RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Assen
parketnummer 18.080664.23
Vonnis van de meervoudige kamer, Noordelijke Fraudekamer, voor de behandeling van strafzaken d.d. 3 november 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 23 september 2026 en 28 september 2026 (inhoudelijke behandeling) en van 3 november 2026 (sluiting van het onderzoek ter terechtzitting).
Verdachte is ter terechtzitting van 23 september 2026 en 28 september 2026 verschenen, bijgestaan door mr. R. Veen, advocaat te Utrecht. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr.
G.R. Stoeten. Bij de sluiting van het onderzoek ter terechtzitting op 3 november 2026 zijn verdachte en zijn raadsman niet verschenen. Het openbaar ministerie is toen ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H.J. Veen.
Tenlastelegging
Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 18 april 2021 tot en met 12 februari 2023 te Hoogeveen, in elk geval in Nederland en/of Luxemburg,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen
met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren,
te weten bij Amazon EU S.a.r.l. en/of Amazon Payments Europe S.C.A (hierna: Amazon),
althans bij aan die Amazon gelieerde ondernemingen en/of partijen die via die Amazon producten aanbieden (derden-verkopers), te weten
subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden
hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 18 april 2021 tot en met 12 februari 2023 te Hoogeveen, in elk geval in Nederland en/of Luxemburg,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een ander, wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
een ander heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten
- Amazon EU S.a.r.l. en/of Amazon Payments Europe S.C.A (hierna: Amazon), althans bij aan die Amazon gelieerde ondernemingen en/of partijen die via die Amazon producten aanbieden (derden-verkopers), tot de afgifte van
althans,
althans (in totaal) (ongeveer) 632.638 (aangifte Amazon p. 101) althans enig geldbedrag, door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zakelijk weergegeven
meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden
hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 18 april 2021 tot en met 12 februari 2023 te Hoogeveen, in elk geval in Nederland en/of Luxemburg,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, een goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde,
te weten aan Amazon, EU S.a.r.l. en/of Amazon Payments Europe S.C.A (hierna: Amazon), althans bij aan die Amazon gelieerde ondernemingen en/of partijen die via die Amazon producten aanbieden,
een of meer andere goederen ( [excelbestand] Bijlage 1 tabblad Items Outstanding),
en welk goed verdachte en/of zijn mededaders anders dan door misdrijf onder zich hadden, te weten door die goederen op de website van Amazon te bestellen, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
2.
hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 21 februari 2022 tot en met 25 september 2022 te Hoogeveen en/of Zuidwolde en/of Vianen,
in elk geval (elders) in Nederland, (telkens), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (van) een of meerdere voorwerpen, te weten:
( [bedrijf 1] )
terwijl hij wist, dan wel redelijkerwijs moest vermoeden, dat die voorwerpen dan wel dat voorwerp geheel of gedeeltelijk onmiddellijk of middellijk afkomstig waren/was uit enig misdrijf;
3.
hij, in of omstreeks de periode van 18 april 2021 tot en met 12 februari 2023 in Nederland,
heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten onder andere [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten flessentrekkerij en/of oplichting(en) en/of verduisteringen en/of witwassen;
Beoordeling van het bewijs
Inleiding 1
Naar aanleiding van een melding door de Threat Officer van PostNL, inhoudende dat er vanuit Hoogeveen al geruime tijd wordt gefraudeerd met retourzendingen en de vele (luxe)goederen die in panden op naam van medeverdachte [medeverdachte 1] zijn aangetroffen, is een opsporingsonderzoek gestart onder de naam Tuvalu. Het viel op dat er op het woonadres van medeverdachte [medeverdachte 1] met verschillende domeinnamen veel luxegoederen werden besteld, onder meer bij Amazon.2 Na een door Amazon verricht onderzoek naar Failed Return fraude zijn verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aangemerkt als person of interest. Namens Amazon is tegen verdachte op 19 april 2023 aangifte gedaan van zogeheten refundfraude. Bij refundfraude verzoekt de klant, na aankoop en ontvangst van een product, om restitutie van het aankoopbedrag, terwijl het bestelde product vervolgens niet door de klant retour wordt gestuurd.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie gericht op het plegen van refundfraude en dat hij de verworven producten samen met anderen heeft witgewassen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde. Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde heeft de officier van justitie daartoe aangevoerd dat verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in dezelfde periode, met een gelijke modus operandi en ten nadele van hetzelfde slachtoffer hebben gehandeld en samengewerkt. Uit de onderlinge contacten tussen de verdachten blijkt naar het oordeel van de officier van justitie onmiskenbaar dat de samenwerking tussen verdachten erop was gericht oplichtingsfeiten te plegen en de middels refundfraude verkregen goederen te witwassen.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 2 en 3 ten laste gelegde. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsman daartoe aangevoerd dat onduidelijk is hoe de betreffende goederen middels hun Imei-nummers zijn herleid naar door Amazon afgeleverde bestellingen. Door de raadsman is aangevoerd dat die koppeling niet is te controleren nu de onderliggende stukken waaruit die koppeling zou moeten blijken ontbreken. De raadsman heeft voorts betwist dat als een bij de aankoop opgegeven afleveradres gelijk is aan het woonadres van verdachte dit voldoende is om te concluderen dat verdachte de persoon is die deze aankoop heeft gedaan. Het afleveradres kan tijdens het bestelproces immers digitaal worden aangepast, zodat de goederen elders worden afgeleverd.
De raadsman heeft zich ten aanzien van een bewezenverklaring van het onder 1 primair ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De raadsman heeft evenwel betoogd dat verdachte niet van elk van de achttien door Amazon opgegeven klantaccounts de gebruiker is geweest en het bedrag waarvoor Amazon door verdachte zou zijn benadeeld ten hoogste 30.000,00 bedraagt, het bedrag dat blijkens het financieel onderzoek door Amazon aan verdachte is geretourneerd.
Oordeel van de rechtbank
Ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde
De rechtbank acht het onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Verdachte heeft dit feit, voor zover aan hem de goederen genoemd onder a, b, c, d en e zijn ten laste gelegd, duidelijk en ondubbelzinnig bekend en de raadsman heeft ten aanzien van die goederen geen verweer gevoerd. De rechtbank volstaat daarom in zoverre met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.3 Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank voorts als volgt.
Ten aanzien van het onder 1 primair, onder f, ten laste gelegde
Aan verdachte is onder (f) ten laste gelegd dat hij ook de overige in het Excel-bestand, onder het tabblad Items Outstanding, genoemde goederen heeft gekocht met het oogmerk om zich en/of een ander zonder volledige betaling de beschikking over deze goederen te verzekeren. De rechtbank heeft bij de beoordeling van het onder 1 primair, onder f, ten laste gelegde acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken, in het bijzonder de bewijsmiddelen zoals die in de voetnoten zijn genoemd.
Aangifte door Amazon
Op 19 april 2023 is door [naam] namens Amazon EU S.a.r.l. en Amazon Payments Europe S.C.A (hierna: Amazon) aangifte gedaan van - kort gezegd - refundfraude.4 Volgens de aangifte is uit het door Amazon verrichte onderzoek gebleken dat middels achttien Nederlandse klantaccounts grote aantallen bestellingen zijn geplaatst die veelal zijn afgeleverd op het adres [adres 2] . Na de levering werd aan Amazon toestemming gevraagd en vervolgens door haar verleend, om de bestelde goederen te retourneren Vervolgens werden de oorspronkelijk bestelde goederen door de gebruiker van de klantaccounts echter niet teruggestuurd terwijl het aankoopbedrag wel door Amazon werd gerestitueerd. Van voornoemde achttien klantaccounts heeft Amazon in totaal 1449 onjuiste retourzendingen ontvangen, zogeheten Bad Returns, Door de gebruiker van de klantaccounts zijn aan Amazon lege enveloppen of enveloppen met goederen van weinig waarde retour gestuurd. Hierdoor werd het oorspronkelijk goed behouden en werd Amazon bewogen tot volledige restitutie van de aankoopprijs. Naar aanleiding van het door Amazon verrichte onderzoek stelt Amazon vast dat de betreffende achttien klantaccounts kunnen worden gelinkt aan verdachte. Het geschatte verlies van Amazon in verband met deze verdenkingen bedraagt USD 694.726,29.
Bij de aangifte heeft Amazon een Excel-bestand gevoegd.5 Dit Excel-bestand bevat informatie over onder meer de door Amazon aan verdachte toegeschreven klantaccounts (Buyer Data), de door die klantaccounts geplaatste bestellingen (Order Data), de terugbetalingsverzoeken (Concession Data), de Bad Returns en gegevens over betalingen (Payment Data). Het tabblad Items Outstanding bevat een lijst van alle goederen waarvoor de persoon achter de door Amazon aan verdachte toegeschreven klantaccounts het aankoopbedrag gerestitueerd heeft gekregen, terwijl Amazon het origineel bestelde product niet retour heeft ontvangen.6
De rechtbank zal aan de hand van de inhoud van de bewijsmiddelen allereerst beoordelen of verdachte de gebruiker is geweest van de achttien klantaccounts zoals Amazon dat in haar aangifte heeft gesteld.
Vervolgens zal de rechtbank beoordelen of verdachte, al dan niet samen met anderen, met die klantaccounts ook de onder 1 primair, onder f, ten laste gelegde goederen heeft verworven met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren.
Gebruikte accounts en e-mailadressen
De rechtbank stelt vast dat van de achttien door Amazon aan verdachte gekoppelde klantaccounts slechts één klantaccount niet op enigerlei wijze aan verdachte is te relateren. Het betreft het klantaccount [accountnaam 11] . De gebruiker van dit klantaccount heeft echter geen terugbetalingsverzoeken gedaan voor de in totaal vijf bestellingen die met dit klantaccount zijn gedaan.7 De door dit klantaccount bestelde goederen komen dan ook niet voor op de lijsten in het Excel-bestand, tabbladen Items Outstanding en Bad Returns.
De rechtbank stelt voorts vast dat verdachte aan de overige zeventien klantaccounts als gebruiker kan worden gekoppeld. Voor het merendeel van de bestellingen die zijn gedaan met deze klantaccounts is als afleveradres (een afgeleide van) het toenmalige woonadres van verdachte opgegeven, te weten [adres 2] .8 Verdachte heeft ter terechtzitting van 23 september 2026 bevestigd dat hij de gebruiker is geweest van het klantaccount [accountnaam 7] met het e-mailadres [mailadres] . Naast dit klantaccount had verdachte middels de onder hem in beslag genomen telefoons ook toegang tot nog vier van de voornoemde zeventien klantaccounts. De e-mailadressen bij deze klantaccounts stonden in de onder
verdachte in beslag genomen telefoons gekoppeld.910 Ook is door de gebruiker van één van de zeventien klantaccounts telkens het telefoonnummer opgegeven dat verdachte destijds in gebruik had in de onder hem in beslag genomen Apple iPhone 7.1112
Voorts is in de Volkswagen Polo, kenteken [kenteken] , van verdachte een debitcard aangetroffen die is gebruikt om met het klantaccount [accountnaam 1] , één van de voornoemde zeventien klantaccounts, één of meer bestellingen te plaatsen bij Amazon.13 In diezelfde Volkswagen Polo zijn ook verzendbewijzen aangetroffen van PostNL. Op deze verzendbewijzen stonden 3SPIDN-nummers vermeld. Deze nummers zijn delen van Return Merchandise Authorization-codes (hierna: RMA). Een dergelijke code, ook wel RMA-label, wordt op verzoek van de gebruiker van een klantaccount door Amazon aangemaakt. Met dit label kan vervolgens een bestelling aan Amazon worden geretourneerd. Vier van de aangetroffen 3SPIDN-nummers konden worden gekoppeld aan goederen die met een tweetal aan verdachte toegeschreven klantaccounts zijn besteld. Het betreffen de klantaccounts [accountnaam 2] en [accountnaam 3] . Voor die goederen is door Amazon het aankoopbedrag gerestitueerd, maar is het bestelde product niet door Amazon retour ontvangen.14
Ook zijn op het woonadres van verdachte twintig dozen aangetroffen met daarin goederen afkomstig van Amazon. Uit nader onderzoek naar de gegevens op de verzendstickers op de verzendverpakkingen waarin de aangetroffen producten zaten verpakt, kon worden vastgesteld dat een aantal van die goederen was genoemd in het door Amazon overgelegde Excel-bestand, tabblad Concessions Data. Dit betreft bestellingen waarvan het aankoopbedrag reeds was gerestitueerd.15
Naar het oordeel van de rechtbank is door de raadsman onvoldoende aannemelijk gemaakt dat een ander dan verdachte gebruik zou hebben gemaakt van één of meer voornoemde klantaccounts en de bijbehorende e-mailadressen of dat de met die klantaccounts bestelde producten in opdracht van een ander dan verdachte op het toenmalige woonadres van verdachte zouden zijn afgeleverd. Het verweer van de raadsman zal daarom worden verworpen. De rechtbank overweegt daartoe voorts dat de onder 1 primair, onder a, b, c en e, ten laste gelegde goederen - ten aanzien van welke goederen de verdediging zich heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank - zijn besteld met een ander klantaccount dan het klantaccount waarvan verdachte heeft verklaard dat hij enkel van dat klantaccount de gebruiker is geweest. Voornoemde goederen zijn immers besteld door de klantaccounts [accountnaam 4] , [accountnaam 5] , [accountnaam 6] . en [accountnaam 7] , van welke klantaccounts enkel de laatste door verdachte is bekend.
De rechtbank overweegt in dat verband voorts dat op dezelfde tijdstippen waarop door het klantaccount [accountnaam 7] - het klantaccount waarvan verdachte heeft bekend de gebruiker te zijn geweest - terugbetalingsverzoeken zijn gedaan, ook door één of meer van de andere zeventien klantaccounts terugbetalingsverzoeken aan Amazon zijn gedaan. Ter illustratie wijst de rechtbank op de terugbetalingsverzoeken die op 27 december 2022 zijn gedaan. Op die datum zijn op exact hetzelfde tijdstip, te weten om 14:16 uur, zowel door het klantaccount [accountnaam 7] als door de klantaccounts [accountnaam 3] en [accountnaam 5] terugbetalingsverzoeken gedaan.16 Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat het niet anders kan dan dat de gebruiker van het klantaccount [accountnaam 7] , zijnde verdachte, ook de gebruiker is geweest van de twee andere klantaccounts.
Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de hiervoor uiteengezette bewijsmiddelen komen vast te staan dat verdachte de gebruiker is geweest van in totaal zeventien klantaccounts die door Amazon aan verdachte zijn gekoppeld. De rechtbank stelt voorts vast dat elk van de in het Excel-bestand, tabblad Items Outstanding, opgenomen goederen met één van deze zeventien klantaccounts is besteld.
Onderzoek aan gegevensdragers
iPhone 7
Uit onderzoek in de onder verdachte in beslag genomen iPhone 7 is voorts gebleken dat in die telefoon tientallen fotos van pakketten van onder andere Amazon stonden opgeslagen. Ook werden op voornoemde telefoon afbeeldingen aangetroffen van grote hoeveelheden retourlabels, verzendbewijzen en overzichten van retourzendingen waarvan het aankoopbedrag reeds door Amazon was gerestitueerd. Ook zijn in de telefoon screenshots aangetroffen van een groot aantal pushmeldingen van de Revolut-bank met daarin bevestigingen van een betaling aan Amazon en bevestigingen van een terugbetaling op diezelfde Revolut-rekening. Tot slot zijn in voornoemde telefoon chatgesprekken aangetroffen tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] en tussen verdachte en derden waarvan de rechtbank vaststelt dat die gaan over refundfraude.17
iPhone 12
Uit onderzoek in de onder verdachte in beslag genomen iPhone 12 blijkt eveneens dat in die telefoon een groot aantal afbeeldingen waren opgeslagen van verzendbewijzen, retourlabels en bevestigingen van Amazon dat bestellingen retour zijn gestuurd en restituties zijn toegekend. Ook zijn op voornoemde telefoon een groot aantal chatgesprekken aangetroffen waarin onder meer wordt gesproken over soggen. Uit de context van die chatgesprekken stelt de rechtbank vast dat met soggen wordt gerefereerd aan refundfraude. In een chatgesprek die verdachte van 18 november 2023 tot 9 mei 2023 met een derde heeft gevoerd geeft verdachte informatie over het soggen. Verdachte legt uit dat er goederen bij Amazon moeten worden besteld, retourlabels moeten worden aangevraagd en naar verdachte moeten worden gestuurd, waarna het geld uiteindelijk zal worden teruggestuurd. Verdachte geeft in verschillende chatgesprekken aan dat hij derden kan helpen bij het soggen en geeft tips over het plaatsen van bestellingen en de te verrichten handelingen nadien.
Ook stelt de rechtbank vast dat verdachte in contact heeft gestaan met een pakketbezorger van DHL. Deze pakketbezorger heeft verdachte op de hoogte gebracht van het aantal pakketten dat op het adres van verdachte en het adres van medeverdachte [medeverdachte 2] zouden worden gaan bezorgd. Uit een door verdachte op 6 december 2022 verstuurd bericht stelt de rechtbank vast dat die dag op het woonadres van verdachte zeventig colli, ook wel verpakkingseenheden, zijn afgeleverd. Uit andere berichten stelt de rechtbank voorts vast dat op 9 december 2022 op het woonadres van verdachte 28 pakketten van Amazon en op 21 december 2022 nogmaals 14 pakketten van Amazon zijn afgeleverd.18 Verdachte is ook van deze leveringen op voorhand op de hoogte gebracht.
iPad en Laptop Samsung NP750XED
Ook op een onder verdachte in beslag genomen en aan verdachte toebehorende Apple iPad stonden grote aantallen retourlabels van Amazon opgeslagen met daarop zogeheten 3SPIDN0-nummers.19 Deze nummers zijn delen van RMA-codes. Een dergelijke code, ook wel RMA-label, wordt op verzoek van de gebruiker van een klantaccount door Amazon aangemaakt. Met dit label kan vervolgens een bestelling aan Amazon worden geretourneerd.20 Op de onder verdachte in beslag genomen Samsung NP750XED laptop zijn voorts een groot aantal 3SAMZ-codes aangetroffen. Dit zijn eveneens delen van dergelijke RMA-labels, voornamelijk gebruikt door DHL Nederland. Ook heeft de gebruiker van voornoemde laptop middels deze laptop veelvuldig contact met Amazon over bestellingen die bij Amazon zijn gedaan en het retourneren daarvan.21
Financieel onderzoek
Op de betaalrekening van verdachte met rekeningnummer [rekeningnummer 1] is in de periode van 13 december 2021 tot en met 10 juni 2022 aan Amazon een bedrag betaald van
10.209,56 en een bedrag van in totaal 10.007,01 van Amazon ontvangen. Ook is in de periode van 16 april 2022 tot en met 2 maart 2023 aan medeverdachte [medeverdachte 1] een bedrag betaald van in totaal 7.177,40 en een bedrag van in totaal 5.523,63 ontvangen.22 Ook op de betaalrekening van verdachte met rekeningnummer [rekeningnummer 3] is in de periode van 19 juni 2022 tot en met 5 februari 2023 van medeverdachte [medeverdachte 1] in totaal een bedrag van 8.940,69 ontvangen en in totaal een bedrag van 5.778,00 betaald. Van medeverdachte [medeverdachte 2] is op voornoemde betaalrekening op 17 september 2022 en 24 januari 2023 in totaal ontvangen een bedrag van 1.500,00 en op 24 januari 2023 betaald een bedrag van 600,00.23 Tot slot is op een derde betaalrekening van verdachte met rekeningnummer [rekeningnummer 2] in de periode van 25 april 2022 tot en met 29
januari 2023 aan Amazon een bedrag van in totaal 22.227,40 betaald en een bedrag van in totaal 19.783,41 ontvangen.24
De rechtbank heeft reeds vastgesteld dat verdachte de gebruiker is geweest van de zeventien klantaccounts waarmee elk van de in het Excel-bestand, onder het tabblad Items Outstanding, opgenomen goederen zijn besteld. De conclusie dat verdachte de gebruiker is geweest van voornoemde klantaccounts, de vermelding van de met die klantaccounts bestelde goederen in het door Amazon overgelegde Excel-bestand, tabblad Items Outstanding, in onderlinge samenhang bezien met de hiervoor uiteengezette bevindingen, maakt naar het oordeel van de rechtbank dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich ten aanzien van elk van de in het tabblad Items Outstanding genoemde goederen heeft schuldig gemaakt aan flessentrekkerij.
Door de raadsman is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat een ander dan verdachte gebruik zou hebben gemaakt van één of meer van voornoemde klantaccounts en het afleveradres door die ander tussentijds zou zijn gewijzigd. De rechtbank overweegt daartoe dat op 15 mei 2023 op het woonadres van verdachte twintig dozen van Amazon en een groot aantal (luxe)goederen zijn aangetroffen en dat voornoemde (luxe)goederen waren opgeslagen in stellingkasten.2526 Gelet op de omstandigheden waaronder die goederen zijn aangetroffen acht de rechtbank het onaannemelijk dat voornoemde goederen niet op het woonadres van verdachte hadden moeten worden afgeleverd. De goederen waren immers uit de verzendverpakking gehaald en in stellingskasten opgeslagen. Nu het aantreffen van voornoemde goederen slechts een momentopname is geweest, het verkopen c.q. witwassen van de verworven goederen een wezenlijk onderdeel is van de handelswijze en verdachte zich reeds vanaf 18 april 2021 schuldig heeft gemaakt aan refundfraude, acht de rechtbank het aannemelijk dat er daadwerkelijk veel meer goederen op het woonadres van verdachte zijn afgeleverd dan aangetroffen tijdens de doorzoeking.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de raadsman ook onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Amazon door verdachte ten hoogste voor een bedrag van 30.000,00 zou zijn benadeeld.
De rechtbank overweegt daartoe onder meer dat het financieel onderzoek waaraan de raadsman refereert slechts een onderzoek naar de girale inkomsten op de betaalrekeningen van verdachte betreft. De rechtbank stelt vast dat de netto verkoopprijzen van de goederen in het tabblad Order Data, waaraan geen creditcardnummer is gekoppeld, in totaal 27.380,68 bedraagt. Dit bedrag is ongeveer gelijk aan het bedrag dat verdachte van Amazon op zijn betaalrekeningen heeft ontvangen. De rechtbank merkt echter ook op dat de netto verkoopprijzen van de goederen in het tabblad Order Data waaraan wél een creditcardnummer is gekoppeld, optellen tot een bedrag van in totaal 748.407,39.27 Het totaalbedrag dat aan verdachte is gerestitueerd zonder dat het bestelde product retour door Amazon is ontvangen bedraagt
637.349,83 (USD 694.726,29).28 Uit het voorgaande maakt de rechtbank op dat de aankoopbedragen van de producten die door verdachte met een creditcard zijn betaald niet zijn gerestitueerd op één van de betaalrekeningen van verdachte. De conclusie van de raadsman dat Amazon door verdachte slechts voor een bedrag van ten hoogste 30.000,00 zou zijn benadeeld, volgt de rechtbank dan ook niet.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte alle in het Excel-bestand, onder het tabblad Items Outstanding, genoemde goederen heeft besteld, hij voor die goederen een terugbetalingsverzoek heeft gedaan en het aankoopbedrag retour heeft ontvangen, maar verdachte niet het (juiste) goed aan Amazon retour heeft gestuurd.
Medeplegen
De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Uit onderzoek in de Samsung SM-S908B van medeverdachte [medeverdachte 1] is onder meer gebleken dat medeverdachte [medeverdachte 1] op 7 februari 2023 een bericht heeft verstuurd waaruit de rechtbank heeft afgeleid dat medeverdachte [medeverdachte 1] de werkwijze van refundfraude ook aan medeverdachten [medeverdachte 2] en verdachte heeft geleerd.29 Daarnaast blijkt uit onderzoek naar de betaalrekeningen op naam van verdachte dat er grote geldbedragen zijn overgemaakt van en naar de betaalrekeningen van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .3031 De rechtbank overweegt ten aanzien van het medeplegen voorts dat de drie verdachten in grotendeels dezelfde periode een gelijke modus operandi hebben gehanteerd. Ook zijn er door medeverdachte [medeverdachte 1] bestelde en voor retour aangemelde goederen aangetroffen op het woonadres van verdachte en konden de op een verzendbewijs in de woning van medeverdachte [medeverdachte 2] aangetroffen tracking-ids worden gekoppeld aan door verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] bestelde goederen.3233 Gelet op voorgaande bevindingen stelt de rechtbank vast dat verdachte heeft samengewerkt met de medeverdachten in die zin dat zij over en weer delen van het werkproces voor de refundfraude voor elkaar hebben uitgevoerd.
Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten die in de kern heeft bestaan uit een gezamenlijke uitvoering. Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de genoemde goederen heeft besteld met het oogmerk om, zonder de overeengekomen betaling daarvoor volledig te willen voldoen, zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren. Daarmee heeft verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan grootschalige refundfraude, te kwalificeren als flessentrekkerij. De rechtbank acht het onder 1 primair ten laste gelegde integraal wettig en overtuigend bewezen.
Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde
Financieel onderzoek
Uit onderzoek naar de betaalrekeningen van verdachte blijkt dat verdachte op de betaalrekening van de ABN Amro bank met rekeningnummer [rekeningnummer 1] in de periode van 21 februari 2022 tot en met 14 april 2022 - naast de contante betalingen die verdachte van [bedrijf 1] heeft ontvangen - ook een bedrag van in totaal 2.975,00 bijgeschreven heeft gekregen afkomstig van [bedrijf 1]34 Ook medeverdachte
[medeverdachte 1] heeft op zijn betaalrekeningen in de periode van 9 mei 2022 tot en met 15 februari 2023 grote geldbedragen bijgeschreven gekregen van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] .3536De rechtbank stelt mitsdien vast dat verdachte in de ten laste gelegde periode substantiële geldbedragen heeft ontvangen van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] .
[bedrijf 1] en [bedrijf 3]
Getuigenverklaring [getuige 1]
Door [getuige 1] , eigenaar van [bedrijf 1] en [bedrijf 3] , (hierna: [getuige 1] ) is verklaard dat verdachte meerdere keren bij hem in de winkel is geweest om goederen te koop aan te bieden. Over de bedragen die door de onderneming(en) van [getuige 1] op de betaalrekeningen van verdachte zijn overgemaakt heeft [getuige 1] verklaard dat het waarschijnlijk gaat om de inkoop van telefoons.37Op de onder verdachte in beslag genomen Samsung S21 telefoon is ook een chatgesprek met [getuige 1] aangetroffen. In dat chatgesprek werd gesproken over de aankoop van Ring-deurbellen, contante betalingen en de verkoop van Apple Watches door verdachte.38
Vergelijking van de aangeboden goederen met de goederen van Amazon
Op basis van de door [bedrijf 1] overgelegde administratie en de door verdachte ontvangen geldbedragen, afkomstig van [bedrijf 1] , stelt de rechtbank vast dat verdachte op verschillende momenten goederen heeft verkocht aan [bedrijf 1] Door [bedrijf 1] is onder meer een verkoop-/inkoopverklaring van 21 februari 2022 overgelegd. Op die verklaring is als klantnaam de naam [accountnaam 10] genoteerd. De verklaring vermeld dat er op 21 februari 2022 aan [bedrijf 1] onder meer een Apple iPhone 13 Pro met Imei-nummer [IMEI-nummer 1] is verkocht voor een bedrag van 900,00.39
Voornoemde iPhone is aan de hand van het opgegeven Imei-nummer vergeleken met de Imei-nummers van de goederen die volgens Amazon betrokken waren bij refundfraude. Uit dit onderzoek is gebleken dat voornoemde Apple iPhone 13 Pro afkomstig was van Amazon en is betrokken bij de refundfraude, in die zin dat het aankoopbedrag van dat goed reeds door Amazon was gerestitueerd.40 De Apple iPhone 13 Pro staat ook vermeld op de lijst in het door Amazon overgelegde Excel-bestand, tabblad Items Outstanding, hetgeen betekent dat Amazon het aankoopbedrag heeft gerestitueerd, maar het bestelde product niet door Amazon retour is ontvangen.41 Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte voornoemde Apple iPhone 13 Pro heeft besteld bij Amazon, hij deze voor retour heeft aangemeld en het aankoopbedrag van Amazon gerestitueerd heeft gekregen en verdachte deze iPhone vervolgens heeft verkocht aan [bedrijf 1]
[bedrijf 2]
Getuigenverklaring [getuige 2]
Door [getuige 2] , eigenaar van [bedrijf 2] , (hierna: [getuige 2] ) is verklaard dat medeverdachte [medeverdachte 1] telefonisch of via de inkoopsite van zijn onderneming mobiele telefoons en iPads heeft aangeboden. Over de geldbedragen die (de onderneming van) [getuige 2] naar de betaalrekening van medeverdachte [medeverdachte 1] heeft overgemaakt heeft [getuige 2] verklaard dat die bedragen zijn overgemaakt voor de aankoop van de door medeverdachte [medeverdachte 1] aangeboden mobiele telefoons, iPads en horloges. [getuige 2] heeft voorts verklaard dat ook verdachte goederen aan hem heeft aangeboden en verdachte bij hem in de winkel is geweest. Over de geldbedragen die (de onderneming van) [getuige 2] op de betaalrekening van verdachte heeft overgemaakt heeft [getuige 2] verklaard dat die bedragen zijn overgemaakt voor de aankoop van Apple en Samsung telefoons en de aankoop van horloges.42
Vergelijking van de aangeboden goederen met de goederen van Amazon
Door [bedrijf 2] is 5 oktober 2023 een bestand aangeleverd waarin onder meer een overzicht is opgenomen van alle goederen die door medeverdachte [medeverdachte 1] zijn ingekocht. Op basis van dat bestand is geconstateerd dat [bedrijf 2] op 12 september 2022 een bedrag van in totaal 3.300,00 heeft overgemaakt naar de betaalrekening van medeverdachte [medeverdachte 1] . De betaling heeft betrekking op een inkooporder die middels Whatsapp is geplaatst. In het door [bedrijf 2] aangeleverde bestand staat vermeld dat voornoemd bedrag is betaald ten behoeve van de inkoop van tien Apple Watches, onder andere die met serienummer [IMEI-nummer 5] . Uit het door [bedrijf 2] aangeleverde bestand blijkt voorts dat op 25 september 2022 aan medeverdachte [medeverdachte 1] een bedrag van 7.200,00 is betaald ten behoeve van de inkoop van nog eens dertig Apple Watches, waaronder die met serienummers [IMEI-nummer 3] en [IMEI-nummer 4] .43
Voornoemde goederen zijn aan de hand van de opgegeven serienummers vergeleken met de serienummers van de goederen die volgens Amazon betrokken waren bij refundfraude. Uit die vergelijking blijkt dat de Apple Watches met de serienummers [IMEI-nummer 4] , [IMEI-nummer 3] en [IMEI-nummer 5] zijn besteld door en geleverd aan verdachte en zijn betrokken bij refundfraude.44 Voornoemde goederen staan ook vermeld op de lijst in het door Amazon overgelegde Excel-bestand, tabblad Items Outstanding, hetgeen betekent dat Amazon het aankoopbedrag heeft gerestitueerd, maar het bestelde product niet door Amazon retour is ontvangen.45Nu aan de hand van de Imei- en serienummers van goederen door Amazon het betreffende ordernummer en bijbehorende product is opgegeven, en die producten telkens corresponderen met de producten die door verdachte aan [bedrijf 1] en [bedrijf 2] zijn aangeboden, gaat de rechtbank uit van de juistheid van die koppeling.
Gelet op het hiervoor onder 1 primair bewezenverklaarde kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat verdachte wist dat deze goederen van misdrijf afkomstig waren. Door die goederen te koop aan te bieden en in ruil voor die goederen op zijn betaalrekening geld te ontvangen heeft verdachte samen met anderen de herkomst van de genoemde goederen verhuld en deze goederen overgedragen en omgezet. Anders dan de raadsman heeft aangevoerd is daarvoor niet vereist dat kan worden vastgesteld dat die goederen door verdachte zijn aangekocht of dat die goederen op het woonadres van verdachte door verdachte zijn ontvangen.
Vrijspraak ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde
De verdachte wordt onder het onder 3 ten laste gelegde verweten dat hij samen met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had misdrijven te plegen. De rechtbank stelt voorop dat van deelneming aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht slechts dan sprake kan zijn, indien de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt bij, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk. Het samenwerkingsverband dient te bestaan uit twee of meer personen met een zekere duurzaamheid en structuur. Niet is vereist dat deelnemers met alle personen in de organisatie samenwerken of alle personen in de organisatie kennen.
Aan de hand van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt de rechtbank vast dat verdachte en de medeverdachten zich gedurende een langere periode gelijktijdig en stelselmatig hebben beziggehouden
met refundfraude en het witwassen van de uit de refundfraude verkregen goederen. Uit de bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van de rechtbank weliswaar dat de verdachten op verschillende momenten in wisselende verbanden met elkaar hebben samengewerkt, maar de bewijsmiddelen leveren - ook in onderling verband en samenhang bezien - onvoldoende wettig en overtuigend bewijs op dat er tussen de verdachten een samenwerkingsverband met een zekere structuur als hiervoor bedoeld heeft bestaan. Het dossier bevat daarvoor onvoldoende informatie. Zo komt niet naar voren dat onderling gezamenlijke regels golden dan wel dat afspraken waren gemaakt over de onderlinge verdeling van werkzaamheden of activiteiten van deelnemers met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie. Ook ontbreken voldoende aanwijzingen voor een gezamenlijke besluitvorming. Voorts is uit het dossier onvoldoende gebleken van een aanwijsbare leider die opdrachten of aansturing geeft aan de andere deelnemers binnen het samenwerkingsverband. Het bericht afkomstig van medeverdachte
[medeverdachte 1] , inhoudende dat hij de werkwijze aan verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] heeft geleerd, is daarvoor onvoldoende. Tot slot weegt mee dat uit het dossier blijkt dat de verdachten zich (ook) los van elkaar bezig hielden met refundfraude. Dat verdachten als medepleger betrokken zijn geweest bij de ten laste gelegde feiten, maakt nog niet dat hij daardoor deel uitmaakt van een criminele organisatie.
Het voorgaande betekent dat naar het oordeel van de rechtbank niet is bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht en dat derhalve niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan verdachte onder 3 is ten laste gelegd, zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1.
hij op tijdstippen in de periode van 18 april 2021 tot en met 12 februari 2023 in Nederland,
tezamen en in vereniging met anderen, een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren, bij Amazon EU S.a.r.l. en/of Amazon Payments Europe S.C.A (hierna: Amazon), te weten
hij op tijdstippen in de periode van 21 februari 2022 tot en met 25 september 2022 te Hoogeveen en/of Zuidwolde en/of Vianen, tezamen en in vereniging met anderen, van voorwerpen, te weten:
( [bedrijf 1] )
terwijl hij wist dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gepleit bij een eventuele strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, het tijdsverloop en het relatief beperkte benadelingsbedrag waarvoor verdachte naar het oordeel van de raadsman verantwoordelijk kan worden gehouden. Gelet op het voorgaande heeft de raadsman gepleit aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf waarvan de duur gelijk is aan de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, eventueel aangevuld door oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages van de reclassering van 16 augustus 2024, 15 september 2025 en 31 augustus 2026, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 20 september 2026, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich in de periode van 18 april 2021 tot en met 12 februari 2023 samen met anderen schuldig gemaakt aan flessentrekkerij. Verdachte heeft in voornoemde periode structureel een groot aantal (luxe)goederen besteld bij Amazon en ook voor deze goederen betaald. Verdachte heeft de bestelde goederen vervolgens op grote schaal als retour verzonden aangemeld en het aankoopbedrag van Amazon gerestitueerd gekregen. In werkelijkheid verstuurde verdachte het oorspronkelijk bestelde (luxe)goed niet retour, maar verzond hij geheel niets, een lege verpakking of een product van weinig waarde retour.
Verdachte heeft op deze manier een groot aantal (luxe)goederen bemachtigd, zonder daarvoor het aankoopbedrag te hebben betaald. Vervolgens heeft verdachte een aantal van
deze goederen in geld omgezet en de herkomst van die goederen verhuld door deze goederen te verkopen aan derden.
Bij het plegen van deze strafbare feiten heeft verdachte zich enkel laten leiden door financieel gewin en misbruik gemaakt van het algemene vertrouwen dat in het economisch verkeer moet kunnen worden gesteld en in de wijze waarop via webshops goederen worden verhandeld. Verdachte is lange tijd gewetenloos en geraffineerd te werk gegaan. Naast de grote financiële schade die Amazon heeft geleden, worden ook andere klanten de dupe van het handelen van verdachte. Door het handelen van verdachte worden prijzen opgedreven en scherpen bedrijven hun retourbeleid aan. De rechtbank rekent verdachte dit alles zwaar aan.
In strafverzwarende zin weegt de rechtbank voorts mee dat verdachte geen openheid van zaken heeft gegeven over (de omvang) de door hem gepleegde strafbare feiten en geen verantwoordelijkheid heeft genomen.
Persoon van verdachte
De reclassering schrijft in de adviezen van 16 augustus 2024, 15 september 2025 en 31 augustus 2026 dat verdachte weinig openheid van zaken heeft gegeven, als gevolg waarvan de reclassering geen duidelijke relaties kan leggen tussen de leefgebieden en het delictgedrag. De reclassering schrijft dat het
erop lijkt dat de houding van verdachte, zijn sociaal netwerk en mogelijk ook zijn financiën aan de delicten ten grondslag hebben gelegen. Op de meeste leefgebieden kende verdachte ten tijde van het plegen van de strafbare feiten echter stabiliteit. Verdachte heeft ten overstaan van de reclassering ook niet goed kunnen verklaren waarom hij tot het plegen van strafbare feiten is overgegaan. Omdat het delictgedrag van verdachte bijna twee jaren heeft geduurd en verdachte de strafbare feiten bewust heeft gepleegd, ziet de reclassering een pro-criminele houding bij verdachte. De reclassering schrijft echter dat de kans op recidive op korte termijn klein is, gelet op de impact en de gevolgen die het plegen van de strafbare feiten hebben gehad en zijn huidige vangnet.
Verdachte staat in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte sinds 21 december 2023 onder reclasseringstoezicht. Verdachte houdt zich aan de gestelde voorwaarden en de gemaakte afspraken. De gesprekken met de reclassering blijven echter oppervlakkig, waardoor het huidige reclasseringstoezicht beperkt leidt tot gedragsverandering. Gelet op het voorgaande en gelet op het lage recidiverisico ziet de reclassering geen toegevoegde waarde in reclasseringsinzet middels bijzondere voorwaarden.
Los van de negatieve gevolgen die voor een ieder gelden ziet de reclassering geen contra-indicaties voor het opleggen van een gevangenisstraf.
Tijdsverloop
Gelet op het tijdsverloop dient de rechtbank bij de strafoplegging voorts rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen een strafvervolging op grond van artikel 6 EVRM tot een berechting moet komen. Verdachte is in verband met onderhavige strafbare feiten op 15 mei 2023 aangehouden en voor het eerst als verdachte verhoord door de politie. De inhoudelijke behandeling heeft uiteindelijk op 23 en 28 september 2026 plaatsgevonden en onderhavige uitspraak dateert van 3 november 2026.
Wat de berechting van de zaak in eerste aanleg betreft, heeft in dit geval als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van de zaak ter terechtzitting binnen twee jaren dient te zijn afgerond met een eindvonnis. Vanaf het moment dat verdachte is verhoord en er gelet op de inhoud van het verhoor vanuit mocht gaan dat hij strafrechtelijk zou worden vervolgd, tot aan deze uitspraak van de rechtbank zijn meer dan twee jaren verstreken. De rechtbank acht die overschrijding onwenselijk lang en stelt vast dat de overschrijding niet aan bijzondere omstandigheden of aan de verdediging te wijten is. Naar vaste rechtspraak moet overschrijding van de redelijke termijn in beginsel tot strafvermindering leiden. De rechtbank zal daarom bij het bepalen van de strafmaat rekening houden met dit tijdsverloop.
Strafoplegging
Gelet op de aard en duur van de bewezen verklaarde feiten en de hoogte van het onder 1 primair bewezenverklaarde benadelingsbedrag is de rechtbank van oordeel dat niet anders kan worden gereageerd dan met oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur. De rechtbank hanteert als uitgangspunt voor de hoogte van de op te leggen gevangenisstraf het door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht vastgestelde oriëntatiepunt voor fraude. Bij een benadelingsbedrag van 500.000,00 tot 1.000.000,00 past volgens het oriëntatiepunt een gevangenisstraf van 18 tot 24 maanden als uitgangspunt.
Alles afwegende en rekening houdend met de hiervoor genoemde factoren ten aanzien van het onder 1 primair bewezenverklaarde feit en met het andere, onder 2 bewezen verklaarde, strafbare feit acht de rechtbank oplegging van een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden,
met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in beginsel passend en geboden. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank vier maanden in mindering brengen op de op te leggen straf, zodat aan verdachte in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden zal worden opgelegd.
De rechtbank legt een lagere gevangenisstraf op dan door de officier van justitie gevorderd nu de rechtbank niet wettig en overtuigen bewezen acht dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
In beslag genomen voorwerpen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers aan verdachte kunnen worden teruggegeven: 10, 16, 37, 39, 42, 49, 64, 70, 128, 172, 176, 184, 192-211, 220, 224, 226, 227 en 232-241.
De officier van justitie heeft zich ter terechtzitting van 23 september 2026 op het standpunt gesteld dat de in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers dienen te worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende: 3 en 17.
De officier van justitie heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat de in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers dienen te worden onttrokken aan het verkeer: 181, 187, 216 en 217.
Tot slot heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers verbeurd dienen te worden verklaard: 12, 13, 22, 28, 51, 63, 65, 66, 68, 75, 86, 89, 96, 101, 109, 110, 114, 168, 169, 170, 171, 173, 174, 175, 178, 182,
183, 185, 186, 189, 190, 191, 212, 213-215, 218, 222, 223, 225, 228, 229, 230 en 231.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte niet de rechthebbende is van de onder hem in beslag genomen voorwerpen. De raadsman heeft zich daarom op het standpunt gesteld dat de onder verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen dienen te worden teruggegeven aan de rechthebbenden. De raadsman heeft aangevoerd dat de in beslag genomen goudstaaf en de contante geldbedragen en de Rolex horloge uit de kluis van de Nederlandse Bank eigendom zijn van familieleden van verdachte. Ook de onder verdachte in beslag genomen Woolrich jas (3) en Volkswagen Polo (17) zijn eigendom van respectievelijk de broer en zus van verdachte en dienen naar het oordeel van de raadsman
aan hen te worden teruggegeven.
Oordeel van de rechtbank
De lijst van inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen vermeldt naast voorwerpen met een strafrechtelijke beslagtitel ook voorwerpen waarop conservatoir beslag is gelegd. De rechtbank beslist op grond van artikel 353 van het Wetboek van Strafvordering echter uitsluitend ten aanzien van de voorwerpen waarop klassiek strafvorderlijk beslag als bedoeld in artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering is gelegd. Over de voorwerpen waarop enkel conservatoir beslag is gelegd neemt de rechtbank geen beslissing.
Anders dan door de officier van justitie is aangevoerd moet de rechtbank ook over die voorwerpen waarop zowel conservatoir als klassiek strafvorderlijk beslag is gelegd een beslissing nemen over het op die voorwerpen rustende klassieke beslag. Die beslissing laat het conservatoir beslag dat op die voorwerpen rust onverlet.
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers aan verdachte kunnen worden teruggegeven: 10, 16, 37, 39, 42, 49, 64, 70, 128, 156, 172, 176, 184, 192-211, 220, 224, 226, 227 en 232-242.
De rechtbank verklaart verbeurd de in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers: 1, 14, 25, 27, 29, 30, 32, 33, 35, 121, 129-155, 157, 164, 168-171, 177-180, 182,
183, 186, 188-191, 212-215 en 230. De rechtbank stelt vast dat de onder voornoemde nummers vermelde voorwerpen en tegoeden aan verdachte toebehoren en het voorwerpen en tegoeden betreffen die geheel of grotendeels van of uit de baten van de strafbare feiten zijn verkregen en het voorwerpen betreffen met betrekking tot welke de strafbare feiten zijn begaan.
De rechtbank verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers: 181, 187, 216 en 217. De rechtbank stelt vast dat voornoemde voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.
De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers dienen te worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende. Van die voorwerpen heeft de rechtbank niet met zekerheid kunnen vaststellen aan wie deze voorwerpen toebehoren. Het gaat om de voorwerpen vermeld op de lijst van inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers: 2, 3, 4-9, 11-13, 15, 17, 18-24, 26, 28, 31, 34, 36, 38, 40, 41,
44, 45-48, 50, 52-63, 65-69, 71-95-120, 122-127, 158-163 en 165-167, 173-175, 185, 218, 219, 221-
223, 225, 228, 229 en 231.
Benadeelde partij
Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde
Amazon EU S.a.r.l. en Amazon Payments Europe S.C.A. heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van USD 694.726,29 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het door de benadeelde partij gevorderde bedrag aan schadevergoeding voldoende is onderbouwd en in zijn geheel voor toewijzing vatbaar is, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag. De officier van justitie heeft voorts gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat het gelegde conservatoir beslag enkel kan worden uitgewonnen indien de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel oplegt.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen bezwaar tegen toewijzing van de vordering tot een bedrag van
30.000,00. Verdachte heeft erkent voor dit bedrag te hebben gefraudeerd. Voorts heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij, voor zover meer dan
30.000,00 wordt gevorderd, niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, omdat de behandeling van de vordering - gelet op de omvang en complexiteit daarvan - een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Indien en voor zover de rechtbank (een deel van) de gevorderde schade toewijst, heeft de raadsman verzocht niet de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank merkt op dat de wetgever met de mogelijkheid tot het instellen van een vordering door de benadeelde partij heeft beoogd binnen het strafproces te voorzien in - kort gezegd - een eenvoudige en laagdrempelige procedure die ertoe leidt dat slachtoffers die schade hebben geleden als gevolg van een strafbaar feit zoveel mogelijk schadeloos worden gesteld. De aldus voorziene eenvoudige procedure biedt aan de benadeelde partij en de verdachte niet dezelfde processuele waarborgen als een gewone civielrechtelijke procedure, onder meer omdat in de context van de strafrechtelijke procedure ingevolge artikel 334 van het Wetboek van Strafvordering slechts in beperkte mate plaats is voor bewijslevering. Dit bezwaar wordt echter in afdoende mate ondervangen door voornoemd artikel 361, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, welke bepaling mede in het licht van artikel 6, eerste lid, EVRM aldus moet worden uitgelegd dat zij de strafrechter tot niet-ontvankelijkverklaring verplicht indien hij niet verzekerd acht dat beide partijen in voldoende mate in de gelegenheid zijn geweest om naar voren te brengen hetgeen zij ter
staving van de vordering, onderscheidenlijk tot verweer tegen de vordering kunnen aanvoeren en, voor zover nodig en mogelijk, daarvan bewijs te leveren.46
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. De rechtbank overweegt voorts dat het gevorderde bedrag aan schadevergoeding zeer omvangrijk is en de vordering door de raadsman op meerdere punten is betwist voor zover deze een bedrag van 30.000 te boven gaat Gelet op de onderbouwing van de vordering
en de betwisting door de raadsman, is hierover naar het oordeel van de rechtbank een nader debat noodzakelijk. Een nader inhoudelijk debat en eventuele bewijslevering levert echter een onevenredige belasting op voor het onderhavige strafproces.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de benadeelde partij voor het overige
niet-ontvankelijk verklaren in de vordering en bepalen dat zij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 47, 57, 326a en 420bis van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 3 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) maanden.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.
Verklaart verbeurd de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers: 1, 14, 25, 27, 29, 30, 32, 33, 35, 121, 129-155, 157, 164, 168-171, 177-180, 182, 183, 186,
188-191, 212-215 en 230.
Verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers: 181, 187, 216 en 217.
Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers: 10, 16, 37, 39, 42, 49, 64, 70, 128, 156, 172, 176, 184, 192-211, 220,
224, 226, 227 en 232-242.
Gelast de bewaring van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers ten behoeve van de rechthebbende: 2, 3, 4-9, 11-13, 15, 17, 18-24, 26, 28, 31, 34, 36, 38, 40,
41, 44, 45-48, 50, 52-63, 65-69, 71-95-120, 122-127, 158-163 en 165-167, 173-175, 185, 218, 219,
221-223, 225, 228, 229 en 231.
Ten aanzien van het onder 1 primair bewezenverklaarde
Wijst de vorderingen van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte om aan Amazon EU S.a.r.l. en Amazon Payments Europe S.C.A te betalen:
Verklaart de vordering van Amazon EU S.a.r.l. en Amazon Payments Europe S.C.A voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van Amazon EU S.a.r.l. en Amazon Payments Europe S.C.A aan de Staat te betalen een bedrag van 30.000,00 (zegge: dertigduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 februari 2023 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 158 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Sieders, voorzitter, mr. G. Eelsing en mr. H.M. Lenting, rechters, bijgestaan door mr. M. Mans, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 november 2026.
1. Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt tenzij anders vermeld bedoeld een
ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpaginas, betreft dit tenzij anders vermeld de paginas van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2023048929 d.d. 29 januari 2024 (NN3R023015/TUVALU).
2 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 februari 2023, opgenomen op pagina 260 e.v.
3 Deze opgave luidt als volgt: 1. de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 september 2026; 2.
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 28 april 2023, opgenomen op pagina 101 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2023048929 (onderzoeksnummer NN3R023015) d.d. 29 januari 2024.
4 Proces-verbaal van aangifte d.d. 28 april 2023, opgenomen op pagina 101 e.v.
5 [ excelbestand] .
6 Readers Guide, uitleg bij het Amazon Excel-bestand behorende bij de aangifte tegen [verdachte] .
7 [ excelbestand] , tabblad Buyer Data, kolommen G en H.
8 Aanvullend proces-verbaal van bevindingen ( [nummer 4] ) d.d. 24 februari 2024.
9 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 januari 2024, opgenomen op pagina 1360 e.v.
10 Klantaccounts [accountnaam 5] , [accountnaam 8] , [accountnaam 9] en [accountnaam 6] ..
11 [ excelbestand] , tabblad Order Data, Customer Name: [verdachte] .
12 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 juli 2023, opgenomen op pagina 646 e.v.
13 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 september 2023, opgenomen op pagina 1049 e.v.
14 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 juni 2023, opgenomen op pagina 633 e.v.
15 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 juli 2023, opgenomen op pagina 762 e.v.
16 [ excelbestand] , tabblad Concessions Data, rijen 243, 244 en 245.
17 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 juli 2023, opgenomen op pagina 646 e.v.
18 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 juni 2023, opgenomen op pagina 693 e.v.
19 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 april 2023, opgenomen op pagina 369 e.v.
20 Readers Guide, uitleg bij het Amazon Excel-bestand behorende bij de aangifte tegen [verdachte] .
21 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 januari 2024, opgenomen op pagina 1022 e.v.
22 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 april 2023, opgenomen op pagina 1983 e.v.
23 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 april 2023, opgenomen op pagina 2118 e.v.
24 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 april 2023, opgenomen op pagina 2050 e.v.
25 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 15 mei 2023, opgenomen op pagina 435 e.v.
26 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 juli 2023, opgenomen op pagina 764 e.v.
27 [ excelbestand] , tabblad Order Data.
28 [ excelbestand] , tabblad Items Outstanding.
29 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 oktober 2023, opgenomen op pagina 814 e.v.
30 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 april 2023, opgenomen op pagina 1983 e.v.
31 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 april 2023, opgenomen op pagina 2118 e.v.
32 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 juli 2023, opgenomen op pagina 762 e.v.
33 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 september 2023, opgenomen op pagina 1019 e.v.
34 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 oktober 2023, opgenomen op pagina 2419 e.v.
35 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 maart 2023, opgenomen op pagina 354 e.v.
36 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 maart 2023, opgenomen op pagina 1826 e.v.
37 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 28 september 2023, opgenomen op pagina 189 e.v.
38 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 juni 2023, opgenomen op pagina 637 e.v.
39 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 oktober 2023, opgenomen op pagina 2418 e.v.
40 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 januari 2024, opgenomen op pagina 2588 e.v.
41 [ excelbestand] , tabblad Items Outstanding, rij 3965.
42 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 4 oktober 2023, opgenomen op pagina 183 e.v.
43 Proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens d.d. 17 oktober 2023, opgenomen op pagina 2432 e.v.
44 Proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens d.d. 18 januari 2024, opgenomen op pagina 2588 e.v.
45 [ excelbestand] , tabblad Items Outstanding, rijen 3840, 3841 en 3947.
46 Hoge Raad 15 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV2654.