ECLI:NL:RBNNE:2026:652

ECLI:NL:RBNNE:2026:652

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 03-03-2026
Datum publicatie 05-03-2026
Zaaknummer 18/206530-25
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Veroordeling voor een poging zware mishandeling, het medeplegen van een straatroof en afpersing door twee of meer verenigde personen. De rechtbank legt een jeugddetentie voor de duur van 210 dagen op, waarvan 206 dagen voorwaardelijk, en de leerstraf So-Cool Regulier voor de duur van 40 uren.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 13 februari 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. W. Koopmans, advocaat te Groningen.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. J.G.F. van Boven.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

onder parketnummer 18/206530-25:

1. primair

hij op of omstreeks 15 april 2025 te Groningen (op/aan de openbare weg) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een paar) (zwartkleurige Nike Jordan Force) schoenen en/of een vest (Nike TEC) en/of een (zilveren) halsketting en/of een Iphone 12 en/of een bank/pinpas (ING-bank), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door (- zakelijk weergegeven -) hem, die [slachtoffer 1] , in te sluiten en/of (daarmee) de vrije doorgang te beletten/belemmeren en/of vast te pakken en/of te houden en/of tegen een muur te drukken en/of tegen het hoofd en/of (elders) op en/of tegen het lichaam en/of met zijn hoofd tegen een muur te slaan en/of een (op een) mes/machete (gelijkend voorwerp) te tonen en/of tegen de keel te zetten en/of hem, die [slachtoffer 1] , met (de platte kant van) dat/die (op een) mes/machete (gelijkend voorwerp) tegen het hoofd te slaan en/of (onverhoeds) een of meer goederen uit zijn zak(ken) te grissen/pakken;

1. subsidiair

hij op of omstreeks 15 april 2025 te Groningen (op/aan de openbare weg) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van (een paar) (zwartkleurige Nike Jordan Force) schoenen en/of een vest (Nike TEC) en/of een (zilveren) halsketting en/of een Iphone 12 en/of een bank/pinpas (ING-bank), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of een derde toebehoorde(n) door (- zakelijk weergegeven -) hem, die [slachtoffer 1] , in te sluiten en/of (daarmee) de vrije doorgang te beletten/belemmeren en/of vast te pakken en/of te houden en/of tegen een muur te drukken en/of tegen het hoofd en/of (elders) op en/of tegen het lichaam en/of met zijn hoofd tegen een muur te slaan en/of een (op een) mes/machete (gelijkend voorwerp) te tonen en/of tegen de keel te zetten en/of hem, die [slachtoffer 1] , met (de platte kant van) dat/die (op een) mes/machete (gelijkend voorwerp) tegen het hoofd te slaan en/of (onverhoeds) een of meer goederen uit zijn zak(ken) te grissen/pakken;

onder parketnummer 18/173775-25:

hij op of omstreeks 25 februari 2025, te Groningen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam heeft gestompt en/of geslagen en/of meermalen, althans eenmaal, een zogenoemd knietje in het gezicht, althans tegen het hoofd, heeft gegeven en/of meermalen, althans eenmaal, met kracht tegen het hoofd en/of (elders) tegen het lichaam, heeft geschopt en/of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

onder parketnummer 18/004452-26:

1. primair

hij op of omstreeks 13 december 2025 te Groningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een jas, van het merk Burberry, kleur zwart, maat L, in elk geval enig goed, dat geheel toebehoorde aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij verdachte en/of zijn mededader(s):

1. subsidiair

hij op of omstreeks 13 december 2025 te Groningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een jas, van het merk Burberry, kleur zwart, maat L, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 3] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder parketnummer

18/206530-25 feit 1 primair ten laste gelegde, voor het onder parketnummer 18/173775-25 ten laste gelegde feit en voor het onder parketnummer 18/004452-26 feit 1 primair ten laste gelegde, met dien verstande dat de officier van justitie heeft verzocht om de datum in de tenlastelegging onder parketnummer 18/004452-26 verbeterd te lezen.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de ten laste gelegde feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De raadsvrouw heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het verbeterd lezen van de datum in de tenlastelegging onder parketnummer 18/004452-26.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van parketnummer 18/206530-25:

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

Deze opgave luidt als volgt:

Overweging

De rechtbank merkt op dat zij de indruk heeft dat niet alle verdachten volledig open en eerlijk zijn geweest over hun aandeel in de straatroof. Daardoor kan niet worden vastgesteld wat de individuele bijdrage van iedere verdacht precies is geweest. Voor een bewezenverklaring van medeplegen is dit niet vereist. De medeplegers zijn in dit geval over en weer aansprakelijk voor elkaars gedragingen. Niet alle ten laste gelegde (gewelds)handelingen behoeven door iedere verdachte afzonderlijk te zijn begaan, zolang er maar sprake is van een substantiële bijdrage. Niet ter discussie staat dat de bijdrage van verdachte, die onder meer heeft toegegeven het slachtoffer te hebben geslagen, voldoende is voor het bewijs van medeplegen.

Ten aanzien van parketnummer 18/173775-25:

De rechtbank acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

Deze opgave luidt als volgt:

Ten aanzien van parketnummer 18/004452-26:

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 13 februari 2026 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Ik fietste met [getuige 1] achterop. We zagen de jongen. Ik zei: die jas wil ik ook. Ik fietste achter hem aan. Ik zei: geef de jas. Hij deed zijn jas uit en gaf de jas aan mij.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 22 oktober 2025, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025281350 d.d. 12 december 2025, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 3] :

Op 13 oktober 2025 reed ik op mijn fiets te Groningen. Ik was samen met mijn vriend. Ik zag een groep jongens op fatbikes. Drie jongens van de groep kwamen ons achterna. Ze vroegen mij wat voor maat jas ik aanhad. De drie jongens zetten mij klem. Ik hoorde dat men onderling zei: “past die jongen van ons maat L”. Ik wist aan de jongens te ontkomen. Ik probeerde zo snel mogelijk weg te komen, maar was niet opgewassen tegen de snelheid van de fatbikes. Ik hoorde dat ik moest stoppen. Toen ik niet stopte, kwam er agressie vanuit de groep jongens. Ik hoorde dat ik moest stoppen want als ik dat niet deed zou ik van mijn fiets worden afgeschopt. Ik werd heel bang en ben gestopt. Een jongen uit de groep stapte van zijn fatbike en ging vlak voor mij staan. Ik zag dat hij zich breed maakte. Ik hoorde dat hij tegen mij schreeuwde: "Jas uit, nu". Ik heb mijn jas uitgedaan. De jongen heeft de jas toen uit mijn handen gegrist. De jas is zwart van het merk Burberry.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 6 november 2025, opgenomen op pagina 22 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 1] :

Ik was aan het fietsen met vrienden, ik zat achterop de fatbike bij [verdachte] . Ik zag dat [slachtoffer 3] kwam aanfietsen samen met een vriend of broertje. [slachtoffer 3] droeg een zwarte Burberry jas. [verdachte] ging achter hem aan fietsen en ik zat achterop. [verdachte] vroeg aan [slachtoffer 3] de maat van zijn jas. Ik hoorde dat [slachtoffer 3] zei "maat L". [slachtoffer 3] wilde niet stoppen. Hij ging harder fietsen en [verdachte] ook. Ik hoorde dat [verdachte] tegen [slachtoffer 3] zei: "He stoppen anders schop ik je van de fiets af". Ik zag dat [slachtoffer 3] stopte. Ik zag dat hij in opdracht van [verdachte] zijn jas aan [verdachte] af gaf.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 5 november 2025, opgenomen op pagina 26 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 2] :

Ik fietste met [slachtoffer 3] . We fietsten langs een groep jongens met fatbikes. [slachtoffer 3] en ik werden door drie van de jongens achterna gezeten. Wij werden achtervolgd. [slachtoffer 3] werd door de jongens klemgezet tegen een muur. [slachtoffer 3] kon aan de jongens ontkomen. Wij fietsen zo hard mogelijk weg. Ik zag dat [slachtoffer 3] stopte. Ik hoorde dat [verdachte] aan [slachtoffer 3] vroeg welke maat zijn jas had. Ik hoorde dat [slachtoffer 3] zei: "Maat L". Vervolgens hoorde ik dat [verdachte] aan [getuige 1] vroeg: "Welke maat heeft die vriend van ons". Ik hoorde dat men L zei. Ik hoorde dat [verdachte] [slachtoffer 3] commandeerde de jas uit te doen. Ik hoorde namelijk: "Doe uit". Ik zag dat [slachtoffer 3] zijn jas uitdeed en dat [verdachte] hem vervolgens uit [slachtoffer 3] zijn handen griste.

Overweging

Ter zitting is gebleken dat er een fout is geslopen in de tenlastelegging. In de tenlastelegging staat 13 december 2025 als pleegdatum opgenomen. Uit het dossier blijkt echter dat het feit is gepleegd op 13 oktober 2025. Gelet op de bij alle partijen bekende context van het feit zal de rechtbank de datum in de tenlastelegging verbeterd lezen. Er bestaat geen enkel misverstand om welk feit het hier gaat.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder parketnummer 18/206530-25 feit 1 primair ten laste gelegde, het onder parketnummer 18/173775-25 ten laste gelegde feit en het onder parketnummer 18/004452-26 feit 1

primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat

onder parketnummer 18/206530-25:

hij op 15 april 2025 te Groningen op de openbare weg tezamen en in vereniging met anderen, een paar Nike Jordan Force schoenen en een vest Nike TEC en een zilveren halsketting en een iPhone 12 en een pinpas ING-bank, die aan [slachtoffer 1] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, door hem, die [slachtoffer 1] , in te sluiten en daarmee de vrije doorgang te belemmeren en vast te pakken en te houden en tegen een muur te drukken en tegen het hoofd en met zijn hoofd tegen een muur te slaan en een machete te tonen en hem, die [slachtoffer 1] , met de platte kant van die machete tegen het hoofd te slaan en goederen uit zijn zakken te pakken;

onder parketnummer 18/173775-25:

hij op 25 februari 2025, te Groningen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, meermalen, tegen het hoofd en elders tegen het lichaam heeft geslagen en eenmaal, een zogenoemd knietje in het gezicht heeft gegeven en meermalen, met kracht tegen het lichaam heeft geschopt en getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

onder parketnummer 18/004452-26:

hij op 13 oktober 2025 te Groningen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een jas, van het merk Burberry, kleur zwart, maat L, die toebehoorde aan [slachtoffer 3] , welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij verdachte en zijn mededaders:

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op

ten aanzien van parketnummer 18/206530-25:

1. primair diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen

ten aanzien van parketnummer 18/173775-25:

poging tot zware mishandeling

ten aanzien van parketnummer 18/004452-26:

1. primair afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 210 dagen, waarvan 207 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest, en met daaraan verbonden de voorwaarden zoals geformuleerd in het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming. De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaarden en het hierop uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar worden verklaard. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf, in de vorm van een leerstraf, te weten de gedragsinterventie So-Cool Regulier voor de duur van 40 uur.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ter zitting aangegeven dat zij de strafeis van de officier van justitie redelijk vindt.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere geweldsdelicten. Hij heeft zich samen met medeverdachten onder andere schuldig gemaakt aan een straatroof. Zij hebben het slachtoffer opgezocht en hem vastgehouden en meermalen geslagen terwijl zijn zakken werden leeggehaald en meerdere spullen werden meegenomen. Het slachtoffer werd bovendien gedwongen zijn trainingspak en schoenen uit te trekken. Ook werd er een machete getoond en werd het slachtoffer met deze machete tegen zijn gezicht geslagen. Enkele maanden voor dit incident heeft verdachte met zijn vrienden een andere jongen achtervolgd en hem onder dreiging van geweld gedwongen om zijn jas af te geven. Ten slotte heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling door een jongen op een schoolplein op te zoeken en meermalen te slaan en te schoppen waardoor deze jongen letsel heeft opgelopen. Dit zijn stuk voor stuk ernstige feiten, waarbij verdachte een forse inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Verdachte heeft ondoordacht en gevaarlijk gehandeld. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke geweldsdelicten zich nog gedurende lange tijd angstig en onveilig kunnen voelen en/of psychische gevolgen van de gebeurtenis kunnen ondervinden. Verdachte heeft eveneens weinig respect getoond voor de eigendommen van anderen. De feiten vonden bovendien plaats in het openbaar en dragen daarmee bij aan versterking van de gevoelens van onveiligheid in de samenleving.

De rechtbank heeft acht geslagen op het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 2 februari 2026. Daaruit blijkt dat het van belang is dat de behandeling die inmiddels is ingezet vanuit Elker wordt gecontinueerd, waarbij aandacht is voor de emotie-regulatie en het belaste verleden van verdachte.

Verdachte is een kwetsbare jongen en is gebaat bij structuur, rust, veiligheid en stabiliteit. Verdachte beschikt over een positieve dagbesteding, is bezig met zijn toekomst, is minder gaan blowen en leert te praten over zijn gevoelens en emoties. Er zijn zorgen over de beïnvloedbaarheid, impulsiviteit en het probleemoplossende vermogen van verdachte. Verdachte stelt zich meewerkend op in de begeleiding. Er wordt geadviseerd om de leerstraf So-Cool Regulier (40 uur) op te leggen en een deels voorwaardelijke jeugddetentie met bijzondere voorwaarden, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk staat aan de duur van het voorarrest. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert de rechtbank te bevelen dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn. De jeugdreclassering heeft zich ter zitting aangesloten bij dit advies.

De rechtbank is van oordeel dat de aard en ernst van de feiten in beginsel de oplegging van een onvoorwaardelijke jeugddetentie rechtvaardigen. Het is echter niet wenselijk dat de positieve ontwikkeling van (deze jonge) first offender wordt doorbroken en dat het ingezette traject en de behandeling die verdachte volgt worden doorkruist. De rechtbank is van oordeel dat verdachte wel een stevige stok achter de deur nodig heeft om te voorkomen dat hij weer de fout in gaat. Alles afwegende acht de rechtbank een jeugddetentie voor de duur van 210 dagen, waarvan 206 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest, passend en geboden. Aan het voorwaardelijke strafdeel zullen de bijzondere voorwaarden worden verbonden die de Raad voor de Kinderbescherming heeft geformuleerd in zijn adviesrapport. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het onvoorwaardelijke deel van de jeugddetentie gelijk dient te zijn aan de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Anders dan de officier van justitie komt de rechtbank op een totaal van 4 dagen voorlopige

hechtenis uit.

Daarnaast zal de rechtbank verdachte de leerstraf So-Cool Regulier (40 uur) opleggen, om zijn vaardigheden te versterken en zodoende het gevaar voor herhaling te verkleinen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere geweldsmisdrijven. Vanwege de ernst van het bewezenverklaarde en de lichtvaardige wijze waarop het geweld is toegepast, moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte (zonder behandeling en begeleiding) opnieuw een strafbaar feit zal plegen en zal de rechtbank de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden bevelen.

Benadeelde partij

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 2] primair op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Subsidiair heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen tot een bedrag van 500,00. Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de vordering niet is onderbouwd.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 2] primair op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard. In de vordering worden geen bedragen genoemd en de onderbouwing, ook ter zitting, is onvoldoende. Subsidiair heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen tot een bedrag van 500,00. Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de vordering niet is onderbouwd.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1]

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit. Bij het vaststellen van de hoogte van de schade maakt de rechtbank gebruik van haar schattingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 6:97 van het Burgerlijk Wetboek.

Hoewel de vordering door de benadeelde partij niet naar behoren is onderbouwd, begrijpt de rechtbank de vordering aldus dat de benadeelde partij 480,00 aan kosten heeft gemaakt om zijn gestolen spullen te vervangen. De rechtbank acht dit bedrag aannemelijk en schat de hoogte van de schade dan ook op

480,00. De rechtbank zal de vordering tot dit bedrag toewijzen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 15 april 2025, en voor het overige afwijzen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachten deze al hebben betaald, en andersom.

Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 2]

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit. De vordering, waarvan de hoogte tot een bedrag van 500,00 niet door verdachte is betwist, zal worden toegewezen tot een bedrag van 500,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 februari 2025. De rechtbank zal de vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaren. Dat deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 302, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder parketnummer 18/206530-25 feit 1 primair ten laste gelegde, het onder parketnummer 18/173775-25 ten laste gelegde feit en het onder parketnummer 18/004452-26 feit 1 primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een jeugddetentie voor de duur van 210 dagen.

Bepaalt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot 206 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

Geeft aan William Schrikker Jeugdbescherming & Reclassering te Amsterdam, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

Beveelt dat de gestelde voorwaarden en het hierop uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.

Een taakstraf, bestaande uit een leerstraf, bestaande uit het volgen van het leerproject So-Cool Regulier voor de duur van 40 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de leerstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie voor de duur van 20 dagen zal worden toegepast.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Vorderingen benadeelde partij

Ten aanzien van parketnummer 18/206530-25 feit 1 primair

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan [slachtoffer 1] te betalen:

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Legt aan verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat te betalen een bedrag van 480,00 (zegge: vierhonderdtachtig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 april 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 0 dagen kan worden toegepast.

Bepaalt dat als verdachte of een mededader voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

Ten aanzien van het feit onder parketnummer 18/173775-25

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte om aan [slachtoffer 2] te betalen:

Verklaart de vordering van [slachtoffer 2] voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat te betalen een bedrag van 500,00 (zegge: vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 februari 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 0 dagen kan worden toegepast.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.B.W. Venema, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. M.A.M. Wolters en mr. S.R. Huisman, rechters, bijgestaan door mr. M.M. Peters, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.B.W. Venema
  • mr. M.A.M. Wolters
  • mr. S.R. Huisman

Griffier

  • mr. M.M. Peters

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?