RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 269140912
zaaknummer: 11777654 BU VERZ 25-1370
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 30 januari 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats].
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R311 – ‘als bromfietser niet de rijbaan gebruiken als er geen verplicht fiets/bromfietspad aanwezig is (bord G12a)’, verricht op 6 september 2024, om 14:03 uur, op het Stationsplein in Leeuwarden, met een tweewielige bromfiets met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 30 januari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. M. Kalsbeek.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat zij vaak vanuit de Lange Marktstraat in de richting van het station rijdt. Het gebied is een ‘shared space’ en zij heeft er nooit bij stilgestaan dat zij met haar bromfiets niet door dat gebied mag rijden, omdat het bord niet zichtbaar is vanuit haar rijrichting. Bij de staandehouding is zij door de verbalisant gewezen op de achterkant van het bord, dat het einde van het voetgangersgebied waar (snor)fietsers mogen rijden aangeeft. Sindsdien rijdt zij met haar bromfiets rechtdoor door de Van Swietenstraat en met haar snorfiets rechtsaf in de richting van het station. Volgens betrokkene moet er een bord geplaatst worden dat vanuit alle rijrichtingen te zien is.
4. De vertegenwoordigster geeft aan het een lastige situatie te vinden. Vanaf de rijbaan is het bord te zien. Vanaf de zijkant, die door fietsers wordt gebruikt, is het bord misschien niet te zien. Zij vraagt de kantonrechter om betrokkene het voordeel van de twijfel te geven.
Overwegingen
5. De kantonrechter stelt vast dat het beroepschrift te laat is ingediend. De termijn voor het indienen van een beroepschrift is zes weken. De termijn gaat in op de dag na de dag waarop de officier van justitie zijn beslissing heeft verstuurd. Het beroepschrift is op 16 januari 2025 bij de CVOM binnengekomen, terwijl het uiterlijk op 15 januari 2025 ontvangen had moeten zijn.
In de persoonlijke omstandigheden die betrokkene in haar beroepschrift en op de zitting heeft geschetst, ziet de kantonrechter aanleiding om de kleine termijnoverschrijding verschoonbaar te achten en de zaak inhoudelijk te behandelen.
6. Tijdens de zitting hebben de kantonrechter, betrokkene en de vertegenwoordigster foto’s en opnames van Google Street View bekeken. Daarnaast kent de kantonrechter de plek. Hij overweegt dat het bord niet goed zichtbaar is vanuit de rijrichting van betrokkene. Je kijkt tegen de zijkant aan. Op de plek van de staandehouding is het bord dat het einde van het voetgangersgebied aangeeft wel zichtbaar als je achterom kijkt, maar op dat punt is het kwaad al geschied. Betrokkene is geen bord gepasseerd dat haar verbood daar te rijden met haar bromfiets en dus heeft zij geen overtreding begaan. Daarom zal de kantonrechter het beroep gegrond verklaren. Ten slotte: betrokkene zou contact met de gemeente kunnen opnemen over de plaatsing van het bord.
Conclusie
De kantonrechter:
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.