RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 269447511
zaaknummer: 11913228 BU VERZ 25-2110
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 30 januari 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: Boete.nu.
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R545 – ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 2 oktober 2024, om 13:57 uur, op de Julianalaan in Leeuwarden, met een personenauto met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 429,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 30 januari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. M. Kalsbeek aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene betwist dat hij een mobiel elektronisch apparaat heeft vastgehouden. Hij stelt dat hij een ‘Lucky Slot Machine’ vasthad, waarvan hij foto’s overlegt. De politieagent beweerde dat hij via het achterraam zag dat betrokkene tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthield, maar vroeg niet naar het merk of type apparaat. Hij stelde dit zonder verdere toelichting vast, terwijl betrokkene bij de staandehouding verklaarde dat hij een ‘Lucky Slot Machine’ vasthield. De achterruit is geblindeerd waardoor de gedraging niet daar doorheen kan zijn gezien; ook is gezien de afstand het verschil tussen het vastgehouden voorwerp en een telefoon niet te zien. Dat licht zou hebben geschenen op het gezicht van betrokkene is niet mogelijk, aangezien het klaarlichte dag was en de telefoon van betrokkene is voorzien van privacyglas. Mogelijk heeft weerspiegeling van de zon op de ‘Lucky Slot Machine’ voor een vertekend beeld gezorgd. Verder zagen volgens het proces-verbaal de verbalisanten betrokkene van de zijkant en niet van achteren. Betrokkene reed echter op een tweebaansweg en haalde in, waardoor de agenten geen vrij zicht van opzij hebben gehad. De vragen van de officier van justitie aan de verbalisanten zijn volgens betrokkene door hen in het aanvullend proces-verbaal niet beantwoord. Hij betwist ook dat de genoteerde pleeglocatie de plek is waar de overtreding is begaan. Hij stelt dat dit is waar hij uiteindelijk een stopteken heeft gekregen. Er wordt verzocht om proceskostenvergoeding.
4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep gegrond is. Volgens haar is één van de vragen van de officier van justitie ín het aanvullend proces-verbaal door de verbalisanten onbeantwoord gelaten. Gelet op het consistente verweer van betrokkene bestaat daardoor twijfel aan hun waarneming.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
6. De verbalisanten hebben verklaard dat zij zagen dat de bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat in zijn rechterhand had. Als verklaring van betrokkene bij de staandehouding is genoteerd “Ik had een Lucky slotmachine in mijn handen.”
7. De verklaring in het zaakoverzicht is op verzoek van de officier van justitie aangevuld met een op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal. De officier van justitie vroeg de verbalisanten om aan te geven op basis van welke kenmerken zij hebben vastgesteld dat het een mobiel elektronisch apparaat betrof en niet iets anders, wat voor soort mobiel elektronisch apparaat is waargenomen en wat de positie van verbalisanten ten opzichte van betrokkene was.
8. De kantonrechter stelt vast dat de verbalisanten de eerste twee vragen niet hebben beantwoord. Zij hebben alleen beschreven hoe de waarneming en de staandehouding zijn verlopen.
9. Gezien het consistent gevoerde verweer van betrokkene, had de kantonrechter meer informatie willen hebben. Op basis van het dossier dat voor hem ligt, kan de verkeersovertreding niet worden vastgesteld. Daarom zal hij het beroep gegrond verklaren.
10. Omdat de kantonrechter het beroep gegrond zal verklaren, zal hij de officier van justitie veroordelen in de proceskosten van betrokkene. Hij zal anderhalve punt toekennen met een waarde van € 666,00 voor het indienen van het administratief beroepschrift en het bijwonen van de telefonische hoorzitting en één punt met een waarde van € 934,00 voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter. Gelet op de aard van de zaak past de kantonrechter de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Omdat zowel de inleidende beschikking als de beslissing van de officier van justitie na 31 december 2023 zijn bekendgemaakt, past de kantonrechter de extra wegingsfactor uit artikel 13a, tweede lid, onder a, van de Wahv toe op beide fasen.
De berekening is als volgt: (1,5 (procespunten) x € 666,00 (tarief) + 1 (procespunt) x
€ 934,00 (tarief)) x 0,5 (wegingsfactor, licht) x 0,25 (extra wegingsfactor herwaardering proceskostenvergoeding) = € 241,63. Hij zal de officier van justitie veroordelen in de kosten van € 241,63.
Artikel 13a, vijfde lid, van de Wahv regelt dat uitbetalingen op grond van een uitspraak op beroep op grond van deze wet uitsluitend plaatsvinden op een bankrekening die op naam staat van degene aan wie de boete is opgelegd. Gelet op de jurisprudentie is de kantonrechter niet bevoegd om over deze feitelijke uitvoering van zijn/haar beslissing een oordeel te geven.
Conclusie
De kantonrechter:
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.