige mate geschonden. Dit is ook naar voren gekomen in de slachtofferverklaring van [slachtoffer 1] , waarin zij op indringende wijze uitdrukte hoe zij

haar thuissituatie heeft beleefd en dat zij de opgedane mentale schade voor altijd met zich zal dragen.

De rechtbank baart het ernstig zorgen dat verdachte ook in bezit is geweest van een vuurwapen. Verdachte heeft gedreigd zijn dochter af te knallen en dood te schieten. Daarnaast leidt het ongecontroleerde bezit van vuurwapens tot gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Wapens worden niet zelden gebruikt bij het begaan van strafbare feiten. Het onbevoegd voorhanden hebben en overdragen van een vuurwapen maakt dan ook een ernstige inbreuk op de rechtsorde en brengt een onaanvaardbaar risico met zich voor de veiligheid van de maatschappij. Verdachte was zich kennelijk van de strafbaarheid bewust, nu hij, in de nacht van 3 maart 2026, waarin de politie naar zijn huis kwam, het wapen aan het zicht van de politie onttrok. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij, door het wapen over te dragen aan zijn broer, de beschikkingsmacht over het vuurwapen klaarblijkelijk wilde voortzetten.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van de rapportages van Reclassering Nederland en Leger des Heils en de Pro Justitia-rapportages. Het is de rechtbank opgevallen dat in zowel de rapportages van de reclassering als in de rapportage door GZ-psycholoog drs. [psycholoog 1] een beeld naar voren komt van een man die zich snel persoonlijk aangevallen voelt en daar op een verbaal agressieve manier tegenin gaat. Dat heeft bij meerdere hulpverleners voor een verstoorde werkrelatie gezorgd, zoals blijkt uit het reclasseringsrapport van 26 augustus 2026 en de rapportage van GZ-psycholoog drs. [psycholoog 1] .

Het verbaast de rechtbank dan ook dat uit het meer recente onderzoek door GZ-psycholoog [psycholoog 2] dit beeld niet wordt bevestigd. Uit deze rapportage blijkt dat er bij verdachte geen sprake is van een psychische stoornis en dat het risico op geweldsrecidive ingeschat wordt als laag. De psycholoog omschrijft dat er weinig tot geen risicofactoren zijn, waarbij de voornaamste risicofactor ligt bij de verstoorde relatie met zijn dochter.

De rechtbank gaat uit van een hoger recidiverisico dan uit het deskundige-advies van GZ-psycholoog [psycholoog 2] blijkt. De rechtbank ziet op basis van het dossier en de rapportages, maar ook het verhandelde ter terechtzitting, een man die uit zijn slof schiet op het moment dat iets niet gaat op zijn manier. Nu eventuele behandeling voor agressieregulatie is uitgebleven, verwacht de rechtbank dat verdachte hierin weinig zal veranderen ten opzichte van de periode waarin de bewezen verklaarde feiten zich hebben voorgedaan. Verdachte ziet zijn dochter als de oorzaak voor de gevolgen die de strafzaak hem hebben gebracht. De door de rechtbank waargenomen boosheid bij verdachte, doet de rechtbank weinig geloof hechten aan zijn verklaring dat hij geen wraakgevoelens koestert richting zijn dochter. Bovendien heeft verdachte relatief recent het beeld bevestigd niet in staat te zijn tot beheersing van zijn emoties, toen de rechtbank tijdens een kort geding een uitspraak deed die hem niet zinde.

De straf

Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigen de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, in het bijzonder dat een groot deel van de feiten zijn gepleegd jegens zijn minderjarige kind, de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Dat verdachte zijn dochter heeft mishandeld en gedurende langere tijd heeft uitgescholden en bedreigd en daarvan zelf de ernst niet inziet, baart de rechtbank zorgen. Tegelijkertijd houdt de rechtbank rekening met de grote zakelijke gevolgen die de strafzaak voor verdachte hebben gehad en nog steeds hebben. De rechtbank komt tot een lagere straf dan de straf die door de officier van justitie is geëist, omdat de rechtbank minder feiten bewezen heeft verklaard. De rechtbank komt bovendien lager uit dan de officier van justitie, nu de officier van justitie veel tijd in zijn requisitoir heeft besteed aan het ontuchtfeit en daarmee het vermoeden heeft gecreëerd dat de strafeis daar mede op is gebaseerd.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstaf voor de duur van 270 dagen, met aftrek van de dagen doorgebracht in voorarrest, waarvan 148 dagen voorwaardelijk, passend is en oplegging daarvan ook geboden is. Het onvoorwaardelijke deel is daarmee gelijk aan de tijd die verdachte

reeds in voorarrest heeft doorgebracht, te weten 122 dagen. De rechtbank zal aan het voorwaardelijk strafdeel de volgende bijzondere voorwaarden verbinden: een contactverbod met slachtoffer [slachtoffer 1] met elektronische monitoring en een locatieverbod met elektronische monitoring ten aanzien van de omgeving rondom [school] in Emmen. Verdachte zal zich aan deze voorwaarden gedurende een proeftijd van drie jaren moeten houden.

Vrijheidsbeperkende maatregel

Ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten ziet de rechtbank voorts aanleiding om aan verdachte vrijheidsbeperkende maatregelen als bedoeld in artikel 38v Sr op te leggen. In het bijzonder ziet de rechtbank hiertoe aanleiding omdat de rechtbank gezien de bewezenverklaarde feiten in onderlinge samenhang bezien in tegenstelling tot de verdediging een kans op herhaling van soortgelijke feiten als de onderhavige reëel acht. Voormelde maatregelen houden in dat verdachte gedurende vijf jaren op geen enkele wijze direct of indirect contact zal opnemen met het slachtoffer [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2008, en getuige [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2009. Daarnaast houden de maatregelen in dat verdachte zich gedurende drie jaren niet bevindt in de straten rondom [school] in Emmen (school van het slachtoffer [slachtoffer 1] ). Dit betreffen de straten in Emmen: [straatnamen] . De rechtbank zal bepalen dat voor iedere keer dat verdachte (één van de) voornoemde maatregelen overtreedt veertien dagen vervangende hechtenis zal worden toegepast, met een maximum van zes maanden.

Het geschorste bevel voorlopige hechtenis

De rechtbank overweegt dat het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis niet zal worden opgeheven. Door de schorsing van de voorlopige hechtenis te continueren wordt de situatie ondervangen dat bij het overtreden van de voorwaarden, tijdens de periode dat het vonnis niet onherroepelijk is, er geen mogelijkheden bestaan om in te grijpen. In het geval verdachte hoger beroep tegen onderhavig vonnis instelt en hij gedurende dat hoger beroep de voorwaarden overtreedt, kan in dat geval de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis worden opgeheven.

Benadeelde partij

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:

Parketnummer 18-077795-25 en 18-124815-26:

1. [slachtoffer 1] , tot een bedrag van 1.796,88 ter vergoeding van materiële schade en 11.500,00 ter vergoeding van immateriële schade. Naar aanleiding van de door de rechtbank ter zitting genomen beslissing over de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde, heeft de benadeelde partij de immateriële schadepost aangepast naar 6.500,00, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;

Parketnummer 18-077795-25:

2. [ [slachtoffer 2] , tot een bedrag van 768,39 ter vergoeding van materiële schade en 500,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat zowel de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] als de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] kunnen worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, vermeerderd met de wettelijke rente.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van beide vorderingen primair bepleit de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk te verklaren, gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de materiële schadepost in de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] af te wijzen, omdat de schade niet door benadeelde zelf is geleden. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de raadsman aangevoerd dat de grondslag voor vergoeding ontbreekt, nu de aard en de ernst van de feiten niet brengen dat een aantasting in de persoon zonder meer kan worden aangenomen.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van benadeelde partij [slachtoffer 1] Materiële schade

Naar het oordeel van de rechtbank is door het bewezen verklaarde geen rechtstreekse schade toegebracht aan de benadeelde partij. De opgeworpen schadeposten bestaan uit kosten die Jeugdbescherming Noord heeft gemaakt vanuit hun rol als voogd. Vanuit deze rol heeft deze gecertificeerde instelling een zelfstandig verhaalsrecht op de ouders voor de kosten die zij hebben gemaakt voor het levensonderhoud van het kind.

De rechtbank zal daarom de benadeelde partij met betrekking tot materiële schade in de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

Immateriële schade

Naar het oordeel van de rechtbank is er voldoende grondslag voor het toewijzen van de vordering tot immateriële schadevergoeding. De rechtbank stelt vast dat een gedeelte van deze

schadevergoeding is gevorderd in verband met de mishandeling, waar op grond van artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) een zelfstandige grondslag voor bestaat, nu de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen.

Daarnaast is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een aantasting in de persoon op andere wijze, als bedoel in artikel 6:106, aanhef en onder b BW. Op basis van de onderbouwing van de schadevordering is voldoende aannemelijk gemaakt dat de benadeelde partij psychische schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van de onder parketnummer 18-077795-25 onder 3, 4, 5 en 6 bewezen verklaarde en onder parketnummer 18-124815-26 bewezen verklaarde. Uit de brief van psycholoog [psycholoog 3] van 10 september 2026 blijkt dat benadeelde behandeling ondergaat voor de klachten die voortkomen uit de traumatische ervaringen. De rechtbank heeft geen aanwijzingen dat de psychische klachten die daarin omschreven worden op iets anders betrekking hebben dan op de bewezen verklaarde feiten.

Gelet op alle omstandigheden van het geval stelt de rechtbank de immateriële schadevergoeding naar billijkheid vast op een bedrag van 5.000,-. Bij het bepalen van de hoogte van het te vergoeden bedrag aan immateriële schadevergoeding heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de tot nu toe bekende gevolgen ervan voor de benadeelde. Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op de bedragen die in de Nederlandse rechtspraak in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, alsmede op de Rotterdamse schaal. Voor het overige zal de benadeelde partij in de vordering met betrekking tot immateriële schade niet-ontvankelijk worden verklaard.

De toe te wijzen immateriële schadevergoeding zal worden vermeerderd met wettelijke rente vanaf 3 maart 2025. Daarnaast zal de rechtbank, nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, de

schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden. De rechtbank zal verdachte voorts veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Ten aanzien van benadeelde partij [slachtoffer 2]

De rechtbank acht het feit niet bewezen waaruit de schade zou zijn ontstaan. De benadeelde partij zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 38v, 38w, 47, 57, 284, 285, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte ten aanzien van het onder parketnummer 18-077795-25 onder 1 ten laste gelegde.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder parketnummer 18-077795-25 onder 2 en 7 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder parketnummer 18-077795-25 onder 3, 4, 5, 6 en 8 ten laste gelegde en onder parketnummer 18-124815-26 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 270 dagen.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 148 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later de tenuitvoerlegging gelast, op grond, dat de veroordeelde zich voor het

einde van de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 (drie) jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. veroordeelde heeft of zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met het slachtoffer [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2008. Veroordeelde werkt mee aan elektronische monitoring van dit contactverbod, zolang de reclassering dat nodig vindt. Met elektronische monitoring via de enkelband en het slachtofferdevice kan de reclassering het genoemde slachtoffer informeren als veroordeelde dichtbij komt;

2. veroordeelde begeeft zich niet in de volgende straten in Emmen: [straatnamen] . Veroordeelde zal meewerken aan elektronische monitoring op dit locatieverbod. Veroordeelde zal niet naar het buitenland gaan zonder toestemming van de reclassering, omdat het voor de elektronische monitoring nodig is dat veroordeelde in Nederland blijft. Het Openbaar Ministerie kan op verzoek van de reclassering dit locatieverbod (deels) laten vervallen.

Geeft aan Reclassering Nederland te Groningen de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde:

De maatregel dat de veroordeelde voor de duur van 5 (vijf) jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met:

De maatregel dat de veroordeelde voor de duur van 3 (drie) jaren zich niet zal ophouden in het de volgende straten in Emmen: [straatnamen] .

Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan (een van) de maatregelen wordt voldaan. De duur van de vervangende hechtenis bedraagt 14 (veertien) dagen voor iedere keer dat niet aan (een van) de maatregelen wordt voldaan, met een maximum van 6 (zes) maanden. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregelen niet op.

Parketnummer 18-077795-25 en 18-124815-26:

Benadeelde partij [slachtoffer 1] feit 3, 4, 5, 6 (18-077795-25) en feit 1 (18-124815-26):

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe en veroordeelt verdachte om aan [slachtoffer 1] te betalen:

Verklaart de vordering van [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat te betalen een bedrag van 5.000,00 (zegge: vijfduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 maart 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 50 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

Parketnummer 18-077795-25:

Benadeelde partij [slachtoffer 2] feit 7

Verklaart de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.M. Wolters, voorzitter, mr. L.M.B. Soppe en mr. R.A. Valk, rechters, bijgestaan door mr. N.J. Aarts, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 november 2026.

Bijlage I

In de zaak met parketnummer 18-077795-25 is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1

hij in of omstreeks de periode van 15 december 2015 tot en met 15 december 2022 te [plaats] , gemeente Borger-Odoorn, althans in Nederland ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind, althans stiefkind, althans de aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] 2008) door meerdere malen, althans eenmaal de billen van die [slachtoffer 1] aan te raken en/of over de billen van die [slachtoffer 1] te wrijven;

(Artikel art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

2

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2024 tot en met 3 maart 2025 te [plaats] , gemeente Borger-Odoorn, althans in Nederland, zijn kind, althans zijn stiefkind, althans een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin, zijnde [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] 2008) meerdere malen, althans eenmaal heeft mishandeld door

(Artikel art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 304 lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht)

3

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2024 tot en met 3 maart 2025 te [plaats] , gemeente Borger-Odoorn, althans in Nederland een ander, te weten [slachtoffer 1] door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 1] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, door

(Artikel art 284 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

4

hij in of omstreeks de periode van 3 maart 2025 tot en met 26 maart 2025 te [plaats] , gemeente Borger-Odoorn, althans in Nederland [slachtoffer 1] , heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; (Artikel art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

5

hij op of omstreeks 3 maart 2025 te [plaats] , gemeente Borger-Odoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] , heeft mishandeld door

terwijl hij dit misdrijf beging tegen zijn kind en/of een kind over wie hij gezag uitoefende of een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin;

(Artikel art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 304 lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

6

hij op of omstreeks 3 maart 2025 te [plaats] , gemeente Borger-Odoorn, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ander, te weten [slachtoffer 1] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 1] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, door die [slachtoffer 1] dwingend op te dragen zichzelf uit te kleden;

(Artikel art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 284 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

7

hij op of omstreeks 3 maart 2025 te [plaats] , gemeente Borger-Odoorn, althans in Nederland, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door een voorwerp richting die [slachtoffer 2] te gooien en/of die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "als je nu niet echt weggaat, dan steek ik je echt neer", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

(Artikel art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

8

hij in of omstreeks de periode van 4 juni 2023 tot en met 3 maart 2025 te [plaats] , gemeente Borger-Odoorn, althans in Nederland een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een gaspistool, van het merk Umarex, type Walther P99 Commando, kaliber 9mm PAK zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten negen stuks centraalvuur pepper-flash patronen, van het merk Wadie, kaliber 9mm Pistol Automatic Pepper voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen.

(Artikel art 26 lid 1 Wet wapens en munitie)

In de zaak met parketnummer 18-124815-26 is aan verdachte ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 23 april 2026 te Assen, althans in Nederland [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking. ( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

Bijlage II

De rechtbank komt in de zaak met parketnummer 18-077795-25 tot een bewezenverklaring van de onder 3, 4, 5, 6 en 8 ten laste gelegde feiten op grond van de hierna genoemde bewijsmiddelen.

Feit 3

1. ​een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 maart 2025, opgenomen op pagina 198 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025054884

Ik mag verder wel alles op mijn telefoon doen maar het wordt wel gecontroleerd. Zoals Snapchat, Instagram, Tiktok, Whatsapp en Facebook. Daar hebben ze ook alle wachtwoorden van veranderd zodat ik niet op andere apparaten kan inloggen. Hij beheert eigenlijk alles en hij gaat regelmatig door mijn telefoon om alles te controleren.

Als ik na 22.00 uur op mijn kamer ben ga ik vaak eerst in mijn kast zitten. Mijn vader heeft namelijk sinds afgelopen maanden (de rechtbank begrijpt: afgelopen maandag) een camera in de slaapkamer van mijn zusje en in mijn slaapkamer geplaatst. Gisteren had ik mijn televisie anders gedraaid zodat de camera naar mijn bureau gericht stond. Dit kreeg ik direct te horen van mijn vader en hij schreeuwde naar mij dat ik met mijn poten van die camera moest blijven.

Rondom de woning en binnen hangen overal camera's. Deze camera's nemen live op en blijven volgens mij voor een bepaalde tijd opgeslagen Mijn vader bedient alles via zijn telefoon.

De camera's hangen daar al jaren en mijn vader wil ons beschermen.

Ik heb toen op mijn slaapkamer met de politie gesproken. Op dat moment hing er nog geen camera in mijn slaapkamer maar maandag overdag heeft mijn vader op de slaapkamer van mijn zusje en op mijn slaapkamer een camera geplaatst.

2. ​ ​een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 maart 2025, opgenomen op pagina 251 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als het relaas van verbalisant [verbalisant] :

Naam [bestand] . Op het geluidsfragment is alleen de stem van een manspersoon te horen.

00:06:23 VE1 Al val je morgen dood aan de kant van de straat interesseert mij niks meer. Ik doe niks meer voor jou. Helemaal niks meer. Je hebt het gewoon nu verpest.

3. ​ ​een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 april 2025, opgenomen op pagina 393 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als het relaas van verbalisant [verbalisant] :

In dit proces-verbaal van bevindingen worden camerabeelden beschreven. Woensdag 29 januari 2025

Wel is duidelijk dat [verdachte] de kinderen en zijn vrouw uit scheld voor teringlijer.

4. ​ ​een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 maart 2025, opgenomen op pagina 405 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als het relaas van verbalisant [verbalisant] :

In dit proces-verbaal van bevindingen worden de beelden beschreven van 16-02-2025.

Vader is boos op [slachtoffer 1] . Zij zou en volle tray drinken hebben gepakt. Vader schreeuwt tegen [slachtoffer 1] . Vader zegt onder andere: “Je ben niet te vertrouwen je bent gewoon een hoer. Vader schreeuwt onder andere de volgende dingen richting [slachtoffer 1] :

Je bent niet goed

Je bent gewoon gestoord jij Ik trap je helemaal in elkaar

Het is voor jou over en uit. En anders ga je het huis uit.

Je jat alles bij elkaar, vieze schrooiers vies kutwijf dat je bent, je verneukt mij gewoon. Volle treden met drinken pakken.

Je bent nog gekker dan gek, domme mongool dat je bent.

Vader kijkt [slachtoffer 1] recht in het gezicht aan en zegt: mongool dat je bent en verder ben je helemaal niets. Vader blijft schreeuwen naar [slachtoffer 1] en herhalen van scheldwoorden. Vader is nog lang niet klaar en zegt: “ohh wat ben je toch een domme vrouw, wat ben je toch domme vrouw”. Vader zegt dat hij haar van alle kanten verwend maar ze wil gewoon niet verwend worden. Vader zegt: “Eigenlijk moet ik je handen pakken en helemaal in elkaar rammen en als ik geneigd ben dan doe ik het. Want ik ben woest. Je laat godverdomme ander die mensen mijn winkel lopen. Alarm gaat af. Je weet dat ik alles zien kan en toch doe je dat. Je mag ook vertrekken uit huis. Dat mag van mij ook. Ik denk dat dat moment heel dicht bij is. Je gaat je eerst maar eens gedragen en elke dag als je niet aan de regels kan houden dan krijg je nog 4 tikken erbij ook nog want dat gaat komen.”

Vader zegt: elke avond blijf je hier zitten tot 22:00 uur totdat je naar bed gaat je telefoons komen hier te liggen. Het is einde oefening voor jou. Je gaat je eerst maar eens gedragen en elke dag als je niet aan de regels kan houden dan krijg je nog 4 tikken erbij ook nog want dat gaat komen. Ik ga een keer door het lint dan sla ik je zo lam dan breek ik je alle poten, wat heb ik en hekel aan jou [slachtoffer 1] je bent zo gemeen als je kan. Je hebt gewoon pech. Ik ga een keer door het lint dan sla ik je zo lam dan breek ik je alle poten, wat heb ik een hekel aan jou [slachtoffer 1] je bent zo gemeen als je kan.

Bestand [bestand]

20:05 uur de telefoon van vader gaat. [slachtoffer 1] hoor ik verbalisant aan de andere kant van de lijn. Vader noemt ook de naam van [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] geeft aan dat ze het niet kan vinden. Vader zegt dat het er wel moet liggen. Als ze het niet vindt dan pakt hij haar nog harder bij de oren. Vervolgens drukt hij [slachtoffer 1] op de telefoon weg.

5. ​ ​een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 juli 2025, opgenomen op pagina 513 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als het relaas van verbalisant [verbalisant] :

Onderzoek telefoon verdachte [verdachte] .

User accounts:

Wat opvalt is dat het TikTok account van [slachtoffer 1] gekoppeld is, namelijk: [account]

Images

- Daarnaast werd gedurende het onderzoek bekend dat verdachte [verdachte] via een app dan wel tracer zicht had op de locatie van [slachtoffer 1] . In de telefoon werden meerdere afbeeldingen gevonden waarbij locaties worden weergegeven met de naam [slachtoffer 1] .

6. ​ ​een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 maart 2025, opgenomen op pagina 49 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als de verklaring van [verdachte] :

A: Alleen in de keuken niet. Verder overal wel cameras. Heb ze ook in de slaapkamers.

V: Het blijft ook hier niet bij. U scheldt uw eigen dochter, een meisje van 16 jaar, vervolgens uit voor kankerhoer.

A: Ja en?

V: Maar wat vind je daar van?

A: als zij met de benen wijd wil moet ze dat zelf weten. Maar niet onder mijn dak. Misschien heb ik wel hoer gezegd maar geen kanker.

V: We lezen nog een stuk voor. “Mijn vader zei nog dat als ik weer een fout zou maken dat hij mij naar een instelling zou sturen, dat hij mij zou onterven, dat ik niets waard ben, ik niets meer van hem krijg en dat ik alles kan vergeten. Hij zegt steeds vaker tegen mij dat ik een hoer, kutslet en aandachtshoer ben.

A: Dat klopt. Dat doet haar geen pijn. Eigen schuld. Ik zorg er persoonlijk voor dat ze niks meer krijgt, Ik onterf haar inderdaad gelijk en ja, als zij met de benen wijd gaat voor jongens van 23 moet ze dat zelf weten.

7. ​ ​een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 maart 2025, opgenomen op pagina 65 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als de verklaring van [verdachte] :

V; Het wordt duidelijk in de opname hoe u tekeer gaat. Hoe u uw dochter uitscheldt. Dit gaat maar door en door. “Vieze kutwijf, Mongool, Teringhoer, ik heb nog nooit een gek gezien zoals jij”. Wij laten de opname horen, dan kunt daar zelf ook naar luisteren en op reageren.

A: ja. Ja. Klopt allemaal. Ik vind dit toelaatbaar ja.

8. ​ ​een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 maart 2025, opgenomen op pagina 71 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als de verklaring van [verdachte] :

V: In uw woning heeft u in veel ruimtes cameras hangen. Hoe zit het met de slaapkamers van uw dochters?

A: Daar zitten sinds vorige week cameras. Na het incident. V: Wat is daar de reden voor?

A: Ik zag op de telefoon van [slachtoffer 1] dat zij rookte in de slaapkamer V: Wat wilt u hiermee aantonen/bereiken?

A: Dat er gerookt wordt in de slaapkamer en dat er drank wordt gebruikt in de slaapkamer. V: In hoeverre heeft uw dochters privacy?

A: Tot 18 jaar kan ik alles bepalen en heb ik volledig gezag.

9. ​ ​een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 13 maart 2025, opgenomen op pagina 77 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als de verklaring van [verdachte] :

A: Wanneer ze bijvoorbeeld tot 12.15 uur naar school moest, kon ze om 13 uur thuis zijn. [slachtoffer 1] deed dan gewoon de telefoon uit en dan bleef de telefoon de school aanstralen. Ik zag dan via de andere tracker dat ze in Emmen centrum was. Ik ben er heen gegaan en zag haar fiets voor de coffeeshop staan en even later zag ik haar naar beneden komen. Ik wil de grip er

op houden. Ze probeerde ons steeds te bedonderen en voor te liegen.

V: Waar zit die tracker in dan?

A: Ik stop die dan in haar tas of jas.

Feit 4

1. ​de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 6 oktober 2026:

d.d. 7 juli 2025, inhoudende als het relaas van verbalisant [verbalisant] :
d.d. 7 juli 2025, inhoudend als het relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :

De woordkeuze van de uitlatingen die de voorzitter mij voorhoudt, is misschien niet helemaal goed geweest.

2. ​ ​een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 maart 2025, opgenomen op pagina 254 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025054884

Naam: [bestand] . Op het geluidsfragment is alleen de stem van een manspersoon te horen.

00:02:52 Ik heb al mijn vergunning erop zitten. Als ik de boel kwijt ben door jou dan trap ik je helemaal in elkaar.

00:03:53 Luister je precies wat ik zeg. En als je niet durft he. Dan trap ik je helemaal in elkaar. 00:11:16 Als je geluk hebt sla ik je niet 1 maar 2 maar 3 dwars op die bek van die.

3. ​ ​Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 maart 2025, opgenomen op pagina 405 e.v. van voornoemd dossier, inhouden als de verklaring van [verbalisant] :

In dit proces-verbaal van bevindingen worden de beelden beschreven van 16-02-2025 vanaf 00:00 uur.

Het is einde oefening voor jou. Je gaat je eerst maar eens gedragen en elke dag als je niet aan de regels kan houden dan krijg je nog 4 tikken erbij ook nog want dat gaat komen. Ik ga een keer door het lint dan sla ik je zo lam dan breek ik je alle poten,

3. ​ ​een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2025, opgenomen op pagina 435 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als het relaas van verbalisant [verbalisant] :

In dit proces-verbaal van bevindingen worden de beelden beschreven van 3 maart 2025.

Bestandsnaam: [bestand] 04:50:57 uur

[verdachte] : “Ik kan je 1 ding beloven. Als ik ga, ga je mee ik knal je gewoon af.”

[verdachte] : Als ik [naam] kwijt raak dan schiet ik jou hartstikke dood. Mongool dat je bent, (kijkt hierbij naar [slachtoffer 1] ).

4. ​ ​een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 maart 2025, opgenomen op pagina 443 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als het relaas van verbalisant [verbalisant] :

Aanvang opgenomen beelden is op maandag 3 maart 2025 omstreeks 03:05:00 uur.

V: Ik trek je de kop van je romp af, als je dat nog 1 keer doet hé.

5. ​ ​een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 april 2025, opgenomen op pagina 470 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant] :

In dit proces-verbaal van bevindingen worden camerabeelden beschreven van 6 maart 2025:

Ik hoorde dat verdachte [verdachte] met stemverheffing dat hij er zat van is en dat hij niet elke dag dat gezeur aan de kop wil hebben. Hij zegt daarna nog met een grotere stemverheffing tegen [slachtoffer 1] dat ze met haar poten van die camera af moet blijven en als ze nog één keer aan die camera komt hij haar de poten ook breekt.

6. ​ ​een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 april 2025, opgenomen op pagina 262 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als het relaas van verbalisant [verbalisant] :

Tijdens het verhoor van woensdag 26 maart 2025 overhandigde [slachtoffer 1] 15 geluidsfragmenten. Het gaat om geluidsbestanden die zij met haar eigen telefoon heeft opgenomen.

Opname 002:

Maar de volgende keer grijp ik je. Ik heb je nou nog losgelaten, maar dan sla ik je drie op je snufferd. En als je je kop kapot hebt interesseert mij helemaal niets. Maar er is één ding wat belangrijk is voor mij. Is dat wat er ligt. Dat wil ik echt eerlijk weten. Maar (als) er iemand mij daar wat weghaalt dan breek ik je beide benen. Dan blijft er niets meer heel.

Opname 006

Eigenlijk moet ik je in mijn handen pakken en helemaal in elkaar rammen. En als ik gelijk ben, dan doe ik het. Als ik er ook één keer achter kom, ik smoor ik niet alleen je benen, maar ik breek ze er ook nog bij.

Feit 5

1. ​Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 maart 2025, opgenomen op pagina 226 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025054884

Op maandag 3 maart 2025 omstreeks 03:40 uur waren wij ter plaatse bij het [adres] te [plaats] . Wij hoorden dat [slachtoffer 1] vertelde dat ze geduwd was door haar vader en door haar vader is geslagen en dat ze aan haar haren is getrokken.

2. ​ ​Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 4 maart 2025, opgenomen op pagina 577 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als de verklaring van [slachtoffer 2] :

[slachtoffer 1] stond in de keuken en door de keukendeur kon ik haar zien door het glas. Ik zag dat moeder [slachtoffer 1] aan de haren trok. Met twee handen. Ik had het idee dat het [slachtoffer 1] veel pijn deed want ze greep op de handen van haar moeder en ze zakte iets door de knieën. Meteen daarop zag ik vader, die uit een andere kamer kwam lopen. Op een gegeven moment zag ik [slachtoffer 1] weer. Via de keukentafel zag ik haar opkrabbelen. Terwijl ze opkrabbelde zag ik dat haar moeder haar beetpakte, tegelijk zag ik dat haar vader haar in het gezicht sloeg. Dit deed hij met de platte hand en twee keer, dat was zo hard dat ik de klap buiten kon horen.

3. ​ ​Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 13 maart 2025, opgenomen op pagina 171 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als de verklaring van [medeverdachte] :

O: Het videobestand, vastgelegd onder [bestand] , wordt getoond. V: Wat gaat er door u heen?

A: Op tafel heb ik haar bij het hoofd gepakt.

4. ​ ​Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 maart 2025, opgenomen op pagina 443 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als het relaas van verbalisant [verbalisant] :

Aanvang opgenomen beelden is op maandag 3 maart 2025 omstreeks 03:05:00 uur.

5. ​ ​Een opname van beeld en geluid, als bedoeld in artikel 567 van het Wetboek van Strafvordering, te weten camerabeelden met bestandsnaam: [bestand]

De rechtbank neemt op de opname het volgende waar:

- Om 03:05:44 uur ligt [slachtoffer 1] op tafel gedrukt door verdachte. Verdachte haalt twee keer met zijn rechterhand uit in de richting van haar hoofd. [slachtoffer 1] wordt daardoor twee keer geraakt in haar gezicht. Er is twee keer een klap te horen en haar hoofd beweegt daarbij.

Feit 6

1. ​de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 6 oktober 2026:

Het klopt dat ik op 3 maart 2025 in ons huis in [plaats] tegen [slachtoffer 1] heb gezegd dat zij zich moest uitkleden.

2. ​een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 maart 2025, opgenomen op pagina 443 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025054884

d.d. 7 juli 2025, inhoudende als het relaas van verbalisant [verbalisant] :

Aanvang opgenomen beelden is op maandag 3 maart 2025 omstreeks 03:05:00 uur.

De man in het witte t-shirt is vader, [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1974. De vrouw met de groene jas aan en de Adidas slippers is moeder, [medeverdachte] geboren op [geboortedatum] 1981. Het meisje in de zwarte jas met de grijze joggingbroek is de dochter, [slachtoffer 1] geboren op [geboortedatum] 2008.

V= Vader

M = Moeder D = Dochter

3-03-2025 omstreeks 03:05

Op de achtergrond hoor je vader schreeuwen, ook hoor je op de achtergrond 4 keer een tik geluid net alsof er geslagen wordt.

V: Wat is dit, wat is dit, waarom is dit nat, waarom is dit nat, waarom is dit nat? M: En nu godverdomme voor mij aan, anders trap ik je voor mij aan.

V: Uittrekken, uittrekken.

M: Wat denk je wel niet.

V: Uittrekken

M: Wat denk je wel niet hé. D: Maakt een gillend geluid.

V. Wat? Uitrekken nou hier.

V. Uittrekken jij. Uitrekken nou! M: Het is voor jou over, met alles.

V. Tering hoer dat je er bent. M: Naar boven.

V: Uitrekken hier, uitrekken hier. Uitrekken nou! M: Met jouw grote waffels, iedere keer.

V: Uittrekken nou, uittrekken nou.

Op 03-03-2025 omstreeks 03:08:55 uur kleed dochter zich uit. Dochter staat alleen nog in haar onderbroek op sokken in de keuken.

Feit 8

De rechtbank acht het onder 8 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

Deze opgave luidt als volgt:

de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 6 oktober 2026;

een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal onderzoek wapen d.d. 11 april 2025, opgenomen op pagina 569 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025054884

d.d. 7 juli 2025, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant] .

Bijlage III

De rechtbank komt in de zaak met parketnummer 18-124815-26 tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de hierna genoemde bewijsmiddelen.

1. ​Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 23 april 2026, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2026108369

d.d. 24 april 2026, inhoudend als de verklaring van [slachtoffer 1] :

Op donderdag 23 april 2026 was ik aanwezig in de rechtszaal, in de rechtbank aan de Brinkstraat 4 te Assen. Ik hoorde [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte) de volgende dingen zeggen; 'Jouw dagen zijn geteld.' 'Dit wordt Weiteveen 2.0'.

Net voor deze aangifte hoorde ik van u dat hij verschillende doodsbedreigingen in mijn richting heeft gedaan, waaronder dat hij mij dood gaat maken en dat er al een mooie glazen kist voor mij uitgezocht kon worden. Hierdoor zet ik deze aangifte dus door.

2. ​ ​Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 april 2026, opgenomen op pagina 12 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als het relaas van verbalisant [verbalisant] :

In de lift aan de Balkengracht op weg naar de cellengang sprak de heer [verdachte] met dreigende toon waarbij ik hem hoorde zeggen: “jullie mogen een mooi glazen kistje voor haar gaan regelen want ik ben er helemaal klaar mee".

3. ​ ​Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 april 2026, opgenomen op pagina 15 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als het relaas van verbalisant [verbalisant] :

Terwijl ik hem (de rechtbank begrijpt: verdachte) verder begeleidde, hoorde ik hem met luide en duidelijke stem zeggen: "Geloof mij, er komt een tweede Weiteveen aan en ik maak mijn dochter hartstikke dood."

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand