RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 267132278
zaaknummer: 11764733 BU VERZ 25-1273
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 29 januari 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘bij een blauwe streep langer parkeren dan is toegestaan’, verricht op 24 april 2024 om 13:51 uur, aan het Douwe Egberts Plein te Joure, gemeente De Fryske Marren, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 29 januari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene, zijn partner en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. P. Veenstra.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene heeft aangevoerd dat de boete ten onrechte is opgelegd, nu er binnen de blauwe zone met een parkeerschijf maximaal 2 uur geparkeerd mag worden. Nu zijn partner op pleegdatum maximaal 1 uur en 50 minuten op pleeglocatie heeft geparkeerd, is er geen sprake van te lang parkeren.
4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat zij het standpunt van de officier van justitie wil handhaven. De vertegenwoordigster heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
5. In Wahv zaken biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.
Uit de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht blijkt dat deze zag dat het motorvoertuig van betrokkene geparkeerd stond op een plaats voorzien van een blauwe streep, terwijl het motorvoertuig was voorzien van een duidelijk zichtbare achter de voorruit geplaatste parkeerschijf, waarbij de parkeertijd was overschreden. De verbalisant verklaart dat de achter de voorruit geplaatste parkeerschijf stond ingesteld op de aanvangstijd van het parkeren, namelijk 12:00 uur. Tijdens het uitschrijven van de combi bon was het 13:51 uur. De verbalisant verklaart dat aan het begin van de blauwe zone een bord E10 staat geplaatst, met het onderbord “max 1,5 uur”.
In hetgeen betrokkene heeft aangevoerd, ziet de kantonrechter onvoldoende aanleiding te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Het verweer van betrokkene dat op de pleeglocatie een bord E10 staat geplaatst waarop staat aangegeven dat er maximaal 2 uren met een parkeerschijf in de blauwe zone geparkeerd mag worden en dat hij binnen dit tijdvak heeft geparkeerd, volgt de kantonrechter niet. Door de vertegenwoordigster zijn op de zitting drie foto’s van de verkeerssituatie overgelegd van 26 juni 2023, 17 juni 2024 en 4 juli 2025. Aan de hand van deze foto’s is te zien dat het bord E10 vanaf 2025 is aangepast naar een maximale parkeerduur van 2 uren en dat in de jaren daarvoor het tijdvak altijd 1,5 uur is geweest. Nu de gedraging heeft plaatsgevonden in april 2024, de partner van betrokkene de parkeerschijf had ingesteld op 12:00 uur en het voertuig van betrokkene nog steeds op pleeglocatie geparkeerd stond om 13:51 uur toen de verbalisant de gedraging waarnam, kan worden vastgesteld dat de toen geldende maximale parkeerduur van 1,5 uur is overschreden. Dat er sprake was van een onduidelijke situatie, volgt de kantonrechter niet. Volgens vaste jurisprudentie van het hof mag van een weggebruiker worden verwacht dat hij oplettend is en dient hij zich na het parkeren ervan te vergewissen of parkeren op de betreffende parkeerplaats voor hem is toegestaan. Dat de partner van betrokkene het bord E10 niet heeft gezien of niet goed heeft gelezen, is een omstandigheid die naar het oordeel van de kantonrechter voor rekening en risico van betrokkene dient te komen.
Alles overwegende kan op basis van de verklaring van de verbalisant voldoende worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. In het door betrokkene gevoerde verweer zijn geen omstandigheden gelegen die aanleiding geven tot een wijziging van de boete. De sanctie is terecht opgelegd.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. F. Sijens, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.