[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] , zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 5 februari 2026.
Ter terechtzitting van 5 februari 2026 is verdachte verschenen, bijgestaan door mr. S.S. Khawaya optredend als zaakwaarnemer voor mr. K. Moussaoui, advocaat te Amsterdam. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. drs. J. Hoekman. Het onderzoek is gesloten ter terechtzitting van 12 maart 2026, waarna direct uitspraak is gedaan.
Tenlastelegging
De (gewijzigde) tenlastelegging is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht.
Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, - kort gezegd - ten laste gelegd dat:
1. hij zich in de periode van 17 februari 2023 tot en met 9 oktober 2023 te Groningen en/of op een of meerdere (andere) locaties in Nederland en/of Roemenië en/of Litouwen heeft schuldig gemaakt aan het (medeplegen) van mensenhandel (seksuele uitbuiting, sub 1, 3, 4, 6 en 9) ten aanzien van [slachtoffer
1] ;
2. hij zich in de periode van 12 december 2022 tot en met 17 juli 2023 te Groningen en/of op een of meerdere (andere) locaties in Nederland en/of Roemenië en/of Litouwen heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van (gewoonte)witwassen/schuldwitwassen.
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de feiten 1 en 2.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van de feiten 1 en 2.
Ten aanzien van feit 1 heeft hij daartoe kort weergegeven aangevoerd dat een oogmerk tot uitbuiting van [slachtoffer 1] niet is vast te stellen bij verdachte. Evenmin is voorwaardelijk opzet tot een nauwe en bewuste samenwerking gericht op seksuele uitbuiting vast te stellen. Verdachte is zich van geen kwaad bewust.
Met betrekking tot feit 2 heeft de raadsman kort weergegeven aangevoerd dat het aannemelijk is dat de transacties (via money transfers) van verdachte te maken hebben met het feit dat de verdiensten uit sekswerk worden verstuurd naar Roemenië. Naar Nederlands recht heeft het geld echter een legale herkomst. Immers, illegale prostitutie levert een overtreding op en niet een misdrijf zoals is vereist bij witwassen. Het verhullen van een legale herkomst is niet strafbaar en daarom mogen verdachte en zijn vriendin [slachtoffer 2] ook zelf bepalen hoe zij het geld uit sekswerkzaamheden verdelen, spenderen en/of investeren.
Oordeel van de rechtbank
Korte inleiding
De zaak van verdachte maakt deel uit van het politieonderzoek Bjarna. Dit onderzoek heeft geresulteerd in de vervolging van zes Roemeense verdachten, te weten, verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] .
Deze verdachten worden - in wisselende samenstelling - verdacht van het (medeplegen) van seksuele uitbuiting, dan wel medeplichtigheid hieraan van drie Roemeense vrouwen, te weten [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] .
Het strafrechtelijk onderzoek is gestart op basis van gegevens uit de webcrawler mensenhandel, die het internet afzoekt naar seksadvertenties met signalen van seksuele uitbuiting. De advertentie van ene [werknaam slachtoffer 2] viel om die reden op.
Op 12 april 2023 heeft een politiecontrole plaatsgevonden aan [adres] . Aldaar werden aangetroffen [slachtoffer 2] , die werkzaam was onder de naam [werknaam slachtoffer 2] , en [slachtoffer 1] . Zij verklaarden dat zij vrijwillig sekswerk deden en dat zij alle verdiensten zelf hielden. Hun toekomst zou hier beter zijn dan in Roemenië.
Uit onderzoek in de webcrawler bleek dat dezelfde foto's die bij de advertentie van [werknaam slachtoffer 2] werden gebruikt, later werden gebruikt bij een seksadvertentie met de werknaam [2e werknaam slachtoffer 2] .
Er werd door de politie op 1 juni 2023 een afspraak gemaakt met deze [2e werknaam slachtoffer 2] bij [hotel] in Groningen. [2e werknaam slachtoffer 2] werd gebracht in een witte VW Passat voorzien van Roemeens kenteken [kenteken] . In deze auto zaten vier mannen: verdachte en medeverdachten [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . [2e werknaam slachtoffer 2] bleek dezelfde [slachtoffer 2] te zijn.
Er vonden vervolgens doorzoekingen plaats en telefoons werden in beslag genomen en doorzocht. Ook werden observaties uitgevoerd, telefoons getapt en vond er een financieel onderzoek plaats. Dit heeft geleid tot de aanhouding van medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] op 9 oktober 2023. Tijdens deze aanhouding kwam ook [slachtoffer 3] in beeld. Op 17, 18 en 19 januari 2024 werden verdachte en medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] aangehouden.
Bewijsmiddelen
De rechtbank past ten aanzien van de ten laste gelegde feiten 1 en 2 de in de bijlage 2 bij dit vonnis opgenomen en zakelijk weergegeven bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten.
Daarbij is ieder bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Juridisch kader mensenhandel
Aan verdachte is onder feit 1 mensenhandel ten laste gelegd zoals omschreven in artikel 273f, eerste lid, sub 1, 3, 4, 6 en 9 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Dit artikel staat in titel XVIII, die ziet op de misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid. Uit de wetsgeschiedenis en de jurisprudentie over dit wetsartikel volgt dat mensenhandel is gericht op uitbuiting. Het belang van het individu staat voorop; dat belang is het behoud van zijn of haar lichamelijke of geestelijke integriteit en vrijheid. De in artikel 273f Sr verboden gedragingen beïnvloeden de wil, waaronder is begrepen de keuzemogelijkheid van het slachtoffer, in die zin dat zij leiden tot het ontbreken van vrijwilligheid, waartoe ook behoort het ontbreken of de vermindering van de mogelijkheid een bewuste keuze te maken. Dit gebrek aan een vrije keuze komt nader tot uitdrukking in de verschillende bestanddelen die deel uitmaken van artikel 273f Sr.
De opbouw van de (aan verdachte ten laste gelegde) sub-onderdelen van artikel 273f Sr is als volgt. Er is telkens een gedraging (bij sub 1 o.a. verwerven, vervoeren, huisvesten, bij sub 3 het halen uit een ander land, bij sub 4 het dwingen/bewegen zich beschikbaar stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard, bij sub 6 en 9 voordeel trekken) beschreven. In het geval van sub 1, 4 en 6 is vereist dat verdachte daarbij gebruik heeft gemaakt van een dwangmiddel (dwang, (dreiging met) geweld, (dreiging met) een andere feitelijkheid, afpersing, fraude, misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik van een kwetsbare positie).
Er dient een causaal verband te bestaan tussen het gebruik van het dwangmiddel en de gedraging.
Ten aanzien van alle ten laste gelegde sub-onderdelen geldt dat sprake dient te zijn van (oogmerk van) uitbuiting. Als uitbuiting dient in elk geval te worden aangemerkt uitbuiting van een ander in de prostitutie. De vraag of - en zo ja, wanneer - sprake is van 'uitbuiting' in de zin van de artikel 273f, eerste lid, Sr, is niet in algemene termen te beantwoorden, maar is sterk verweven met de omstandigheden van het geval. Bij de beantwoording van die vraag komt onder meer betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling of de te verrichten activiteit, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt en het economisch voordeel dat daarmee door verdachte wordt behaald.1
Uitbuiting veronderstelt altijd een zekere mate van onvrijwilligheid of onderwerping van degene die wordt uitgebuit. In het geval van prostitutiewerkzaamheden zal er - gelet op de aard van het werk en de forse inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer - in het geval van gebruik van enig dwangmiddel en enig financieel gewin bij verdachte al snel sprake zijn van uitbuiting. Instemming van het slachtoffer met de beoogde of bestaande uitbuiting is niet relevant indien één van de in art 273f Sr genoemde dwangmiddelen is gebruikt.
Ten aanzien van het dwangmiddel misbruik van een kwetsbare positie kan een kwetsbare positie onder andere het gevolg zijn van illegale binnenkomst of illegaal verblijf, een ongedocumenteerde status, verslaving of een psychische of lichamelijke handicap.
Ten aanzien van het dwangmiddel misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht kan dit veelal uit de omstandigheden worden afgeleid. In de wetsgeschiedenis wordt hierbij de vergelijking gemaakt met de mogelijkheid zich op te stellen als een mondige Nederlandse prostitué(e). Voor een bewezenverklaring van (een van) de misbruik-dwangmiddelen is vereist dat een verdachte zich ook daadwerkelijk bewust was van de relevante feitelijke omstandigheden waaruit de kwetsbare positie of het overwicht voortvloeit, dan wel verondersteld moet worden voort te vloeien, in die zin dat voorwaardelijk opzet ten aanzien van die omstandigheden bij hem aanwezig moet zijn.
Voor oogmerk van uitbuiting is vereist dat het handelen van verdachte, naar hij moet hebben beseft, als noodzakelijk en dus door hem gewild gevolg meebracht dat de ander door hem werd of zou kunnen worden uitgebuit.
Ten aanzien van feit 1
De rechtbank zal aan de hand van het zojuist geschetste kader beoordelen of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 ten laste gelegde medeplegen van mensenhandel (seksuele uitbuiting, subonderdelen 1, 3, 4 en 6) ten aanzien van [slachtoffer 1] .
Verklaringen [slachtoffer 1] en verdachte
Uit het dossier blijkt dat de politie op verschillende momenten gesprekken heeft gevoerd met [slachtoffer 1] over haar prostitutiewerkzaamheden. [slachtoffer 1] is eveneens gehoord door de rechter-commissaris. [slachtoffer 1] heeft verklaard waarom zij naar Nederland is gekomen, onder welke omstandigheden zij het sekswerk verrichte en daarbij benadrukt dat zij niet werd uitgebuit en dat zij haar verdiende geld zelf mocht houden. Zij heeft ook geen aangifte gedaan.
In mensenhandelzaken is het niet ongebruikelijk dat slachtoffers terughoudend zijn of hun situatie als “vrijwillig” beschrijven. De betrouwbaarheid van zowel belastende als ontlastende verklaringen kan onder druk staan of negatief beïnvloed worden door afhankelijkheid, schaamte, maar ook door gevoelens van loyaliteit. Gelet hierop ziet de rechtbank aanleiding om zeer behoedzaam om te gaan met de verklaringen van [slachtoffer 1] en deze slechts te gebruiken voor het bewijs waar deze worden ondersteund door andere bewijsmiddelen.
Verdachte heeft zich gedurende het strafproces beroepen op zijn zwijgrecht.
Ter terechtzitting van 5 februari 2026 heeft verdachte verklaard dat medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] kennissen van hem zijn van vroeger in Roemenië. Medeverdachte [medeverdachte 3] is zijn vader. Verdachte verbleef in Nederland in dezelfde woningen als de medeverdachten en hun vriendinnen. Hij had wel gemerkt dat de stellen zich bezig hielden met sekswerk, maar hij is daar niet bij betrokken geweest en heeft ook geen financieel voordeel genoten.
Verdachte heeft [slachtoffer 1] vanuit Roemenië wel geholpen met het klantencontact via Kinky.nl. [slachtoffer 1] had een kopie gemaakt van haar WhatsApp account, zodat verdachte berichten kon antwoorden en versturen naar haar klanten als zij bezig was. De rechtbank zal met deze latere verklaringen van verdachte, na zijn eerdere zwijgen, behoedzaam omgaan en deze slechts gebruiken voor het bewijs waar deze worden ondersteund door andere bewijsmiddelen.
Bewijsoverwegingen
Aan de hand van de in bijlage 2 opgenomen bewijsmiddelen stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast.
Medeverdachte [medeverdachte 2] en [slachtoffer 1] zijn geliefden en vanuit Roemenië naar Nederland gekomen, zodat [slachtoffer 1] hier in de (illegale) prostitutie kon gaan werken. [slachtoffer 1] verrichte in de ten laste gelegde periode van 17 februari 2023 tot en met 9 oktober 2023 sekswerk in en vanuit diverse woningen in Groningen. Medeverdachte [medeverdachte 2] regelde deze woningen en [slachtoffer 1] betaalde de huur. Zij verbleven in deze woningen met eveneens uit Roemenië afkomstige stellen, waarbij de vrouwen tevens werkzaam waren in de illegale prostitutie. Ook verdachte verbleef in deze woningen. De werknaam van [slachtoffer 1] in de seksadvertenties op de website Kinky.nl was o.a. [werknaam slachtoffer 1] en zij kwam in WhatsApp chats ook voor als “ [afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] ” of “ [afkorting 2 werknaam slachtoffer 1] ”. De seksadvertenties en het omhoog plaatsen daarvan op Kinky.nl werden deels betaald door verdachte en medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . Uit de tussen medeverdachte [medeverdachte 2] en [slachtoffer 1] gevoerde WhatsApp-gesprekken volgt dat niet alleen medeverdachte [medeverdachte 2] betrokken was bij haar sekswerk en zich hiermee actief bemoeide, maar ook verdachte. Verdachte voerde diverse WhatsApp-gesprekken met [slachtoffer
1] , waaruit volgt dat hij haar telefoonnummers stuurde en haar opdroeg deze te bellen. Daarnaast bemoeide verdachte zich ook met de klantafspraken, duur en prijzen.
Gedragingen en handelingen
De rechtbank acht op grond van het vorenstaande en de in de bijlage 2 opgenomen bewijsmiddelen de feitelijke gedragingen zoals ten laste gelegd onder de verschillende gedachtestreepjes, onder B, bewezen.
Verdachte zal worden vrijgesproken van subonderdeel 3 (het aanwerven) omdat niet wettig en overtuigend kan worden vastgesteld dat verdachte [slachtoffer 1] in Roemenië daadwerkelijk heeft aangeworven, op een actieve wijze benaderd, om in Nederland in de prostitutie te gaan werken.
Wel acht de rechtbank bewezen dat er sprake was van de handelingen “vervoeren” en “huisvesten”. Medeverdachte [medeverdachte 2] liet [slachtoffer 1] door medeverdachte [medeverdachte 3] vervoeren naar seksafspraken. Tijdens een politiecontrole op 1 juni 2023 bij het [hotel] in Groningen is verdachte ook samen met [slachtoffer 2] en medeverdachten [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de auto aangetroffen, terwijl [slachtoffer 2] naar een seksafspraak werd gebracht. Daarnaast heeft medeverdachte [medeverdachte 2] [slachtoffer 1] ondergebracht in diverse woningen in
Groningen, waaronder aan [adres] , [adres] , [adres] en [adres] . Deze woningen heeft medeverdachte [medeverdachte 2] geregeld, zodat hij hier met [slachtoffer 1] kon verblijven en zij het sekswerk vanuit daar kon verrichten. Ook verdachte verbleef in deze woningen.
Niet gebleken is dat sprake is geweest van andere handelingen zoals genoemd in sub 1 van artikel 273f, eerste lid, Sr.
Dwangmiddelen
Ten aanzien van het gebruik van dwangmiddelen overweegt de rechtbank als volgt.
Misbruik van een kwetsbare positie en misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht
[slachtoffer 1] was afkomstig uit Roemenië en sprak de Nederlandse taal niet. Zij belandde in Nederland in de illegale prostitutie, onttrokken aan het officiële toezicht waardoor er geen garantie of handhaving was van de hygiëne- en gezondheidsvoorschriften die gelden voor de legale sector en waar bovenal geen officieel toezicht op de veiligheid van de vrouwen plaatsvond. Het sekswerk verrichte zij, zodat zij haar kind van 8 jaar, die verbleef bij haar vader in Roemenië, kon onderhouden. Haar vader was niet op de hoogte van de door haar verrichte prostitutiewerkzaamheden. In Nederland had [slachtoffer 1] geen sociaal netwerk, anders dan de stellen om haar heen die allen ook afkomstig waren uit Roemenië en werkzaam in de illegale prostitutie. Hoewel het er op lijkt dat [slachtoffer 1] de klantafspraken deels zelf maakte, volgt uit de diverse WhatsAppgesprekken tussen verdachte en [slachtoffer 1] dat ook verdachte hier een grote rol had. Uit deze gesprekken volgt dat zij zeer beperkt zelf kon bepalen welke werkzaamheden zij verrichtte en tegen welke prijs. Ook blijkt dat zij haar inkomsten moest afstaan. Zij kon niet over al haar verdiensten beschikken en had ook geen geld om terug te keren naar Roemenië.
Voor huisvesting was zij afhankelijk van anderen. Hierdoor had [slachtoffer 1] niet de mogelijkheid om zich op te stellen als “een mondige prostituee”. Dit wisten verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] en onder deze omstandigheden hebben zij misbruik gemaakt van haar kwetsbare positie en het overwicht dat zij op haar hadden. [slachtoffer 1] kon hier geen weerstand aan bieden.
Gebruik van de dwangmiddelen misbruik van een kwetsbare positie en misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht kan daarom wettig en overtuigend worden bewezen.
Dreiging met geweld
[slachtoffer 1] is door met name medeverdachte [medeverdachte 2] ook blootgesteld aan dreiging met geweld. Dit blijkt uit de vele dreigende en dwingende WhatsApp berichten die hij haar verstuurde.
Bijvoorbeeld wanneer [slachtoffer 1] vroeg: “Hoeveel geld zei je dat je nog over had vandaag? 2600?” antwoordde verdachte: “Waarom stelde je die vraag? Luister, wil je dat ik mijn lul stop in de dode van de dode van je moeder stop, rot op met dit soort dingen want, [naam 1] mag doodgaan als ik je niet verrot sla. Ik merk dat. Je neukt me in mijn lul ik doe wat mijn lul wil.” Gelet op de context waarin de dreigende en dwingende berichten hebben plaatsgevonden, te weten in een onevenwichtige relatie waarin [slachtoffer 1] zich naar de wensen van medeverdachte [medeverdachte 2] (en verdachte) moest voegen en geld in het laatje moest brengen, is de rechtbank van oordeel dat middels het medeplegen ook dreiging met geweld werd gebruikt om hu wil aan [slachtoffer 1] op te leggen. Niet gebleken is dat sprake is geweest van andere dwangmiddelen zoals genoemd in sub 1 van artikel 273f, eerste lid, Sr.
Oogmerk van uitbuiting
Nu naar het oordeel van de rechtbank vaststaat dat [slachtoffer 1] met toepassing van voornoemde dwangmiddelen er toe is bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van prostitutiewerkzaamheden én verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] hier financieel voordeel van hebben genoten, is de rechtbank van oordeel dat [slachtoffer 1] door hen is uitgebuit. Dat verdachte financieel voordeel heeft gehad staat wel vast. Uit de inhoud van de tussen medeverdachte [medeverdachte 2] en [slachtoffer 1] gevoerde WhatsApp gesprekken volgt dat geld dat door [slachtoffer 1] werd verdiend aan verdachte werd afgegeven. Daar komt bij dat verdachte grote sommen geld via moneytransfers verstuurde naar diverse personen in Roemenië, terwijl hij in Nederland geen verifieerbare (legale) inkomsten had. De rechtbank verwerpt de door verdachte eerst ter zitting van 5 februari 2026 gedane en niet onderbouwde stelling dat hij in Nederland leefde van pokerwinsten, zwart werk en vermogende vrienden had.
Het op deze wijze financieel voordeel behalen uit werkzaamheden die door een ander onder deze omstandigheden in de prostitutie worden verricht leidt tot uitbuiting als bedoeld in artikel 273f Sr.
De rechtbank zal de aan verdachte ten laste gelegde subonderdelen 1, 4, 6 en 9 dan ook bewezen verklaren.
Medeplegen
De rechtbank acht het medeplegen van de seksuele uitbuiting van [slachtoffer 1] eveneens bewezen. Er was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] , deels bestaand uit de gezamenlijke betrokkenheid bij de seksadvertentie(s) van [slachtoffer 1] op Kinky.nl, waaronder het omhoog plaatsen van de advertentie, en het in onderling overleg aanleveren van (nieuwe) klanten voor [slachtoffer 1] .
Ten aanzien van feit 2 Gronddelict
Gelet op hetgeen hiervoor reeds is overwogen ten aanzien van feit 1, en hetgeen uit de onder bijlage 2 opgenomen bewijsmiddelen blijkt, staat vast dat verdachte zich in de periode van
17 februari 2023 tot en met 9 oktober 2023 schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van seksuele uitbuiting van [slachtoffer 1] en dat hij hier opzettelijk financieel voordeel uit heeft getrokken. Verdachte had in Nederland geen ander verifieerbaar (legaal) inkomen.
Zoals hiervoor reeds overwogen gaat de rechtbank voorbij aan de eerst ter zitting van 5 februari 2026 gedane en niet onderbouwde stelling van verdachte dat hij in Nederland leefde van pokerwinsten, zwart werk en vermogende vrienden. Het staat naar het oordeel van de rechtbank dan ook vast dat de in de tenlastelegging onder feit 2 opgenomen geldbedragen, met uitzondering van het door verdachte op 17 juli 2023 via Moneygram ontvangen geldbedrag van in totaal 1.300,- van medeverdachte [medeverdachte 3] (zijn vader), afkomstig zijn van een door verdachte begaan misdrijf.
Ten aanzien van voorgenoemde 1.300,- overweegt de rechtbank dat medeverdachte [medeverdachte 3] is vrijgesproken van het medeplegen van de seksuele uitbuiting van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en uit welk ander strafbaar feit het geld afkomstig is, is op basis van het dossier niet vast te stellen.
Gedragingen gericht op verbergen en/of verhullen
Omdat de geldbedragen (onmiddellijk) afkomstig zijn uit een door verdachte begaan misdrijf, moet de rechtbank vervolgens beoordelen of op grond van de uit de bewijsmiddelen blijkende feiten en omstandigheden een gedraging van verdachte kan worden vastgesteld, die meer omvat dan het enkele voorhanden hebben van het geldbedrag.
Die gedraging moet gericht zijn op het daadwerkelijk verbergen en/of verhullen van de criminele herkomst van het door het eigen misdrijf verkregen geldbedrag.
Uit de onder bijlage 2 opgenomen bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat verdachte in de ten laste gelegde periode de beschikking heeft gehad over een bankrekening op naam van ene [naam 2] . Het door [slachtoffer 1] verdiende prostitutiegeld is deels op deze rekening terecht gekomen. Verdachte heeft in de periode van 12 december 2022 tot en met 1 juni 2023 vanaf deze bankrekening (maar ook contant) via Moneygram geld verstuurd naar diverse personen in Roemenië, te weten een bedrag van 6.570,- giraal en 29.631,50 contant. De kosten voor deze moneytransfers bedroegen 1.444,-. Het veelvuldig versturen van geld via Moneygram is een witwasindicator, omdat deze transfers duur zijn en bedoeld zijn om de meldgrens te ontduiken. Het gebruik maken van rekeningen op naam van anderen eveneens, omdat dat als doel heeft het verhullen van de eigenaar van het geld.
Daarmee heeft verdachte de herkomst van uit misdrijf afkomstige geldbedragen verhuld en tevens verhuld wie de rechthebbende(n) op deze geldbedragen waren en wie deze geldbedragen voorhanden hadden.
Gewoontewitwassen
Gelet op de lange periode waarin verdachte zich aan witwassen heeft schuldig gemaakt en de daarmee gepaard gaande geldbedragen en de vele transacties, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte van het witwassen een gewoonte heeft gemaakt.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht de feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
hij in de periode van 17 februari 2023 tot en met 9 oktober 2023 te Groningen en op meerdere andere locaties in Nederland, meerdere malen, tezamen en in vereniging met een ander,:
(A)
een ander, te weten [slachtoffer 1] , telkens
(B)
meer geld moest verdienen, en
zulks terwijl die [slachtoffer 1] :
aldus terwijl die [slachtoffer 1] zich in een kwetsbare positie bevond, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] geen weerstand aan verdachte en zijn mededader heeft kunnen bieden;
2
hij in de periode van 12 december 2022 tot en met 17 juli 2023 te Groningen en op meerdere andere locaties in Nederland, van meerdere voorwerpen, te weten
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
1. medeplegen van mensenhandel, meermalen gepleegd;
2. van het plegen van witwassen een gewoonte maken.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de feiten 1 en 2 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 51 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heef doorgebracht.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gelet op de bepleite vrijspraak geen standpunt ingenomen ten aanzien van de op te leggen straf.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en het advies van de reclassering van 14 februari 2024 voor de raadkamerzitting, het uittreksel uit de justitiële documentatie van 9 december 2025, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
Ernst van de feiten
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het gezamenlijk met medeverdachte [medeverdachte 2] seksueel uitbuiten van [slachtoffer 1] . Daarbij heeft hij misbruik gemaakt van haar kwetsbare positie en het overwicht dat hij op haar had. Verdachte heeft daarbij enkel uit financieel gewin gehandeld. [slachtoffer 1] heeft geen aangifte tegen verdachte gedaan. Ook als een betrokkene zichzelf niet als een slachtoffer ziet en geen aangifte heeft gedaan, doet dit niet af aan de ernst van het feit. Het gaat bij mensenhandel immers niet alleen om de individuele beleving van degene die (seksueel) is uitgebuit, maar ook om de aantasting van de menselijke waardigheid en de ernstige inbreuk op de lichamelijke en geestelijke integriteit die daarmee gepaard gaan. De rechtbank rekent verdachte dit feit dan ook zwaar aan.
Verdachte heeft zich verder schuldig gemaakt aan het (gewoonte)witwassen. Daarbij heeft hij de herkomst van het geld afkomstig uit de bewezenverklaarde seksuele uitbuiting verhuld. Door witwassen wordt de integriteit van het financiële en economische verkeer aangetast en meer specifiek het vertrouwen van de burger in het handelsverkeer. Witwassen is een ernstig strafbaar feit dat ondermijnend is voor de samenleving. Ook dit feit rekent de rechtbank verdachte dan ook aan.
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld voor (soortgelijke) strafbare feiten. Uit informatie uit Roemenië volgt dat verdachte daar in 2019 als minderjarige is veroordeeld tot een voorwaardelijke straf wegens een drugsdelict.
De reclassering heeft aangegeven dat zij mede gelet op de proceshouding van verdachte geen inschatting kunnen maken van het recidiverisico. Ter zitting is door verdachte naar voren gebracht dat hij inmiddels in Roemenië verblijft en dat hij daar werkt in de bouw. Verdachte heeft medische omstandigheden, waaronder hartklachten.
Overschrijding redelijke termijn
De rechtbank stelt verder vast dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn met circa 1 maand, uitgaande van de aanvang van de behandeling van de strafzaak op
19 januari 2024, de dag waarop verdachte in verzekering is gesteld. Gelet op de omvang en complexiteit van deze zaak kan met de constatering dat termijn in zeer geringe mate is overschreden worden volstaan en behoeven er geen consequenties te zijn voor de op te leggen straf.
Strafoplegging
De rechtbank is van oordeel dat met name gelet op de aard en de ernst van de bewezen verklaarde medeplichtigheid aan seksuele uitbuiting volgt dat uit het oogpunt van normhandhaving en vergelding een onvoorwaardelijke gevangenisstaf van langere duur op zijn plaats is. De rechtbank heeft daarbij acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten voor straftoemeting mensenhandel en merkt deze zaak aan als een categorie II-zaak. Voor categorie II geldt een oriëntatiepunt van 14 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor een bewezenverklaarde periode, variërend van een dag/dagen tot enkele maanden, zoals in onderhavige zaak. Daarnaast weegt de rechtbank in strafverzwarende zin mee dat sprake is van het medeplegen van seksuele uitbuiting van [slachtoffer 1] . Verder heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan (gewoonte)witwassen, hetgeen strafverzwarend is.
Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden.
Deze straf is lager dan door de officier van justitie is geëist, omdat de rechtbank zich baseert op de LOVS-oriëntatiepunten in plaats van de (strengere) OM-richtlijnen.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
Beslag
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vordert verbeurdverklaring van de onder verdachte inbeslaggenomen
200,-, alsmede de onder verdachte niet inbeslaggenomen witwasbedragen. De officier van justitie verwijst daartoe naar artikel 34 van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat het op de beslaglijst vermelde contante geldbedrag van
200,- moet worden verbeurdverklaard, omdat het een voorwerp betreft die aan verdachte toebehoort, die hij geheel of ten dele ten eigen bate kan aanwenden en die geheel door middel van of uit de baten van de strafbare feiten zijn verkregen.
De rechtbank ziet af van toepassing van artikel 34 Sr. De witwasgelden zijn niet onder verdachte in beslag genomen. Het is voor de rechtbank niet duidelijk of de betreffende geldbedragen nog aan verdachte toebehoren, dan wel of hij feitelijke macht beheer of zeggenschap hierover heeft. De feitelijke situatie is hiermee te onduidelijk voor een rechtmatige verbeurdverklaring.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 47, 57, 273f en 420bis Sr.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart het onder de feiten 1 en 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Verklaart verbeurd het onder verdachte in beslag genomen geldbedrag van 200,-.
Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter, mr. S.T. Kooistra en mr. M.M. Spooren, rechters, bijgestaan door mr. H. Wachtmeester-Koning, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 maart 2026.
Mr. S.T. Kooistra en mr. M.M. Spooren zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage 1
hij (op een of meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 17 februari 2023 tot en met 9 oktober 2023 te Groningen en/of op een of meerdere (andere) locaties in Nederland en/of in Roemenië en/of Litouwen, meerdere malen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meerdere anderen, althans alleen:
(A)
een ander, te weten (mevrouw) [slachtoffer 1] , (telkens)
(sub 4) en/of
(zulks) terwijl die [slachtoffer 1] :
2
hij (op een of meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 12 december 2022 tot en met 17 juli 2023 te Groningen en/of op een of meerdere (andere) locaties in Nederland en/of in Roemenië, meerdere malen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meerdere anderen, althans alleen, (van) een of meerdere voorwerpen, te weten
een of meerdere geldbedragen van (in totaal) (ongeveer) 1.300 zijnde in totaal (ongeveer) 38.945,50 althans in elk geval een of meerdere geldbedragen,
(a)
Bijlage 2
Bewijsmiddelen ten aanzien van de feiten 1 en 2
Daarbij is ieder bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 juni 2023, opgenomen op pagina 1005 e.v. van het dossier van eenheid Politie Noord-Nederland, team Migratiecriminaliteit en Mensenhandel met nummer NNRCC23009 BJARNA (onderzoek Bjarna) d.d. 21 maart 2024, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Op 12 april 2023 werd een prostitutiecontrole gehouden op het adres [adres] te Groningen. Op aanbellen bij de woning [adres] werd opengedaan door een dame welke later bleek te zijn [slachtoffer 2] . [slachtoffer 2] verklaarde:
- Eén week geleden heeft ze een Roemeense vrouw ( [slachtoffer 1] ) als huisgenootje gekregen. In de woning troffen wij inderdaad ook [slachtoffer 1] aan. [slachtoffer 1] verklaarde:
-Dat ze nu een week hier in Groningen is. Dat ze [slachtoffer 2] hier heeft ontmoet.
-Dat ze elke 2 dagen 50 Euro huur betaalt
-Ze zou hier zijn voor een betere toekomst dan thuis in Roemenië.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 juni 2023, opgenomen op pagina 1011 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] , [verbalisant] , [verbalisant] , [verbalisant] en [verbalisant] :
Op 1 juni 2023 omstreeks 19:30 uur is een zogenaamde seksafspraak gemaakt met een prostituee, genaamd [2e werknaam slachtoffer 2] , die zich aanbood via Kinky.nl. Omstreeks 20.15 uur zag ik een witte Volkswagen Passat vanuit de richting van de Peizerweg aan komen rijden met het Roemeense
kenteken [kenteken] . In de auto zaten vijf personen. De vrouw herkende ik als [slachtoffer 2] . [slachtoffer 2] vertelde aan mij samengevat het volgende:
Controle inzittenen witte VW Passat voorzien van kenteken [kenteken]
In het voertuig troffen we vier mannen aan die zich allen met een Roemeens ID-kaart identificeerden:
3. De door verdachte ter terechtzitting van 5 februari 2026 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
Medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn kennissen van vroeger in Roemenië. Medeverdachte [medeverdachte 3] is mijn vader. Ik verbleef in Nederland in dezelfde woningen als de medeverdachten en hun vriendinnen. Ik had wel gemerkt dat de stellen zich bezig hielden met sekswerk. Ik heb [slachtoffer 1] vanuit Roemenië geholpen met het klantencontact via Kinky.nl. [slachtoffer 1] had een kopie gemaakt van haar WhatsApp account, zodat ik berichten kon antwoorden en versturen naar haar klanten als zij bezig was.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen intake gesprek [slachtoffer 1]
d.d. 10 oktober 2023, opgenomen op pagina 1450 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] :
A: Ik ben aanvankelijk naar Nederland gekomen om documenten te regelen om achter de ramen te mogen werken. Dat is mij niet gelukt. Ik ben nog een paar dagen gebleven om geld te verdienen om terug te gaan naar Roemenië. Escort. Prostitutie. Via de Kinky site.
V. Wanneer ben je naar Nederland gekomen?
A: Vrijdagavond. Met Maxi Taxi, een minibus. Mijn vriend en ik. V: Hoe kom je aan het adres [adres] ?
A: Mijn vriendin die al in Nederland was kende dat adres.
V: Wie heeft de advertentie gemaakt? A: Ik. De fotos heb ik zelf gemaakt. V: Hoe lang heb je al een relatie met [medeverdachte 2] ?
A: Drie en halfjaar.
V: Kun je ons eens vertellen hoe het gaat met de betalingen?
Contact wordt gelegd via de telefoon, wij gaan het over de prijs hebben en ik wil graag weten hoe ver dat is en of het mij bevalt of niet want ik moet daar heen met de taxi. En als ik daar mee akkoord ga dan ga ik er heen. Ik word eerst betaald voordat wij afgesproken hebben. Nadat de seks is geweest ga ik weg.
V: Hoe gaat de betaling? A: Contant. V: Wordt er ook wel met de bank betaald?
A: Vanaf januari niet want ik had een Revolut bankrekening en die werd afgesloten. V: Werd er ook wel betaald met Tikkies of betaalverzoeken?
A: Toen ik nog die bankrekening had bij Revolut wel. V: Hoeveel klanten heb jij gehad sinds vrijdag?
A: Vrijdag één, zondag één en gister één. 400 in totaal. Een half uurtje is 100 euro, een uur is 150. V: Heb jij klanten ontvangen in deze woning?
A: Ja. Vanaf vrijdag tot gisteren zijn er drie klanten in de woning geweest. V: Wat weet jouw vriend van jou verder?
A: Hij weet dat ik in de escort werk. Sinds ik hem ken zijn we ook naar Roemenië gegaan en heb ik normaal werk gedaan maar uiteindelijk kan ik niet normaal werk doen terwijl ik ook een kind heb en die groot moet brengen.
V: Waar is het kindje nu?
A: In Roemenië, bij mijn vader. Vanaf het begin dat ik besloten heb dit werk te doen heb ik het gedaan voor mijn kind.
V: Wat is de rol van jouw vriend, [medeverdachte 2] ? A: Ik hou van hem en bovendien kan ik niet alleen zijn.
V: Hoe verdient hij zijn geld eigenlijk? A: Hij heeft geen werk hier. V: En wie betaald de huur voor de woning en het eten?
A: Ik. Ik moet 300 euro per week betalen. Per post. Elke week moeten wij het geld stoppen in de brievenbus. Het is 300 euro per koppel. Elke vrouw betaald 300 euro.
Ik ben eens samen met mijn vriendin, [slachtoffer 2] , aan [adres] geweest.
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 oktober 2023, opgenomen op pagina 677 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [medeverdachte 2] :
A: In Nederland heb ik niet gewerkt. [slachtoffer 1] zei dat ze een kind had en dat zij haar kind niet uit normaal werk kon onderhouden. Zij wilden werken in de prostitutie in Nederland.
V: Wanneer ben je naar Nederland gekomen?
A: Vrijdagnacht. Met een minibus die vervoerd mensen. Ik wist het adres van mijn vriend. [medeverdachte 1] . Hij doet prostitutie. We gingen naar [medeverdachte 1] . Hij heeft mij een sleutel gegeven van een ander huis zodat ik daar kon verhuizen. [adres] , [adres] .
De meisjes hadden nog geen sites geopend. Het was weekend en zij konden niks doen. V: Wie zouden die sites maken? A: [slachtoffer 1]
V: [slachtoffer 1] is jouw vriendin? A: Ja. [slachtoffer 2] is de vriendin van [medeverdachte 1] . Ik noem hem [bijnaam medeverdachte 1] . [naam 3] is een vriend van [medeverdachte 1] . Ik heb hem hier leren kennen. [naam 4] is de vrouw van [naam 3] .
V: Het zijn allemaal stellen dus? A: Ja. V: [adres] , wie hebben daar verbleven?
A. [medeverdachte 1] en [naam 3] . Hun twee met hun vrouwen. Zij wilde wat geld verdienen. Voor haar kind, voor haarzelf.
V: Ben jij voor deze keer al eens naar Nederland geweest?
A: Ja. Ik ben toen anderhalve maand ofzo hier verbleven. In dezelfde woning aan [adres] . Ik ben ook aan het [adres] geweest. Een vriend van mij had een auto en die hielp ons. Een Passat. Wit van kleur. [bijnaam verdachte] (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [verdachte] ). Ik ben alleen mee geweest als passagier.
V: Wie betaalt er voor de woning?
A: [slachtoffer 1] . 100 euro per dag. [slachtoffer 1] stuurt het geld aan die jongen en die jongen stuurt het geld verder. Alleen zij betaalde, niet ik. 100 euro per vrouw per dag. De mannen hoefden niet te betalen.
6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 oktober 2023, opgenomen op pagina 690 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [medeverdachte 2] :
A: [bijnaam verdachte] . In Roemenië heb ik hem twee of drie keer gezien. In Nederland heb ik hem gezien toen hij hier was. Twee of drie maanden geleden. Ik woonde toen met hem in één huis. [adres] in Groningen. Met [medeverdachte 1] , [bijnaam verdachte] en [slachtoffer 2] en ik en mijn vrouw en de vrouw van [bijnaam verdachte] . Daarna zijn wij verhuisd naar [adres] . Een maand aan [adres] , misschien twee. En daarna kwam ik naar [adres] nog twee of drie weken.
V: Zijn jullie met zijn allen tegelijk van [adres] naar [adres] gegaan? A: Ja.
V: Gisteren hebben we met je gesproken over een witte Volkswagen Passat. Hoe vaak heb jij gebruik
gemaakt van dit voertuig?
A: Bijna elke dag wel. V: Was [bijnaam verdachte] de eigenaar van het voertuig? A: Nee zijn vader. V: Wie bestuurde het voertuig? A: Zijn vader. [naam 5]
V: Altijd? A: Ja. Ik weet alleen dat [naam 5] zijn naam is. Als de meisjes naar een klant moesten gaan, dan gingen ze met de auto.
V: Wie gingen er dan mee in de auto? A: [naam 5] . Soms was ik ook in de auto. Alleen als mijn vrouw ging, ging ik mee.
V: En is [bijnaam verdachte] daar dan ook altijd bij? A: Ja.
V: Gisteren verklaarde je dat [slachtoffer 1] twee klanten heeft gehad sinds de vrijdagavond dat jullie hier aankwamen in Nederland. Je verklaarde ook dat je dit jaar eerder in Nederland bent geweest.
Heeft [slachtoffer 1] toen ook gewerkt?
A: In die periode zou ik 5000 euro kunnen zeggen.
V: Van welk geld leefde jij toen? A: Van het geld dat zij had verdiend. De boodschappen die zij kocht. V: Wat heeft [slachtoffer 1] met het geld gedaan?
V: Wat weet je over het geld versturen van de andere mannen?
A: Ook zo. Zij hebben allemaal bankpassen. Western Union en Moneygram. V: Wat deed [naam 5] als hij iemand op escort bracht?
A: Zitten wachten in de auto. Als ik mee was dan wachten we samen.
V: Je vertelde dat je vriendin geen hoge bedragen naar haar vader wilde sturen.
A: Hij mag niet weten hoeveel geld zij heeft. Prostitutie is een soort geheim. Als haar vader het weet is ze bang dat haar vader niet meer wil zorgen voor haar kind.
7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen verstrekte gegevens [bedrijf 1] B.V. d.d. 5 oktober 2023, opgenomen op pagina 1460 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Op 14 augustus 2023 is een aanvraag vordering verstrekking historische gegevens opgemaakt m.b.t. een seksadvertentie met het telefoonnummer [telefoonnummer] onder de naam [werknaam slachtoffer 1] en de letters [afkorting 2 werknaam slachtoffer 1] .
er is gebruik gemaakt van het emailaccount [mailadres]
de negenentwintig (29) fotos zijn geüpload vanaf 28 januari 2022, 12.55 uur tot en met 12 augustus 2023, 21.58 uur. Ik herken de vrouw op deze fotos, van fotos in het politiebestand als [slachtoffer 1] - [slachtoffer 1] .
8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen Creditcardgegevens EOB Roemenië d.d. 12 december 2023, opgenomen op pagina 1474 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
In het EOB werd bevolen gegevens te verstrekken van creditcard betalingen die waren gedaan voor de seksadvertenties op Kinky.nl van “ [werknaam slachtoffer 1] ”.
Ik zag dat in de periode van 17 februari 2023 tot en met 14 oktober 2023 in totaal 149 betalingen waren uitgevoerd met een creditcard.
56 x betaling op naam van [medeverdachte 1] : Kaartnummer [nummer 1] - Mastercard - Paysafe Financial Services Limited en Kaartnummer [nummer 2] - Visacard - Revolut, LTD
4 x betaling op naam van [medeverdachte 2] : Kaartnummer [nummer 3] - Mastercard - Revolut LTD 4 x betaling op naam van [medeverdachte 5] Kaartnummer [nummer 4] - Mastercard - Revolut LTD 4 x betaling op naam van [slachtoffer 1] Kaartnummer [nummer 5] - Mastercard - Bunq B.V.
12 x betaling op naam van [werknaam slachtoffer 1] Kaartnummer [nummer 6] - Visa card - Revolut, LTD
57 x betaling op naam van [slachtoffer 2] /Tine, Kaartnummer [nummer 6] - Visa card --Revolut LTD, Kaartnummer [nummer 7] - Visa card - Revolut LTD, Kaartnummer [nummer 8] - Mastercard- Revolut LTD en Kaartnummer [nummer 9] - Visa card - Revolut LTD
9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen vertaling chat tussen
“ [bijnaam verdachte] ” en “ [afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] ” (Samsung [werknaam slachtoffer 1] ) d.d. 25 januari 2024, opgenomen op pagina 1526 e.v., inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
In de veiliggestelde data van het inbeslaggenomen toestel van [slachtoffer 1] werd een WhatsApp chat aangetroffen tussen “ [bijnaam verdachte] en “ [afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] ”. Ik zag dat de chat op 17-08-2023 begon en eindigde op 10-09-2023. Ik zag dat er ruim 400 berichten over en weer waren verstuurd.
De meeste berichten gaan over vermoedelijke seksafspraken, die door [bijnaam verdachte] (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [verdachte]) worden geregeld.
[bijnaam verdachte] 17-8-2023 23:53:38 Kleed je aan
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 17-8-2023 23:53:54 Geef me het adres. Of aan [naam 13]
[bijnaam verdachte] 17-8-2023 23:54:09 Je gaat rechtstreeks met [bijnaam medeverdachte 1] , want hij is met vader
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 17-8-2023 23:54:19 Ok
[bijnaam verdachte] 17-8-2023 23:54:21 en tot die sukkel doe je 5 min over (..) [bijnaam verdachte] 18-8-2023 00:00:17 Bel hem. En praat met hem
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 18-8-2023 geef het nummer (..)
[bijnaam verdachte] 18-8-2023 15:47:02 over 3 min is hij/zij er. Hij heeft geparkeerd en loopt naar de flat
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 18-8-2023 15:47:18 Oké, bedankt [bijnaam verdachte] 18-8-2023 15:49:32 Hij belt nu/bel nu
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 18-8-2023 15:49:38 Oké. [rekeningnummer 1] . Stuur dit naar die bij mij is alsjeblieft
[bijnaam verdachte] 18-8-2023 Als je klaar bent bel je deze en geeft hij je zijn adres (..)
[bijnaam verdachte] 22-8-2023 23:37:32 Bel deze, hij wil escort, dichtbij [afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 22-8-2023 23:38-07 ik bel hem zo
[bijnaam verdachte] 22-8-2023 23:38:31 Ok, ik heb hem een uur geleden gesproken, hij wil 30 min voor 150 en hij is 5 min van jou vandaan. Ik zei dat ik hem over een uur zou terugbellen om het te bevestigen (..)
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 24-8-2023 19:01:16 Hoi, [bijnaam verdachte] ik zag dat de website verlopen is. Heb je geld om nog een week te betalen en deze omhoog te doen?
[bijnaam verdachte] 24-8-2023 19:38:47 Ja dat heb ik. (..)
[bijnaam verdachte] 24-8-2023 19:47:45 Bel deze aub. [naam 6] 30 min 150. En praat met hem via berichten daarna
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 24-8-2023 19:48:01 Ok ik bel nu
[bijnaam verdachte] 30-8-2023 22:33:40 Bel deze. 3 u escort. 600. Ja, vraag hem 100 extra voor de taxi (..)
[bijnaam verdachte] 1-9-2023 18:07:13 er komt één man in 3 a 4 min. Voor jou en [slachtoffer 2] 1 u 300
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 1-9-2023 18:08:03 ik ben bezig
[bijnaam verdachte] 1-9-2023 18:09:18 Oké laat me weten wanneer je vrij bent
8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen samenvatting chat [slachtoffer 1] en [medeverdachte 2] d.d. 14 maart 2023, opgenomen op pagina 1538 e.v. van
voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
In de Samsung SM-G965F, eigendom van [slachtoffer 1] , is een chat aangetroffen tussen [slachtoffer 1] en haar vriend [medeverdachte 2] :
[medeverdachte 2] 27-8-2023 heeft hij je betaald
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 27-8-2023 Ja, anderhalf uur 400 euro
[medeverdachte 2] 27-8-2023 23:20:06 Je moet het limiet instellen op het pasje zodat ik geld kan opnemen. Vandaag.
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 27-8-2023 Ja
[medeverdachte 2] 27-8-2023 Of ik stuur het naar [bijnaam medeverdachte 1] en geeft hij het ons, we praten thuis. (..)
[medeverdachte 2] 27-8-2023 23:23:11 Heeft hij/zij je geld op het pasje/rekening gegeven/overgemaakt of contant
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 27-8-2023 Cash 400 pa
[medeverdachte 2] 27-8-2023 Goed (..)
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 3-9-2023 01:03:29 Weet je, deze hebben 200 op het pas/rekening overgemaakt. Eén voor mij, één voor [slachtoffer 2] . Dus we moeten haar 100 geven. Zodat je het weet (..)
[medeverdachte 2] 7-9-2023 03:55:08 Ok. Ik heb opgenomen. Heb je nog wat voor de taxi gekregen van die (man)?
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 7-9-2023 350 heb ik gehad. Maar aller op de rekening (pasje) [medeverdachte 2] 7-9-2023 Bravo mijn ouwe
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 7-9-2023 En die van eerder voor 100 ook op de rekening
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 31-8-2023 1:28:37 Hoeveel geld zei je dat je nog over had vandaag? 2600?
[medeverdachte 2] 31-8-2023 Ik weet het niet [naam 14] . Waarom. Ik heb het niet geteld
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 31-8-2023 Nou, hoeveel geld was er toen ik/we naar de auto ging/gingen? Jawel, je hebt het geteld en zo zei je 2600.
[medeverdachte 2] 31-8-2023 Waarom stelde je die vraag?
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 31-8-2023 Het was gewoon een vraag. Omdat ik het niet wist
[medeverdachte 2] 31-8-2023 Luister, wil je dat ik mijn lul stop in de dode van de dode van je moeder stop, rot op met dit soort dingen want, [naam 1] mag doodgaan als ik je niet verrot sla. Ik merk dat. Je neukt me in mijn lul ik doe wat mijn lul wil.
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 31-8-2023 Waarom bedreig je me nu? Wat heb ik gezegd, man?
[medeverdachte 2] 31-8-2023 Ja naar je doden. Weg hier. [naam 1] mag doodgaan als je het niet incassert. Luister naar me. Wat heb ik je gezegd? Ik zie dat je me al een tijd aanspreekt hoe jouw kut het wil.
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 31-8-2023 leg jezelf uit man [medeverdachte 2] 31-8-2023 Hoe de zaken staan
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 31-8-2023 Wat heb ik gezegd dat je zo aangebrand bent?
[medeverdachte 2] 31-8-2023 Wil je zien wat ik met dit geld doe? Wil je dat ik het je laat zien, ik steek mijn lul in je doden. In je kont wat je bent. Je heb een staart groter als een huis. Ik neuk je doden in de mond
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 31-8-2023 Wat heb ik gedaan dat jij je zo opwindt?
[medeverdachte 2] 31-8-2023 Ik doe wat ik wil met geld en jij hebt het recht niet om mij te vertellen wat ik ermee moet doen. ()
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 31-8-2023 En als ik het je vraag moet je me dan bedreigen? Je vertelt me dat je met het geld doet wat je wilt. Dat ik geen recht heb op het geld. Dat ik niets mag zeggen. Wat is dit, [naam 7] ? (..)
[medeverdachte 2] 28-8-2023 13:59:19 Vanaf nu, zolang ik hier in Nederland blijf. Ga je niet meer je nagels laten doen. Als ik hoor dat je nagels wilt, breek ik je handen, zodat je het weet.
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 28-8-2023 Ok. Wat ik heb gedaan man. [medeverdachte 2] 28-8-2023 Goed bewaar als ik je niet verrot sla. Je zult het zien. (..) [medeverdachte 2] 30-8-2023 Verdomme, we moeten vanavond ook iets doen (verdienen) Deze. Ik stop mijn lul. In de tafel. Gisteren niets.
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 30-8-2023 Ja, man, laat maar, ik doe het/ik ga verdienen. Niet wanhopig worden. Stop met echt naar de mensen/anderen te kijken, man, het verwart mij ook, wat moet ik doen, wat moet ik doen, hoe vaak moet ik reposten om nu echt geld te gaan verdienen? (..)
[medeverdachte 2] 31-8-2023 God verhoede. Als ik het weet tjonge. Meen het, ik stop mijn lul als ik het weet.
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 31-8-2023 Wat zal het zijn
[medeverdachte 2] 31-8-2023 Niets. Ja dat is het bro hoe komt het dat je geen bericht krijg. En mijn lul. Misschien maken we morgen een lul. Om weg te gaan. En je zult zien in de ochtend. [bijnaam medeverdachte 1] vangt weer wat.
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 31-8-2023 Nou zeg
[medeverdachte 2] 31-8-2023 Zie je wel, dat betekent dat [bijnaam verdachte] geen sukkels meer doorstuurt, zie. Want met jou/bij jou is er geen basis.
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 31-8-2-23 Ja joh, je begint weer te praten. Dat ik nergens goed voor ben. Dat ik niet in staat ben. En ga maar door
[medeverdachte 2] 31-8-2023 Wanneer [bijnaam verdachte] de telefoon doet. Doen we iets anders. Zie je niet. God (..)
[medeverdachte 2] 31-8-2023 Je weet niet hoe je die moet hengelen/vangen
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 31-8-2023 Ja joh, ik laat ze gaan/laat ze in de lucht. Ze schrijven en ik antwoord niet
[medeverdachte 2] 31-8-2023 joh, je weet het niet, zelfs als je een bericht krijgt weet je niet hoe je ze moet benaderen
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 31-8-2023 ja joh, dat klopt [medeverdachte 2] 31-8-2023 Als de man niets meer zeg
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 31-8-2023 Heb jij tot nu toe geld verdiend (..) [medeverdachte 2] 31-8-2023 22:20:49 al deze tijd lukt het niet om duizend te maken/verdienen [afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 31-8-2023 ja joh dat is zo
[medeverdachte 2] 31-8-2023 slechts 3 4 honderd. Je lijkt een limiet te hebben
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 31-8-2023 de mensen (vrouwen) maken dag na dag duizend [medeverdachte 2] 31-8-2023 Je hebt een limiet op je kut (..)
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 31-8-2023 Man, ik wil ook eens uitgaan, ik wil ook iets kopen en blij worden van iets. Je doet alsof je me gisteren duizenden hebt gegeven. Uit de portemonnee.
[medeverdachte 2] 31-8-2023 Klaar, stop hiermee aub, ik zal opstaan en de telefoon doen overdag en dat is het (..)
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 1-9-2023 00:36:38 Nou, man, wat voor geld hebben we eigenlijk?
[medeverdachte 2] 1-9-2023 2500 is all het geld. In de tas [afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 1-9-2023 God verhoede [medeverdachte 2] 1-9-2023 Behalve wat je bij je hebt
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 1-9-2023 En hoeveel moet je aan [bijnaam verdachte] geven. [medeverdachte 2] 1-9-2023 400 voor de woning, 900 aan [bijnaam verdachte] . 1300. Tot nu toe. [afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 1-9-2023 Jezus Christus. Ik heb weer voor niets geneukt. (..) [medeverdachte 2] 30-8-2023 en de site die heeft geen tegoed meer, ga die omhoog doen
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 30-8-2023 Nee
[medeverdachte 2] 30-8-2023 mijn lul. Stuur een bericht. Jij naar [bijnaam verdachte] . Als hij heeft, dat hij op die opwaardeerd. 10 euro
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 30-8-2023 Ok. [bijnaam verdachte] heeft me een nummer gegeven die ik ga bellen. Het is op 29 minuten rijden. Hij wil 3 uur voor 600. Maar hij zei dat hij geen reiskosten vooraf betaalt. En ik zei dat hij op zijn minst een taxi moest sturen. Dat hij die betaalt. En hij zei nee.
[medeverdachte 2] 30-8-2023 Mijn lul. Zeg dan. Bel een uber. Jij verdorie (..)
[afkorting 1 werknaam slachtoffer 1] 30-8-2023 Wacht ik zal het [bijnaam verdachte] laten weten
[medeverdachte 2] 30-8-2023 Geef me het adres van die man zodat ik het aan [bijnaam medeverdachte 1] kan geven.
10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen ING rekening [naam 2]
d.d. 25 juli 2023, opgenomen op pagina 1960 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
In de onder [slachtoffer 2] in beslag genomen mobiele telefoon fotos zijn aangetroffen waarop transacties te zien zijn waarbij Nederlandse mannen geld overmaken naar een ING bankrekening op naam van [naam 2] .
11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen moneygram [bedrijf 2]
d.d. 18 oktober 2023, opgenomen op pagina 2085 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Vanaf 25 februari 2023 tot 2 juni 2023 is een totaal bedrag van 18.086,42 euro afgeschreven ten behoeve van [bedrijf 2] van de ING bankrekening [rekeningnummer 2] op naam van [naam 2] .
Op 17 oktober 2023 ontving ik van Moneygram de hieronder genoemde gegevens: Van de in totaal 38 betalingen zijn 31 betalingen door Moneygram geïdentificeerd.
Hieruit valt op te maken dat in ieder geval [verdachte] , [medeverdachte 2] , [slachtoffer 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] de beschikking hebben gehad over de bankrekening [rekeningnummer 2] op naam van [naam 2] . Alle hierboven genoemde transacties zijn door een begunstigde opgenomen in Roemenië.
[verdachte] heeft in de periode van 24 februari 2023 tot en met 1 juni 2023 vanaf de ING-bankrekening [naam 2] giraal een bedrag van 6.570,- euro in totaal verzonden via moneygram. Dit vond plaats op 24 en 27 februari 2023, 6 maart 2023, 28 april 2023, 6 mei 2023 en 1 juni 2023 met als begunstigden [naam 8] , [naam 9] en [naam 10] . [verdachte] geeft als beroep op “computer”.
12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen money transfers met bijlagen d.d. 10 januari 2024, opgenomen op pagina 2065 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Op 4 juli 2023 heb ik namens de Officier van Justitie een vordering 126nd Wetboek van
Strafvordering doen toekomen aan de Nederlandse Bank ten einde de money transfers te verkrijgen die door [medeverdachte 3] en [verdachte] zijn gedaan in Nederland.
Moneygram
Vanaf 12 december 2022 tot en met 1 juni 2023 heeft [verdachte] een totaalbedrag van
40.301.50 euro cash via Moneygram verzonden aan verschillende personen in Roemenië te weten: [naam 8] , [medeverdachte 3] , [naam 11] , [medeverdachte 1] , [naam 12] , [naam 9] , [naam 10] .
In de transacties staat een totaalbedrag van 4.100,00 euro op de status “not executed”. Dit zou kunnen betekenen dat dit bedrag niet is opgehaald door de ontvanger.
Daarom ga ik er van uit dat een bedrag van 36.201,50 euro is verzonden door [verdachte] .
13. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen witwasdossier verdachte [verdachte] d.d. 29 februari 2024, opgenomen op pagina 2275 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Moneygram
Vanaf 12 december 2022 tot en met 01 juni 2023 heeft [verdachte] een totaalbedrag van 36.201,50 euro via Moneygram verzonden aan verschillende personen in Roemenië. Van dit bedrag heeft hij
6.570 euro giraal betaald via de ING-bankrekening van [naam 2] en 29.631,50 euro contant.
Betaald aan Moneygram via ING [naam 2] 6.570 euro Betaald aan Moneygram contant 29.631,50 euro Kosten betaald aan Moneygram 1.444 euro
Totaal 37.645,50 euro
1. HR 27 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI7099 (Chinese Horeca); HR 24 november 2015,
ECLI:NL:HR:2015:3309.