ECLI:NL:RBNNE:2026:594

ECLI:NL:RBNNE:2026:594

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 27-02-2026
Datum publicatie 02-03-2026
Zaaknummer 18/324317-24
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Assen

Samenvatting

Veroordeling voor vernieling, bedreiging met zware mishandeling en brandstichting met gevaar voor goederen. Verminderde toerekeningsvatbaarheid. Oplegging van een gevangenisstraf van 245 dagen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18/324317-24

ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/399497-24

vorderingen na voorwaardelijke veroordelingen parketnummers 13/308298-23 en 18/021892-24

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 27 februari 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats] , adres: [adres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 30 januari 2026 (inhoudelijke behandeling) en 27 februari 2026 (sluiting onderzoek). Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.P.J.W.M. Govers advocaat te Tilburg. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. I. Schaafsma.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

parketnummer 18-399497-24

1. ​

hij op of omstreeks 8 oktober 2024 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk

in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan COA [plaats] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

hij op of omstreeks 8 oktober 2024 te [plaats] [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door

parketnummer 18-324317-24

hij op of omstreeks 10 oktober 2024 te [plaats] , op de locatie [adres] , in gebruik bij het Centraal Opvang Asielzoeker (COA) en/of de afdeling [afdeling] van het COA , in gang [gangnummer] alhier opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een hoeveelheid lakens, kleding en/of papier, terwijl daarvan

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

parketnummer 18-399497-24

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor feit 1, met partiële vrijspraak voor vernieling van een stoel en een toegangsdeur. De officier heeft veroordeling gevorderd voor feit 2.

parketnummer 18-324317-24

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor brandstichting met gemeen gevaar voor goederen en heeft partiële vrijspraak gevorderd voor brandstichting met levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen.

Standpunt van de verdediging

parketnummer 18-399497-24

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van feit 1 wegens het ontbreken van opzet op vernieling. Daartoe heeft hij aangevoerd dat verdachte gepoogd heeft iemand te slaan met de bezem. Zijn opzet was aldus gericht op mishandeling en niet op vernieling.

De raadsman heeft betoogd dat verdachte partieel moet worden vrijgesproken van feit 2 voor wat betreft het slaan met de bezem dan wel stok met scherpe punt, nu uit de aangifte niet blijkt dat aangevers zich op dat moment nog bedreigd hebben gevoeld.

parketnummer 18-324317-24

De raadsman heeft betoogd dat verdachte partieel moet worden vrijgesproken van brandstichting met levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen, nu uit het dossier niet blijkt dat zich andere personen in de nabije omgeving van de brand bevonden.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

parketnummer 18-399497-24

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 31 oktober 2024, opgenomen op pagina 6 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2024287465 d.d. 16 november 2024, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 2] :

Ik doe aangifte van vernieling en bedreiging. Ik ben werkzaam als woonbegeleider van het COA bij het [afdeling] in [plaats] . Op dinsdag 8 oktober2024 had ik een ochtenddienst. Mijn collega sprak [verdachte] aan op zijn gedrag van gisteren [verdachte] begint dan te schreeuwen naar ons en loopt weg. [verdachte] begint te rennen en pakt in de gang een bezem vast en begint te slaan richting mijn collega [slachtoffer 1] en ik. Daarna rent hij op ons af en haalt uit naar ons waarop de bezem rakelings langs ons vliegt en hierdoor gaat de bezem kapot waardoor [verdachte] nu een stok in handen heeft met een scherpe punt. [verdachte] heeft de stok in handen en begint te slaan richting COA-personeel. Ik voel mij hierdoor zeer onveilig op het werk. [verdachte] heeft mij bijna geraakt met de bezem en daarna met de gebroken bezem.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 14 november 2024, opgenomen op pagina 12 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] :

Ik doe aangifte van vernieling en bedreiging. Ik ben werkzaam als COA medewerker. Op dinsdag 8 oktober 2024 moesten we [verdachte] te woord staan. Tijdens dit gesprek wordt meneer erg boos. Meneer rent snel naar de bezem. En stormt op ons af. Meneer houdt de bezem boven zijn hoofd in beide handen (net alsof je een bijl vast houdt wanneer je hout klooft). Meneer rent op ons af en slaat richting mij (mijn bovenlichaam). Ik weet net achter de deur te komen, de bezem wordt kapot geslagen en de bezem (de voet) vliegt rakelings langs me.

Meneer rent wederom op ons af met de stok (heeft dezelfde houding). Meneer slaat vervolgens nog een keer, ditmaal mist hij iedereen. Ik voel mij extreem onveilig op het werk nu. Ik was bijna geslagen met die

bezem.

parketnummer 18-324317-24

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 10 oktober 2024, opgenomen op pagina 6 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2024277950 d.d. 15 oktober 2024, inhoudend als verklaring van [medewerker COA 1] :

Op donderdag 10 oktober 2024 was ik aan het werk op het [afdeling] in [plaats] . Ik zat op kantoor toen ik om 15.26 uur samen met mijn collega's het brandalarm hoorde afgaan. Ik kwam als laatste in de gang en ik zag vanaf achter dat collega's in de gang stonden die vol rook was. Dit was gang [gangnummer] . Een paar seconden later werden we door een collega uit de gang gestuurd in verband met de grote hoeveelheid rook en gevaarlijke giftige stoffen die vrij zouden komen. Er zijn camerabeelden van gang [gangnummer] en hier is duidelijk op te zien dat bewoner [verdachte] hier de brand aan het stichten is.

Buiten hebben we nog nageblust, het betroffen allemaal brandende lakens. Deze lakens kwamen uit zijn eigen vertrek. [verdachte] is de enige bewoner van deze gang en heeft ook als enige toegang heeft tot deze gang. [verdachte] had een aansteker tot zijn beschikking en rookt.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever d.d. 11 oktober 2024, opgenomen op pagina 8 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring [medewerker COA 1] :

De lakens die in brand zijn gestoken zijn volledig vernield. Door de brand moet een stuk van de vloer worden vervangen.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 11 oktober 2024, opgenomen op pagina 19 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [medewerker COA 2] :

Op donderdag 10 oktober was ik omstreeks 15.30 uur aan het werk op de locatie van het [afdeling] te [plaats] , toen er een brandalarm binnenkwam. Toen ik bij de brand aankwam liep ik de ruimte binnen en ik zag een enorme rookontwikkeling in de ruimte. Daar er meerdere collega's in deze ruimte stonden stuurde ik deze weg in verband met de rookontwikkeling. Daar de rookontwikkeling te groot was besloten wij om vanuit buiten verder te blussen.

Toen we daar aankwamen zag ik de verbrande goederen buiten liggen. Ik zag dat het bestond uit beddengoed en plastic. Ik zag de bewoner ook buiten staan de bij nooduitgang. Hij was op het moment van de brandstichting als enige in de ruimte.

Ik zag dat de vloer onder de verbrande goederen al helemaal zwart geblakerd was. Ook zag ik in de omgeving nog meer goederen staan die ook vlam hadden kunnen vatten. Door de snelle inzet van mijn collega's is echt erger voorkomen.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 oktober 2024, opgenomen op pagina 22 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :

Op 10 oktober 2024 omstreeks 16:10 uur waren wij, verbalisanten, ter plaatse op de [adres] te [plaats] . Ik, verbalisant [verbalisant] , hoorde dat de medewerkers van [afdeling] aangaven dat zij gescheurde stukjes papier zagen liggen alwaar de brand was gesticht.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 oktober 2024, opgenomen op pagina 24 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :

Ik, verbalisant [verbalisant] , was belast met het uitkijken van camerabeelden van een brandstichting bij een [afdeling] te [plaats] gevestigd

aan [adres] . De beelden zijn gemaakt op 10 oktober 2024 en komen van de beveiligingscamera welke gericht is op gang [gangnummer] op het [afdeling] in [plaats] . Ik zie dat de beelden beginnen op de tijd

uur, ik weet dat de tijden van de beelden kloppen met de tijd van dat moment omdat ik dit gevraagd heb op locatie. Ik zie een man naast een nooduitgang in een hoek op een matras zitten aan het

einde van de gang. Ik zie dat de deur van de nooduitgang open staat. Ik zie dat er voor de man op de grond een stapel lakens liggen. Ik zie dat bij de volgende tijden de man iets op de stapel witte lakens voor hem

legt: bij 00.03, 00.06, 00.09, 00.10, 00.11, 00.12, 00.18, 00.19, 00.36, 00.40, 00.54,

00.55, 01.00, 01.02, 01.07, 01.09. Bij 01.20 minuten zie ik dat de man even kort een laken optilt. Bij

minuten tot 02.11 minuten zie ik dat hij zijn handen boven de lakens houdt

alsof hij zich aan het opwarmen is. Ik zie daarnaast lichte rookontwikkeling. Bij 02.31 en 02.41 minuten zie ik dat de man de lakens iets optilt en weer neerlegt.02.41 minuten zie ik dat er zware rookontwikkeling is. 03.00 tot 03.06 minuten zie ik dat hij de handen boven de berg lakens houdt alsof hij zich opwarmt. Ik zie bij 03.44 minuten dat er zeer veel rookontwikkeling in de gang is en er hierdoor slecht zicht ontstaat. Ik zie dat die van de berg lakens afkomstig is. 04.00 minuten zie ik dat er personeel komt binnenlopen op de gang en gaat blussen met een brandslang.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

parketnummer 18-399497-24

Uit de aangiftes van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] blijkt dat verdachte met snelheid en met (enige) kracht heeft geslagen met een bezem in zijn handen. Een dergelijke handeling kan enkel worden gekwalificeerd als een opzettelijke handeling, waarbij het voorzienbaar is dat een bezem door aldus te handelen kapot gaat. De rechtbank komt tot opzet op vernieling van de bezem. De rechtbank is met de officier van justitie en raadsman van oordeel dat uit het dossier niet blijkt dat een deur en stoel zijn vernield, zodat verdachte van dat deel van de tenlastelegging partieel wordt vrijgesproken.

Uit de aangiftes blijkt tevens dat aangevers expliciet aangifte doen van bedreiging. Zij doen geen aangifte van mishandeling en verklaren beide dat zij zich zeer onveilig voelen. De rechtbank haalt hieruit dat zij zich bedreigd voelen, hetgeen zeer wel invoelbaar is door de handelingen van verdachte die aangevers beschrijven: het achterna rennen, uithalen en slaan met eerst een bezem en daarna een stok met scherpe punt. Aangevers konden door dit handelen van verdachte de redelijke vrees bekomen dat zij zwaar letsel zouden oplopen.

parketnummer 18-324317-24

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 10 oktober 2024 te [plaats] opzettelijk brand heeft gesticht in gang [gangnummer] van de [afdeling] aan de [adres] , door open vuur in aanraking te brengen met lakens en papier. De rechtbank is van oordeel dat bij de brandstichting gemeen gevaar voor goederen te duchten was. Door de brand te stichten heeft verdachte gezien de vaststaande feiten en omstandigheden naar algemene ervaringsregels voorzienbaar gevaar voor de vloer, muren en aanwezige kamers gelegen aan gang [gangnummer] veroorzaakt. Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat bij de brandstichting tevens sprake is geweest van naar algemene ervaringsregels voorzienbaar te duchten levensgevaar dan wel gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen, wat maakt dat verdachte van dat deel van de tenlastelegging partieel wordt vrijgesproken.

Bewezenverklaring

parketnummer 18-399497-24

De rechtbank acht feit 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1. ​

hij op 8 oktober 2024 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk

- een bezem

die geheel of ten dele aan COA [plaats] toebehoorde heeft vernield;

hij op 8 oktober 2024 te [plaats] [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd met zware mishandeling, door

parketnummer 18-324317-24

De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij op 10 oktober 2024 te [plaats] , op de locatie [adres] , in gebruik bij het Centraal Opvang Asielzoeker (COA) en/of de afdeling [afdeling] van het COA , in gang [gangnummer] alhier opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een hoeveelheid lakens en papier, terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor goederen, te weten gemeen gevaar voor de vloer, de muren en aanwezige kamers gelegen aan deze gang [gangnummer] te duchten was.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

parketnummer 18-399497-24

parketnummer 18-324317-24

opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de drie tenlastegelegde feiten wordt veroordeeld tot 270 dagen gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor strafoplegging gelijk aan de duur van het voorarrest.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de Pro Justitia-rapportages van de klinisch psycholoog W.J.L. Lander d.d. 22 september 2025 en de psychiater M.M. Loomans d.d. 19 september 2025, het rapport van de reclassering d.d. 11 november 2025, het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 11 december 2025, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich binnen de [afdeling] van het COA in [plaats] schuldig gemaakt aan meerdere ernstige strafbare feiten, te weten vernieling, bedreiging en brandstichting. Uit de verschillende aangiftes van het COA personeel blijkt dat de impact van deze feiten op het personeel en de gang van zaken op de locatie groot is. Dit beperkt zich niet enkel tot de fysieke schade aan goederen zoals de bezem, vloer en lakens, maar heeft er ook voor gezorgd dat extra personeel moest worden ingezet om de veiligheid te garanderen. Daarnaast is door alle aangevers beschreven wat de psychische impact op hen is geweest; verdachtes handelen heeft gevoelens van onveiligheid en onmacht veroorzaakt bij personeel dat juist aan de lat staat om met overlast gevende personen te werken. Dat de schade ten gevolge van de brandstichting beperkt is gebleven, is niet aan verdachte te danken, maar enkel aan het adequaat handelen van het COA personeel.

De rechtbank rekent dit alles verdachte ernstig aan.

Mate van toerekeningsvatbaarheid

Uit de over verdachte opgemaakte Pro Justitia-rapportages blijkt dat verdachte is gediagnosticeerd met een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in de vorm van een ongespecificeerde schizofreniespectrum of andere psychotische stoornis en een stoornis in het gebruik van cannabis. Tevens is er sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, waarbij sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Rapporteurs schrijven dat kan worden gesteld dat deze stoornissen chronisch zijn en aanwezig waren ten tijde van de ten laste gelegde feiten, maar dat onduidelijk is in welke

samenhang, hoedanigheid en mate.

Doordat verdachte niet wil verklaren over de ten laste gelegde feiten, de ten laste gelegde feiten ontkent, dan wel zich niet kan herinneren, hebben rapporteurs het eventuele verband met de gestelde diagnoses onvoldoende kunnen onderzoeken om erover te kunnen adviseren. Derhalve is het voor rapporteurs niet mogelijk om uitspraken te doen over de mate waarin de ten laste gelegde feiten verdachte toegerekend kunnen worden. De reclassering onderschrijft in haar advies de conclusies uit voornoemde rapportages.

De rechtbank concludeert, net als de officier van justitie en de raadsman, aan de hand van de rapportages dat verdachte is gediagnosticeerd met verschillende psychische stoornissen die ook aanwezig waren ten tijde van de ten laste gelegde feiten. Hoewel rapporteurs, gelet op verdachtes proceshouding, geen advies kunnen geven over de mate van toerekenbaarheid, neemt de rechtbank op grond van de verschillende gediagnosticeerde psychische stoornissen aan dat verdachte niet volledig vrij is geweest in het bepalen van zijn gedrag. De rechtbank is van oordeel dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is en zal hiermee rekening houden bij de strafoplegging.

Persoon van verdachte

Uit de rapportages en het sfeerproces-verbaal van het COA blijkt dat verdachte een moeilijke tijd heeft gekend sinds zijn komst naar Nederland. Sinds zijn komst naar Nederland heeft verdachte met name in AZCs verbleven, waar hij waarschijnlijk mede als gevolg van zijn niet tijdig onderkende psychische stoornissen niet op zijn plek zat, wat is uitgemond in veelvuldig overlastgevend gedrag binnen de asielopvang. Gedurende al deze jaren heeft verdachte geen verblijfsvergunning gekregen en heeft hij zijn gezin niet kunnen laten overkomen naar Nederland zoals zijn grote wens was. Ter terechtzitting is gebleken dat verdachte heeft besloten Nederland te verlaten en terug te keren naar Syrië. Verdachte is aangemeld bij het terugkeerproject en zijn vrijwillige terugkeer naar Syrië zal naar verwachting spoedig plaatsvinden. Ter terechtzitting is gebleken dat het de bedoeling was dat verdachte op 12 februari 2026 werd gepresenteerd aan de Syrische ambassade en dat de verwachting is dat hij uiterlijk in maart 2026 terugvliegt naar zijn land van herkomst.

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor geweldsdelicten

Strafoplegging

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op hetgeen hiervoor over de ernst van het feit is overwogen, niet kan worden volstaan met een andere straf dan een gevangenisstraf. De persoonlijke omstandigheden van verdachte en de straffen die in vergelijkbare gevallen plegen te worden opgelegd geven de rechtbank evenwel aanleiding om deze straf niet hoger te laten zijn dan de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 245 dagen, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.

Benadeelde partij

Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 1.722,00 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering hoewel niet onderbouwd deels kan worden toegewezen, nu in samenhang met het dossier voldoende blijkt dat het COA schade heeft geleden. Voor wat betreft de hoogte van het toe te wijzen bedrag heeft de officier van justitie de rechtbank verzocht gebruik te maken van haar schattingsbevoegd en het bedrag vast te stellen tot een hoogte die haar redelijk en billijk voorkomt.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de vordering benadeelde partij af te wijzen dan wel niet-ontvankelijk te verklaren gelet op het ontbreken van een ondertekende machtiging verleend aan degene die de vordering heeft ondertekend, te weten [gemachtigde] en vanwege het ontbreken van onderbouwing voor de gestelde schadeposten.

Oordeel van de rechtbank

Hoewel voldoende aannemelijk is dat de benadeelde partij schade heeft geleden die het rechtstreeks gevolg is van het onder parketnummer 18-324317-24 bewezen verklaarde, beschikt de rechtbank niet over stukken waaruit blijkt dat de heer [gemachtigde] gemachtigd is het COA in rechte te vertegenwoordigen, noch over voldoende informatie om de hoogte van de vordering te kunnen beoordelen. Schorsing van het onderzoek zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding en daartoe zal dan ook niet worden overgegaan. De rechtbank zal de benadeelde partij in de vordering daarom niet-ontvankelijk verklaren. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Vorderingen na voorwaardelijke veroordelingen

Bij onherroepelijk vonnis van 7 juni 2024 van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland te Groningen, is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 dagen, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 22 juni 2024. Daarbij is als algemene voorwaarde gesteld dat veroordeelde voor het einde van de proeftijd geen strafbare feiten zal plegen.

De officier van justitie heeft bij vordering van 19 december 2025 de tenuitvoerlegging gevorderd van de voorwaardelijke straf.

Bij onherroepelijk vonnis van 22 november 2023 van de politierechter in de rechtbank Amsterdam, is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 7 dagen, waarvan 3 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 7 december 2023.

Daarbij is als algemene voorwaarde gesteld dat veroordeelde voor het einde van de proeftijd geen strafbare feiten zal plegen.

De officier van justitie heeft bij vordering van 19 december 2025 de tenuitvoerlegging gevorderd van de voorwaardelijke straf.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vorderingen tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vorderingen tot tenuitvoerlegging moeten worden afgewezen, nu toewijzing daarvan niet opportuun is. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de proeftijd te verlengen.

Oordeel van de rechtbank

Nu veroordeelde de bewezenverklaarde feiten heeft begaan voor het einde van de proeftijd, kunnen de vorderingen in beginsel worden toegewezen. Gelet op hetgeen ter terechtzitting is behandeld, acht de rechtbank toewijzing desondanks niet opportuun. De vorderingen zullen worden afgewezen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 57, 157, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder feiten 1 en 2 van parketnummer 18-399497-24 en onder parketnummer 18-324317-24 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 245 dagen.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in

mindering zal worden gebracht.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Ten aanzien van het bewezenverklaarde feit onder parketnummer 18-324317-24

Verklaart de vordering van benadeelde partij Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Bepaalt dat Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers haar eigen proceskosten draagt.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

18. 021892-24:

Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf, opgelegd bij vonnis van de politierechter van de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen van 7 juni 2024.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

13. 308298-23:

Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf, opgelegd bij vonnis van de politierechter van de Rechtbank Amsterdam van 22 november 2023.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Jannink, voorzitter, mr. J. Faber en mr. H.M. Lenting, rechters, bijgestaan door mr. T.M. Nijmeijer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 februari 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M. Jannink
  • mr. J. Faber
  • mr. H.M. Lenting

Griffier

  • mr. T.M. Nijmeijer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?