ECLI:NL:RBNNE:2026:702

ECLI:NL:RBNNE:2026:702

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 27-02-2026
Datum publicatie 10-03-2026
Zaaknummer 18.310599.25
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Vrijspraak van het medeplegen van een woningoverval, onvoldoende wettig bewijs, opsporing verzocht, benadeelde partij niet ontvankelijk.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ,

thans gedetineerd te [verblijfplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 13 februari 2026.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. E.G.S. Roethof, advocaat te Amsterdam. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. B. Broerse.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 25 april 2025 te Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, uit een woning, gelegen aan de [adres] te Leeuwarden, een kluis met inhoud (contant geld, sieraden en/of (persoonlijke) bescheiden), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] tijdens zijn/haar/hun vlucht met pepperspray, althans een weerloosmakende en/of traanverwekkende (vloei)stof, in de ogen, althans het gezicht, te spuiten.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling ter zake van het ten laste gelegde gevorderd. Hij heeft daartoe het volgende aangevoerd. Op 25 april 2025 heeft er een woninginbraak aan de [adres] in Leeuwarden plaatsgevonden waarbij een kluis is weggenomen. De daders zijn bij het verlaten van de woning overlopen door de bewoners. De daders hebben deze bewoners met pepperspray bespoten om de vlucht te vergemakkelijken. Op camerabeelden, afkomstig van cameradeurbellen van verschillende woningen uit de buurt, zijn drie personen zichtbaar rondom het tijdstip van de inbraak. Meerdere verbalisanten herkennen verdachte als één van deze personen. Ter ondersteuning zijn er tapgesprekken van verdachte waar het lijkt te gaan over de uitzending van Opsporing Verzocht waar deze woninginbraak is besproken en de hiervoor genoemde camerabeelden zijn getoond.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat er onvoldoende bewijs jegens verdachte voorhanden is. Het enige wat als bewijs zou kunnen dienen zijn de herkenningen. De aangevers hebben de daders gezien, maar de door hen opgegeven signalementen komen niet overeen met verdachte.

Het opgegeven signalement van getuige [getuige] , een buurtbewoner, komt eveneens niet overeen met verdachte. Weliswaar zijn er drie verbalisanten die verdachte herkennen op de camerabeelden, maar deze verbalisanten hebben geen onderscheidende, specifieke elementen genoemd waaraan verdachte wordt herkend. Kortom, deze herkenningen zijn te weinig en te onbepaald om tot een veroordeling te kunnen komen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

Op basis van de voorhanden zijnde stukken stelt de rechtbank het volgende vast. Op 25 april 2025 omstreeks 19:45 uur heeft een inbraak in een woning aan de [adres] in Leeuwarden plaatsgevonden. In het dossier bevindt zich een videocompilatie waarin fragmenten van camerabeelden, afkomstig van

cameradeurbellen van twee verschillende woningen in de buurt, zijn opgenomen. Op deze beelden is te zien dat rond 19:25 uur twee personen in de omgeving van de woning aan de [adres] lopen. Deze twee personen lopen rond 19:28 uur dezelfde route terug. Ook is in de videocompilatie te zien dat drie personen over de weg richting de woning lopen om 19:42 uur. Om 19:52 uur zijn weer drie personen in beeld die van de woning wegrennen. De drie personen zijn van achteren gefilmd en één persoon lijkt een groot voorwerp bij zich te dragen. Verdachte wordt door drie verbalisanten herkend op de beelden die zijn getoond in het programma Opsporing Verzocht. Dit betreft de beelden van omstreeks 19:25.Verdachte ontkent één van de personen te zijn en ontkent bovendien in Leeuwarden te zijn geweest op de betreffende datum.

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of op basis van het voorliggende strafdossier geoordeeld kan worden dat verdachte als medepleger betrokken is geweest bij deze inbraak. De rechtbank stelt vast dat verdachte te zien is op de videofragmenten van 19:25 en 19:28 uur. Dit zijn dezelfde videofragmenten op basis waarvan hij ook wordt herkend door de drie verbalisanten. Hiermee kan worden vastgesteld dat verdachte zich de bewuste middag in de omgeving van de woning was, enige tijd voordat de inbraak plaatsvond. Op de videofragmenten van 19:42 uur en 19:52 uur zijn vervolgens drie personen zichtbaar. De in de videocompilatie opgenomen fragmenten zijn echter heel kort en niet duidelijk. De rechtbank kan op basis van deze fragmenten niet vaststellen dat verdachte één van deze drie personen is geweest. Ook stelt de rechtbank vast dat in het dossier geen ander bewijs aanwezig is waarmee komt vast te staan dat verdachte op het betreffende tijdstip van de inbraak bij de woning aan de [adres] was. Op basis van enkel de herkenning van verdachte op de beelden voorafgaand aan de inbraak in de omgeving van de woning aan de [adres] kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte daadwerkelijk betrokken is geweest bij de inbraak in de woning. Uit de beelden blijkt niet of verdachte op de plaats delict is geweest of op enig moment de gestolen kluis voorhanden heeft gehad.

De inhoud van de tapgesprekken vormt geen rechtstreeks bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij de inbraak. Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het tenlastelegde.

Benadeelde partij

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft tot toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen

[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] geconcludeerd, telkens te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het feit niet bewezen waaruit de schade zou zijn ontstaan. De benadeelde partijen zullen daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vorderingen.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Ten aanzien van de benadeelde partijen

Verklaart de vordering van [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Verklaart de vordering van [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.C.L. Vreugdenhil, voorzitter, mr. W.S. Sikkema en

mr. L.M. Praamstra, rechters, bijgestaan door W. van Goor, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 februari 2026.

mr. L.M. Praamstra is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. H.C.L. Vreugdenhil
  • mr. W.S. Sikkema
  • mr. L.M. Praamstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?