[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 23 september 2026 en 28 september 2026 (inhoudelijke behandeling) en van 3 november 2026 (sluiting van het onderzoek ter terechtzitting).
Verdachte is ter terechtzitting van 23 september 2026 en 28 september 2026 verschenen, bijgestaan door mr. S.J. Römer, advocaat te Amsterdam. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. G.R. Stoeten. Bij de sluiting van het onderzoek ter terechtzitting op 3 november 2026 zijn verdachte en zijn raadsman niet verschenen. Het openbaar ministerie is toen ter terechtzitting
vertegenwoordigd door mr. H.J. Veen.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 3 maart 2021 tot en met 12 februari 2023 te Hoogeveen, in elk geval in Nederland en/of Luxemburg, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren,
te weten bij Amazon EU S.a.r.l. en/of Amazon Payments Europe S.C.A (hierna: Amazon), althans bij aan die Amazon gelieerde ondernemingen en/of partijen die via die Amazon producten aanbieden (derden-verkopers), te weten:
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 3 maart 2021 tot en met 12 februari 2023 te Hoogeveen, in elk geval in Nederland en/of Luxemburg, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een ander, wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een ander heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten
- Amazon EU S.a.r.l. en/of Amazon Payments Europe S.C.A (hierna: Amazon), althans bij aan die Amazon gelieerde ondernemingen en/of partijen die via die Amazon producten aanbieden (derden-verkopers), tot de afgifte van
althans
althans (in totaal) (ongeveer) 1.120.641,70 (aangifte Amazon p. 87), door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zakelijk weergegeven
sturen, en/of enveloppen, dozen en/of pakketten met afwijkende (waardeloze) inhoud retour te sturen en/of de retourlabels op de enveloppen, dozen en of pakketten zodanig te manipuleren en/of veranderen dat deze enveloppen, dozen en of pakketten niet door die Amazon werden ontvangen, maar wel werden geregistreerd en/of gemeld als geretourneerd en/of retour gestuurd, en/of
- het aankoopbedrag van de bestelde en retour gemelde goederen in ontvangst te (laten) nemen;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 3 maart 2021 tot en met 12 februari 2023 te Hoogeveen, in elk geval in Nederland en/of Luxemburg, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen meermalen, althans eenmaal, opzettelijk,
een goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan Amazon, EU S.a.r.l. en/of Amazon Payments Europe S.C.A (hierna: Amazon), althans bij aan die Amazon gelieerde ondernemingen en/of partijen die via die Amazon producten aanbieden (derden-verkopers)
en welk goed verdachte en/of zijn mededaders anders dan door misdrijf onder zich hadden, te weten door die goederen op de website van Amazon te bestellen, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
2.
hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 10 maart 2021 tot en met 25 september 2022 te Hoogeveen en/of Zuidwolde en/of Vianen , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen meermalen, althans eenmaal, (van) een of meerdere voorwerpen, te weten:
( [bedrijf 1] )
( [nummer] p. 2397 en [nummer] p. 2589)
( [bedrijf 2] )
( [nummer] p. 2434 en [nummer] p. 2590-2591),
terwijl hij, verdachte, wist, dan wel redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat voorwerp onmiddellijk of middellijk afkomstig was uit enig misdrijf;
3.
hij, in of omstreeks de periode 21 december 2022 tot en met 13 februari 2023 te Hoogeveen, in elk geval
in Nederland, een of meer stoffen, voorwerpen en/of gegevens, te weten
- een of meerdere scrips en/of werkinstructies en/of berichten met hierin een beschrijving en/of stappenplan voor het plegen van refundfraude, althans flessentrekkerij en/of oplichting en/of verduistering, aangetroffen op de Samsung S21 van verdachte ( [nummer] p. 1051-1060),
heeft vervaardigd, heeft ontvangen, zich heeft verschaft, heeft verkocht, heeft overgedragen, heeft verworven, heeft vervoerd, heeft ingevoerd, heeft verspreid, anderszins ter beschikking heeft gesteld en/of voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist dat die bestemd waren tot het plegen van een misdrijf omschreven in een van de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht,
terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;
4.
hij, in of omstreeks de periode van 3 maart 2021 tot en met 12 februari 2023 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten onder andere [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten flessentrekkerij en/of oplichting(en) en/of verduisteringen en/of witwassen;
5.
hij, in of omstreeks de periode van 12 februari 2023 tot en met 13 februari 2023 te Hoogeveen, in elk geval in Nederland, al dan niet opzettelijk, aanwezig heeft gehad
( [adres 2] )
Beoordeling van het bewijs
Aanleiding 1
Op 12 februari 2023 vond er aan de [adres 3] in Hoogeveen een schietincident plaats (hetgeen heeft geleid tot onderzoek Turkije). De aangever in die zaak, de heer [aangever 1] , heeft ter plaatse verklaard dat de schutter, zijnde verdachte, twee loodsen in gebruik heeft die vol stonden met gestolen goederen. Diezelfde dag gaat de politie naar aanleiding van een melding in verband met een mogelijke inbraak ook een loods aan de [adres 2] in Hoogeveen binnen. In deze loods treft de politie - naast verschillende hoeveelheden van vermoedelijk verdovende middelen - stellingen vol met luxegoederen aan.2
De politie ziet vervolgens op 13 februari 2023 dat de Threat Officer van PostNL reeds eerder met de politie contact heeft opgenomen in verband met zogeheten refundfraude in Hoogeveen. Volgens de melder zou er al geruime tijd vanuit Hoogeveen worden gefraudeerd met retourzendingen. Ook werden er op het adres aan [adres 4] te Hoogeveen met verschillende domeinnamen opvallend veel luxegoederen besteld, onder meer bij Amazon. 3 Uit nader onderzoek bleek dat verdachte huurder en gebruiker is van de loods aan de [adres 2] te Hoogeveen en dat verdachte als enige bewoner stond ingeschreven op het adres aan [adres
4] te Hoogeveen.4
Naar aanleiding van de verklaring van [aangever 1] , de informatie van de Threat Officer van PostNL en de aangetroffen goederen in de loods aan de [adres 2] te Hoogeveen hebben er doorzoekingen plaatsgevonden in de door verdachte gehuurde loods aan de [adres 2] te Hoogeveen5, de woning van verdachte aan [adres 4] te Hoogeveen6, een door verdachte gehuurde ruimte aan de [adres 3] te Hoogeveen7 en de auto van verdachte, een Tesla met kenteken [kenteken] .8 In de loods aan de [adres 2] te Hoogeveen werden naast de aangetroffen luxegoederen ook onder meer een labelprinter en een groot aantal poststukken aangetroffen.9 Ook in de woning van verdachte op het adres aan [adres 4] te Hoogeveen werden twee boodschappentassen met enveloppen aangetroffen.10 Naar aanleiding van een door Amazon verricht onderzoek naar Failed Return fraude is verdachte aangemerkt als person of interest. Namens Amazon is op 24 maart 2023 aangifte gedaan van zogeheten refundfraude.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie gericht op het plegen van zogenaamde refundfraude en dat hij de verworven goederen samen met anderen heeft witgewassen. Ook is aan verdachte ten laste gelegd dat hij gegevens voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat deze bestemd waren voor het plegen van flessentrekkerij, oplichting of verduistering en dat hij verschillende hoeveelheden verdovende middelen voorhanden heeft gehad.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde. Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde heeft de officier van justitie daartoe aangevoerd dat verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in dezelfde periode, met een gelijke modus operandi en ten nadele van hetzelfde slachtoffer hebben gehandeld en samengewerkt. Uit de onderlinge contacten tussen de verdachten blijkt naar het oordeel van de officier van justitie onmiskenbaar dat de samenwerking tussen verdachten erop was gericht oplichtingsfeiten te plegen en de middels refundfraude verkregen goederen te witwassen.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 primair ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat niet voor elk goed kan worden vastgesteld dat verdachte het oogmerk heeft gehad zonder volledige betaling zich de beschikking over dat goed te verzekeren. De enkele opname in een lijst met terugbetalingen is niet genoeg voor het aannemen van het oogmerk. De raadsman heeft voorts betoogd dat verdachte partieel moet worden vrijgesproken van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde geldbedrag, de klantaccounts die door de politie niet aan verdachte konden worden gekoppeld, de goederen genoemd onder a, d en e, de periode tot 18 juni 2021 en het medeplegen. De raadsman heeft zich voor het overige ten aanzien van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman betoogd dat verdachte partieel moet worden vrijgesproken van de onder [bedrijf 1] ten laste gelegde goederen en de onder [bedrijf 2] (b), (c), (u) en (v) ten laste gelegde goederen. Naar het oordeel van de raadsman kan voor deze goederen noch de criminele herkomst van die goederen noch de wetenschap van verdachte daarover wettig en overtuigend worden bewezen.
Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde bestanddeel waarin verdachte wordt verweten dat hij heeft verborgen of verhuld wie de rechthebbende van de goederen waren. Daartoe is aangevoerd dat verdachte de goederen op zijn eigen naam of de naam van zijn onderneming heeft verkocht en verdachte zijn identiteitspapieren heeft gedeeld.
Ten aanzien van het overdragen en omzetten van de overige ten laste gelegde goederen heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 3 ten laste gelegde. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de berichten op de telefoon van verdachte instructies bevatten voor het verkrijgen van een PostNL-terminalcode, het manipuleren van een retourzending en het wijzigen van de HTML-code van een annuleringsknop. Naar het oordeel van de raadsman zijn voornoemde berichten en instructies niet ter verkrijging van een niet-contant betaalinstrument als bedoeld in artikel 234 van het Wetboek van Strafrecht, omdat met deze gegevens geen betaalopdracht kan worden geïnitieerd.
De raadsman heeft voorts betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 4 ten laste gelegde. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat geen sprake is geweest van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband.
Tot slot heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het bezit van de verdovende middelen die in de loods aan de [adres 2] te Hoogeveen zijn aangetroffen. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat het openen van de dozen en de doorzoeking van de loods onrechtmatig is geweest en onherstelbare vormverzuimen opleveren. Naar het oordeel van de raadsman dienen voornoemde vormverzuimen te worden gecompenseerd middels bewijsuitsluiting als gevolg waarvan er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs overblijft. Ten aanzien van de verdovende middelen die aan de [adres 3] te Hoogeveen zijn aangetroffen heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft bij de beoordeling van de ten laste gelegde feiten acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken, in het bijzonder de bewijsmiddelen zoals die in de voetnoten zijn genoemd.
Ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde
Aangifte door Amazon
Op 24 maart 2023 is door [aangever 2] namens Amazon EU S.a.r.l. en Amazon Payments Europe S.C.A (hierna: Amazon) aangifte gedaan van - kort gezegd - refundfraude.11 Volgens de aangifte is uit het door Amazon verrichte onderzoek gebleken dat middels 43 Nederlandse klantaccounts grote aantallen bestellingen zijn geplaatst en afgeleverd op het adres [adres 4] , zijde [adres 3] , te Hoogeveen. Na de levering werd aan Amazontoestemming gevraagd en vervolgens door haar verleend, om de bestelde goederen te retourneren. Vervolgens werden de oorspronkelijk bestelde goederen door de gebruiker van de klantaccounts echter niet geretourneerd terwijl het aankoopbedrag wel door Amazon werd gerestitueerd. Van voornoemde 43 klantaccounts heeft Amazon in totaal 1.478 onjuiste retourzendingen ontvangen, zogeheten Bad Returns. Door de gebruiker van de klantaccounts zijn aan Amazon geen dan wel lege enveloppen of enveloppen met goederen van weinig waarde retour gestuurd. Hierdoor werd het oorspronkelijke goed behouden en werd Amazon bewogen tot volledige restitutie van de aankoopprijs.
Naar aanleiding van het door Amazon verrichte onderzoek stelt Amazon vast dat de betreffende 43 klantaccounts kunnen worden gelinkt aan verdachte. Het geschatte verlies van Amazon in verband met deze verdenkingen bedraagt USD 1.230.149,62.
Bij de aangifte heeft Amazon een Excel-bestand gevoegd.12 Dit Excel-bestand bevat informatie over onder meer de door Amazon aan verdachte toegeschreven klantaccounts (Buyer Data), de door die klantaccounts geplaatste bestellingen (Order Data), de terugbetalingsverzoeken (Concession Data), de Bad Returns en gegevens over betalingen (Payment Data). Het tabblad Items Outstanding bevat een lijst van alle goederen waarvoor de persoon achter de door Amazon aan verdachte toegeschreven klantaccounts het aankoopbedrag gerestitueerd heeft gekregen, terwijl Amazon het origineel bestelde product niet retour heeft ontvangen.13
De rechtbank zal aan de hand van de inhoud van de bewijsmiddelen allereerst beoordelen of verdachte de gebruiker is geweest van de 43 klantaccounts zoals Amazon dat in haar aangifte heeft gesteld. Vervolgens zal de rechtbank beoordelen of verdachte, al dan niet samen met anderen, met die klantaccounts de in de tenlastelegging genoemde goederen heeft verworven met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren.
Gebruikte accounts en e-mailadressen
De rechtbank stelt vast dat van de 43 door Amazon aan verdachte gekoppelde klantaccounts slechts twee klantaccounts niet op enigerlei wijze aan verdachte zijn te relateren. 14 Het betreffen de klantaccounts [account 1] en [account 2] . De goederen die met voornoemde klantaccounts zijn besteld komen echter niet voor op de lijst in het Excel-bestand, tabblad Items Outstanding. De rechtbank stelt voorts vast dat verdachte aan de overige 41 klantaccounts als gebruiker kan worden gekoppeld. Voor het merendeel van de bestellingen die zijn gedaan met deze klantaccounts is als afleveradres het woonadres van verdachte opgegeven, te weten [adres 4] te Hoogeveen.15 Ook waren negentien van de voornoemde 41 klantaccounts gekoppeld in de onder verdachte in beslag genomen telefoons.16 Verdachte had met de onder hem in beslag genomen telefoons derhalve toegang tot die klantaccounts.
Voorts zijn vier van de op naam van verdachte geregistreerde en onder verdachte in beslag genomen debit-creditcards gebruikt om met vier van voornoemde klantaccounts één of meer bestellingen te plaatsen bij Amazon.17 Van elf e-mailadressen die aan de gebruikte klantaccounts waren gekoppeld kon middels informatie van de Kamer van Koophandel ook een koppeling worden gemaakt tussen domeinnamen op naam van verdachte of op naam van één van zijn ondernemingen, te weten [domeinnaam 1] en [domeinnaam 2] , en de betreffende klantaccounts. Weer andere e-mailadressen gekoppeld aan de gebruikte klantaccounts waren te koppelen aan de toenmalige vriendin van verdachte, [naam] .18 [naam] heeft verklaard dat verdachte toegang had tot haar e-mailadressen en wel eens in haar e-mailadressen zat te neuzen. 19 Tot slot is in de woning van verdachte een verzendbewijs aangetroffen waarvan de tracking-ids waren te koppelen aan foutief geretourneerde bestellingen van een drietal door Amazon overgelegde klantaccounts.20
Naar het oordeel van de rechtbank is door de raadsman onvoldoende aannemelijk gemaakt dat een ander dan verdachte gebruik zou hebben gemaakt van één of meer van voornoemde klantaccounts en de bijbehorende e-mailadressen of dat de met die klantaccounts bestelde producten in opdracht van een ander op het woonadres van verdachte zouden zijn afgeleverd. Het verweer van de raadsman zal daarom worden verworpen. Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de hiervoor uiteengezette bewijsmiddelen komen vast te staan dat verdachte de gebruiker is geweest van in totaal 41 klantaccounts die door Amazon aan verdachte zijn gekoppeld. De rechtbank stelt voorts vast dat elk van de in het Excel-bestand, tabblad Items Outstanding, opgenomen goederen met één van deze 41 klantaccounts is besteld. De rechtbank zal voorts beoordelen in hoeverre verdachte zich met de aan hem te koppelen klantaccounts
schuldig heeft gemaakt aan refundfraude.
Bevindingen naar aanleiding van de doorzoekingen
[adres 2] te Hoogeveen
Zoals reeds overwogen werd er in de door verdachte gehuurde loods aan de [adres 2] te Hoogeveen een groot aantal luxegoederen aangetroffen, zoals Ring-deurbellen, spelcomputers, mobiele telefoons en Lego.2122 Uit nader onderzoek naar de verzendstickers op de verzendverpakkingen waarin de aangetroffen goederen zaten verpakt, kon worden vastgesteld dat dertien order-ids ook waren genoemd in het door Amazon overgelegde Excel-bestand. Deze order-ids hadden betrekking op zogeheten Bad Returns,Een Bad Return is een order waarvoor een retouraanvraag is gedaan en het aankoopbedrag door Amazon is geretourneerd, maar waarbij door Amazon een lege enveloppe of een ander (waardeloos) goed retour is ontvangen.23 Tijdens een verdere inventarisatie bleek daarnaast dat ook acht order-ids stonden vermeld op de door Amazon overgelegde lijst met Concessions Data. Dit betreffen bestellingen waarvoor reeds een terugbetalingsverzoek is gedaan.24 De rechtbank stelt vast dat de goederen uit één van deze acht orders zijn besteld met één van de 41 aan verdachte gekoppelde klantaccounts, die goederen bij Amazon voor retour zijn aangemeld en die goederen in de loods van verdachte zijn aangetroffen. In een kantoorruimte in de loods aan de [adres 2] te Hoogeveen werden naast de aangetroffen luxegoederen ook een labelprinter en veertig enveloppen aangetroffen. Deze enveloppen bleken telkens goederen als een schaar, post-it of geodriehoek te bevatten.2526
[adres 4] te Hoogeveen
In de woning van verdachte aan [adres 4] te Hoogeveen zijn op 13 februari 2023 in een tweetal boodschappentassen in totaal 273 enveloppen aangetroffen met daarin ook een inhoud van weinig tot geen waarde, zoals een schaar, geodriehoek of post-it.2728 De rechtbank stelt vast dat voornoemde goederen soortgelijke goederen zijn als de waardeloze goederen die Amazon vaak retour heeft ontvangen. Voorts is in de woning van verdachte een verzendbewijs aangetroffen met daarop 51 tracking-ids. De tracking-ids worden aangevraagd bij Amazon om ontvangen goederen - waarvoor een terugbetalingsverzoek is gedaan - retour te kunnen sturen. Zodra door een klantaccount restitutie is aangevraagd verstrekt Amazon gewoonlijk een RMA-label met daarop een tracking-id.29 Het aangetroffen verzendbewijs in de woning van verdachte toont aan dat de daarop vermelde tracking-ids op 9 november 2022 ter verzending zijn aangeboden. Uit een vergelijking van voornoemde tracking-ids blijkt dat 24 van de genoemde tracking-ids op de door Amazon overgelegde lijst met Bad Returns stonden.3031 Eén van de genoemde tracking-ids kwam voor op de door Amazon overgelegde lijst met Bad Returns van medeverdachte [medeverdachte 2] .3233
Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte op 9 november 2022 in totaal 51 bestellingen van Amazon retour zou moeten hebben gestuurd. Van die 51 bestellingen is voor 25 bestellingen door Amazon geregistreerd dat het aankoopbedrag is geretourneerd, maar dat zij in plaats van het verzonden goed een lege enveloppe of ander (waardeloos) goed retour heeft ontvangen. De genoemde bestellingen zijn allen afgeleverd op het adres [adres 4] te Hoogeveen.
Vormverzuim binnentreden [adres 4] te Hoogeveen
Door de raadsman is aangevoerd dat hetgeen op 13 februari 2023 in de woning van verdachte is aangetroffen niet voor het bewijs kan worden gebruikt, omdat de woning van verdachte zonder diens toestemming en zonder machtiging van een (hulp)officier van justitie is binnengetreden, waardoor er sprake zou zijn van een onherstelbaar vormverzuim.
De rechtbank stelt vast dat de betrokken verbalisanten samen met de vader van verdachte de kamer van verdachte hebben betreden. Voor het betreden van het door verdachte bewoonde deel van de woning hadden de verbalisanten op dat moment geen toestemming van verdachte en was geen machtiging tot binnentreden verleend, echter heeft de vader van verdachte met een sleutel de kamer geopend en zijn de verbalisanten met de vader mee naar binnen gelopen. Eenmaal binnen in de woning zagen de verbalisanten op de grond - op ongeveer twee meter van de toegangsdeur - twee boodschappentassen staan met daarin de enveloppen. Op de vraag van de verbalisanten aan de vader van verdachte wat er in de enveloppen zat, heeft de vader van verdachte een tweetal enveloppen geopend en uit die enveloppen een post-it-blok en een geodriehoek gehaald. De verbalisanten hebben daarop de woning van verdachte verlaten. Diezelfde dag is door de officier van justitie alsnog een machtiging afgegeven tot het binnentreden van de woning van verdachte om voornoemde boodschappentassen met enveloppen in beslag te nemen.34
De rechtbank stelt vast dat het binnentreden van de woning van verdachte, zonder dat daarvoor een machtiging was afgegeven, onrechtmatig is geweest en een vormverzuim oplevert. De vraag is of, en zo ja, welke rechtsgevolgen aan het door de rechtbank geconstateerde vormverzuim moet worden verbonden. Bij de beoordeling hiervan moet de rechtbank rekening houden met de in artikel 359a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering genoemde factoren, waaronder het nadeel dat door het vormverzuim wordt veroorzaakt. Het is aan de verdediging om aan te voeren waaruit dit nadeel bestaat. Dat heeft de verdediging in deze zaak niet aannemelijk gemaakt. Het belang van de verdachte dat een strafbaar feit niet wordt ontdekt kan niet worden aangemerkt als een rechtens te respecteren belang. Een eventuele schending van dit belang als gevolg van een vormverzuim levert geen nadeel op als bedoeld in artikel 359a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
In dat verband overweegt de rechtbank voorts dat de verbalisanten eenmaal binnen in de kamer van verdachte niet zoekend hebben rondgekeken of deze hebben doorzocht, maar louter hebben geconstateerd dat er bij de toegangsdeur van de kamer twee boodschappentassen met enveloppen stonden. De verbalisanten hebben daarop slechts vragen gesteld aan de vader van verdachte. Nadat de verbalisanten de kamer van verdachte hebben verlaten is diezelfde dag door de officier van justitie alsnog een machtiging afgegeven tot het binnentreden van de woning en zijn de boodschappentassen met enveloppen in beslag genomen.
Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat er door het binnentreden van de kamer van verdachte in de woning weliswaar inbreuk is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van verdachte, doch dat door het binnentreden niet een belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden. De rechtbank weegt in dat verband voorts mee dat op basis van hetgeen op 12 februari 2023 in de loods aan de [adres 2] te Hoogeveen was aangetroffen en de informatie die er op dat moment lag, ook een machtiging tot doorzoeking van de woning van verdachte zou zijn verstrekt. Een doorzoeking waarvoor vervolgens op 15 februari 2023 door de rechter-commissaris ook daadwerkelijk een machtiging is afgegeven.35 De rechtbank zal dan ook geen rechtsgevolg verbinden aan het verzuim en hetgeen op 13 februari 2023 in de woning van verdachte is aangetroffen gebruiken voor het bewijs.
Onderzoek aan gegevensdragers
Samsung SM-S908B
In onderzoek Turkije zijn onder verdachte een tweetal telefoons in beslag genomen, te weten een Samsung SM-S908B en een Samsung S21. Verdachte heeft ter terechtzitting van
23 september 2026 verklaard de gebruiker van voornoemde telefoons te zijn geweest. Uit onderzoek in de SamsungSM-S908B blijkt dat verdachte op 130 useraccounts als owner stond ingelogd. Het e-mailadres
dat bij tien van voornoemde useraccounts stond geregistreerd komt ook als customer e-mail address voor op de door Amazon overgelegde lijst met klantaccounts.3637 Voorts zijn op voornoemde telefoon veel fotos aangetroffen van grote hoeveelheden contant geld, pakketten, enveloppen en verzendbewijzen. Een deel van voornoemde fotos zijn genomen in de woning van verdachte of de door verdachte gehuurde loods. Ook werden er op voornoemde telefoon fotos aangetroffen van verdachte samen met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . Tot slot zijn in de Samsung SM-S908B een groot aantal notities en chatgesprekken aangetroffen waarvan de rechtbank vaststelt dat deze gaan over refundfraude. Verdachte legt in de door hem verstuurde berichten onder meer aan anderen uit hoe zij te werk moeten gaan en noemt zichzelf de leermeester van elke Nederlandse refunder.38 In een door verdachte op 7 februari 2023 verstuurd bericht schrijft verdachte ook dat hij het aan [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] (de rechtbank begrijpt: medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] ) heeft geleerd en dat [medeverdachte 2] zijn labels heeft gedaan die dag.39 De rechtbank stelt vast dat de door verdachte in die berichten beschreven werkwijze gelijk is aan de modus operandi die door Amazon in haar aangifte wordt beschreven. Zo heeft verdachte onder andere de volgende berichten verstuurd:
7-2-2023 21:41:43 “En gelijk als verstuurdr is retour aanvrahwn”
7-2-2023 21:41:55 “Gwn mst hun eigen label desnoods amazon en die RMA code eraf halen”
7-2-2023 21:41:58 “Schaar opsturen”
7-2-2023 22:15:13 “Gwn iets bestellen door amazon verkocht & verzonden” 8-2-2023 21:01:03 “Schaar opsturen of een postit klaar” 40
Samsung S21
Uit onderzoek in de onder verdachte in beslag genomen Samsung S21 blijkt dat verdachte middels deze telefoon eveneens toegang had tot diverse gebruikersaccounts. In de notities op voornoemde telefoon stonden daarnaast een groot aantal 3SPIDN0-nummers opgeslagen. Deze nummers zijn delen van Return Merchandise Authorization-codes (hierna: RMA). Een dergelijke code, ook wel RMA-label, wordt op verzoek van de gebruiker van een klantaccount door Amazon aangemaakt. Met dit label kan vervolgens een bestelling aan Amazon worden geretourneerd.41 Tussen de afbeeldingen op voornoemde telefoon stonden meerdere van dergelijke verzendlabels opgeslagen. Tot slot zijn er in de Samsung S21 telefoon van verdachte Telegram-chats aangetroffen waarin verdachte verzendlabels deelt
met anderen en met anderen communiceert over het aanmaken van retouren en het verzenden van pakketten.4243
Financieel onderzoek
In de woning en auto, merk Tesla, van verdachte, de door verdachte gehuurde loods aan de [adres 2] te Hoogeveen en de door verdachte gehuurde ruimte aan de [adres 3] te Hoogeveen is voorts een aantal debit- en creditcards aangetroffen en in beslag genomen.44 Uit een vergelijking met de debit- en creditcards waarmee bij Amazon goederen zijn besteld blijkt dat vier van de onder verdachte aangetroffen debit- en creditcards zijn gebruikt om één of meer van de goederen, vermeld in het door Amazon overgelegde Excel-bestand, te bestellen.45 Deze vier debit- en creditcards stonden ofwel op naam van verdachte ofwel op naam van de onderneming van verdachte, te weten [onderneming] .
Debit-creditcard met nummer [creditcard 1] (Revolut bank)
Bovenvermelde debit-creditcard stond op naam van verdachte en is gebruikt ten behoeve van de bestellingen die zijn gedaan door het klantaccount [onderneming] . Met dit klantaccount is voor een bedrag van in totaal USD 11.495,14 aan producten besteld waarvan een totaalbedrag van USD 10.703,91 door Amazon is gerestitueerd.46 Door het klantaccount [onderneming] zijn vijftien goederen besteld die ook staan vermeld in het Excel-bestand, tabblad items Outstanding.47 Voor deze goederen is aldus door Amazon het aankoopbedrag gerestitueerd, terwijl Amazon het bestelde product niet retour heeft ontvangen.
Debit-creditcard nummer met nummer [creditcard 2] (Airfrance / KLM / American Express)
Bovenvermelde debit-creditcard stond op naam van verdachte en is gebruikt ten behoeve van de bestellingen die zijn gedaan door het klantaccount [account 3] . Met dit klantaccount is voor een bedrag van in totaal USD 31.325,15 aan producten besteld waarvan een totaalbedrag van USD 8.592,32 door Amazon is gerestitueerd.48 Door het klantaccount [account 3] zijn zes goederen besteld die ook staan vermeld in het Excel-bestand, tabblad Items Outstanding.49
Debit-creditcard nummer [creditcard 3] (Revolut bank)
Bovenvermelde debit-creditcard stond op naam van verdachte en is gebruikt ten behoeve van de bestellingen die zijn gedaan door het klantaccount [account 4] . Met dit klantaccount is voor een bedrag van in totaal USD 163.751,19 aan producten besteld waarvan een totaalbedrag van USD 160.417,03 door Amazon is gerestitueerd.50 Door het klantaccount [account 4] zijn 951 goederen besteld die ook staan vermeld in het Excel-bestand, tabblad Items Outstanding.51
Debit-creditcard nummer [creditcard 4] (ZEN bank)
Bovenvermelde debit-creditcard stond op naam van verdachte en is gebruikt ten behoeve van de bestellingen die zijn gedaan door het klantaccount [verdachte] . Met dit klantaccount is voor een bedrag van in totaal USD 18.188,07 aan producten besteld waarvan een totaalbedrag van USD 13.991,49 door Amazon is gerestitueerd.52 Door het klantaccount [verdachte] zijn 796 goederen besteld die ook staan vermeld in het Excel-bestand, tabblad Items Outstanding.53
Uit onderzoek naar de betaalrekeningen op naam van verdachte blijkt voorts dat met die betaalrekeningen grote geldbedragen aan Amazon zijn betaald en van Amazon retour zijn ontvangen. Ook blijkt dat door verdachte grote geldbedragen zijn overgemaakt van en naar de betaalrekeningen van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .54555657
Aan verdachte wordt onder het onder 1 primair ten laste gelegde verweten dat hij een vijftal specifiek genoemde goederen heeft gekocht met het oogmerk om zich en/of een ander zonder volledige de betaling de beschikking over deze goederen te verzekeren. De rechtbank zal voor elk van deze goederen beoordelen of daarvoor voldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is.
a. een Brother QL1110NWB Professionele etiketprinter (Exel-bestand [bestandsnaam] tabblad Order Data, rij 4418, Excel-bestand [bestandsnaam] tabblad Items Outstanding, rij 3);
Order-id: [nummer]
Op basis van de door Amazon overgelegde gegevens stelt de rechtbank vast dat dit product op 26 maart 2021 is besteld door de gebruiker van het klantaccount [onderneming] .58 Het product komt voor op de door Amazon overgelegde lijst met Items outstanding, hetgeen betekent dat Amazon het aankoopbedrag heeft gerestitueerd maar het bestelde product niet door Amazon retour is ontvangen. Het terugbetalingsverzoek voor dit product is op 19 april 2021 gedaan.59 Het e-mailadres dat is gekoppeld aan het klantaccount [onderneming] betreft het e-mailadres [e-mailadres 1] . Uit het aan de telefoons van verdachte verrichte onderzoek is gebleken dat verdachte zowel op de onder verdachte inbeslaggenomen Samsung SM-S908D als op de Samsung S21 toegang had tot dit e-mailadres.60 Ook is als afleveradres voor het bestelde artikel opgegeven het adres [adres 4] te Hoogeveen. Voorts is de debit-creditcard die is gebruikt om met het klantaccount [onderneming]
bestellingen te plaatsen aangetroffen op het adres aan de [adres 3] te Hoogeveen, het adres waar verdachte een mancave had.61
De raadsman heeft aangevoerd dat voor onderhavig goed niet kan worden vastgesteld dat er een onjuiste retour heeft plaatsgevonden en verdachte daarom in zoverre moet worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt in dat verband dat het tabblad Bad Returns een lijst bevat van zogenaamde teruggestuurde en door Amazon ontvangen pakketten, waarvan is geconstateerd dat in die pakketten niet het te retourneren product zat. De rechtbank merkt op dat in veel gevallen - nadat een terugbetalingsverzoek werd gedaan - door Amazon in zijn geheel niets retour werd ontvangen, terwijl het aankoopbedrag wel door Amazon werd gerestitueerd. Het aantal producten waarvoor een terugbetalingsverzoek is gedaan en het te retourneren goed niet retour is gestuurd, is derhalve omvangrijker dan het aantal goederen vermeld in het tabblad Bad Returns.62 Het verweer van de raadsman, inhoudende dat verdachte in zoverre dient te worden vrijgesproken omdat niet kan worden vastgesteld dat er sprake is van een onjuiste retour, zal daarom worden verworpen.
Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte de persoon is geweest die voornoemd artikel heeft besteld, verdachte voor dit product een terugbetalingsverzoek heeft gedaan en het aankoopbedrag retour heeft ontvangen, maar verdachte het artikel niet aan Amazon retour heeft gestuurd.
een Apple Watch Series 8 (Excel-bestand [bestandsnaam] tabblad Order Data, rij 3173, Excel-bestand [bestandsnaam] tabblad Items Outstanding, rij 477);
LEGO 42125 Technic Ferrari (Excel-bestand [bestandsnaam] tabblad Order Data, rij 1391, Excel-bestand [bestandsnaam] tabblad Items Outstanding, rij 4630);
Order-ids [nummer] en [nummer]
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat voor voornoemde goederen een onjuiste retour is geregistreerd en heeft zich in zoverre gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank stelt vast dat voornoemde goederen zijn besteld door de klantaccounts [account 5] en [account 6] .63 Reeds is vastgesteld dat verdachte de gebruiker is geweest van voornoemde klantaccounts. Nu voornoemde goederen staan vermeld op de lijst in het Excel-bestand, onder het tabblad Bad Returns, stelt de rechtbank vast dat verdachte de persoon is geweest die voornoemde producten heeft besteld, verdachte voor deze goederen een terugbetalingsverzoek heeft gedaan en het aankoopbedrag retour heeft ontvangen, maar hij een lege verpakking of een product van weinig waarde aan Amazon retour heeft gestuurd.
LEGO 21058 Architecture Monumentencollectie (Excel-bestand [bestandsnaam] tabblad Order Data, rij 381, Excel-bestand [bestandsnaam] tabblad Items Outstanding, rij 7267);
Order-id: [nummer]
Uit de door Amazon overgelegde gegevens stelt de rechtbank vast dat dit product op
1 januari 2023 is besteld door de gebruiker van het klantaccount [verdachte] (Customer-id [nummer] ).64 Het product komt voor op de door Amazon overgelegde lijst met Items outstanding,
hetgeen betekent dat Amazon het aankoopbedrag heeft gerestitueerd, maar het bestelde product niet door Amazon retour is ontvangen. Het e-mailadres dat is gekoppeld aan voornoemd klantaccount betreft het e-mailadres [e-mailadres 2] en het opgegeven afleveradres is [adres 4] te Hoogeveen, het woonadres van verdachte.65 Uit een uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt dat de handelsnaam [domeinnaam 2] staat geregistreerd op naam van verdachte en is gevestigd aan [adres 4] te Hoogeveen. Ook is het telefoonnummer dat door de gebruiker van het klantaccount [verdachte] is opgegeven, te weten het telefoonnummer [telefoonnummer] , het telefoonnummer dat verdachte op zijn Samsung SM-S908B in gebruik heeft gehad.66 Op
1 februari 2023 is voor dit artikel een terugbetalingsverzoek aan Amazon gedaan.67 In de door verdachte gehuurde loods aan de [adres 2] te Hoogeveen is een gelijk product aangetroffen, waarvan de bijbehorende Order-id correspondeert met de Order-id vermeld bij het product in rij 7267 van het Excel-bestand, tabblad Items outstanding.68 Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat het niet anders kan dan dat het LEGO-product dat op 12 februari 2023 in de loods van verdachte is aangetroffen hetzelfde LEGO-product is als het onderhavige. De rechtbank stelt voorts vast dat verdachte de persoon is geweest die voornoemd artikel heeft besteld, verdachte voor dit artikel een terugbetalingsverzoek heeft gedaan en het aankoopbedrag retour heeft ontvangen, maar verdachte het artikel niet aan Amazon retour heeft gestuurd.
Splatoon 3 NL versie (Nintendo Switch) (Excel-bestand [bestandsnaam] tabblad Order Data, rij 36, Excel-bestand [bestandsnaam] tabblad Items Outstanding, rij 7562);
Order-id: [nummer]
Uit de door Amazon overgelegde gegevens stelt de rechtbank vast dat dit artikel op
7 februari 2023 is besteld door de gebruiker van het klantaccount [verdachte] (Customer-id: [nummer] ).69 Het artikel komt voor op de door Amazon overgelegde lijst met Items outstanding, hetgeen betekent dat Amazon het aankoopbedrag heeft gerestitueerd, maar het bestelde artikel niet door Amazon retour is ontvangen. Het e-mailadres dat is gekoppeld aan voornoemd klantaccount is het e-mailadres [e-mailadres 3] en het opgegeven afleveradres is [adres 4] te Hoogeveen.70 Uit een uittreksel uit de iCOV blijkt dat verdachte een onderneming genaamd [domeinnaam 2] op zijn naam geregistreerd had staan.71 Tot slot is de debit-creditcard waarmee onderhavig artikel is besteld aangetroffen in de woning van verdachte.72
Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte de persoon is geweest die voornoemd artikelheeft besteld, voor dit artikel een terugbetalingsverzoek heeft gedaan en het aankoopbedrag retour heeft ontvangen, maar het artikel niet retour heeft gestuurd.
andere goederen (Excel-bestand [bestandsnaam] Excel-bestand [bestandsnaam] tabblad Items Outstanding);
Aan verdachte is voorts onder (f) ten laste gelegd dat hij ook de overige in het Excel-bestand, onder het tabblad Items Outstanding, genoemde goederen heeft gekocht met het oogmerk om zich en/of een ander zonder volledige betaling de beschikking over deze goederen te verzekeren. De rechtbank heeft reeds vastgesteld dat verdachte de gebruiker is geweest van de 41 klantaccounts waarmee elk van de in het Excel-bestand, onder het tabblad Items Outstanding, opgenomen goederen zijn besteld en waarvan het merendeel van die goederen is afgeleverd op het woonadres van verdachte. Door de raadsman is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat een ander dan verdachte gebruik zou hebben gemaakt van één of meer van voornoemde klantaccounts. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte alle in het Excel-bestand, onder het tabblad Items Outstanding, genoemde goederen heeft besteld, voor die goederen een terugbetalingsverzoek heeft gedaan en het aankoopbedrag retour heeft ontvangen, maar verdachte niet het (juiste) product aan Amazon retour heeft gestuurd.
Oogmerk
Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de wetgever met de invoering van de regeling van flessentrekkerij gedragingen strafbaar heeft willen stellen waarbij iemand - al dan niet met gebruikmaking van oplichtingsmiddelen - een ander beweegt tot de afgifte van een goed, met het oogmerk om, zonder de overeengekomen betaling daarvoor volledig te willen voldoen, zich of een ander de beschikking over dat goed te verzekeren.7374 Anders dan de raadsman stelt hoeft voor een bewezenverklaring niet te worden vastgesteld dat het oogmerk reeds bestond op het moment van het kopen van dat goed. Uit het (uiteindelijk) niet betalen en het feit dat verdachte op verschillende tijdstippen goederen heeft gekocht zonder het aankoopbedrag te voldoen kan het oogmerk worden afgeleid 75 Bij flessentrekkerij zit het bedrog immers niet in de trucs waardoor de verkoper wordt bewogen, - zoals bij oplichting -
maar in het voornemen om naderhand wanprestatie te plegen door niet te betalen.
Eén van de essentiële kenmerken van flessentrekkerij als bedoeld in artikel 326a van het Wetboek van Strafrecht is voorts gelegen in het, aan het bestanddeel beroep of gewoonte maken te ontlenen, repeterende karakter van de kernhandeling: het kopen van goederen met het oogmerk van niet-betaling. In de onderhavige zaak is aan dit bestanddeel feitelijk invulling gegeven, nu uit de bewijsmiddelen volgt dat in de periode van 3 maart 2021 tot en met 12 februari 2023 een zeer groot aantal goederen zijn besteld en niet zijn geretourneerd nadat het aankoopbedrag aan verdachte werd teruggestort. De rechtbank leidt uit de werkwijze van verdachte, de duur van de periode en de omvang waarin dit handelen heeft plaatsgevonden af dat het niet anders kan dan dat verdachte telkens het oogmerk heeft gehad om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over de goederen te verzekeren. De verdachte heeft bovendien ter terechtzitting van 23 september 2026 verklaard dat hij een derde heeft ingeschakeld, de refunder, en het zijn bedoeling was om de aankoopbedragen van Amazon retour te ontvangen. Verdachte betaalde de bij Amazon bestelde goederen weliswaar steeds, maar hij had op datzelfde moment ook telkens de intentie om na ontvangst van de goederen zijn betaling ongedaan te maken en de goederen vervolgens niet te retourneren naar Amazon.
Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte ook andere goederen heeft besteld met het oogmerk om, zonder de overeengekomen betaling daarvoor volledig te willen voldoen, zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren. Daarmee heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan grootschalige refundfraude, te kwalificeren als flessentrekkerij.
Medeplegen
De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Uit onderzoek in de Samsung SM-S908B van verdachte heeft de rechtbank uit een door verdachte op 7 februari 2023 verstuurd bericht reeds afgeleid dat verdachte de werkwijze van refundfraude ook aan medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] heeft geleerd en dat medeverdachte [medeverdachte 2] ook verzendlabels van door verdachte aangevraagde retouren heeft laten scannen.76 De rechtbank overweegt ten aanzien van het medeplegen voorts dat de drie verdachten in grotendeels dezelfde periode een gelijke modus operandi hebben gehanteerd. Ook zijn er door verdachte bestelde en voor retour aangemelde goederen aangetroffen op het woonadres van medeverdachte [medeverdachte 1] en konden op een verzendbewijs in de woning van medeverdachte [medeverdachte 2] aangetroffen tracking-ids worden gekoppeld aan door verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] bestelde goederen.7778 Daarnaast blijkt uit onderzoek naar de betaalrekeningen op naam van verdachte dat er grote geldbedragen zijn overgemaakt van en naar de betaalrekeningen van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .7980 Gelet op voorgaande bevindingen stelt de rechtbank vast dat verdachte heeft samengewerkt met zijn medeverdachten in die zin dat zij over en weer delen van het werkproces voor de refundfraude voor elkaar hebben uitgevoerd.
Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten die in de kern heeft bestaan uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank ook het tenlastegelegde medeplegen wettig en overtuigend bewezen.
Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde
Financieel onderzoek
Uit onderzoek naar de betaalrekeningen van verdachte blijkt dat verdachte op de betaalrekening van de ING bank met rekeningnummer [bankrekeningnummer 1] in de periode van 9 mei 2022 tot en met
15 februari 2023 een bedrag van in totaal 78.454,66 krijgt bijgeschreven afkomstig van [bedrijf 1] Voorts blijkt dat (de onderneming van) verdachte op de voornoemde betaalrekening in de periode van 9 mei 2022 tot en met 15 februari 2023 ook een bedrag van in totaal 34.350,00 krijgt bijgeschreven afkomstig van [bedrijf 2] .8182 Ook op de betaalrekening van de ING bank met rekeningnummer [bankrekeningnummer 2] van (de onderneming van) verdachte zijn in voornoemde periode meermalen grote geldbedragen ontvangen van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] .8384
De rechtbank stelt mitsdien vast dat verdachte in de ten laste gelegde periode substantiële geldbedragen heeft ontvangen van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] .
[bedrijf 1] en [bedrijf 3]
Getuigenverklaring [getuige 1]
Door [getuige 1] , eigenaar van [bedrijf 1] en [bedrijf 3] , (hierna: [getuige 1] ) is verklaard dat hij met verdachte aan handel deed en hij door verdachte aangeboden goederen van verdachte heeft gekocht. [getuige 1] heeft voorts verklaard dat verdachte op een gegeven moment wekelijks bij hem in de winkel kwam met goederen. Na enige tijd kwam verdachte met complete dozen van Amazon de winkel binnen. Over de bedragen die door de onderneming(en) van [getuige 1] op de betaalrekeningen van verdachte zijn overgemaakt heeft [getuige 1] verklaard dat deze waarschijnlijk betrekking hebben op de inkoop van goederen, zoals bijvoorbeeld headsets, mobiele telefoons en printers. [getuige 1] heeft verklaard dat verdachte nooit iets heeft gezegd over de herkomst van de goederen, maar dat hij er geen goed gevoel bij had.85
Vergelijking van de aangeboden goederen met de goederen van Amazon
Op basis van de door [bedrijf 1] overgelegde administratie en de door verdachte ontvangen geldbedragen, afkomstig van [bedrijf 1] , stelt de rechtbank vast dat verdachte op verschillende momenten goederen heeft verkocht aan [bedrijf 1] Door [bedrijf 1] is onder meer een verkoop-
/inkoopverklaring van 26 augustus 2022 overgelegd. Op die verklaring is als klantnaam de naam [verdachte] genoteerd en de verklaring is voorzien van een handtekening gelijkend op de handtekening van verdachte. De rechtbank stelt derhalve vast dat verdachte de persoon is geweest die voornoemde goederen aan [bedrijf 1] heeft aangeboden en heeft verkocht. De verklaring vermeldt dat er op
26 augustus 2021 aan [bedrijf 1] onder meer een tweetal Apple Ipads Air met Imei-nummers [IMEI-serienummer] en [IMEI-serienummer] zijn verkocht voor een bedrag van
475,00 per stuk. Uit een door [bedrijf 1] overgelegde verkoop- / inkoopverklaring van 16 juli 2021 blijkt dat verdachte op voornoemde dag aan [bedrijf 1] een Apple IPhone 12 Pro Max met Imei-nummer [IMEI-serienummer] heeft verkocht voor een bedrag van 925,00. Tot slot blijkt uit een andere verkoop- / inkoopverklaring van 10 maart 2021 dat door verdachte aan [bedrijf 1] ook een Apple Iphone 12 Pro Max met Imei-nummer [IMEI-serienummer] is verkocht voor een bedrag van 1.050,00.86
Voornoemde goederen zijn aan de hand van de opgegeven Imei-nummers vergeleken met de Imei-nummers van de goederen die volgens Amazon betrokken waren bij refundfraude. Uit dit onderzoek is gebleken dat elk van de voornoemde goederen afkomstig was van Amazon en is betrokken bij de refundfraude, in die zin dat het aankoopbedrag van die goederen reeds door Amazon was gerestitueerd.87
Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat uit de door Amazon overgelegde Excel-bestanden niet kan blijken dat verdachte de persoon is geweest die voornoemde goederen heeft besteld. Wel is reeds vastgesteld dat verdachte de persoon is geweest die voornoemde goederen bij [bedrijf 1] heeft aangeboden en in ruil voor die goederen op zijn betaalrekening geld heeft ontvangen. Gelet op het hiervoor onder 1 primair bewezenverklaarde kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat verdachte wist dat de goederen die hij heeft aangeboden van misdrijf afkomstig waren, namelijk van de door verdachte en zijn medeverdachten gepleegde refundfraude. De rechtbank acht
dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen de herkomst van de genoemde goederen heeft verhuld en deze goederen heeft overgedragen en omgezet, terwijl verdachte wist dat die goederen afkomstig waren uit enig misdrijf. Dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte de voornoemde goederen ook bij Amazon heeft besteld maakt dit naar het oordeel van de rechtbank niet anders.
[bedrijf 2]
Getuigenverklaring [getuige 2]
Door [getuige 2] , eigenaar van [bedrijf 2] , (hierna: [getuige 2] ) is verklaard dat verdachte telefonisch of via de inkoopsite van zijn onderneming mobiele telefoons en iPads heeft aangeboden. Over de geldbedragen die (de onderneming van) [getuige 2] naar de betaalrekening van verdachte heeft overgemaakt heeft [getuige 2] verklaard dat die bedragen zijn overgemaakt voor de aankoop van door verdachte aangeboden mobiele telefoons, Ipads en horloges. [getuige 2] heeft voorts verklaard dat hij het idee had dat verdachte deel uitmaakte van een groep en verdachte in december 2022 ook samen met twee anderen telefoons heeft aangeboden.88
Vergelijking van de aangeboden goederen met de goederen van Amazon
De raadsman heeft zich gerefereerd met betrekking tot de bewezenverklaring van het witwassen van de onder [bedrijf 2] onder (a) en (d) tot en met (t) ten laste gelegde goederen. Ten aanzien van de onder [bedrijf 2] onder (b), (c), (u) en (v) ten laste gelegde goederen overweegt de rechtbank het volgende. Door [bedrijf 2] is op
5 oktober 2023 een bestand aangeleverd waarin onder meer een overzicht is opgenomen van alle goederen die door verdachte zijn aangeboden en van verdachte of diens onderneming zijn ingekocht. Op basis van dat bestand is geconstateerd dat [bedrijf 2] op
12 september 2022 een bedrag van in totaal 3.300,00 heeft overgemaakt naar de betaalrekening van verdachte met rekeningnummer [bankrekeningnummer 1] . De betaling heeft betrekking op een inkooporder die middels Whatsapp is geplaatst. In het door [bedrijf 2] aangeleverde bestand staat vermeld dat voornoemd bedrag is betaald voor de inkoop van tien Apple Watches, onder andere die met de serienummers [IMEI-serienummer] en [IMEI-serienummer] . Uit het door [bedrijf 2] aangeleverde bestand blijkt voorts dat op 25 september 2022 aan verdachte een bedrag van 7.200,00 is betaald ten behoeve van de inkoop van nog eens dertig Apple Watches, waaronder die met serienummers [IMEI-serienummer] en [IMEI-serienummer] .89
Voornoemde goederen zijn aan de hand van de opgegeven serienummers vergeleken met de serienummers van de goederen die volgens Amazon betrokken waren bij refundfraude. Uit die vergelijking blijkt dat de Apple Watches met de serienummers [IMEI-serienummer] , [IMEI-serienummer] en [IMEI-serienummer] zijn besteld door medeverdachte [medeverdachte 1] en zijn betrokken bij refundfraude. Uit de vergelijking door Amazon blijkt voorts dat ook de Apple Watch met serienummer [IMEI-serienummer] afkomstig was van Amazon en is betrokken bij de refundfraude, in die zin dat het aankoopbedrag reeds was geretourneerd.90
Gelet op het hiervoor onder 1 primair bewezenverklaarde acht de rechtbank ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte ook van deze goederen wist dat deze van misdrijf afkomstig waren en hij samen met anderen de herkomst van de genoemde goederen heeft verhuld en deze goederen heeft overgedragen en omgezet. Dat niet is vastgesteld wie de Apple Watch met serienummer [IMEI-serienummer] bij Amazon heeft besteld maakt dit naar het oordeel van de rechtbank niet anders.
Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde
Op de onder verdachte inbeslaggenomen Samsung S21 telefoon zijn diverse berichten en notities aangetroffen met daarin een werkwijze om terminalcodes, activatiecodes en pincodes van PostNL te verkrijgen om met die codes een retourzending te kunnen manipuleren.91 Door de raadsman is
aangevoerd dat voornoemde instructies en berichten geen gegevens zijn ter verkrijging van een niet-contant betaalinstrument als bedoeld in artikel 234 juncto artikel 80septies van het Wetboek van Strafrecht.
Blijkens de memorie van toelichting bij artikel 234 van het Wetboek van Strafrecht is de strafbaarstelling in dat artikel aangepast ter implementatie van Richtlijn 2019/713/EU van het Europees Parlement (hierna: de Richtlijn). Artikel 7 van de Richtlijn verplicht lidstaten tot het strafbaar stellen van de vervaardiging en de aanschaf voor zichzelf of een ander van middelen om (i) niet-contante betaalinstrumenten na te maken of te vervalsen, (ii) niet-contante betaalinstrumenten te stelen of zich anderszins wederrechtelijk toe te eigenen of (iii) om computerdelicten te plegen met het oogmerk een wederrechtelijk voordeel voor de dader of een derde te behalen. Blijkens de Richtlijn wordt onder niet-contante betaalinstrumenten in de eerste plaats begrepen niet-chartaal geld. Onder niet-chartaal geld worden begrepen giraal geld en elektronisch geld. Giraal geld is geld dat op een bankrekening staat.92
De rechtbank stelt vast dat in de telefoon van verdachte notities en berichten zijn aangetroffen met daarin een beschrijving en/of stappenplan om PostNL te misleiden een terminalcode, activatiecode en pincode te doen overleggen teneinde retourzendingen te kunnen manipuleren. Naar het oordeel van de rechtbank kan de in de notities en berichten beschreven werkwijze geen ander doel hebben gehad dan het aankoopbedrag retour te ontvangen en het aangekochte product onder zich te houden. Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat voornoemde instructies en berichten gegevens zijn ter verkrijging van girale gelden en het aldus gegevens zijn ter verkrijging van een niet-contant betaalinstrument als bedoeld in artikel 234 van het Wetboek van Strafrecht.
Gelet op het voorgaande verwerpt de rechtbank het verweer van de raadsman en acht zij het onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
Vrijspraak ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde
De verdachte wordt onder het onder 4 ten laste gelegde verweten dat hij samen met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had misdrijven te plegen. De rechtbank stelt voorop dat van deelneming aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht slechts dan sprake kan zijn, indien de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt bij, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk. Het samenwerkingsverband dient te bestaan uit twee of meer personen met een zekere duurzaamheid en structuur. Niet is vereist dat deelnemers met alle personen in de organisatie samenwerken of alle personen in de organisatie kennen.
Aan de hand van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt de rechtbank vast dat verdachte en de medeverdachten zich gedurende een langere periode gelijktijdig en stelselmatig hebben beziggehouden met refundfraude en het witwassen van de uit de refundfraude verkregen goederen. Uit de bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van de rechtbank weliswaar dat de verdachten op verschillende momenten in wisselende verbanden met elkaar hebben samengewerkt, maar de bewijsmiddelen leveren - ook in onderling verband en samenhang bezien - onvoldoende wettig en overtuigend bewijs op dat er tussen de verdachten een samenwerkingsverband met een zekere structuur als hiervoor bedoeld heeft bestaan. Het dossier bevat daarvoor onvoldoende informatie. Zo komt niet naar voren dat onderling gezamenlijke regels golden dan wel dat afspraken waren gemaakt over de onderlinge verdeling van werkzaamheden of activiteiten van deelnemers met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie. Ook ontbreken voldoende aanwijzingen voor een gezamenlijke besluitvorming. Voorts is uit het dossier onvoldoende gebleken van een aanwijsbare leider die opdrachten of aansturing geeft aan de andere deelnemers binnen het samenwerkingsverband. Het bericht afkomstig van verdachte, inhoudende dat hij de werkwijze aan medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] heeft geleerd, is daarvoor onvoldoende.
Tot slot weegt mee dat uit het dossier blijkt dat de verdachten zich (ook) los van elkaar bezig hielden met refundfraude. Dat verdachten ieder als medepleger betrokken zijn geweest bij de ten laste gelegde feiten, maakt nog niet dat zij daardoor deel uitmaken van een criminele organisatie.
Het voorgaande betekent dat naar het oordeel van de rechtbank niet is bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht en dat derhalve niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan verdachte onder 4 is ten laste gelegd, zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.
Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde
[adres 3] te Hoogeveen
De raadsman heeft zich ten aanzien van het voorhanden hebben van de verdovende middelen die aan de [adres 3] te Hoogeveen zijn aangetroffen, te weten in totaal 75,22 gram MDMA en 21,19 gram 2C-B, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Nu de verdovende middelen zijn aangetroffen in een door verdachte gehuurde ruimte, verdachte het bezit van deze verdovende middelen bekent en de verdovende middelen door het NFI zijn onderzocht acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte voornoemde hoeveelheden verdovende middelen opzettelijk aanwezig heeft gehad.93
[adres 2] te Hoogeveen
Tijdens het betreden van de loods aan de [adres 2] te Hoogeveen op 12 februari 2023 hebben de betrokken verbalisanten naar aanleiding van de melding dat er in de loods zou zijn ingebroken aanvankelijk zoekend rondgekeken. Op enig moment ziet één van de verbalisanten op de grond twee schoenendozen staan, waarop de verbalisant van één van de schoenendozen het deksel verwijdert. In de schoenendoos treft de verbalisant - zo blijkt later uit forensisch onderzoek - verdovende middelen aan. Hierop is telefonisch contact gelegd met een officier van justitie en is gelast de loods te gaan doorzoeken op grond van de verdenking van witwassen. Niet is door de officier van justitie medegedeeld dat hierbij een hulpofficier van justitie aanwezig dient te zijn. Ook de tweede schoenendoos wordt geopend en daarin worden zo blijkt later uit forensisch onderzoek verdovende middelen aangetroffen. De rechtbank stelt vast dat er op dat moment nog steeds geen hulpofficier van justitie aanwezig was. In afwachting van een hulpofficier van justitie is de loods om 22:01 uur, pas ná het openen van de tweede schoenendoos, bevroren. Om 23:10 uur is de doorzoeking van de loods uiteindelijk geopend.94
Vormverzuimen en bewijsuitsluiting
De rechtbank constateert allereerst dat er op grond van artikel 96 van het Wetboek van Strafvordering genoeg aanleiding was om de loods te betreden en in die loods zoekend rond te kijken. Voor het betreden van een loods is bovendien geen toestemming van de rechter-commissaris vereist. De rechtbank stelt voorts vast dat het openen van de eerste schoenendoos verder gaat dan slechts zoekend rondkijken en dat hiervoor geen toestemming was verleend. Hoewel het openen van de tweede schoenendoos plaatsvond nadat door een officier van justitie de doorzoeking van de loods op grond van witwassen was gelast, had bij die doorzoeking op grond van artikel 96c van het Wetboek van Strafvordering een (hulp)officier van justitie aanwezig moeten zijn geweest. Gelet op het voorgaande was het openen van de in de loods aan de [adres 2] te Hoogeveen aangetroffen dozen door de politie naar het oordeel van de rechtbank onrechtmatig.
De vraag is of, en zo ja, welke rechtsgevolgen aan het door de rechtbank geconstateerde vormverzuim moet worden verbonden. Bij de beoordeling hiervan moet de rechtbank rekening houden met de in artikel 359a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering genoemde factoren, waaronder het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt. Het is aan de verdediging om aan te voeren waaruit dit nadeel bestaat. Dat heeft de verdediging in deze zaak nagelaten. Het belang van de verdachte dat een strafbaar feit niet wordt ontdekt kan niet worden aangemerkt als een rechtens te respecteren belang. Een eventuele schending van dit belang als gevolg van een vormverzuim levert geen nadeel op als bedoeld in artikel 359a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat er door het openen van de schoenendozen in de loods van verdachte weliswaar inbreuk is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van verdachte, doch dat door het openen daarvan niet een belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden. De rechtbank weegt in dat verband voorts mee dat kort na het openen van de schoenendozen de doorzoeking alsnog onder leiding van een hulpofficier van justitie is geopend en dat deze schoenendozen, in de situatie dat zou zijn gewacht met het openen van de dozen, diezelfde avond alsnog zouden zijn geopend. Voor het openen van de schoenendozen was op dat moment immers voldoende opsporingsbelang. De rechtbank zal dan ook geen rechtsgevolg verbinden aan het verzuim en hetgeen op 12 februari 2023 in de loods aan de [adres 2] te Hoogeveen is aangetroffen gebruiken voor het bewijs.
Onderzoek verdovende middelen [adres 2] te Hoogeveen
De in de loods aan de [adres 2] te Hoogeveen aangetroffen middelen zijn getest. Uit de resultaten van de door de politie afgenomen indicatieve testen en het door het Nederlands Forensisch Instituut verrichte identificatieonderzoek is gebleken dat het gaat om hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA, en hoeveelheden van een materiaal bevattende 2C-B, zijnde 2C-B. Beide stoffen staan genoemd in de bij de Opiumwet behorende lijst I. 9596
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onder 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht feit het onder 1 primair, 2, 3 en 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1.
hij op tijdstippen in de periode van 3 maart 2021 tot en met 12 februari 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren, bij Amazon EU S.a.r.l. en/of Amazon Payments Europe S.C.A (hierna: Amazon), te weten:
2.
hij op tijdstippen in de periode van 10 maart 2021 tot en met 25 september 2022 te Hoogeveen en/of Zuidwolde en/of Vianen , tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, van voorwerpen, te weten: ( [bedrijf 1] )
( [nummer] p. 2397 en [nummer] p. 2589)
a. een IPad (IMEI-serienummer [IMEI-serienummer] )
b. een IPad (IMEI-serienummer [IMEI-serienummer] ) ( [nummer] p. 2397), ( [nummer] p. 2398 en [nummer] p. 2589),
c. een IPhone (IMEI-serienummer [IMEI-serienummer] ) ( [nummer] p. 2401 en [nummer] p. 2590),
d. een IPhone (IMEI-serienummer [IMEI-serienummer] )
( [bedrijf 2] )
( [nummer] p. 2434 en [nummer] p. 2590-2591),
terwijl hij, verdachte, wist dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;
3.
hij in de periode 21 december 2022 tot en met 13 februari 2023 in Nederland, gegevens, te weten
- werkinstructies en berichten met hierin een beschrijving en/of stappenplan voor het plegen van flessentrekkerij en/of oplichting en/of verduistering, aangetroffen op de Samsung S21 van verdachte, voorhanden heeft gehad,
waarvan hij, verdachte, wist dat die bestemd waren tot het plegen van een misdrijf omschreven in een van de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht,
terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;
5.
hij in de periode van 12 februari 2023 tot en met 13 februari 2023 te Hoogeveen, opzettelijk, aanwezig heeft gehad
( [adres 2] )
( [adres 3] )
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
5. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gepleit bij de strafoplegging rekening te houden met het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafvordering, de overschrijding van de redelijke termijn, de vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek en de persoon van verdachte. Voorts heeft de raadsman gepleit bij het bepalen van de op te leggen straf aan te sluiten bij de oriëntatiepunten van het LOVS inzake fraude. De raadsman
heeft gepleit aan verdachte geen gevangenisstraf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijk deel de duur van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht overstijgt.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages van de reclassering van 21 augustus 2025 en 28 augustus 2026, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 19 augustus 2026, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich in de periode van 3 maart 2021 tot en met 12 februari 2023 samen met anderen schuldig gemaakt aan flessentrekkerij. Verdachte heeft in voornoemde periode structureel een groot aantal (luxe)goederen besteld bij Amazon en ook betaald. Verdachte heeft de bestelde goederen vervolgens op grote schaal als retour verzonden aangemeld en het aankoopbedrag van Amazon gerestitueerd gekregen. In werkelijkheid verstuurde verdachte het oorspronkelijk bestelde (luxe)goed niet retour, maar verzond hij geheel niets, een lege verpakking of een product van weinig waarde retour. Verdachte heeft op deze manier een groot aantal (luxe)goederen bemachtigd, zonder daarvoor het aankoopbedrag te hebben betaald. Vervolgens heeft verdachte een groot aantal van deze goederen in geld omgezet en de herkomst van die goederen verhuld door deze goederen te verkopen aan derden. Daarnaast heeft verdachte in de periode van 21 december 2022 tot en met 13 februari 2023 werkinstructies en berichten in bezit gehad met daarin een beschrijving en/of stappenplan voor het plegen strafbare feiten, zoals flessentrekkerij en oplichting.
Bij het plegen van deze strafbare feiten heeft verdachte zich enkel laten leiden door financieel gewin en misbruik gemaakt van het algemene vertrouwen dat in het economisch verkeer moet kunnen worden gesteld en in de wijze waarop via webshops goederen worden verhandeld. Verdachte is lange tijd gewetenloos en geraffineerd te werk gegaan. Naast de grote financiële schade die Amazon heeft geleden, worden ook andere klanten de dupe van het handelen van verdachte. Door het handelen van verdachte worden prijzen opgedreven en scherpen bedrijven hun retourbeleid aan.
Tot slot heeft verdachte zich in de periode van 12 februari 2023 tot en met 13 februari 2023 schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een grote hoeveelheden harddrugs, te weten in totaal 562,75 gram MDMA en 141,24 gram 2C-B. Het is algemeen bekend dat harddrugs zeer schadelijk is voor de gezondheid. Bovendien gaat het gebruik van harddrugs gepaard met verschillende vormen van (zware) criminaliteit, waardoor de samenleving ernstige schade wordt berokkend. De rechtbank rekent verdachte dit alles zwaar aan.
Persoon van verdachte
De reclassering schrijft in het advies van 28 augustus 2026 dat de financiën van verdachte, diens houding en zijn sociaal netwerk de voornaamste delictgerelateerde factoren zijn. Gelet op het gebrek aan diagnostiek en de proceshouding van verdachte kan de reclassering niet inschatten of het psychosociaal functioneren van verdachte ook van invloed is geweest. Sinds november 2025 staat verdachte in het kader van een voorwaardelijke invrijheidstelling van een aan hem opgelegde gevangenisstraf, onder toezicht. De reclassering schrijft dat verdachte goed meewerkt aan het toezicht en zich houdt aan de voorwaarden.
Verdachte wordt begeleid door [instelling] en staat op de wachtlijst voor diagnostiek. Het huidige werk en
inkomen van verdachte kunnen mogelijk als beschermende factoren worden aangemerkt. De reclassering ziet geen noodzaak aanvullende bijzondere voorwaarden op te leggen.
De reclassering schat de risicos op recidive in als laag-gemiddeld. De reclassering beschrijft dat de risicos op recidive, gelet op het uitgebreide justitiële documentatie en zijn voormalig netwerk, niet volledig zijn uit te sluiten. Voornoemde risicos blijven echter beperkt door de meewerkende houding van verdachte ten opzichte van het lopende toezicht en de behandeling en de omstandigheden dat verdachte een stabiel inkomen heeft en minder omgang met zijn netwerk. Los van de negatieve gevolgen die voor een ieder gelden ziet de reclassering geen contra-indicaties voor het opleggen van een gevangenisstraf.
Vormverzuimen
Met betrekking tot het onderzoek aan de telefoons van verdachte is de rechtbank met de raadsman van oordeel dat er sprake is van een vormverzuim. In het Landeck-arrest heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie geconcludeerd dat, indien een meer dan beperkte inbreuk is te voorzien op de persoonlijke levenssfeer, de rechter-commissaris moet beslissen over de vraag of dat onderzoek aan op een telefoon aanwezige gegevens mag worden uitgevoerd. In onderhavige strafzaak viel bij het onderzoek aan de in onderzoek Turkije onder verdachte inbeslaggenomen telefoons een meer dan beperkte inbreuk te voorzien op de persoonlijke levenssfeer van verdachte. Hoewel het Landeck-arrest nog niet was gewezen ten tijde van het onderzoek aan deze telefoons, gaat het niet om nieuw recht, maar om uitleg van reeds bestaand recht. De toestemming van de officier van justitie was daarom niet toereikend en de rechter-commissaris had toestemming moeten geven voordat dit onderzoek mocht worden uitgevoerd.
De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden is of aan dit vormverzuim rechtsgevolgen moeten worden verbonden, en zo ja welke. Zoals reeds overwogen moet bij de beantwoording van die vraag rekening worden gehouden met de in artikel 359a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering genoemde factoren, namelijk het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt.
Hoewel een schending van de persoonlijke levenssfeer van verdachte onder omstandigheden een voldoende concreet nadeel kan opleveren, neemt de rechtbank in aanmerking dat de aard van de feiten een onderzoek aan de telefoon rechtvaardigde. Indien de machtiging van de rechter-commissaris zou zijn aangevraagd, zou deze naar alle waarschijnlijkheid zijn verkregen. Verdachte is derhalve door het vormverzuim niet in een nadeliger positie geraakt ten opzichte van de situatie dat dit verzuim niet zou zijn begaan. Daarom komt de rechtbank tot het oordeel dat vanwege het ontbreken van enig daadwerkelijk nadeel strafvermindering geen gerechtvaardigd rechtsgevolg van dit vormverzuim is, zodat de rechtbank volstaat met de enkele constatering van het vormverzuim.
Tijdsverloop
Gelet op het tijdsverloop dient de rechtbank bij de strafoplegging rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen een strafvervolging op grond van artikel 6 EVRM tot een berechting moet komen. Verdachte is in verband met onderhavige strafbare feiten op 10 mei 2023 aangehouden en voor het eerst als verdachte verhoord door de politie.
Het einddossier is vervolgens op 29 januari 2024 opgemaakt en afgesloten. Op 27 mei 2024 heeft er een regiezitting plaatsgevonden op welke zitting door de voormalige raadslieden van verdachte een groot aantal onderzoekswensen is ingediend en waarvan een deel door de rechtbank is toegewezen. De toegewezen getuigen zijn vervolgens in de maanden oktober en november 2024 door de rechter-commissaris gehoord. De aanvang van de inhoudelijke behandeling stond aanvankelijk gepland op 29 september 2025. Omdat de wettelijke betekeningstermijn toendertijd niet in acht was genomen en verdachte ter terechtzitting aanvoerde dat hij de inhoudelijke behandeling van de onderhavige strafzaak
als gevolg daarvan niet met zijn toenmalige advocaten had kunnen voorbereiden, is het onderzoek op verzoek van de verdediging ter terechtzitting geschorst. Aanvang van de inhoudelijke behandeling is vervolgens gepland op 19 januari 2026. Als gevolg van een vertrouwensbreuk tussen verdachte en diens toenmalige raadslieden, die slechts enkele dagen voordat de zitting zou plaatsvinden aan de rechtbank is medegedeeld, heeft de inhoudelijke behandeling op 19 januari 2026 opnieuw niet kunnen aanvangen. De inhoudelijke behandeling heeft uiteindelijk op 23 en 28 september 2026 plaatsgevonden en onderhavige uitspraak dateert van 3 november 2026.
Wat de berechting van de zaak in eerste aanleg betreft, heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van de zaak ter terechtzitting in dit geval binnen twee jaren dient te zijn afgerond met een eindvonnis. Vanaf het moment dat verdachte is verhoord en er gelet op de inhoud van het verhoor vanuit mocht gaan dat hij strafrechtelijk zou worden vervolgd, tot aan deze uitspraak van de rechtbank zijn meer dan twee jaren verstreken, te weten bijna drie jaren en zes maanden. De rechtbank acht die overschrijding onwenselijk lang, maar stelt vast dat de overschrijding deels ook te wijten is aan verdachte en diens voormalige raadslieden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de hiervoor genoemde omstandigheden maken dat van een geringe overschrijding van de redelijke termijn in het onderhavige geval sprake is.
Naar vaste rechtspraak moet overschrijding van de redelijke termijn in beginsel tot strafvermindering leiden. De rechtbank zal daarom bij het bepalen van de strafmaat rekening houden met dit tijdsverloop.
Strafoplegging
Gelet op de aard en duur van de bewezen verklaarde feiten en de hoogte van het onder 1 primair bewezenverklaarde benadelingsbedrag is de rechtbank van oordeel dat niet anders kan worden gereageerd dan met oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur. De rechtbank hanteert als uitgangspunt voor de hoogte van de op te leggen gevangenisstraf het door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht vastgestelde oriëntatiepunt voor fraude. Bij een benadelingsbedrag van meer dan 1.000,000,00 past volgens het oriëntatiepunt een gevangenisstraf van 24 maanden of meer als uitgangspunt.
Alles afwegende en rekening houdend met de hiervoor genoemde factoren ten aanzien van het onder 1 primair bewezenverklaarde feit en de onder 2, 3 en 4 bewezen verklaarde strafbare feiten acht de rechtbank oplegging van een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 38 maanden in beginsel passend en geboden. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank drie maanden in mindering brengen op de op te leggen straf, zodat aan verdachte in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 38 maanden een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 35 maanden zal worden opgelegd.
De rechtbank legt een lagere gevangenisstraf op dan door de officier van justitie gevorderd nu de rechtbank niet wettig en overtuigen bewezen acht dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
In beslag genomen voorwerpen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers aan verdachte kunnen worden teruggegeven: 143, 175, 183, 195, 205, 208, 218, 227-229, 233, 238, 242-245, 248-250, 268, 269, 272, 274, 312, 437, 441, 467, 468,
488, 538, 550, 574-581, 583, 585, 589, 592, 594, 597-599, 603-607, 610-612, 614, 615, 618-622, 624,
626, 627, 629-631 en 633-635.
De officier van justitie heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat de in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers dienen te worden onttrokken aan het verkeer: 590, 623 en 625
Tot slot heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers verbeurd dienen te worden verklaard: 1, 102, 104, 105, 202, 210, 215, 217, 226, 230, 231, 236, 237, 246, 252, 276, 285, 286, 288, 293, 297, 299,
331, 343, 350, 358, 359, 361, 369, 373, 374, 438, 477, 490-492, 496, 498, 511, 513, 518, 521, 523,
529, 542, 548, 549, 553, 570-573, 582, 584, 586, 588, 591, 593, 595, 596, 600-602, 608, 609, 613,
616, 617, 628 en 632.
Standpunt van de verdediging
Voor zover het Openbaar Ministerie zich op het standpunt heeft gesteld dat voorwerpen aan verdachte dienen te worden teruggegeven heeft de raadsman zich bij dit oordeel aangesloten. Ten aanzien van de voorwerpen waarop klassiek beslag is gelegd heeft de raadsman zich voorts op het standpunt gesteld dat alle voorwerpen die niet aan een specifieke order kunnen worden gekoppeld ook aan verdachte dienen te worden teruggegeven. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat een voorwerp niet kan worden verbeurdverklaard enkel op basis van de vaststelling dat een vergelijkbaar voorwerp is aangetroffen.
Voorts heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat voor de verbeurdverklaring van de in beslag genomen cryptovaluta de herkomst van die cryptovaluta moeten kunnen worden vastgesteld.
Oordeel van de rechtbank
De lijst van inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen vermeldt naast voorwerpen met een strafrechtelijke beslagtitel ook voorwerpen waarop conservatoir beslag is gelegd. De rechtbank beslist op grond van artikel 353 van het Wetboek van Strafvordering echter uitsluitend ten aanzien van de voorwerpen waarop klassiek strafvorderlijk beslag als bedoeld in artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering is gelegd. Over de voorwerpen waarop enkel conservatoir beslag is gelegd neemt de rechtbank geen beslissing.
Anders dan door de officier van justitie is aangevoerd moet de rechtbank ook over die voorwerpen waarop zowel conservatoir als klassiek strafvorderlijk beslag is gelegd een beslissing nemen over het op die voorwerpen rustende klassieke beslag. Die beslissing laat het conservatoir beslag dat op die voorwerpen rust onverlet.
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers aan verdachte kunnen worden teruggegeven. Het gaat om de voorwerpen vermeld op de lijst van inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers: 143, 175, 183, 195, 205, 208, 218, 227-229, 233, 238, 242-245, 248-250, 268,
269, 272, 274, 312, 437, 441, 467, 468, 488, 538, 550, 574-581, 583, 585, 589, 592, 594, 597-599,
603-607, 610-612, 614, 615, 618-622, 624, 626, 627, 629-631 en 633-635.
De rechtbank verklaart verbeurd de in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers: 1, 102, 104, 570-573, 586, 588, 591, 595, 601, 602, 608, 609, 613, 616, 617, 628
en 632. De rechtbank stelt vast dat de onder voornoemde nummers vermelde voorwerpen en tegoeden aan verdachte toebehoren en het (crypto)tegoeden betreffen die geheel of grotendeels van of uit de baten van de strafbare feiten zijn verkregen en het voorwerpen betreffen met betrekking tot welke de strafbare feiten zijn begaan.
De rechtbank verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers: 590, 623 en 625. De rechtbank stelt vast dat voornoemde voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.
De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers dienen te worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende. Van die voorwerpen heeft de rechtbank niet met zekerheid kunnen vaststellen aan wie deze voorwerpen toebehoren. Het gaat om de voorwerpen vermeld op de lijst van inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers: 105, 202, 210, 215, 217, 226, 230, 231, 236, 237, 252, 276,
285, 286, 288, 293, 297, 299, 331, 343, 350, 358, 359, 361, 369, 373, 374, 438, 477, 491, 492, 496,
498, 511, 513, 518, 521, 523, 529, 542, 548, 549, 553, 582, 593, 596 en 600.
Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de overige onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen - die voorwerpen waarop zowel conservatoir als klassiek beslag rust - ook dienen te worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende. Van die voorwerpen heeft de rechtbank evenmin met zekerheid kunnen vaststellen aan wie deze voorwerpen toebehoren.
Vordering van de benadeelde partij
Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde
Amazon EU S.a.r.l. en Amazon Payments Europe S.C.A. heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van USD 1.230.149,62 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het door de benadeelde partij gevorderde bedrag aan schadevergoeding voldoende is onderbouwd en in zijn geheel voor toewijzing vatbaar is, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag. De officier van justitie heeft voorts gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat het gelegde conservatoir beslag enkel kan worden uitgewonnen indien de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel oplegt.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, omdat de behandeling van de vordering - gelet op de omvang en complexiteit daarvan - een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering nu de vordering onvoldoende is onderbouwd. Meer subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de waarde van de door Amazon retour ontvangen goederen en de verschuldigde belasting over de toegevoegde waarde op het toe te wijzen bedrag aan schadevergoeding op het gevorderde bedrag in mindering gebracht dient te brengen. Indien en voor zover de rechtbank (een deel van) de gevorderde schade toewijst, heeft de raadsman verzocht niet de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank merkt op dat de wetgever met de mogelijkheid tot het instellen van een vordering door de benadeelde partij heeft beoogd binnen het strafproces te voorzien in - kort gezegd - een eenvoudige en laagdrempelige procedure die ertoe leidt dat slachtoffers die schade hebben geleden als gevolg van een strafbaar feit zoveel mogelijk schadeloos worden gesteld. De aldus voorziene eenvoudige procedure biedt aan de benadeelde partij en de verdachte niet dezelfde processuele waarborgen als een gewone civielrechtelijke procedure, onder meer omdat in de context van de strafrechtelijke procedure ingevolge artikel 334 van het Wetboek van Strafvordering slechts in beperkte mate plaats is voor bewijslevering. Dit bezwaar wordt echter in afdoende mate ondervangen door voornoemd artikel 361, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, welke bepaling mede in het licht van artikel 6, eerste lid, EVRM aldus moet worden uitgelegd dat zij de strafrechter tot niet-ontvankelijkverklaring verplicht indien hij niet verzekerd acht dat beide partijen in voldoende mate in de gelegenheid zijn geweest om naar voren te brengen hetgeen zij ter staving van de vordering, onderscheidenlijk tot verweer tegen de vordering kunnen aanvoeren en, voor zover nodig en mogelijk, daarvan bewijs te leveren.97
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. De rechtbank overweegt voorts dat het gevorderde bedrag aan schadevergoeding zeer omvangrijk is en de vordering door de raadsman op meerdere punten is betwist. Door de raadsman zijn onder meer de vragen opgeworpen in hoeverre bij het bepalen van de door Amazon geleden schade rekening is gehouden met de aan Amazon teruggegeven goederen, de winstmarges per product en de door Amazon verschuldigde belasting over de toegevoegde waarde. Gelet op de onderbouwing van de vordering en de betwisting door de raadsman, is hierover naar het oordeel van de rechtbank een nader debat noodzakelijk. Een nader inhoudelijk debat en eventuele bewijslevering levert echter een onevenredige belasting op voor het onderhavige strafproces.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering en bepalen dat zij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 47, 57, 63, 234, 326a en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 4 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 primair, 2, 3 en 5 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 35 (vijfendertig) maanden.
Verklaart verbeurd de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers: 1, 102, 104, 570-573, 586, 588, 591, 595, 601, 602, 608, 609, 613, 616, 617, 628 en 632.
Verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers: 590, 623 en 625.
Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers: 143, 175, 183, 195, 205, 208, 218, 227-229, 233, 238, 242-245, 248-250,
268, 269, 272, 274, 312, 437, 441, 467, 468, 488, 538, 550, 574-581, 583, 585, 589, 592, 594, 597-
599, 603-607, 610-612, 614, 615, 618-622, 624, 626, 627, 629-631 en 633-635.
Gelast de bewaring van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen met de navolgende nummers ten behoeve van de rechthebbende: 105, 202, 210, 215, 217, 226, 230, 231, 236, 237, 252,
276, 285, 286, 288, 293, 297, 299, 331, 343, 350, 358, 359, 361, 369, 373, 374, 438, 477, 491, 492,
496, 498, 511, 513, 518, 521, 523, 529, 542, 548, 549, 553, 582, 593, 596 en 600.
Ten aanzien van het onder 1 primair bewezenverklaarde
Verklaart de vordering van Amazon EU S.a.r.l. en Amazon Payments Europe S.C.A
niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Sieders, voorzitter, mr. G. Eelsing en mr. H.M. Lenting, rechters, bijgestaan door mr. M. Mans, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 november 2026.
1. Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt tenzij anders vermeld bedoeld een
ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpaginas, betreft dit tenzij anders vermeld de paginas van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2023048929 d.d. 29 januari 2024 (NN3R023015/TUVALU).
2 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 februari 2023, opgenomen op pagina 260 e.v.
3 Proces-verbaal aanvraag doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 17 februari 2023, opgenomen op pagina
275 e.v.
4 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 februari 2023, opgenomen op pagina 260 e.v.
5 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 17 februari 2023, opgenomen op pagina 282 e.v.
6 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 2 maart 2023, opgenomen op pagina 321 e.v.
7 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 15 februari 2023, opgenomen op pagina 273 e.v.
8 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 7 maart 2023, opgenomen op pagina 323 e.v.
9 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 februari 2023, opgenomen op pagina 284 e.v.
10 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 februari 2023, opgenomen op pagina 305 e.v.
11 Proces-verbaal van aangifte d.d. 17 april 2023, opgenomen op pagina 87 e.v.
12 Excel-bestand [bestandsnaam] .
13 Readers Guide, uitleg bij het Amazon Excel-bestand behorende bij de aangifte tegen [verdachte] .
14 Excel-bestand [bestandsnaam] , tabblad Order Data.
15 Aanvullend proces-verbaal van bevindingen (JM392) d.d. 7 maart 2024.
16 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 januari 2024, opgenomen op pagina 1360 e.v.
17 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 april 2023, opgenomen op pagina 412 e.v.
18 Aanvullend proces-verbaal van bevindingen (JM392) d.d. 7 maart 2024.
19 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 24 mei 2023, opgenomen op pagina 158 e.v.
20 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 maart 2023, opgenomen op pagina 357 e.v.
21 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 februari 2023, opgenomen op pagina 260 e.v.
22 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 februari 2023, opgenomen op pagina 269 e.v.
23 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 juni 2023, opgenomen op pagina 747 e.v.
24 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 januari 2024, opgenomen op pagina 1181 e.v.
25 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 februari 2023, opgenomen op pagina 293 e.v.
26 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 februari 2023, opgenomen op pagina 284 e.v.
27 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 februari 2023, opgenomen op pagina 293 e.v.
28 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 februari 2023, opgenomen op pagina 305 e.v.
29 Readers Guide, uitleg bij het Amazon Excel-bestand behorende bij de aangifte tegen [verdachte] .
30 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 maart 2023, opgenomen op pagina 357 e.v.
31 Excel-bestand [bestandsnaam] , tabbladen RMA Returns en Bad Returns.
32 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 september 2023, opgenomen op pagina 1017 e.v.
33 Excel-bestand [bestandsnaam] , tabblad RMA Returns, rij 2282, en tabblad Bad Returns, rij 776.
34 Machtiging tot binnentreden in een woning d.d. 13 februari 2023, opgenomen op pagina 309 e.v.
35 Proces-verbaal aanvraag doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 15 februari 2023, opgenomen op pagina
275 e.v.
36 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 oktober 2023, opgenomen op pagina 814 e.v.
37 Excel-bestand [bestandsnaam] , tabblad Buyer Data.
38 Proces-verbaal van bevindingen, inclusief bijlagen, d.d. 16 mei 2023, pagina 567.
39 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 oktober 2023, opgenomen op pagina 814 e.v.
40 Proces-verbaal van bevindingen, inclusief bijlagen, d.d. 16 mei 2023, opgenomen op pagina 509 e.v.
41 Readers Guide, uitleg bij het Amazon Excel-bestand behorende bij de aangifte tegen [verdachte] .
42 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 augustus 2023, opgenomen op pagina 768 e.v.
43 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 augustus 2023, opgenomen op pagina 776 e.v.
44 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 april 2023, opgenomen op pagina 412 e.v.
45 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 april 2023, opgenomen op pagina 412 e.v.
46 Excel-bestand [bestandsnaam] , tabblad Buyer Data, rij 17.
47 Excel-bestand [bestandsnaam] , tabblad Items Outstanding.
48 Excel-bestand [bestandsnaam] , tabblad Buyer Data, rij 23.
49 Excel-bestand [bestandsnaam] , tabblad Items Outstanding.
50 Excel-bestand [bestandsnaam] , tabblad Buyer Data, rij 26.
51 Excel-bestand [bestandsnaam] , tabblad Items Outstanding.
52 Excel-bestand [bestandsnaam] , tabblad Buyer Data, rij 43.
53 Excel-bestand [bestandsnaam] , tabblad Items Outstanding.
54 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 maart 2023, opgenomen op pagina 354 e.v.
55 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 maart 2023, opgenomen op pagina 1731 e.v.
56 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 maart 2023, opgenomen op pagina 1826 e.v.
57 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 februari 2023, opgenomen op pagina 1928 e.v.
58 Excel-bestand [bestandsnaam] , tabblad Order Data, rij 4418.
59 Excel-bestand [bestandsnaam] , tabblad Items Outstanding, rij 3.
60 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 januari 2024, opgenomen op pagina 1360 e.v.
61 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 april 2023, opgenomen op pagina 412 e.v.
62 Readers Guide, uitleg bij het Amazon Excel-bestand behorende bij de aangifte tegen [verdachte] .
63 Excel-bestand [bestandsnaam] , tabblad Order Data, rijen 1391 en 3173.
64 Excel-bestand [bestandsnaam] , tabblad Order Data, rij 381.
65 Aanvullend proces-verbaal van bevindingen (JM392) d.d. 7 maart 2024.
66 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 oktober 2023, opgenomen op pagina 814 e.v.
67 Excel-bestand [bestandsnaam] , tabblad Items Outstanding, rij 7267.
68 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 januari 2024, opgenomen op pagina 1181 e.v.
69 Excel-bestand [bestandsnaam] , tabblad Order Data, rij 36.
70 Excel-bestand [bestandsnaam] , tabblad Items Outstanding, rij 7562.
71 Proces-verbaal van bevindingen, inclusief bijlagen, d.d. 22 februari 2023, opgenomen op pagina 1712 e.v.
72 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 april 2023, opgenomen op pagina 412 e.v.
73 Kamerstukken II 1926/27, 261, nr. 3.
74 Hoge Raad 16 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:875.
75 Zie ook: Noyon-Langemeijer-Remmelink, art. 326a Sr; Leerstukken Strafrecht 2025/1.13.
76 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 oktober 2023, opgenomen op pagina 814 e.v.
77 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 juli 2023, opgenomen op pagina 762 e.v.
78 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 september 2023, opgenomen op pagina 1019 e.v.
79 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 maart 2023, opgenomen op pagina 354 e.v.
80 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 februari 2023, opgenomen op pagina 1928 e.v.
81 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 maart 2023, opgenomen op pagina 354 e.v.
82 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 maart 2023, opgenomen op pagina 1826 e.v.
83 Proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens d.d. 17 oktober 2023, opgenomen op pagina 2432 e.v.
84 Proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens d.d. 11 oktober 2023, opgenomen op pagina 2394 e.v.
85 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 28 september 2023, opgenomen op pagina 189 e.v.
86 Proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens d.d. 11 oktober 2023, opgenomen op pagina 2394 e.v.
87 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 januari 2024, opgenomen op pagina 2588 e.v.
88 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 4 oktober 2023, opgenomen op pagina 183 e.v.
89 Proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens d.d. 17 oktober 2023, opgenomen op pagina 2432 e.v.
90 Proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens d.d. 18 januari 2024, opgenomen op pagina 2588 e.v.
91 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 september 2023, opgenomen op pagina 1051 e.v.
92 Kamerstukken II 2020-2021, 35656, nr. 3.
93 Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, inclusief bijlagen, d.d. 9 maart 2023, opgenomen op
pagina 1228 e.v.
94 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 februari 2023, opgenomen op pagina 260 e.v.
95 Proces-verbaal verdovende middelen, inclusief bijlagen, d.d. 22 februari 2023, opgenomen op pagina
1209 e.v.
96 Proces-verbaal verdovende middelen, inclusief bijlagen, d.d. 9 maart 2023, opgenomen op pagina 1234
e.v.
97 Hoge Raad 15 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV2654.