Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat
onder parketnummer 18/247804-25:
1. primair
hij op of omstreeks 15 april 2025 te Groningen (op/aan de openbare weg) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een paar) (zwartkleurige Nike Jordan Force) schoenen en/of een vest (Nike TEC) en/of een (zilveren) halsketting en/of een Iphone 12 en/of een bank/pinpas (ING-bank), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door (- zakelijk weergegeven -) hem, die [slachtoffer 1] , in te sluiten en/of (daarmee) de vrije doorgang te beletten/belemmeren en/of vast te pakken en/of te houden en/of tegen een muur te drukken en/of tegen het hoofd en/of (elders) op en/of tegen het lichaam en/of met zijn hoofd tegen een muur te slaan en/of een (op een) mes/machete (gelijkend voorwerp) te tonen en/of tegen de keel te zetten en/of hem, die [slachtoffer 1] , met (de platte kant van) dat/die (op een) mes/machete (gelijkend voorwerp) tegen het hoofd te slaan en/of (onverhoeds) een of meer goederen uit zijn zak(ken) te grissen/pakken;
1. subsidiair
hij op of omstreeks 15 april 2025 te Groningen (op/aan de openbare weg) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van (een paar) (zwartkleurige Nike Jordan Force) schoenen en/of een vest (Nike TEC) en/of een (zilveren) halsketting en/of een Iphone 12 en/of een bank/pinpas (ING-bank), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of een derde toebehoorde(n) door (- zakelijk weergegeven -) hem, die [slachtoffer 1] , in te sluiten en/of (daarmee) de vrije doorgang te beletten/belemmeren en/of vast te pakken en/of te houden en/of tegen een muur te drukken en/of tegen het hoofd en/of (elders) op en/of tegen het lichaam en/of met zijn hoofd tegen een muur te slaan en/of een (op een) mes/machete (gelijkend voorwerp) te tonen en/of tegen de keel te zetten en/of hem, die [slachtoffer 1] , met (de platte kant van) dat/die (op een) mes/machete (gelijkend voorwerp) tegen het hoofd te slaan en/of
(onverhoeds) een of meer goederen uit zijn zak(ken) te grissen/pakken;
1. meer subsidiair
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer (andere) onbekend gebleven dader(s) op of omstreeks 15 april 2025 te Groningen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een paar) (zwartkleurige Nike Jordan Force) schoenen en/of een vest (Nike TEC) en/of een (zilveren) halsketting en/of een Iphone 12 en/of een bank/pinpas (ING-bank), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer (andere) onbekend gebleven dader(s)/mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren door (- zakelijk weergegeven -) hem, die [slachtoffer 1] , in te sluiten en/of (daarmee) de vrije doorgang te beletten/belemmeren en/of vast te pakken en/of te houden en/of tegen een muur te drukken en/of tegen het hoofd en/of (elders) op en/of tegen het lichaam en/of met zijn hoofd tegen een muur te slaan en/of een (op een)
mes/machete (gelijkend voorwerp) te tonen en/of tegen de keel te zetten en/of hem, die [slachtoffer 1] , met (de platte kant van) dat/die (op een) mes/machete (gelijkend voorwerp) tegen het hoofd te slaan en/of (onverhoeds) een of meer goederen uit zijn zak(ken) te grissen/pakken,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 15 april 2025 te Groningen opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
(- zakelijk weergegeven -) het plan te beramen en/of de uitvoerende daders te organiseren en/of te informeren en/of de locatie van de plaats delict te bepalen en/of te delen en/of aan te geven en/of aan te geven welk(e) goed(eren) (w.o. een ketting) zou(den) moeten worden gestolen;
1. meest subsidiair
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer (andere) onbekend gebleven dader(s) op of omstreeks 15 april 2025 te Groningen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van (een paar) (zwartkleurige Nike Jordan Force) schoenen en/of een vest (Nike TEC) en/of een (zilveren) halsketting en/of een Iphone 12 en/of een bank/pinpas (ING-bank), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of een derde toebehoorde(n), door (- zakelijk weergegeven -) hem, die [slachtoffer 1] , in te sluiten en/of (daarmee) de vrije doorgang te beletten/belemmeren en/of vast te pakken en/of te houden en/of tegen een muur te drukken en/of tegen het hoofd en/of (elders) op en/of tegen het lichaam en/of met zijn hoofd tegen een muur te slaan en/of een (op een) mes/machete (gelijkend voorwerp) te tonen en/of tegen de keel te zetten en/of hem, die [slachtoffer 1] , met (de platte kant van) dat/die (op een) mes/machete (gelijkend voorwerp) tegen het hoofd te slaan en/of (onverhoeds) een of meer goederen uit zijn zak(ken) te grissen/pakken,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 15 april 2025 te Groningen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door (- zakelijk weergegeven -) het plan te beramen en/of de uitvoerende daders te organiseren en/of te informeren en/of de locatie van de plaats delict te bepalen en/of te delen en/of aan te geven en/of aan te geven welk(e) goed(eren) (w.o. een ketting) zou(den) moeten worden gestolen;
onder parketnummer 18/245512-25:
1
hij in of omstreeks de periode van 4 juni 2025 tot en met 18 juli 2025 te Groningen, althans in Nederland, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door:
2
hij op of omstreeks 20 juli 2025 te Groningen [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "ik maak je nog dood als het moet", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder parketnummer
18/247804-25 feit 1 primair ten laste gelegde en voor de onder parketnummer 18/245512-25 ten laste gelegde feiten.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft ten aanzien van parketnummer 18/247804-25 primair betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde, omdat verdachte weliswaar een ontmoeting heeft georganiseerd tussen het slachtoffer en de daders, maar niet wist dat er een straatroof zou worden gepleegd. Subsidiair heeft zij zich op het standpunt gesteld dat er hooguit sprake is van medeplichtigheid, omdat het aandeel van verdachte in de straatroof - het delen van een locatie - van onvoldoende gewicht is om te kunnen spreken van medeplegen. De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de feiten onder parketnummer 18/245512-25 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Ten aanzien van parketnummer 18/245512-25:
De rechtbank acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Deze opgave luidt als volgt:
september 2025, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] ;
3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor slachtoffer d.d. 3 september 2025, opgenomen op pagina 21 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] .
Ten aanzien van parketnummer 18/247804-25:
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
1. De door verdachte op de terechtzitting van 13 februari 2026 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:
Een maatje van mij had ruzie met [slachtoffer 1] . Ik heb de locatie doorgestuurd. Ze zeiden tegen mij dat ze hem wilden slaan. Ik was degene met een scooter.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 15 april 2025, opgenomen op pagina 20 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025098492 d.d. 18 augustus 2025, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] :
Op 15 april 2025 op de openbare weg te Groningen kwam er een groep jongens vlak bij mij staan. Een van hen pakte mij bij mijn vest vast en twee anderen haalden mijn zakken leeg. Ze sloegen mij overal op mijn gezicht. Ik denk zes of zeven keer. Een van de jongens pakte een groot mes uit zijn broek. Dit was een machete. Hij sloeg mij met de platte kant van het snijvlak van de machete in mijn gezicht. Ondertussen haalden ze mijn zakken leeg. Ze namen het volgende van mij af: Nike Jordan Force schoenen, vest Nike TEC, zilveren halsketting, iPhone 12, pinpas ING-bank.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 7 juli 2025, opgenomen op pagina 161 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] :
Een vriend van het slachtoffer had een set-up geregeld. Dat was de jongen op de scooter. Hij had tegen een vriend van mij gezegd: als je hem gaat racen, wil ik ook een deel van de buit hebben. Met racen wordt stelen van anderen bedoeld. Een vriend van mij kreeg een seintje van de jongen op de scooter. Wij zijn er toen heen gegaan. Er zijn klappen uitgedeeld. Zijn zakken zijn leeggehaald. Zijn schoenen, vest, pinpas en ketting werden afgepakt.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 9 juli 2025, opgenomen op pagina 232 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige] :
[verdachte] kwam met het idee om iets met [slachtoffer 1] te doen. [verdachte] wilde een zilveren ketting van [slachtoffer 1] . [verdachte] liet een locatie zien van waar ze langs zouden lopen, omdat daar geen cameras waren. Ze hadden het over de ketting en de schoenen van [slachtoffer 1] . [verdachte] vroeg wie er een machete had. [verdachte] had later alle spullen. [verdachte] heeft precies aangegeven waar [slachtoffer 1] stond. [verdachte] heeft het gepland.
Overweging
Op grond van de verklaringen van getuige [getuige] en medeverdachte [medeverdachte 1] is de rechtbank van oordeel dat buiten redelijke twijfel is komen vast te staan dat verdachte het intellectuele brein en organisator van de straatroof was.
Verdachte heeft, al dan niet samen met een of meer medeverdachten, het plan bedacht om [slachtoffer 1] te beroven en heeft de locatie van [slachtoffer 1] doorgestuurd naar de medeverdachten. De medeverdachten hebben [slachtoffer 1] aldaar vastgehouden, meermalen geslagen en hebben zijn spullen afgepakt. Verdachte, die zich ten tijde van het politieonderzoek grotendeels op zijn zwijgrecht heeft beroepen, heeft ter terechtzitting erkend dat hij de locatie heeft doorgestuurd en ook dat hij wel wist dat er klappen zouden vallen. Het scenario dat verdachte daarbij heeft geschetst, waarin hij slechts een ontmoeting heeft willen regelen om een ruzie uit te praten, wordt weerlegd door de gebruikte
bewijsmiddelen en wordt door geen van de overige bij de straatroof betrokken getuigen en medeverdachten ondersteund. De rechtbank zal dan ook aan deze verklaring van verdachte voorbijgaan.
Er is sprake van een substantiële intellectuele bijdrage van verdachte aan het delict. In tegenstelling tot de raadsvrouw acht de rechtbank het aandeel van verdachte in de straatroof van voldoende gewicht om van medeplegen te kunnen spreken.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht het onder parketnummer 18/247804-25 feit 1 primair ten laste gelegde en de ten laste gelegde feiten onder parketnummer 18/245512-25 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat
onder parketnummer 18/247804-25:
hij op 15 april 2025 te Groningen op de openbare weg tezamen en in vereniging met anderen, een paar Nike Jordan Force schoenen en een vest Nike TEC en een zilveren halsketting en een iPhone 12 en een pinpas ING-bank, die aan [slachtoffer 1] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, door hem, die [slachtoffer 1] , in te sluiten en daarmee de vrije doorgang te belemmeren en vast te pakken en te houden en tegen een muur te drukken en tegen het hoofd en met zijn hoofd tegen een muur te slaan en een machete te tonen en hem, die [slachtoffer 1] , met de platte kant van die machete tegen het hoofd te slaan en goederen uit zijn zakken te pakken;
onder parketnummer 18/245512-25:
1
hij in de periode van 4 juni 2025 tot en met 18 juli 2025 te Groningen, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door:
2
hij op 20 juli 2025 te Groningen [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "ik maak je nog dood als het moet".
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op
ten aanzien van parketnummer 18/247804-25:
1. primair diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen
ten aanzien van parketnummer 18/245512-25:
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 5 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en met daaraan verbonden de voorwaarden zoals geformuleerd in het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming en het rapport van de jeugdreclassering. De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaarden en het hierop uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar worden verklaard.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft gepleit voor de oplegging van een geheel voorwaardelijke jeugddetentie, al dan niet in combinatie met een taakstraf. De bijzondere voorwaarden zoals geformuleerd in het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming en het rapport van de jeugdreclassering kunnen worden opgelegd, maar een contactverbod met aangeefster [slachtoffer 2] is niet noodzakelijk.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere geweldsdelicten. Hij heeft zich allereerst samen met medeverdachten schuldig gemaakt aan een straatroof. Daarnaast heeft verdachte zijn ex-vriendin tijdens hun relatie meermalen mishandeld, door haar onder meer te slaan en te stompen. Bij één van hun ruzies heeft hij haar zelfs een kopstoot gegeven. Ook heeft hij haar bedreigd met de dood. Dit zijn stuk voor stuk ernstige feiten, waarbij verdachte een forse inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van geweldsdelicten zich nog gedurende lange tijd angstig en onveilig kunnen voelen en/of psychische gevolgen van de gebeurtenis kunnen ondervinden.
De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten, en dat de huidige feiten zijn gepleegd in een nog lopende proeftijd.
De rechtbank heeft daarnaast acht geslagen op het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 29 januari 2026. Daaruit blijkt dat er meerdere risicofactoren zijn die de kans op herhaling van delictgedrag vergroten. Verdachte heeft een zeer belaste voorgeschiedenis. Er zijn veel zorgen over de algehele ontwikkeling van verdachte en hulpverlening komt niet van de grond. Er is sprake van onbehandelde problematiek, traumas en angsten, die verdachte belemmeren in zijn dagelijkse functioneren. Daarnaast is er sprake van systemische problemen, waardoor verdachte loyaliteitsproblemen ervaart. Het heeft verdachte ontbroken aan basisveiligheid en een sensitief systeem die voor hem zorgt.
Hij heeft bescherming en emotionele steun gemist die een kind nodig heeft om zich goed te kunnen ontwikkelen. Als gevolg van deze verwaarlozing is er nu sprake van emotie-regulatie problemen, onttrekken aan toezicht van ouders en de hulpverlening, rondzwerven op straat, drugsgebruik,
delictgedrag en stagnerende schoolgang, terwijl verdachte veel baat heeft bij veiligheid, steun en co-regulatie. Verdachte heeft langdurig en intensief externe sturing en begeleiding nodig. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden. Verdachte is gebaat bij een verplicht strafkader om mee te werken aan de geïndiceerde hulp. Verdachte heeft op alle levensgebieden ondersteuning nodig. Wegens de hoge kans op recidive en het feit dat verdachte met een soortgelijk delict is gerecidiveerd, is het advies om een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen en geen voorwaardelijke werkstraf. Verdachte heeft een forse stok achter de deur nodig. De jeugdreclassering heeft ter zitting aangegeven zich in de bijzondere voorwaarden zoals geformuleerd door de Raad voor de Kinderbescherming te kunnen vinden en adviseert nog twee extra bijzondere voorwaarden ter aanvulling.
De rechtbank is van oordeel dat de aard en de ernst van de feiten, mede gelet op de recidive van verdachte, in beginsel de oplegging van een onvoorwaardelijke jeugddetentie rechtvaardigen. Gelet op de zorgen over de ontwikkeling van verdachte en de onbehandelde problematiek in combinatie met het hoge recidivegevaar is de rechtbank echter van oordeel dat behandeling op de voorgrond moet staan. Daarbij is een stevige stok achter de deur nodig om verdachte te laten meewerken en te voorkomen dat hij weer de fout in gaat. Alles afwegende acht de rechtbank een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 8 maanden, met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden. Aan de voorwaardelijke jeugddetentie zullen de bijzondere voorwaarden worden verbonden die de Raad voor de Kinderbescherming en de jeugdreclassering hebben geformuleerd in hun adviesrapporten. De rechtbank zal het advies van de deskundigen volgen en naast de voorwaardelijke jeugddetentie geen werkstraf opleggen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere geweldsdelicten. Mede gelet op de inhoud van het rapport van de Raad, waaruit naar voren komt dat verdachte hulpverlening en begeleiding nodig heeft, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zonder inzet van passende hulp wederom een geweldsmisdrijf zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de gestelde voorwaarden en het hierop uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.
Benadeelde partij
De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
700,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de vordering niet is onderbouwd. Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 2] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de vordering integraal kan worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] primair op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, wegens de bepleite vrijspraak.
Subsidiair heeft zij zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de vordering niet is onderbouwd. Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 2] heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1]
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit. Bij het vaststellen van de hoogte van de schade maakt de rechtbank gebruik van haar schattingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 6:97 van het Burgerlijk Wetboek. Hoewel de vordering onduidelijk is en door de benadeelde partij niet naar behoren is onderbouwd, acht de rechtbank aannemelijk dat de benadeelde partij 480,00 aan kosten heeft gemaakt om zijn gestolen spullen te vervangen. De rechtbank schat de hoogte van de schade dan ook op 480,00. De rechtbank zal de vordering tot dit bedrag toewijzen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 15 april 2025, en voor het overige afwijzen.
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachten deze al hebben betaald, en andersom.
Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 2]
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder parketnummer 18/245512-25 feit 1 en 2 bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 juli 2025.
Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Vordering na voorwaardelijke veroordeling
Bij onherroepelijk geworden vonnis van 10 februari 2025, gewezen door de kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland te Groningen, is verdachte veroordeeld tot -voor zover hier van belang- een werkstraf voor de duur van 100 uren, te vervangen door 50 dagen jeugddetentie, waarvan 50 uren, te vervangen door 25 dagen jeugddetentie, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 25 februari 2025. De officier van justitie heeft bij vordering d.d. 15 januari 2026 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf. De hiervoor bewezen verklaarde feiten zijn door verdachte begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie geconcludeerd tot afwijzing van de vordering.
De rechtbank is van oordeel dat, nu veroordeelde de in voormeld vonnis gestelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, in beginsel tenuitvoerlegging dient te worden gelast van de niet ten uitvoer gelegde straf. Gelet op hetgeen op de terechtzitting is behandeld en besproken, acht de rechtbank termen aanwezig om de vordering tot tenuitvoerlegging thans af te wijzen. Tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke werkstraf heeft volgens de deskundigen te weinig kans van slagen en het is van belang dat verdachte niet wordt overvraagd en het traject van verdachte niet wordt doorkruist.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 285, 300 en 312 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart het onder parketnummer 18/247804-25 feit 1 primair ten laste gelegde en het onder parketnummer 18/245512-25 feiten 1 en 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een jeugddetentie voor de duur van 8 maanden.
Bepaalt dat deze jeugddetentie niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
Geeft aan Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering ( [adres] ), een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
Beveelt dat de gestelde voorwaarden en het hierop uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.
Vorderingen benadeelde partij
Ten aanzien van parketnummer 18/247804-25 feit 1 primair
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan [slachtoffer 1] te betalen:
Wijst af het meer of anders gevorderde.
Legt aan verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat te betalen een bedrag van 480,00 (zegge: vierhonderdtachtig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 april 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 0 dagen kan worden toegepast.
Bepaalt dat als verdachte of een mededader voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Ten aanzien van parketnummer 18/245512-25 feiten 1 en 2
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte om aan [slachtoffer 2] te betalen:
Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat te betalen een bedrag van 1.085,00 (zegge: duizend vijfentachtig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 juli 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 385,00 aan materiële schade en 700,00 aan immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 0 dagen kan worden toegepast.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer
18. 376012-24:
Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf, opgelegd bij vonnis van de kinderrechter te Rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen d.d. 10 februari 2025.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.B.W. Venema, voorzitter, tevens kinderrechter,
mr. M.A.M. Wolters en mr. S.R. Huisman, rechters, bijgestaan door mr. M.M. Peters, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 maart 2026.